In this category:

Or see the index

All categories

  1. AUDIO, CINEMA, RADIO & TV
  2. DANCE
  3. DICTIONARY OF IDEAS
  4. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
  5. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, drugs, dead poets
  6. FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
  7. LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence
  8. MONTAIGNE
  9. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
  10. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
  11. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST
  12. MUSIC
  13. PRESS & PUBLISHING
  14. REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS
  15. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
  16. STREET POETRY
  17. THEATRE
  18. TOMBEAU DE LA JEUNESSE – early death: writers, poets & artists who died young
  19. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm & co, fairy tales, art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, ideal women
  20. WAR & PEACE
  21. ·




  1. Subscribe to new material:
    RSS     ATOM

Woestijne, Karel van de

· Karel van de Woestijne: Stad (Gedicht) · Karel van de Woestijne: Gij draagt een schone vlechte haar… (Gedicht) · Karel van de Woestijne: Gelijk een arme, blinde hond (Gedicht) · Karel van de Woestijne: Kind met het bleek gelaat (Gedicht) · Karel van de Woestijne: Vlaanderen, o welig huis (Gedicht) · Karel van de Woestijne: De Dichter (Gedicht) · Karel van de Woestijne: Er komt iemand bij mij (Gedicht) · Karel van de Woestijne: De meiskens uit de taveernen (Gedicht) · Karel van de Woestijne: Gij zijt de goede vrouw · Overzichtstentoonstelling Gustave van de Woestijne in MSK Gent · Karel van de Woestijne gedicht: De moeder en de zoon · Karel van de Woestijne: De blind-gewordene

»» there is more...

Karel van de Woestijne: Stad (Gedicht)

Stad

Verloren tijd, hoe schoon vind ik u weer,
waar elk herinnren wordt een nieuw verlangen.

o Steden-laan, wat zijn uw meisjes schoon.
Eens was ik jong, en ‘k ben niet jong gebleven…

Ik wandel bij de bomen die mijn jeugd
beveiligd hebben en haar jonge liefde.

Water is de adem van een meisjes mond
De stad is heet en droog als een begeerte.

Er is, tussen de dubble glans der laan,
er is een maan, er is een andre maan.
De een is de maan; de andere is gene maan.

Het paard wringt als een zilvren vis. En de ijlte is rood
maar roder zet de galm des voermans de ijlte uit.
Hitte.

Mijn vriend, gij hebt de geur der grote magazijnen.
Zo zijn er meisjes, schraal en met een witte neus.

Leeg schelpje aan nachtlijke ebbe: ik; maar de stad
in duizend dake’ als duizend diamanten.

Ik scheer de muren; – als een rechthoek ligt
naast mij mijn schaduw als een vals gedicht.

Menigte, uw geur bijt mijne lippen stuk.
o Menigte, gij doet mijne woorden bloeden.

Waarom te wenen in dit stenen woud?
Gij zult regeren als gij weet te lachen.

Jaag naar huis, o hart: gij vindt er
volle schotelen aan leed.

Stad: eind-punt; vierkant; rust en zekerheid.
‘k Zet me op een paal; ik wacht de roep der ijlte.

Karel van de Woestijne
(1878 – 1929)
Stad

• fleursdumal.nl magazine

More in: Archive W-X, Archive W-X, Woestijne, Karel van de


Karel van de Woestijne: Gij draagt een schone vlechte haar… (Gedicht)

   

Gij draagt een schone vlechte haar…

Gij draagt een schone vlechte haar
allangs uw lage leên…
– Het is een trage dag voorwaar
van weiflen en van wenen.

Het is een lengende avond van
mis-troosten en mis-prijzen.
’t Is of de dag niet sterven kan
en of geen nacht kan grijzen…

– Gij gaat mijn duister huis voorbij,
verlangenloos en rechte;
ik rade uw naakte, magre dij;
ik zie uw donkre vlechte.

Karel van de Woestijne
(1878 – 1929)
Gij draagt een schone vlechte haar…

• fleursdumal.nl magazine

More in: Archive W-X, Archive W-X, Woestijne, Karel van de


Karel van de Woestijne: Gelijk een arme, blinde hond (Gedicht)

 

Gelijk een arme, blinde hond

Geljk een arme, blinde hond
van alle troost verstoken,
dwaal ‘k door de zoele avond rond
en ruik de lente-roken.

Er waart – lijk om een vrouwe-kleed
waar oude driften in hangen –
er waart een geur van schamper leed
en van huilend-moe verlangen.

En ‘k dwaal, een blinde hond gelijk,
door dralige lente-roken,
mijn hart van alle liefden rijk,
mijn hart van liefde verstoken.

Karel van de Woestijne
(1878 – 1929)
Gelijk een arme, blinde hond

• fleursdumal.nl magazine

More in: Archive W-X, Archive W-X, Woestijne, Karel van de


Karel van de Woestijne: Kind met het bleek gelaat (Gedicht)

        

Kind met het bleek gelaat

Kind met het bleek gelaat, dat van uw wijde blikken
geen liefde in mat gebaar noch in lede ogen ziet,
maar in uw zedig kleed uw knieën weet te schikken
zó, dat me te elken male een laaie drift doorschiet:

gij zult het nimmer aan mijn vrome woorden weten
hoe mijn begeren om uw kleren dolen dorst;
maar ìk draag in me-zelf de wonde, zelf gereten,
waarvan de koortse rilt en davert door mijn borst.

Want ‘k heb de straffe zélf in ‘t lillend vlees geslagen;
ik heb een spijt’ge spot gehamerd in mijn brein…
– Gij echter, ga voorbij, arm kind, en zónder vragen:
ik haat u om dees geert’, die ‘k minne om deze pijn…

Karel van de Woestijne
(1878 – 1929)
Kind met het bleek gelaat

Portret: Karel van de Woestijne, Ramah – Journal Het Roode Zeil, 15 April 1920

• fleursdumal.nl magazine

More in: Archive W-X, Archive W-X, Woestijne, Karel van de


Karel van de Woestijne: Vlaanderen, o welig huis (Gedicht)

Vlaanderen, o welig huis

Vlaandren, o welig huis waar we zijn als genoden
aan rijke taaflen! – daar nu glooiend zijn de weiên
van zomer-granen, die hunne aêmende ebbe breien
naar malvend Ooste’ en statig dagerade-roden,
dewijl de morge’ ontwaakt ten hemel en ter Leië -:
wie kan u weten, en in ‘t harte niet verblijên;
niet danke’ om dagen, schoon als jonge zege-goden,
gelijk een beedlaar dankt om warme tarwe-broden?…

o Vlaandren, blijde van uw gevens-rede handen,
zwaar, daar ge delend gaat, in paarse en gele wade,
der krachten die uw schoot als rodend ooft beladen.
– Vlaandren, wie wéet u en de zomer-dageraden,
en voelt geen rilde liefde in zijne leden branden
‘lijk deze morgen door de veië Leië-landen?

 

Karel van de Woestijne
(1878 – 1929)
Vlaanderen, o welig huis

Portret van Karel van de Woestijne (1937) door Henri van Straten (1892 – 1944)

• fleursdumal.nl magazine

More in: Archive W-X, Archive W-X, Woestijne, Karel van de


Karel van de Woestijne: De Dichter (Gedicht)

De Dichter

Geen zomer-schaâuwe is schoon als ‘t beeld, in volle teilen,
der welv’ge melk die ront, van roerig licht ommaald.
Mijn schamel huis, waar zoel een geur van peren draalt,
weegt teerder in mijn schroom dan ‘t hele herfst-verwijlen.

En, waar van ‘t winter-dak een schone mane daalt,
‘n weifelt ijl een hele lente in hare wijle,
o mijn gezóende blik, en moe van eigen-peilen?
– Geen zoen is goed, dan die vergeten zorg verhaalt…

Aldus wie zijn geluk in ‘t noden van een teken
gelijk een geurig brood meewarig-blij durft breken,
en nut de zuurste zemel-korst in heil’ge waan;

om bij het heil dat weende en ‘t vreemde leed dat lachte,
en in de hoede van uw deemstren, o Gedachte,
eens, als een schone vraag, glim-lachend heen te gaan.

De Boom-Gaard der Vogelen en der Vruchten (1903 – 1905)

Karel van de Woestijne
(1878 – 1929)
De Dichter

Portret van Karel van de Woestijne (1937) door Henri van Straten (1892 – 1944)

• fleursdumal.nl magazine

More in: Archive W-X, Archive W-X, Woestijne, Karel van de


Karel van de Woestijne: Er komt iemand bij mij (Gedicht)

 

Er komt iemand bij mij

Er komt iemand bij mij, die ‘k nimmer zag,
en uit-der-mate vriendlijk, die mij zegt:
‘Gij weet, ik berg iemand in mijne woon.
Neen: er verbergt zich iemand in mijn woon.
Ik zie hem niet, maar ben in hem begaan.
Ik ken hem, en hij is mijn liefst bezit…’
– Ik durf niet zeggen dat die vreemdling liegt.
Ik durf niet zeggen dat zijn gast de mijne is. Ach!
ik durf niet zèggen dat hij niet bestaat, misschien.

Want hij bestaat in mij.

 

Karel van de Woestijne
(1878 – 1929)
Er komt iemand bij mij

Portret: Karel van de Woestijne, Ramah – Journal Het Roode Zeil, 15 April 1920

• fleursdumal.nl magazine

More in: Archive W-X, Archive W-X, Woestijne, Karel van de


Karel van de Woestijne: De meiskens uit de taveernen (Gedicht)

 

De meiskens uit de taveernen

De meiskens uit de taveernen,
Zij hebben een malsen schoot.
Zij zien er de jongens geerne.
Zij baren haar kindren dood.

Zij dragen van vurige zijde
een keursken dat spant en splijt.
We ontwaken aan haar zijde
met den houten mond van de spijt.

De ronde zee waar wij zwalken,
die eindeloos wenkt en geeuwt,
en ons doet van begeren balken,
en ons verre vrouwe verweêwt:

wij ankren in de taveernen
waar geniepig een rust ons smijt.
Daar wachten ons rood de deernen.
Daar raken wij ‘t leven kwijt.

 

Karel van de Woestijne
(1878 – 1929)
De meiskens uit de taveernen

• fleursdumal.nl magazine

More in: Archive W-X, Archive W-X, Woestijne, Karel van de


Karel van de Woestijne: Gij zijt de goede vrouw

Karel van de Woestijne

1878-1929


Gij zijt de goede vrouw…


Gij zijt de goede vrouw ten drempel mijner dood, –

gij die me uw oogen als een zomer-nacht ontsloot

vol wondre lichten en vol rust’ge duisterheden;

gij die me uw leden als de rijkste herfsten bracht,

en, schooner dan een schemering, de zéekre kracht

van vredig leven en zich goed bemind te weten.


Want gij, die weet hoe iedre vreugde tanen moet,

gij mínt me; – en ‘lijk een god de dood der zon begroet

met stille liefde, al heeft hij vreugde-vol geschapen

die zon: zoo mint ge in mij wat ge in u-zelf voelt slapen

en dat in mij voor eeuw’gen slaap moe de oogen sloot,

ons moede liefde, o vrouw, ten drempel mijner dood.

 

karel van de woestijne poetry

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive W-X, Woestijne, Karel van de


Overzichtstentoonstelling Gustave van de Woestijne in MSK Gent

art z

MSK GENT

Gustave van de Woestijne

26.03.2010 – 27.06.2010

Kunstschilder Gustave Van de Woestijne (1881-1947) was een van de meest oorspronkelijke vertegenwoordigers van de moderne kunst in België. Als symbolist en bewonderaar van de middeleeuwse kunst, maar ook als geestesgenoot van de modernistische stromingen zoals het expressionisme en het neorealisme, creëerde hij een oeuvre dat in zijn tijd weinig mensen onverschillig liet. Van de Woestijne vestigde zich in 1900 met zijn broer, de dichter Karel, in Sint-Martens-Latem. De herhaalde bezoeken met zijn broer aan de beroemde tentoonstelling van de Vlaamse Primitieven in Brugge in 1902, heeft zijn stijl sterk beïnvloed. Vermoedelijk in navolging van Pieter Bruegel de Oudere, plaatst Van de Woestijne zijn religieuze taferelen dikwijls in de landelijke Leiestreek. In deze retrospectieve komen alle aspecten van deze veelzijdige kunstenaar aan bod aan de hand van 145 kunstwerken die geselecteerd zijn in verscheidene musea en privé verzamelingen.

fleursdumal.nl magazine

More in: Historia Belgica, Woestijne, Karel van de


Karel van de Woestijne gedicht: De moeder en de zoon

Karel van de Woestijne

(1878-1929)


De moeder en de zoon

 

De moeder

Ik draag u aan mijn hart, al ben ik járen-zwaar.

Voelt ge mijn adem als een vlamken op uw haar?…

 

De zoon

Ach, zwijg: ge zijt een vróuw langs leêge levens-straten….

 

De moeder

Hoe, heb ik niet mijn zoen op uw gelaat gelaten?

 

De zoon

Uw zoen is op mijn mond gelijk mijn tranen: zóut….

 

De moeder

Mijn zoon, mijn zóon; ik ben voor u als duister goud.

Zíet ge mij niet, om u zoo troostloos-droef te wanen?

 

De zoon

Mijn moeder, ‘k zie u vréemd in ‘t licht van mijne tranen….

 

De moeder

Bemínt ge mij dan niet, mijn kind?… Zie hoe ge leeft

in iedren tragen traan die in mijne oogen beeft.

Ziet ge niet heel uw leve’ in mijn grijze oogen leven?

 

De zoon

Neen, arme moeder….

 

De moeder

Noch uw wonder-dolste daên

die vrédig als een herfst over mijn lippen gaan,

mijn zóon?

 

De zoon

Ik heb mijn wil een hárder beeld gegeven;

een ándre vrouwe leeft voor mijne onsterflijkheid….

Des ben ik droef, o vrouw die mijne moeder zijt.

Kán ik nog de’ uwe zijn?

 

De moeder

Helaas, de schoone dagen

om uwe liefde en vreugde in deemoed stil gedragen;…

– en thans, in úwe aanwezigheid, zoo gansch alléen…

Ziet ge niet dat ik ween?

 

De zoon

… Ziet ge niet dat ik ween?

karel van de woestijne gedichten

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive W-X, Woestijne, Karel van de


Karel van de Woestijne: De blind-gewordene


Karel van de Woestijne

(1878-1929)

De blind-gewordene


In naam van Vader en van Zoon,
in naam des heil’gen Geestes, amen.
– Ik ben de moeder van een woon
die blinkt aan duizend ramen.
‘k Lig, eeuwig-zwanger, in een kraam
dat van geen avond of geen morgen,
dat, hel van hoop noch zwart van zorgen,
niet is te noemen met een naam,
of ‘t zou, bezet en onbezeten,
Licht-zelven moeten heeten.

‘k Ben blind, en ‘k heb den dag beschaamd.
Ontkenning, ik, van alle duister,
heb ‘k alle vraag en vrees omraamd
met laaië van mijn luister.
Ik ben het vlak van elken muur
die, waar de dag blijft onbegonnen,
die, waar geen schemeringen ronnen
ter talm’ge waak van ‘t avond-uur,
bestendig van mijn blanke wake
een steeds-gelijke bake.

En ‘k ben de aanhoudende geboort
– o tuimel-vlucht van sneeuwen vlindren -,
‘k ben, alle dage’ en nachten voort,
de nieuwe klaart van kindren.
Hun weemling is mijn rijk bestaan.
De glanzen van mijn buik, ontsloten,
zijn, klachteloos en onverdroten,
herhaalde vorm van mijn vergaan,
maar zonder dat ik mijnen lijve
óneischend zoude blijven.

Zoo word ‘k beluik van, eindlijk, Nul;
‘k word, in aanhoudendheid herboren,
‘t abstracte zaad waar ‘k al het koren
in zijn beteeknis hul.
‘k Ben, alle ruimten afgewezen,
‘k ben, buiten klem en kleur van tijd,
in ‘t een’ge en wezenlooze wezen,
teeken der menigvuldigheid.
Zoo, blinde, ben ‘k, zal zijn geweest, en
word luister eeuw’ger feeste.

– Maar neen: ‘k ben de eindlijk-leêge korf
die, aller vruchten dóor-gedragen,
voor de eigen ijlt den geur verworf
gehéel van boome’ en hagen.
‘k Ben de gekéerde korf, die zwoel
van ‘t wandlen der gezwollen bijen,
aan rijke raten ‘t broed gedijen
en rijpend leven zoemen voel.
Zoo zal ik in mijn schoot niet gaêren
dan wat daar andren baren.

Ik ben de glans niet van de zaal
waar ‘k elke rib tot kaars zou rechten
en, zelve afzijdig, zelve vaal,
de klaarten zou beslechten.
Maar ‘k ben ontvangst van elken blik
die, zal mijn blik hem niet verrijken,
uit mij de duisternis doet wijken,
‘dat ik mijn nieuwe licht beschikk’
naar de orde die, van mijne bede,
verzekere ieders vrede.

Mijn vrede; úw vreê… – Maar is mijn licht,
de wolke van mijn nacht doorzonken,
is ooit der maan van mijn gezicht
een andre maan ontblonken,
o Vijver? Ben ik eerder niet
de vijver die zijn schielijk leven
der schicht’ge spoele voelt doorweven
die de àndre mane door me schiet?
Ben ik een vreê; ben ik uw vrede?:
gij deelt me úw mane mede.

Zoo ben ‘k aanhoudend elker borg
waar ‘k ben, aanhoudend, weder-borge.
En is uw zorge mijne zorg,
saêm zijn wij vreugd van morgen.
Omdat ik blind ben, mag uw zoen
mij binden met het onbekende;
kan mijne lippe, wáar ‘k me wende,
om aarde en hemel rijklijk vloên;
en kan mijn oog, mijne arreme ooge
zijn algemeenheid togen.

– Maar weet het: ‘k heb het duur gekocht.
Van elk genieten heerlijk jonger,
had ik ‘t onreikbare verzocht
tot dorst en honger.
In graagte of gruwel van den tijd,
met heel den glans van al mijne oogen,
zoude ik den felsten stamp gedoogen,
waar hij tot trots me hadd’ gewijd.
Ik zág toen. En ‘k zag blank me: teeken
dat niets mijn wil kon breken.

Maar, zuur van ‘t denke’, ozoon der daad,
dra zoudt gij branden in mijn wonden.
Ik heb gestaan als wie daar staat
aan zijnen paal gebonden.
Ik ben die mijne leden rek
(ik wás; maar ben want ik wil blijven),
waar pikt te zijnen lieven lijve
een hemelsch-blijde vogel-bek,
en ook, aan lever en aan liesen,
meer-menschelijke spiesen.

Mijn hart, het werd een vat vol stroop
waar vliege’ als zonden kwamen zitten:
gesloten vaas, waar in de hitte
insekten-wriemel kroop.
Mijn hoofd, het werd geheim festijn
voor ongekende en geer’ge gasten
die, ziek van ate of zat van vasten,
die, zwoel van derve’ of zuur van wijn,
lang moe maar maatloos-mild, bewezen
de onwaardigheid, te wezen.

Toen zou ‘k me zoeken in me-zelf.
Ik heb mij in me-zelf gevangen.
Mijn voet vond steeds herhaald gewelf
voor ‘t luistren naar mijn gangen.
Ik daalde. Aan elken kelder zong
het tij me toe van wachtend water,
en – géen begeerte, en zelfs geen schater
die rillend reed door mijne tong.
Me-zelf ter zij ten zelf-oorbore:
zelfs Gode ging ‘k te lore…

– – Maar néen: God is een koene knecht.
Ik zou me deelen noch beheeren;
Hij zou mij keeren uit ‘t gevecht:
Hij zou mijne oogen teren.
Hij zou mij geven de’ éenen nacht,
blind!, ‘dat geen nacht ik zou verzoeken;
‘dat ik geen slechten dag nog zoeke
waar slechts de dood nog loerend wacht.
Hij zou mij halen uit de holen
waar zelfs het vinde’ is dolen.

Hij heeft me, blijde, recht en net,
tot frisch een heldren disch gekoren.
Mijn oog, het heeft zich opgezet
om nieuwigheid te hooren.
En met de vreugde van een wees
heb ‘k weêr de zuiverheid gegeten.
Een engel zong, een ster verrees,
en ‘k was ‘t onmiddellijk vergeten.
Heb ‘k ooit geleden? ‘k ben verlost:
ik ben in nieuwigheid gedost.

Uit liefde-gons, uit zorg-geruisch,
uit alle zielen om mij samen,
werd ik de moeder van een huis
dat blinkt uit duizend ramen.
Ik ben die deel, en niet en deel
dan wat ‘k van allen heb ontvangen,
ik die der dieven van ‘t verlangen
de duurste en ruimste buiten heel.
Komt allen naêr, die hebt gegeven:
ik borg uw diepste leven…

– – Uit Uwen wille, Vader, Zoon,
en, heil’ge Geest, in Uwe hoede:
onder het goud van mijne kroon
druip ‘k van den rijksten bloede.
Gij hebt gebeurd mijn zéekre plaats:
mijn voet op de ijdelheid der schriften;
geheel-gewasschen van de driften
de gladde glanzen mijns gelaats;
en mijn gedicht dat, zonder einde,
gedicht dat, zónder einde…
… …

(uit: Het berg-meer, 1928)

Karel van de Woestijne poetry

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive W-X, Woestijne, Karel van de


Older Entries »

Thank you for reading FLEURSDUMAL.NL - magazine for art & literature