Or see the index
Stad
Verloren tijd, hoe schoon vind ik u weer,
waar elk herinnren wordt een nieuw verlangen.
o Steden-laan, wat zijn uw meisjes schoon.
Eens was ik jong, en ‘k ben niet jong gebleven…
Ik wandel bij de bomen die mijn jeugd
beveiligd hebben en haar jonge liefde.
Water is de adem van een meisjes mond
De stad is heet en droog als een begeerte.
Er is, tussen de dubble glans der laan,
er is een maan, er is een andre maan.
De een is de maan; de andere is gene maan.
Het paard wringt als een zilvren vis. En de ijlte is rood
maar roder zet de galm des voermans de ijlte uit.
Hitte.
Mijn vriend, gij hebt de geur der grote magazijnen.
Zo zijn er meisjes, schraal en met een witte neus.
Leeg schelpje aan nachtlijke ebbe: ik; maar de stad
in duizend dake’ als duizend diamanten.
Ik scheer de muren; – als een rechthoek ligt
naast mij mijn schaduw als een vals gedicht.
Menigte, uw geur bijt mijne lippen stuk.
o Menigte, gij doet mijne woorden bloeden.
Waarom te wenen in dit stenen woud?
Gij zult regeren als gij weet te lachen.
Jaag naar huis, o hart: gij vindt er
volle schotelen aan leed.
Stad: eind-punt; vierkant; rust en zekerheid.
‘k Zet me op een paal; ik wacht de roep der ijlte.
Karel van de Woestijne
(1878 – 1929)
Stad
• fleursdumal.nl magazine
More in: Archive W-X, Archive W-X, Woestijne, Karel van de
Shelley in the Trenches 2nd May 1916
Impressions are like winds; you feel their cool
Swift kiss upon the brow, yet know not where
They sprang to birth: so like a pool
Rippled by winds from out their forest lair
My soul was stir’d to life; its twilight fled;
There passed across its solitude a dream
That wing’d with supreme ecstasy did seem;
That gave the kiss of life to long-lost dead.
A lark trill’d in the blue: and suddenly
Upon the wings of his immortal ode
My soul rushed singing to the ether sky
And found in visions, dreams, its real abode –
I fled with Shelly, with the lark afar,
Unto the realms where the eternal are.
John William (Will) Streets
(1886 –1916)
Shelley in the Trenches 2nd May 1916
• fleursdumal.nl magazine
More in: - Archive Tombeau de la jeunesse, Archive S-T, Shelley, Percy Byssche, Streets, Will, WAR & PEACE
Kate Tempest is een Londense rapper, dichter en toneelschrijfster. Ze bracht al twee soloalbums uit, namelijk ‘Everybody Down’ in 2014 en ‘Let Them Eat Chaos’ in 2016, beiden werden genomineerd voor een Mercury Prize.
Ook bracht ze meerdere dichtbundels en een roman uit en schreef ze drie toneelstukken, maar nu is het tijd voor haar derde album.
Net als haar vorige twee albums zal ‘The Book Of Traps And Lessons’ een narratief karakter kennen en bestaan uit meerdere nummers die bedoeld zijn om in één zitting te beluisteren.
Tempest werkte de afgelopen vijf jaar aan dit album.
Nadat producer Rick Rubin contact met haar zocht, maakte ze enkele demo’s, maar die sloten niet aan bij wat de twee samen wilden maken.
Daarom werd het maken van ‘The Books Of Traps And Lessons’ even op pauze gezet en verscheen ‘Let Them Eat Chaos’ eerder (in 2016).
Ondertussen werd er langzaam doorgewerkt aan het album, samen met Rubin trad Tempest in detail en ging op zoek naar de kern van haar werk, de tekst die los kwam te staan van de beat.
Het is dan ook niet gek dat we op dit album minder begeleidende muziek horen dan op haar eerdere twee albums.
Kate Tempest hoopt dat mensen zich met het album zullen vereenzelvigen en als gevolg beter met zichzelf en met anderen gaan verbinden.
Tracklist
1. Thirsty
2. Keep Moving Don’t Move
3. Brown Eyed Man
4. Three Sided Coin
5. I Trap You
6. All Humans Too Late
7. Hold Your Own
8. Lessons
9. Firesmoke
10. Holy Elixir
11. People’s Faces
Artiest: Kate Tempest
Releasedatum: 14 juni 2019
Label: Universal Music
EAN 0602577583872
CD (ALBUM)
Standard Edition
1 disk
Speelduur 45:00
Stereo
Taal: Engels
Alternative Hip hop
# more on website kate tempest
# New CD
Kate Tempest
Book of Traps and Lessons
2019
• fleursdumal.nl magazine
More in: # Music Archive, #Archive A-Z Sound Poetry, Archive S-T, Archive S-T, Art & Literature News, AUDIO, CINEMA, RADIO & TV, Kate/Kae Tempest, Poetry Slam, Street Poetry, STREET POETRY, Tempest, Kate/Kae
Op 16 juni 2019 was het vijftig jaar geleden dat de dichter Jan Hanlo overleed. Museum Valkenburg gedenkt Jan Hanlo met een mooie expositie van zijn werk in de Jacques Vonkzaal.
Afgelopen maanden heeft een werkgroep van Jan Hanlo-kenners – dichter en letterkundige Wiel Kusters, Ser J.L. Prop en Jan Schurgers – met vertegenwoordigers van het museum de tentoonstelling voorbereid. Stukken uit de nalatenschap van Hanlo in het Literatuurmuseum in Den Haag zijn doorvorst en geselecteerd. Niet alleen zijn literaire werk is vertegenwoordigd, ook zijn er aquarellen en kindertekeningen van Jan Hanlo te zien. Prof. Wiel Kusters noemt de expositie een waardige hommage aan een groot en oorspronkelijk dichter.
Johannes Bernardus Maria Raphaël Hanlo (1912–1969) woonde een groot deel van zijn leven in Valkenburg. Hij werd in 1912 geboren in Bandung, het toenmalige Nederlands Indië. Zijn vader was voorzitter van de Landraad in Bandung, zijn moeder dochter van een Deurnese gemeente arts. Nog in het jaar van zijn geboorte scheidden zijn ouders en kwam moeder met Jan terug naar Deurne.
In 1927 namen ze hun intrek in Valkenburg. Jan werd als 15-jarige ingeschreven op het Sint Bernardinuscollege in Heerlen. Als scholier schreef hij al zijn eerste gedichten. Na het eindexamen volgde een studie M.O. Engels en in 1942 ging hij psychologie studeren in Amsterdam. Tot 1958 werkte Hanlo als leraar Engels aan Instituut Schoevers in Amsterdam. Door ziekte van zijn moeder besloot hij definitief naar Valkenburg terug te keren. Na haar overlijden bleef hij tot zijn dood in Valkenburg wonen, in het poortwachtershuisje van Geerlingshof in Strabeek.
De tentoonstelling in Museum Valkenburg bestaat uit documenten, foto’s en teksten, afkomstig uit de collectie van het Literatuurmuseum in Den Haag en uit particuliere verzamelingen.
Tot en met zondag 25 augustus 2019 in Museum Land van Valkenburg, Valkenburg (LB): ‘Jan Hanlo hep het gemaakt’.
Museum Land van Valkenburg
Grotestraat Centrum 31
6301 CW Valkenburg
+31 43 601 6394
Website: https://www.museumvalkenburg.nl/
• fleursdumal.nl magazine
More in: #Archive A-Z Sound Poetry, *Concrete + Visual Poetry F-J, - Book Stories, Archive G-H, Archive G-H, Art & Literature News, Hanlo, Jan, Literary Events, Wiel Kusters
Venus
O Tag der Gnade,
Sieg des frühlinghaften Glänzens!
Da sich das Meer
in dich hineingeliebt,
die schlankste Welle
deine Anmutslinie zog.
Und dann ihr kluges Spiel
auf ewige Zeit
in deine Adern sang,
damit du sein Geheimnis
großen Liebenden erhältst.
Ihr Priesterinnen,
die in Venus Zeichen flammt,
fühlt oft die Sehnsucht
schmerzend nach dem Meere,
und in den höchsten Liebesfesten
Tod und Todesangst.
Du aber Göttin
schwebst unsterblich,
lächelnd über allem –
und mit bestrickender Gebärde
hält deine Hand
die rosige Muschel
des Verschenkens.
Himmel und Qualen
der Jahrtausende!
Francisca Stoecklin
(1894-1931)
Venus
• fleursdumal.nl magazine
More in: Archive S-T, Archive S-T, Stoecklin, Francisca
Terugwerkende kracht
Bij Nostalghia van Andrej Tarkovski
Toen ik het hier voor het eerst zag
moest ik huilen, want dit licht doet
me denken aan herfst in Bologna.
Ik wil niets meer voor mezelf alleen.
Wat kan er gebeuren?
Alles wat je wenst als je knielt, want
zonder enig gebed gebeurt er niets.
Je wilt zeker gelukkig zijn, maar
in het leven zijn er belangrijker zaken.
Dus: een, twee, drie, geloof!
Wat moeten wij dan doen
om elkaar te leren kennen?
Grenzen slechten.
Welke?
Die tussen vroeger en later.
Bert Bevers
Terugwerkende kracht
Bij Nostalghia van Andrej Tarkovski
Verschenen op Versindaba, Stellenbosch, februari 2019
Bert Bevers is a poet and writer who lives and works in Antwerp (Be)
• fleursdumal.nl magazine
More in: Archive A-B, Archive A-B, Bevers, Bert, LITERARY MAGAZINES
Elke zomer opnieuw slaat het Kunstenfestival van Watou haar tenten op in het gelijknamige kunstdorpje aan de Franse grens. Dichters en beeldend kunstenaars, aanstormend talent en gevestigde waarden, kunstwerken uit binnen- en uit buitenland strijken er neer en vormen een bijzonder kunstenparcours.
Het dorp is de setting en biedt een tiental karakteristieke locaties als tentoonstellingsruimte: een voormalig klooster, een oude boerderij of de kelder van een brouwerij. De wisselwerking tussen die verrassende, nostalgische ruimtes met hedendaagse beeldende kunst en poëzie zorgt telkens weer voor een unieke kunstbeleving. Zomeren in Watou is dan ook prikkelen en onthaasten tegelijk. Kleine momenten van gelukzaligheid.
Iedere editie van het Kunstenfestival kadert in een ander thema, waarrond intendant Jan Moeyaert en poëziecurator Willy Tibergien beeld en taal samenbrengen. Schrijvers, dichters en kunstenaars palmen gedurende een zomer het dorp in en bieden de bezoekers een caleidoscoop aan inzichten en perspectieven rond een bepaald onderwerp.
Voor het zesde jaar op rij start een bezoek aan Kunstenfestival Watou in het Festivalhuis op het Watouplein. U vindt er niet alleen het onthaal en de festivalshop, maar kan er ook terecht voor alle info over de projecten die in de kantlijn van het Kunstenfestival groeien. Zo kijken we er in onze Blauwe kamer zoals elk jaar even binnen in het hoofd van een creatieve maker, focussen we in de boekshop extra op poëzie en literatuur en starten en eindigen onze jongste bezoekers hier het kinderparcours. Wie graag even de rust opzoekt, is welkom onder onze treurwilg in de Festivaltuin.
Kunstenfestival Watou, dat is kunst kijken en poëzie proeven op spannende locaties, ook voor ons jongste publiek. Het centrale thema van de tentoonstelling, en dan specifiek de zin ‘niets bestaat dat niet iets anders aanraakt’, keert dan ook terug in het kinderparcours.
Auteur Anne-Marie Van Herck en illustratrice Inge Bogaerts ontwikkelden op basis van hun boekenreeks Adem in, adem uit, een belevingsinstallatie in de Parochiezaal waar families even tot rust kunnen komen en contact kunnen maken met zichzelf en elkaar.
De installatie helpt om plaats te maken in onze hoofden voor de dingen die er echt toe doen. Het eerste boek in de reeks heet Reis in de aarde, en ook dat vindt een plaats op het parcours, in de veranda van het Festivalhuis. Daar werd een luisterplek ingericht waar kinderen zich nog eens kunnen verdiepen in hun innerlijke gevoelswereld.
Om het educatieve luik verder wat extra kleur te geven, maakte Inge Bogaerts op vraag van Kunstenfestival Watou ook een gidsend boekje vol verbinding en rust. Aan de hand van allerlei leuke denk- en doe-opdrachten gaan de kinderen samen met hun gidsen Ti, Mo en Thé op wandel langsheen de kunstwerken op het parcours. Wie de opdrachten tot een goed einde brengt, komt bovendien ook steeds dichterbij de schatkist…
De afgelopen edities van Kunstenfestival Watou groeide er ook gestaag een nieuwe poëtische lijn in het dorp. Ook dit jaar selecteerde poëziecurator Willy Tibergien gedichten van gevestigde waarden in het Nederlandstalig poëzielandschap om hen een permanente plaats te geven in Watou. Aan het werk van Eddy van Vliet, Paul Snoek, Remco Campert, Hugues C. Pernath, Jean-Claude Pirotte, Leo Vroman, Miriam Van hee, Stefan Hertmans, Gerrit Kouwenaar en Marc Insingel, Leonard Nolens, Christine D’Haen, Joost Zwagerman, Jotie T’Hooft, Charles Ducal en Luuk Gruwez, Anna Enquist, Eva Gerlach en Frans Deschoemaeker wordt dit jaar werk van Eriek Verpale, Menno Wigman en Herman De Coninck toegevoegd.
Tentoonstelling
Poëzie
Catalogus
Zomerzinnen
Kantlijnen
Kinderparcours
Kunstenfestival Watou 2019 vindt plaats van 29 juni tot en met 1 september
Open # woensdag tot zondag van 11u tot 19u # maandag en dinsdag gesloten, behalve op feestdagen
Adres # Watouplein 12 # 8978 Watou # Poperinge (België)
Meer informatie
# website kunstenfestival watou
• fleursdumal.nl magazine
More in: #Archive A-Z Sound Poetry, #Archive Concrete & Visual Poetry, - Book News, Art & Literature News, AUDIO, CINEMA, RADIO & TV, Exhibition Archive, Historia Belgica, Visual & Concrete Poetry, Watou Kunstenfestival
L’Enfant
Les turcs ont passé là. Tout est ruine et deuil.
Chio, l’île des vins, n’est plus qu’un sombre écueil,
Chio, qu’ombrageaient les charmilles,
Chio, qui dans les flots reflétait ses grands bois,
Ses coteaux, ses palais, et le soir quelquefois
Un chœur dansant de jeunes filles.
Tout est désert. Mais non ; seul près des murs noircis,
Un enfant aux yeux bleus, un enfant grec, assis,
Courbait sa tête humiliée ;
Il avait pour asile, il avait pour appui
Une blanche aubépine, une fleur, comme lui
Dans le grand ravage oubliée.
Ah ! pauvre enfant, pieds nus sur les rocs anguleux !
Hélas ! pour essuyer les pleurs de tes yeux bleus
Comme le ciel et comme l’onde,
Pour que dans leur azur, de larmes orageux,
Passe le vif éclair de la joie et des jeux,
Pour relever ta tête blonde,
Que veux-tu ? Bel enfant, que te faut-il donner
Pour rattacher gaîment et gaîment ramener
En boucles sur ta blanche épaule
Ces cheveux, qui du fer n’ont pas subi l’affront,
Et qui pleurent épars autour de ton beau front,
Comme les feuilles sur le saule ?
Qui pourrait dissiper tes chagrins nébuleux ?
Est-ce d’avoir ce lys, bleu comme tes yeux bleus,
Qui d’Iran borde le puits sombre ?
Ou le fruit du tuba, de cet arbre si grand,
Qu’un cheval au galop met, toujours en courant,
Cent ans à sortir de son ombre ?
Veux-tu, pour me sourire, un bel oiseau des bois,
Qui chante avec un chant plus doux que le hautbois,
Plus éclatant que les cymbales ?
Que veux-tu ? fleur, beau fruit, ou l’oiseau merveilleux ?
– Ami, dit l’enfant grec, dit l’enfant aux yeux bleus,
Je veux de la poudre et des balles.
8-10 juillet 1828
Victor Hugo
(1802-1885)
L’Enfant
(Poème)
Les Orientales
• fleursdumal.nl magazine
More in: Archive G-H, Archive G-H, Hugo, Victor, Victor Hugo
Le Lac Des Sylphes
Les sylphes ont un lac aux vagues cristallines
Où les brumes ont couleur d’or,
Où les nénuphars ont des teintes opalines
Sur l’onde qui dort.
Où les fleurs ont d’étranges lueurs irisées
Et des pistils phosphorescents,
Leurs pétales d’argent, leurs corolles frisées
En plis indécents;
La lune s’y reflète en miroitements jaunes
Ruisselant sur l’ombre des eaux
Et sautant, feux follets, des saules et des aunes
Aux sombres roseaux.
Dans les brouillards laiteux, des formes vaporeuses
Vont glissant et disparaissant,
Plongeant sous l’eau limpide et s’enfuyant, peureuses,
Aux souffles naissants.
Là-bas, le long de l’eau, sous les arbres des rives,
On entend piauler les oiseaux;
Parfois, dans le feuillage, on voit passer, furtives,
Les nymphes des eaux.
Sur la rivière
Légère
La barque passe
Et repasse
Sur l’eau.
Sylphe ou lutine
Butine
Aux fleurs flottantes
Et riantes
Dans l’eau.
Elle s’envole
Frivole
Toute pareille
A l’abeille
Sur l’eau.
Elle balance,
Et danse,
Sur l’herbe trotte
Et barbote
Dans l’eau.
Sur la rivière
Légère
La barque passe
Et repasse
Sur l’eau.
Et la barque s’arrête à ces rives, et longe
Leurs filets de mousse traînants.
Mais la troupe des sylphes s’enfuit et replonge
A nos cris gênants.
Marcel Schwob
(1867-1905)
Le Lac Des Sylphes
Mars 1885
Portrait: Félix Vallotton
• fleursdumal.nl magazine
More in: Archive S-T, Archive S-T, Félix Vallotton, Marcel Schwob
The Beggar
Showing his ill-made frame
And mumbling of troubles many,
Along a public street,
The cripple calls for a penny.
Inviting sympathy,
By his rags and his withered arm,
He follows and frets till we argue
A penny can do him no harm.
Just now, in this intimate room,
Sagacious, clever and witty,
Exposing his hardships, a Beggar
Beckoned his friends for pity.
Ugh! By displaying his pains,
By showing his heart was ashen,
By revealing his twisted life,
He played for a glance of compassion.
Strange how I longed to laugh ;
His feebleness was funny.
I thought : ” He’s only a Beggar
And affection is golden money.
Gladys Cromwell
(1885-1919)
The Beggar
From: Poems 1919
• fleursdumal.nl magazine
More in: Archive C-D, Cromwell, Gladys, Gladys Cromwell, WAR & PEACE
Remind me not, remind me not
Remind me not, remind me not,
Of those beloved, those vanish’d hours,
When all my soul was given to thee;
Hours that may never be forgot,
Till Time unnerves our vital powers,
And thou and I shall cease to be.
Can I forget—canst thou forget,
When playing with thy golden hair,
How quick thy fluttering heart did move?
Oh! by my soul, I see thee yet,
With eyes so languid, breast so fair,
And lips, though silent, breathing love.
When thus reclining on my breast,
Those eyes threw back a glance so sweet,
As half reproach’d yet rais’d desire,
And still we near and nearer prest,
And still our glowing lips would meet,
As if in kisses to expire.
And then those pensive eyes would close,
And bid their lids each other seek,
Veiling the azure orbs below;
While their long lashes’ darken’d gloss
Seem’d stealing o’er thy brilliant cheek,
Like raven’s plumage smooth’d on snow.
I dreamt last night our love return’d,
And, sooth to say, that very dream
Was sweeter in its phantasy,
Than if for other hearts I burn’d,
For eyes that ne’er like thine could beam
In Rapture’s wild reality.
Then tell me not, remind me not,
Of hours which, though for ever gone,
Can still a pleasing dream restore,
Till Thou and I shall be forgot,
And senseless, as the mouldering stone
Which tells that we shall be no more.
George Gordon Byron
(1788 – 1824)
Remind me not, remind me not
(Poem)
• fleursdumal.nl magazine
More in: Archive A-B, Archive A-B, Byron, Lord
Gij draagt een schone vlechte haar…
Gij draagt een schone vlechte haar
allangs uw lage leên…
– Het is een trage dag voorwaar
van weiflen en van wenen.
Het is een lengende avond van
mis-troosten en mis-prijzen.
’t Is of de dag niet sterven kan
en of geen nacht kan grijzen…
– Gij gaat mijn duister huis voorbij,
verlangenloos en rechte;
ik rade uw naakte, magre dij;
ik zie uw donkre vlechte.
Karel van de Woestijne
(1878 – 1929)
Gij draagt een schone vlechte haar…
• fleursdumal.nl magazine
More in: Archive W-X, Archive W-X, Woestijne, Karel van de
Thank you for reading Fleurs du Mal - magazine for art & literature