In this category:

Or see the index

All categories

  1. AUDIO, CINEMA, RADIO & TV
  2. DANCE
  3. DICTIONARY OF IDEAS
  4. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
  5. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, drugs, dead poets
  6. FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
  7. LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence
  8. MONTAIGNE
  9. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
  10. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
  11. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST
  12. MUSIC
  13. PRESS & PUBLISHING
  14. REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS
  15. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
  16. STREET POETRY
  17. THEATRE
  18. TOMBEAU DE LA JEUNESSE – early death: writers, poets & artists who died young
  19. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm & co, fairy tales, art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, ideal women
  20. WAR & PEACE
  21. ·




  1. Subscribe to new material:
    RSS     ATOM

Archive O-P

· Red Comet. The Short Life and Blazing Art of Sylvia Plath by Heather Clark · Jacques Perk: Aan Mathilde · Montague Horatio Mostyn Turtle Pigott: To The Sun (Poem) · Jacques Perk: Iris · Montague Horatio Mostyn Turtle Pigott: Editors Note (Poem) · Montague Horatio Mostyn Turtle Pigott: A Lament (Poem) · Montague Horatio Mostyn Turtle Pigott: A Little Novel (in four little chapters) (Poem) · Montague Horatio Mostyn Turtle Pigott: Melody versus Malady (Poem) · Montague Horatio Mostyn Turtle Pigott: The Philatelist (Poem) · Wilfred Owen: Strange Meeting (Poem) · Fernando Pessoa: Een spoor van mezelf. Een keuze uit de orthonieme gedichten · Eerste Grote Poëzieprijs voor Radna Fabias

»» there is more...

Red Comet. The Short Life and Blazing Art of Sylvia Plath by Heather Clark

The highly anticipated new biography of Sylvia Plath that focuses on her remarkable literary and intellectual achievements, while restoring the woman behind the long-held myths about her life and art.

With a wealth of never-before-accessed materials–including unpublished letters and manuscripts; court, police, and psychiatric records; and new interviews–Heather Clark brings to life the brilliant daughter of Wellesley, Massachusetts.

Sylvia Plath had poetic ambition from a very young age and was an accomplished, published writer of poems and stories even before she became a star English student at Smith College in the early 1950s. Determined not to read Plath’s work as if her every act, from childhood on, was a harbinger of her tragic fate, Clark here evokes a culture in transition, in the shadow of the atom bomb and the Holocaust, as she explores Plath’s world: her early relationships and determination not to become a conventional woman and wife; her conflicted ties to her well-meaning, widowed mother; her troubles at the hands of an unenlightened mental-health industry; her Cambridge years and thunderclap meeting with Ted Hughes, a marriage of true minds that would change the course of poetry in English; and much more.

Clark’s clear-eyed sympathy for Hughes, his lover Assia Wevill, and the other demonized players in the arena of Plath’s suicide promotes a deeper understanding of her final days, with their outpouring of first-rate poems. Along with illuminating readings of the poems themselves, Clark’s meticulous, compassionate research brings us closer than ever to the spirited woman and visionary artist who blazed a trail that still lights the way for women poets the world over.

Heather Clark earned her bachelor’s degree in English Literature from Harvard University and her doctorate in English from Oxford University. Her awards include a National Endowment for the Humanities Public Scholar Fellowship; a Leon Levy Biography Fellowship at the City University of New York; and a Visiting U.S. Fellowship at the Eccles Centre for American Studies, British Library. A former Visiting Scholar at the Oxford Centre for Life-Writing, she is the author of The Grief of Influence: Sylvia Plath and Ted Hughes and The Ulster Renaissance: Poetry in Belfast 1962-1972. Her work has appeared in publications including Harvard Review and The Times Literary Supplement, and she recently served as a consultant for the BBC documentary Sylvia Plath: Life Inside the Bell Jar. She divides her time between Chappaqua, New York, and Yorkshire, England, where she is Professor of Contemporary Poetry at the University of Huddersfield.

Red Comet
The Short Life and Blazing Art of Sylvia Plath
By Heather Clark
Hardcover
1152 Pages
$40.00
Oct 06, 2020
ISBN 9780307961167
Published by Knopf
$40.00

# new biography
• fleursdumal.nl magazine

More in: #Biography Archives, - Archive Tombeau de la jeunesse, - Book Lovers, - Book News, Archive C-D, Archive G-H, Archive O-P, Archive O-P, Plath, Sylvia


Jacques Perk: Aan Mathilde

    

Aan Mathilde

Wanneer de moeder van het licht weêr licht,
En voor heur goud den zwarten mist doet wijken,
Dan laat ze ‘er stralen langs de bloemen strijken,
En dankbaar doet elk bloemeke zijn plicht.

Zoodra de bloem de lieve zon ziet prijken,
Dan wolkt ze wierook op in wolken dicht,
En geurenmoeder wordt het moederlicht…
Ik moet, Mathilde, u aan de zon gelijken!

Gij zijt de moeder van deez’ liederkrans:
Gij hebt dien met uw zonneblik geschapen
In ‘t zwarte hart; zoo ‘t glanst, ‘t is door úw glans.

Met uwe bloemen krans ik u de slapen,
Uw eigen schepping leg ik om uw hoofd;
Zoo zij uw naam voor eeuwiglijk geloofd! –

Jacques Perk
(1859 – 1881)
Aan Mathilde

• fleursdumal.nl magazine

More in: Archive O-P, CLASSIC POETRY, Jacques Perk


Montague Horatio Mostyn Turtle Pigott: To The Sun (Poem)

 

To The Sun

Great Phoebus ! thou on whom we all depend
For countless joys which thou alone canst send,
A saturated mortal to thee speaks,
And for an answer to this question seeks —
Where hast thou been through all these sloppy weeks?

Oh ! by sweet thoughts of punt and shade and pipe.
By horrid dreams of Fruit far, far from ripe,
By hopes of pleasures culled throughout the “Long,”
By thoughts of Margate with its ni^er song.
By trips proposed upon the “Continong”;

Shine forth, O mighty Sun ! and turn thy face
On match, regatta, party, pic-nic, race;
Dispel the gloom that o’er our island lowers,
And people all the land with countless flowers,
And let us have at least some rainless hours.

Let Bobbies murmur in the Street of Bow,
And swear that on their beat they will not go:
Let Postmen fill our souls with endless fears
That correspondence may get in arrears :
Let thoughts of striking fill our Grenadiers :

Let all these cease from labour, if they like ;
But thou, great Sun-god, go not thou on strike!

Montague Horatio Mostyn Turtle Pigott
(1865–1927)
To The Sun (Poem)
•fleursdumal.nl magazine

More in: Archive O-P, Archive O-P, Mostyn Turtle Pigott


Jacques Perk: Iris

 

Iris
Der eerwaarde jonkvrouwe Joanna C. B.

`Ik ben geboren uit zonnegloren
En een zucht van de ziedende zee,
Die omhoog is gestegen, op wieken van regen,
Gezwollen van wanhoop en wee.
Mijn gewaad is doorweven met parels, die beven
Als dauw aan de roos, die ontlook,
Wen de Dagbruid zich baadt en voor ‘t schuchter gelaat
Een waaier van vlammen ontplook. –

Met tranen in ‘t oog, uit de diepte omhoog,
Buig ik ten kus naar beneden:
Mijn lichtende haren befloersen de baren
En mijn tranen lachen tevreden:
Want diep in zee splijt de bedding in twee,
Als mijn kus de golven doet gloren…
En de aarde is gekloofd en het lokkige hoofd
Van Zefier doemt lachend naar voren.
Hij lacht… en zijn zucht blaast, mij arme, in de lucht
En een boog van tintlende kleuren
Is mijn spoor, als ik wijk naar het dromerig rijk,
Waar ik eenzaam om Zefier kan treuren.
Hij mint me als ik hém… maar zijn lach, zijn stem,
Zijn kus… is een zucht: wij zwerven
Omhoog, omlaag; wij wíllen gestaâg,
Maar wij kunnen nòch kussen, nòch sterven. –

De sterveling ziet mijn aanschijn niet,
Als ik uitschrei, hoog boven de wolken,
En de regenvlagen met ritselend klagen
Mijn onsterflijken weedom vertolken.
Dan drenkt mijn smart het dorstende hart
Van de bloem, die smacht naar mijn leed
En met dankenden blik naar mij opziet, als ik
Van weedom het wenen vergeet.
En dán verschijn ik door het ‘t nevelgordijn –
Dat mijn Zefier verscheurt, als hij vliegt –
Somber gekromd… tot de zonneschijn komt
En ‘t rag mijner wieken zich wiegt.
Dán zegt op aarde, wie mij ontwaarde:
“De goudene Iris lacht!”…
En stil oversprei ik vale vallei
Met een gloed van zonnig smaragd. –

Mijn handen rusten op de uiterste kusten
Der aarde als, in roerloos peinzen, –
Eén bonte gedachte – ik mijn liefde verwachtte…
Die mij achter de zon zal doen deinzen. –
‘k Zie ‘s nachts door mijn armen de sterren zwermen
En het donzige wolkengewemel
En de maan, die mij haat en zich koestert en baadt
In de zilveren lach van den hemel. –
Mijn pauwepronk… is de dos, dien mij schonk
De zon, om de stervling te sparen,
Wien mijn lichtloze blik zou bleeken van schrik
En mijn droeve gestalte vervaren.
Nu omspan ik den trans met mijne armen van glans
Tot mij lokt Zefier’s wapprend gewaad,
En ik henenduister naar ‘t oord, waar de luister
Der lonkende zon mij verlaat. –

Ik ben geboren uit zonnegloren
En een vochtige zucht van de zee,
Die omhoog is gestegen, op wieken van regen,
Gezwollen van ‘t wereldse wee. –
Mij is gemeenzaam, wie even eenzaam
Het leven verlangende slijt
En die in tranen zijn Vreugde zag tanen…
Doch liefelijk lacht, als hij lijdt!’ –

Jacques Perk
(1859 – 1881)
Iris
(Gedichten, 1882)

• fleursdumal.nl magazine

More in: Archive O-P, CLASSIC POETRY, Jacques Perk


Montague Horatio Mostyn Turtle Pigott: Editors Note (Poem)

 This image has an empty alt attribute; its file name is pigott-westminster.jpeg

Editors Note

A haggard youth with glittering eye
Into our presence sped;
He placed these verses on our desk,
A pistol at our head.
Well, we didn’t much want to be bored with his
lead.

So our readers we bore with his verses instead.

Montague Horatio Mostyn Turtle Pigott
(1865–1927)
Editors Note (Poem)
• fleursdumal.nl magazine

More in: Archive O-P, Archive O-P, Mostyn Turtle Pigott


Montague Horatio Mostyn Turtle Pigott: A Lament (Poem)

This image has an empty alt attribute; its file name is pigott-westminster-1.jpeg

A Lament

They beat me black; they beat me blue,

Until my rue-
-ful visage would not bear inspection;

They broke me, too,

Though ’twas I who
Was once considered quite perfection.

How things are changed ! I once was great,

But yet of late
IVe fallen from my proud position ;

Hard is my fate,

I’m out of date ;
How altered now is my condition !

How will it end? What’s Fate’s decree?

Perchance Til be
Hung high as Haman by a neck-cord ;

Oh ! pity me,

For here you see
A broken, battered, shattered record.

Montague Horatio Mostyn Turtle Pigott
(1865–1927)
A Lament (Poem)
•fleursdumal.nl magazine

More in: Archive O-P, Archive O-P, Mostyn Turtle Pigott


Montague Horatio Mostyn Turtle Pigott: A Little Novel (in four little chapters) (Poem)

 

A Little Novel
(in four little chapters)

CHAP. I

A little nook in garden shady;

A little squeeze of finger-tips ;
A little question to a lady;

A little “Yes** from rosy lips.

CHAP. II

A little flirting with another;

A little shadow on a blind;
A little tiff, a little bother:

A little bit of Beauty’s mind.

CHAP. III

A little coolness in the greeting;

A little rift within the lute;
A little hour of wild entreating;

A little lady, proudly mute.

CHAP. IV

A little note of sad upbraiding ;

A little poison in a glass;
A little willow-tree o’ershading

A little tomb-stone in the grass.

 

Montague Horatio Mostyn Turtle Pigott
(1865–1927)
Melody versus Malady (Poem)
• fleursdumal.nl magazine

More in: Archive O-P, Archive O-P, Mostyn Turtle Pigott


Montague Horatio Mostyn Turtle Pigott: Melody versus Malady (Poem)

Melody versus Malady

[The Lancet recently discussed the value of music in the
treatment of disease.]

Away with all doctors and physic-concocters !

Down with surgeons and down with physicians !
In future hautboys will replace • doctor’s boys,

And when ailing we’ll send for musicians.

The gentle guitar will soon banish catarrh,

The organ organic diseases ;
The ophicleide serves to establish the nerves,

The mandolin measles appeases.

If you catch influenza just try a cadenza
On the harmless and homely harmonium,

And if you complain of a sprain or a strain
Then summon the soothing euphonium.

Try the cornet for corns and for ague French horns,
And if you should feel very sick or low

Try an air on the lute, a few notes from the flute.
Or the piercing yet popular piccolo.

Montague Horatio Mostyn Turtle Pigott
(1865–1927)
Melody versus Malady (Poem)
• fleursdumal.nl magazine

More in: Archive O-P, Archive O-P, Mostyn Turtle Pigott


Montague Horatio Mostyn Turtle Pigott: The Philatelist (Poem)

This image has an empty alt attribute; its file name is victoria.jpeg

The Philatelist*

(*A man who collects stamps cares for nothing else in the world.)

” O come,” said Music, “come with me ;

To Adelina Patti list;
Melt in her magic melody ” —

“I shan’t !” quoth the Philatelist.

“Come,” said the Gourmand, “come with me.

And try the varied Gatti-list;
I prithee, try Gastronomy” —

“I won’t!” quoth the Philatelist.

” Come,” said the Eightsman, ” come with me”,

And to the merry rattle list;
“Come, join our cheery crew, and we ” —

” Please go!” quoth the Philatelist.

” Come”, said the Farmer, ” come with me”.

And to my lowing cattle list :
“They’re’ slowly winding o’er the lea ” —

” Let them !” quoth the Philatelist.

“Come,” said the Mother, “come with me,
And to my cherub’s prattle list ;

Come, take the babe upon thy knee” —
“No, thanks!” quoth the Philatelist

“Come,” said the Warrior, “come with me,

And to the roar of battle list;
Come, join our valiant company” —

“Not me!” quoth the Philatelist.

“Come,” said Society, “with me,

And to my tittle-tattle list;
“Come, try the World, the Flesh, the D— “

“Get out!” quoth the Philatelist.

Montague Horatio Mostyn Turtle Pigott
(1865–1927)
The Philatelist (Poem)
• fleursdumal.nl magazine

More in: Archive O-P, Archive O-P, Mostyn Turtle Pigott


Wilfred Owen: Strange Meeting (Poem)

    

Strange Meeting

It seemed that out of battle I escaped
Down some profound dull tunnel, long since scooped
Through granites which titanic wars had groined.

Yet also there encumbered sleepers groaned,
Too fast in thought or death to be bestirred.
Then, as I probed them, one sprang up, and stared
With piteous recognition in fixed eyes,
Lifting distressful hands, as if to bless.
And by his smile, I knew that sullen hall,—
By his dead smile I knew we stood in Hell.

With a thousand fears that vision’s face was grained;
Yet no blood reached there from the upper ground,
And no guns thumped, or down the flues made moan.
“Strange friend,” I said, “here is no cause to mourn.”
“None,” said that other, “save the undone years,
The hopelessness. Whatever hope is yours,
Was my life also; I went hunting wild
After the wildest beauty in the world,
Which lies not calm in eyes, or braided hair,
But mocks the steady running of the hour,
And if it grieves, grieves richlier than here.
For by my glee might many men have laughed,
And of my weeping something had been left,
Which must die now. I mean the truth untold,
The pity of war, the pity war distilled.
Now men will go content with what we spoiled.
Or, discontent, boil bloody, and be spilled.
They will be swift with swiftness of the tigress.
None will break ranks, though nations trek from progress.
Courage was mine, and I had mystery;
Wisdom was mine, and I had mastery:
To miss the march of this retreating world
Into vain citadels that are not walled.
Then, when much blood had clogged their chariot-wheels,
I would go up and wash them from sweet wells,
Even with truths that lie too deep for taint.
I would have poured my spirit without stint
But not through wounds; not on the cess of war.
Foreheads of men have bled where no wounds were.

“I am the enemy you killed, my friend.
I knew you in this dark: for so you frowned
Yesterday through me as you jabbed and killed.
I parried; but my hands were loath and cold.
Let us sleep now. . . .”

Wilfred Owen
(1893 – 1918)
Strange Meeting (Poem)

• fleursdumal.nl magazine

More in: Archive O-P, Archive O-P, Galerie des Morts, Owen, Wilfred, WAR & PEACE


Fernando Pessoa: Een spoor van mezelf. Een keuze uit de orthonieme gedichten

Het Portugese woord pessoa komt van het Latijnse persona, dat zowel ‘mens’ als ‘masker’ betekent.

This image has an empty alt attribute; its file name is pessoa-spoor.jpegPrecies daar moeten we Fernando Pessoa plaatsen, in de wereld van schijn, vermomming, spel, fictie. Hij vergelijkt zichzelf met een podium waarop allerlei acteurs rondlopen.

Zijn bekendste heteroniemen zijn Bernardo Soares (schrijver van het Boek der rusteloosheid) en de dichters Alberto Caeiro, Ricardo Reis en Álvaro de Campos. Pessoa heeft echter ook onder zijn eigen naam gedichten geschreven. Van dat orthonieme werk zag maar weinig het licht tijdens zijn leven.

Pas lang na zijn dood werden alle losse orthonieme gedichten bijeengebracht in drie delen van elk ruim vijfhonderd bladzijden.

Fernando Pessoa (1888-1935) was een groot Portugees dichter. Bij leven publiceerde deze kantoorklerk uit Lissabon slechts enkele werken. Na zijn dood werd op zijn huurkamer een kist aangetroffen met 27 duizend vol gekrabbelde velletjes. Uit die chaos kon een kolossaal oeuvre worden samengesteld. Niet dat van één dichter, maar van zo’n 25 ‘heteroniemen’ – afzonderlijke ‘schrijverspersoonlijkheden’ met elk een eigen stijl en woordkeus. Pessoa stierf op 47-jarige leeftijd, hij dronk zich dood.

De Arbeiderspers heeft de exclusieve vertaalrechten op zijn oeuvre. August Willemsen (1936-2007) vertaalde het leeuwendeel daarvan en schreef als introductie op de Pessoa-bibliotheek: Het ik als vreemde.

Auteur: Fernando Pessoa
Een spoor van mezelf.
Een keuze uit de orthonieme gedichten
Vertaler: Harrie Lemmens
Nederlands
Uitgeverij: De Arbeiderspers
NUR: 306
Poëzie
Paperback
296 pagina’s
ISBN: 9789029526456
Prijs: € 24,99
Publicatiedatum: 04-06-2019

• fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, Archive O-P, Archive O-P, Pessoa, Fernando, TRANSLATION ARCHIVE


Eerste Grote Poëzieprijs voor Radna Fabias

Met haar succesdebuut Habitus wint Radna Fabias na de C. Buddingh’-prijs 2018 en de Awater Poëzieprijs en Herman De Coninckprijs 2019 óók deze eerste editie van De Grote Poëzieprijs.

This image has an empty alt attribute; its file name is grote-poe-prijs19.jpg

De prijs, € 25.000,- voor de beste Nederlandstalige bundel van het jaar, werd op de slotdag van het gouden Poetry International Festival uitgereikt samen met de C. Buddingh’-prijs, die naar Roberta Petzoldt ging, voor haar debuut Vruchtwatervuurlinie’. Habitus is daarmee zonder meer de meest prijswinnende debuutbundel ooit.

Ook werden op het festival prijzen uitgereikt door jongeren, een initiatief van School der Poëzie.

De School der Poëzie-Communityprijs ging naar Ted van Lieshout voor Ze gaan er met je neus vandoor,

Roelof ten Napel kreeg de Jongerenprijs voor Het woedeboek waarmee hij ook kans maakte op De Grote Poëzieprijs én de C. Buddingh’-prijs. Met het uitreikingsprogramma ‘Prijs de poëzie!’ sloot Poetry International het gouden jubileumfestival even feestelijk af als dat het begon.

De Grote Poëzieprijs voor Radna Fabias

This image has an empty alt attribute; its file name is fabias.jpgDe Grote Poëzieprijs is dé prijs voor Nederlandstalige poëzie en bekroont de beste Nederlandstalige bundel van het jaar met € 25.000,-.

De jury van De Grote Poëzieprijs 2019 kreeg 150 bundels ter lezing en nomineerde er niet vijf maar zes, vanwege het hoge aantal inzendingen, de verlengde periode waarover werd gejureerd en de aangetroffen kwaliteit.

Opnieuw gaat de hoofdprijs dus naar Radna Fabias: “Fabias graaft net zo lang in wat bedenkelijk is – waarbij ze ook zichzelf niet spaart – totdat de complexiteit van een probleem zich openbaart.

Dit maakt dat Habitus (Arbeiderspers) deelneemt aan het ‘gesprek van de dag’, maar tegelijk – en belangrijker – dat de bundel er ook een krachtig tegengif tegen is.

Niets is eenvoudig in deze bundel, niets is op te lossen met een paar slimme oneliners of standpunten. Fabias maakt het persoonlijke politiek en het politieke persoonlijk,” oordeelde de jury.

De C. Buddingh’-prijs voor Roberta Petzoldt

This image has an empty alt attribute; its file name is Vruchtwatervuurl.jpegDe prijs voor beste Nederlandstalige poëziedebuut – jaarlijks uitgereikt op het Poetry International Festival – gaat dit jaar naar Roberta Petzoldt.

Haar debuut Vruchtwatervuurlinie (Van Oorschot) gaat over verlies en is strijdbaar, humoristisch, prikkelend en fel maar boven alles een rigoureus allerindividueelst onderzoek waarbij de dichter, sneller dan de eigen schaduw, de poëzie zelf op de staart probeert te trappen of ‘zonder vliegtuig de wolken raken / bewegen door / een getraind gevoel voor humor / en een eenzame logica’.

Op intieme wijze creëert de dichter een verrassend nieuw poëtisch universum, wat weergaloze gedichten en tijdloze regels oplevert: ‘ik weet dat mensen op hun honden lijken, maar jij / lijkt op de hond van iemand anders’”, aldus de jury.

Jongerenprijzen bij De Grote Poëzieprijs

This image has an empty alt attribute; its file name is lieshout.pngSchool der Poëzie reikte op de slotavond van Poetry International twee prijzen uit namens de Poëzie Community en namens scholieren uit Nederland en Vlaanderen.

De Poëzie Community van School der Poëzie koos unaniem voor Ze gaan er met je neus vandoor (Leopold) van Ted van Lieshout, omdat het “een avontuur was om te lezen.” Jongeren van scholen uit Antwerpen, Amsterdam, Rotterdam en Gent namen deel aan workshops van School der Poëzie en lieten zich inspireren door de gedichten van de zes genomineerden. Zij kenden hun Jongerenprijs toe aan Roelof ten Napel voor Het woedeboek (Hollands Diep) “omdat het over woede gaat én over liefde.”

This image has an empty alt attribute; its file name is woedeboek-napel.jpegDe jury van De Grote Poëzieprijs bestond uit Joost Baars, Yra van Dijk, Adriaan van Dis, Cindy Kerseborn en Maud Vanhauwaert.

Zij nomineerden naast Habitus van Radna Fabias ook Nachtboot van Maria Barnas, Stalker van Joost Decorte, Het woedeboek van Roelof ten Napel, Genadeklap van Willem Jan Otten en Onze kinderjaren van Xavier Roelens. De jury van de C. Buddingh’-prijs bestond uit Els Moors, Tsead Bruinja en Kila van der Starre. Zij nomineerden ook Obelisque van Obe Alkema, Dwaallichten van Gerda Blees en Het woedeboek van Roelof ten Napel.

Eerste Grote Poëzieprijs voor Radna Fabias
Roberta Petzoldt wint ‘de Buddingh’
Jongerenprijzen voor Ted van Lieshout en Roelof ten Napel

• fleursdumal.nl magazine

More in: #Editors Choice Archiv, #More Poetry Archives, - Book News, - Bookstores, Archive E-F, Archive E-F, Archive K-L, Archive M-N, Archive O-P, Art & Literature News, Awards & Prizes, Lieshout, Ted van, Poetry International, ·


Older Entries »

Thank you for reading FLEURSDUMAL.NL - magazine for art & literature