In this category:

Or see the index

All categories

  1. AUDIO, CINEMA, RADIO & TV
  2. DANCE
  3. DICTIONARY OF IDEAS
  4. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
  5. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, drugs, dead poets
  6. FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
  7. LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence
  8. MONTAIGNE
  9. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
  10. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
  11. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST
  12. MUSIC
  13. PRESS & PUBLISHING
  14. REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS
  15. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
  16. STREET POETRY
  17. THEATRE
  18. TOMBEAU DE LA JEUNESSE – early death: writers, poets & artists who died young
  19. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm & co, fairy tales, art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, ideal women
  20. WAR & PEACE
  21. ·




  1. Subscribe to new material:
    RSS     ATOM

LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence

· Banned Books Week: Defend free expression, support persecuted writers, and promote literary culture · ‘100% FEMALE EXPO – 100% MALE NUDE’ mannelijk naakt in het ‘Metropolitan Museum Tilburg’ · 38ste Nacht van de Poëzie TivoliVredenburg – Utrecht op 2 oktober 2021 · NOG 3 WEKEN TE ZIEN: LUSTWARANDE STATIONS · Clara Doty Bates: Little Red Riding-Hood · 40ste editie van het Kunstenfestival Watou: ‘Watou 2021’ · Clara Doty Bates: Blue Beard · Tjitske Jansen: Iedereen moet ergens zijn · Wout Waanders wint met bundel ‘Parkplan’ de 34e C. Buddingh’-prijs 2021 · Graa Boomsma: Niemand is waterdicht. De biografie van Bert Schierbeek · Clara Doty Bates: Cinderella · K. Schippers: Nu je het zegt

»» there is more...

Banned Books Week: Defend free expression, support persecuted writers, and promote literary culture

BANNED BOOKS WEEK
September 26 – October 2 for the 2021
celebration of the right to read!

Across the United States, divisive book bans and censorious threats have taken hold in schools, academia, and the public square, particularly in regards to books that center racism, history, and diversity. This has raised questions: Who is allowed to be heard? Who decides? This year, as we celebrate Banned Books Week, PEN America uplifts the books, authors, teachers, and writers who insist on telling stories and examining history with truth, honesty, and complexity.

In an effort to unpack these current challenges, PEN America is hosting a series of virtual and in-person events. These events will offer a clear-eyed view of the current assaults on the freedom to express, the freedom to read, and the freedom to learn.

Join PEN America Today
Defend free expression, support persecuted writers, and promote literary culture.

Read more about what PEN America is doing to fight back against book bans during 2021 Banned Books Week.

→  https://pen.org/

BANNED BOOKS WEEK
September 26 – October 2 for the 2021
celebration of the right to read!

Banned Books Week is the annual celebration of the freedom to read. The event is sponsored by a coalition of organizations dedicated to free expression, including American Booksellers Association; American Library Association; American Society of Journalists and Authors; Association of University Presses; Authors Guild; Comic Book Legal Defense Fund; Foundation for Individual Rights in Education (FIRE); Freedom to Read Foundation; Index on Censorship; National Coalition Against Censorship; National Council of Teachers of English; PEN America; People For the American Way Foundation; and Project Censored. It is endorsed by the Center for the Book in the Library of Congress. Banned Books Week also receives generous support from DKT Liberty Project and Penguin Random House.

Read more about the 2021 Banned Books Week.

→   https://bannedbooksweek.org/

 

• fleursdumal.nl magazine

More in: - Bookstores, Art & Literature News, Banned Books, DICTIONARY OF IDEAS, Literary Events, PEN Actions, PRESS & PUBLISHING, REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS


‘100% FEMALE EXPO – 100% MALE NUDE’ mannelijk naakt in het ‘Metropolitan Museum Tilburg’

Ulrike Doszmann, Neeltje Drijfhout, HoiShan Mak, Kim Pattiruhu, Marianne Peijnenburg, Ellen Rijk, Jonaske de Ruiter, Milian van Stokkum, Ans Verdijk en Hanneke Wetzer:

100% FEMALE EXPO

100% MALE NUDE

‘Metropolitan Museum Tilburg’
Stedekestraat 15 – 5041DM Tilburg
vrijdag 17 september t/m zondag 14 november 2021

Een groep vrouwelijke kunstenaars onder de naam ‘Guerrilla Girls’ voert al decennia actie tegen de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de grote musea van de Verenigde Staten, ook in onze dependance in New York, het ‘Metropolitan Museum of Art’. Hun telling: minder dan 5% exposerende vrouwen, terwijl het tentoongestelde naakt voor 85% vrouwelijk was.

Oef! Dit gaf te denken. Daar moest wat aan te doen zijn. Waarom niet omkeren? Vandaar deze expositie van alléén vrouwen met alléén mannelijk naakt. Ook dat mag gezien worden.

Hierbij een uitnodiging voor onze tentoonstelling ‘100% female expo – 100% male nude’ in de ramen van het ‘Metropolitan Museum – Tilburg’ van 17 september t/m 14 november 2021.

Ulrike Doszmann, Neeltje Drijfhout, HoiShan Mak, Kim Pattiruhu, Marianne Peijnenburg, Ellen Rijk, Jonaske de Ruiter, Milian van Stokkum, Ans Verdijk en Hanneke Wetzer laten hun licht schijnen op het verschijnsel man in al zijn glorie. Nu in Tilburg. U bent van harte welkom!

Het ‘Metropolitan Museum | Tilburg’, de raamtentoonstellingen aan de Stedekestraat 15 te Tilburg, is dagelijks dag en nacht geopend en de toegang is vrij.

‘100% FEMALE EXPO – 100% MALE NUDE’
Ulrike Doszmann, Neeltje Drijfhout, HoiShan Mak, Kim Pattiruhu, Marianne Peijnenburg, Ellen Rijk, Jonaske de Ruiter, Milian van Stokkum, Ans Verdijk

17 september t/m 14 november 2021
dagelijks, dag en nacht, toegang vrij

‘Metropolitan Museum Tilburg’
Stedekestraat 15, 5041DM Tilburg
telefoon: 013 5358041 / 06 20325030
email: post@metropolitanmuseum.nl
website: www.metropolitanmuseum.nl

• fleursdumal.nl magazine

More in: Art & Literature News, AUDIO, CINEMA, RADIO & TV, Exhibition Archive, Metropolitan Museum Tilburg, STREET POETRY, Theater van de Verloren Tijd


38ste Nacht van de Poëzie TivoliVredenburg – Utrecht op 2 oktober 2021

De Nacht van de Poëzie is al veertig jaar een begrip. Het grootste poëziefestival van het jaar vond voor het eerst in 1980 plaats, in wat toen nog Muziekcentrum Vredenburg heette.

 

De Nacht trok door de jaren heen bomvolle zalen met legendarische optredens tot diep in de nacht van grote namen als Annie M.G. Schmidt, Lucebert, Hugo Claus, Rutger Kopland en Judith Herzberg, en vele jonge dichters die later legendarisch werden.

De Nacht is terug! Vorig jaar moesten we helaas overslaan vanwege de onoverzichtelijke corona-ontwikkelingen, maar dit jaar zal alsnog de 38ste editie van de illustere Nacht plaatsvinden. Voorlopig nog steeds in een aangepaste vorm, want groen licht om op 2 oktober alweer in een bomvolle zaal te zitten is er op dit moment nog niet.

Tijdens deze ‘limited edition’ in de Grote Zaal van TivoliVredenburg presenteren Piet Piryns en Ester Naomi Perquin als vanouds optredens van de beste dichters van dit moment, afgewisseld met muzikale entr’actes. Het motto van dit jaar is geleverd door Vrouwkje Tuinman: ’s Nachts woon ik zelden waar mijn bed staat. In die regel klinkt zowel een zoete herinnering aan een onbezorgd verleden door, als een hoopvolle wens voor een toekomst zonder afstand, mondkapjes en avondklok; de afsluiting van een periode waarin we veel te vaak waren overgeleverd aan ons eigen bed.

Hoe de omstandigheden op 2 oktober ook zullen zijn: deze Nacht gaat door! Er zullen optredens zijn van Dichter des Vaderlands Lieke Marsman, Vrouwkje Tuinman, K. Michel, Lisette Ma Neza, Edward van de Vendel, Maria Barnas, Maartje Smits, Vrouwkje Tuinman, Erwin Mortier, Rosa Schogt, Bart Moeyaert, Meity Völke, Arjen Duinker, Wout Waanders, Paul Demets, Liesbeth Lagemaat, Mattijs Deraedt, Maarten van der Graaff en Joost Prinsen.

Dit jaar worden de muzikale entr’actes verzorgd door Claudia de Breij, Maarten Engeltjes en zijn barokorkest PRJCT Amsterdam en de Marokkaanse muzieksensatie Aicha Tachinouite. een solo optreden van Jett Rebel, Thijs Boontjes Dans- en Showorkest, en de Belgische ontdekking Naima Joris.

International Literature Festival Utrecht 2021
De 38ste Nacht van de Poëzie
(limited edition)
zaterdag 2 oktober 2021
19:30 – 22:30 uur
TivoliVredenburg – Utrecht
Grote Zaal

Meer informatie op facebook pagina:
https://www.facebook.com/events/920848112030990/

Grote Zaal TivoliVredenburg
Vredenburgkade 11
3511WC Utrecht Netherlands

• fleursdumal.nl magazine

More in: # Music Archive, #More Poetry Archives, AUDIO, CINEMA, RADIO & TV, Literary Events, Nacht van de Poëzie


NOG 3 WEKEN TE ZIEN: LUSTWARANDE STATIONS

 

De elfde editie van Lustwarande, STATIONS, die terugblikt op twintig jaar expositiepraktijk in De Oude Warande, is nog drie weken te zien (tot 3 oktober 2021).

Museumtijdschrift afgelopen week over STATIONS:
“De installatie (van Navid Nuur (red.)) laat dan ook de kracht zien van Lustwarande, die dit jaar geen overkoepelend thema kent: door gebruik te maken van de natuurlijke omgeving komt het werk van iedere kunstenaar telkens even verrassend, maar treffend tot zijn recht.”

LUSTWARANDE 2021 – STATIONS
STATIONS verwijst naar het moment dat de kunstenaars deelnamen aan Lustwarande in het begin van hun loopbaan, of juist later, op diverse tijdstippen in een spanne van twintig jaar, soms herhaaldelijk – en de huidige fase in hun carrière, nu ze allen midcareer en established zijn. Tegelijk verwijst de titel naar de voor de locatie zo essentiële seizoenswisselingen en naar de staties van het leven, naar het verstrijken van de tijd, naar transformatie en vergankelijkheid, en naar het voor Lustwarande en aanverwante buitenexposities zo belangrijke aspect wandelen. Waar je als wandelaar bij de afzonderlijke beelden, staties op zich, halt houdt, ontvouwen zich nieuwe verhalen, die voelbaar maar niet direct aanwijsbaar onderling verbonden zijn.

STATIONS – 11 e EDITIE LUSTWARANDE
3 juli – 3 oktober 2021
Park De Oude Warande, Tilburg

Good art revolutionizes your whole being. It is something that stops you, or slows you down – Ugo Rondinone

Dit jaar blikt Lustwarande met trots terug op twintig jaar expositiepraktijk in De Oude Warande. Voor STATIONS zijn daarom alleen kunstenaars uitgenodigd die, veelal als jonge talenten, eerder aan Lustwarande hebben deelgenomen. De geselecteerde kunstenaars, twaalf uit een lijst van honderdvijfenzeventig, hebben sinds hun eerdere deelname oeuvres ontwikkeld die inmiddels bepalend zijn voor de internationale sculpturale canon en zijn daarom van groot belang om getoond te worden.

Deelnemende kunstenaars: Monica Bonvicini (IT) – Tom Claassen (NL) – Michel François & Douglas Eynon (BE/GB) – Gereon Krebber (DE) – Mark Manders (NL) – Navid Nuur (IR/NL) – Thomas Rentmeister (DE) – Ugo Rondinone (CH) – Maria Roosen (NL) – Marien Schouten (NL) – Erwin Wurm (AU)

Curator: Chris Driessen, artistiek directeur Lustwarande
LUSTWARANDE
Bezoekadres: Lustwarande – Platform for Contemporary Sculpture, park De Oude
Warande, Bredaseweg 441, Tilburg

NOG 3 WEKEN TE ZIEN: LUSTWARANDE STATIONS

• fleursdumal.nl magazine

More in: - Bookstores, Architecture, Art & Literature News, AUDIO, CINEMA, RADIO & TV, Dutch Landscapes, Exhibition Archive, Fundament - Lustwarande, Performing arts, Sculpture


Clara Doty Bates: Little Red Riding-Hood

Little Red Riding-Hood

If you listen, children, I will tell
The story of little Red Riding-hood:
Such wonderful, wonderful things befell
Her and her grandmother, old and good
(So old she was never very well),
Who lived in a cottage in a wood.

Little Red Riding-hood, every day,
Whatever the weather, shine or storm,
To see her grandmother tripped away,
With a scarlet hood to keep her warm,
And a little mantle, soft and gay,
And a basket of goodies on her arm.

A pat of butter, and cakes of cheese,
Were stored in the napkin, nice and neat;
As she danced along beneath the trees,
As light as a shadow were her feet;
And she hummed such tunes as the bumble-bees
Hum when the clover-tops are sweet.

But an ugly wolf by chance espied
The child, and marked her for his prize.
“What are you carrying there?” he cried;
“Is it some fresh-baked cakes and pies?”
And he walked along close by her side,
And sniffed and rolled his hungry eyes.

“A basket of things for granny, it is,”
She answered brightly, without fear.
“Oh, I know her very well, sweet miss!
Two roads branch towards her cottage here;
You go that way, and I’ll go this.
See which will get there first, my dear!”

He fled to the cottage, swift and sly;
Rapped softly, with a dreadful grin.
“Who’s there?” asked granny. “Only I!”
Piping his voice up high and thin.
“Pull the string, and the latch will fly!”
Old granny said; and he went in.

 

He glared her over from foot to head;
In a second more the thing was done!
He gobbled her up, and merely said,
“She wasn’t a very tender one!”
And then he jumped into the bed,
And put her sack and night-cap on.

And he heard soft footsteps presently,
And then on the door a timid rap;
He knew Red Riding-hood was shy,
So he answered faintly to the tap:
“Pull the string and the latch will fly!”
She did: and granny, in her night-cap,

Lay covered almost up to her nose.
“Oh, granny dear!” she cried, “are you worse?”
“I’m all of a shiver, even to my toes!
Please won’t you be my little nurse,
And snug up tight here under the clothes?”
Red Riding-hood answered, “Yes,” of course.

Her innocent head on the pillow laid,
She spied great pricked-up, hairy ears,
And a fierce great mouth, wide open spread,
And green eyes, filled with wicked leers;
And all of a sudden she grew afraid;
Yet she softly asked, in spite of her fears:

“Oh, granny! what makes your ears so big?”
“To hear you with! to hear you with!”
“Oh, granny! what make your eyes so big?”
“To see you with! to see you with!”
“Oh, granny! what makes your teeth so big?”
“To eat you with! to eat you with!”

And he sprang to swallow her up alive;
But it chanced a woodman from the wood,
Hearing her shriek, rushed, with his knife,
And drenched the wolf in his own blood.
And in that way he saved the life
Of pretty little Red Riding-hood.

Hark, hark
The dogs do bark
Beggars are coming to town;
Some in jags,
Some in rags,
And some in velvet gowns.

Clara Doty Bates
(1838 – 1895)
Little Red Riding-Hood
Versified by Mrs. Clara Doty Bates

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive A-B, Archive A-B, Children's Poetry, Grimm, Andersen e.o.: Fables, Fairy Tales & Stories, Tales of Mystery & Imagination


40ste editie van het Kunstenfestival Watou: ‘Watou 2021’

Elke zomer slaat het Kunstenfestival Watou haar tenten op in het gelijknamige kunstdorpje net voorbij Poperinge, tegen de Franse grens aan.

Dichters en beeldend kunstenaars, aanstormend talent en gevestigde waarden, uit binnen- en uit buitenland zorgen telkens weer voor een wonderlijke ervaring in karaktervolle tentoonstellingsplekken: een verlaten herenhuis, de kelder van een brouwerij, … Een unieke kunstbeleving ontstaat uit het samengaan van beeldende kunst en poëzie in verrassende, karaktervolle ruimtes

De 40ste editie van het Kunstenfestival Watou staat voor beweging, meerstemmigheid, menselijkheid en intensiteit. ‘Watou 2021’ nodigt het publiek uit om te kijken, te lezen, te voelen, te reflecteren en te verbinden. Met de kunst, de poëzie, de natuur en met elkaar. Bezoekers bewegen zich tussen de drie hoeken van het parcours: Watou, het kunstdorp zelf, de Gasthuiskapel in het centrum van Poperinge en de nieuwe locatie, het Kasteel De Lovie, daartussen.

Kunst en poëzie dringen volgens de curatoren altijd meervoudige perspectieven op: “Heel wat vormen en inhoudelijke visies bestaan gelijktijdig en zonder hiërarchie. Er is geen groot gelijk, er is geen waarheid, er is alleen meerstemmigheid en die meerstemmigheid is een rijkdom.”

‘Watou 2021’ presenteert werk van 40 kunstenaars uit binnen- en buitenland, van verschillende generaties en met diverse achtergronden. De focus ligt op creaties, verrassende samenwerkingen en werk dat nooit eerder in Vlaanderen te zien was. De selectie poëzie weerspiegelt eenzelfde meerstemmigheid. Er is werk te lezen én te horen van 40 dichters: van overleden dichters tot gevestigde namen en jonge dichters en debutanten. Een aantal gedichten wordt ingelezen door ondermeer Wannes Cappelle, Zwangere Guy, Charlotte Adigéry en Lander Gyselinck.

Het programma bevat onder andere optredens en performances van Esther Kläs & Gustavo Gomes, Stefan Hertmans, Catharina van Eetvelde en Claron McFadden, IKRAAAN, CHVE / Colin H van Eeckhout, Fulco, Les Âmes Perdues, Marieke Lucas Rijneveld én Wannes Cappelle en Nicolas Callot en Koen Vanmechelen, curator van het experimentele traject Patchwork.

Als de wereld onder onze ogen aan het veranderen is en we nog niet kunnen benoemen wat we zien. Als alles wat we al decennia denken en voor waar aannemen onder druk staat. Als we ons, beroofd van onze zekerheden, onveilig voelen. Als de wereld complex is geworden, dan is er één plek waar al die onzekerheden, al dat geweld, al die onrust, al die complexiteit, en ook al die schoonheid en al dat verlangen samenkomen: de kunst. Daar is het dat we intens leven, tijdens het maken van kunst, het ervaren van kunst, en het herinneren van kunst. ‘Watou 2021’ is een uitnodiging om poëzie en beeldende kunst te ervaren met hersenen, zintuigen en gevoelens. Om vervuld te worden van die complexiteit, van die meerlagigheid.

‘Watou 2021’ vertrekt vanuit de mens zelf. Wat is onze rol en positie in deze wereld? Wat is de impact van de recente transformaties op ons menszijn? Door de aanwas van technologie en artificiële intelligentie, maar ook door de crisis die we meemaken, leunen we niet alleen op onze rationele, maar ook op onze emotionele, spirituele, intuïtieve en biologische intelligentie.

Het vertrouwde werd vervangen door het confronterende en het oncomfortabele. Het daagt ons uit om onze blik open en dynamisch te houden. Met beweging als constante. Naar de ander en het andere.

Kunst en poëzie dringen altijd meervoudige perspectieven op: heel wat vormen en inhoudelijke visies bestaan gelijktijdig en zonder hiërarchie. Er is geen groot gelijk, er is geen waarheid, er is alleen meerstemmigheid en die meerstemmigheid is een rijkdom.

W A T O U  2 0 2 1

Kunstenaars
Arocha & Schraenen – Sarah & Charles – Leyla Aydoslu – Blauwhaus – Melanie Bonajo – Peter Buggenhout – N. Dash – Michael Dean – Lieven De Boeck – Ella de Burca – Anouk De Clercq – Edith Dekyndt – Bram Demunter – Tracey Emin – Bendt Eyckermans – Mekhitar Garabedian – Gijs Van Vaerenbergh – Nadia Guerroui – Esther Kläs – Margaret Lee – Bart Lodewijks & Jan Kempenaers – Ariane Loze – Ives Maes – Mark Manders – Neo Matloga – Vincent Meessen – Lucy Skaer – Socle – Joris Van de Moortel – Catharina Van Eetvelde – Luca Vanello – Johan Van Geluwe – Eva Vermandel – Leon Vranken – Ugo Rondinone – Zhang Yunyao

Dichters
Anellie David – Anna Enquist – Anne Vegter – Armando – Bernke Klein Zandvoort – Cees Nooteboom – Charlotte Van den Broeck – Chris Lomans – Dean Bowen – Dominique De Groen – Erwin Mortier – Estelle Boelsma – Geert Buelens – Gerrit Kouwenaar – Gertrude Starink – Hester Knibbe – J.V. Neylen – Jan Arends – Jan de Roek – Jos De Haes – Lamia Makaddam – Lara Taveirne – Laurine Verweijen – Levina van Winden – M. Vasalis – Marieke Lucas Rijneveld – Mattijs Deraedt – Miriam Van Hee – Nele Buyst – Paul Van Ostaijen Piet Gerbrandy – Poli Roumeliotis – René Van Gijsegem – Roelof ten Napel – Sanne Kabalt – Sasja Janssen – Stefan Hertmans – Thomas Möhlmann – Tonnus Oosterhoff – Yousra Benfquih

M E E R   I N F O R M AT I E
en tickets
www.kunstenfestivalwatou.be

KUNSTENFESTIVAL WATOU
een organisatie van de stad POPERINGE
Grote Markt 1, 8970 Poperinge (BE)
kunstenfestival@poperinge.be

• fleursdumal.nl magazine

More in: #More Poetry Archives, - Book Lovers, AUDIO, CINEMA, RADIO & TV, Bergh, Carl, Gerrit Kouwenaar, Historia Belgica, Literary Events, Marieke Lucas Rijneveld, Paul van Ostaijen, Paul van Ostaijen, Performing arts, Photography, Street Art, STREET POETRY, Street Poetry, Vasalis, M., Watou Kunstenfestival


Clara Doty Bates: Blue Beard

Blue Beard

Once on a time there was a man so hideous and ugly
That little children shrank and tried to hide when he appeared;
His eyes were fierce and prominent, his long hair stiff like bristles,
His stature was enormous, and he wore a long blue beard–
He took his name from that through all the country round about him,–
And whispered tales of dreadful deeds but helped to make him feared.

Yet he was rich, O! very rich; his home was in a castle,
Whose turrets darkened on the sky, so grand and black and bold
That like a thunder-cloud it looked upon the blue horizon.Blue Beard
He had fertile lands and parks and towns
and hunting-grounds and gold,
And tapestries a queen might covet, statues, pictures, jewels,
While his servants numbered hundreds,
and his wines were rare and old.

Now near to this old Blue-beard’s castle lived a lady neighbor,
Who had two daughters, beautiful as lilies on a stem;
And he asked that one of them be given him in marriage–
He did not care which one it was, but left the choice to them.
But, oh, the terror that they felt, their efforts to evade him,
With careless art, with coquetry, with wile and stratagem!

He saw their high young spirits scorned him, yet he meant to conquer.
He planned a visit for them,–or, ’twas rather one long fête;
And to charming guests and lovely feasts, to music and to dancing,
Swung wide upon its hinges grim the gloomy castle gate.
And, sure enough, before a week was ended, blinded, dazzled,
The youngest maiden whispered “yes,” and yielded to her fate.

And so she wedded Blue-beard–like a wise and wily spider
He had lured into his web the wished-for, silly little fly!
And, before the honeymoon was gone, one day he stood beside her,
And with oily words of sorrow, but with evil in his eye,
Said his business for a month or more would call him to a distance,
And he must leave her–sorry to–but then, she must not cry!

He bade her have her friends, as many as she liked, about her,
And handed her a jingling bunch of something, saying, “These
Will open vaults and cellars and the heavy iron boxes
Where all my gold and jewels are, or any door you please.
Go where you like, do what you will, one single thing excepted!”
And here he look a little key from out the bunch of keys.

“This will unlock the closet at the end of the long passage,
But that you must not enter! I forbid it!”–and he frowned.
So she promised that she would not, and he went upon his journey.
And no sooner was he gone than all her merry friends around
Came to visit her, and made the dim old corridors and chambers
With their silken dresses whisper, with laugh and song resound.

Up and down the oaken stairways flitted dainty-footed ladies,
Lighting up the shadowy twilight with the lustre of their bloom;
Like the varied sunlight streaming through an old cathedral window
Went their brightness glancing through the unaccustomed gloom,
But Blue-beard’s wife was restless, and a strong desire possessed her
Through it all to get a single peep at that forbidden room.

And so one day she slipped away from all her guests, unnoted,
Down through the lower passage, till she reached the fatal door,
Put in the key and turned the lock, and gently pushed it open–
But, oh the horrid sight that met her eyes! Upon the floor
There were blood-stains dark and dreadful,
and like dresses in a wardrobe,
There were women hung up by their hair, and dripping in their gore!

Then, at once, upon her mind the unknown fate that had befallen
The other wives of Blue-beard flashed–’twas now no mystery!
She started back as cold as icicles, as white as ashes,
And upon the clammy floor her trembling fingers dropped the key.
She caught it up, she whirled the bolt to, shut the sight behind her,
And like a startled deer at sound of hunter’s gun, fled she!

She reached her room with gasping breath,–behold, another terror!
Upon the key within her hand; she saw a ghastly stain;
She rubbed it with her handkerchief, she washed in soap and water,

She scoured it with sand and stone, but all was done in vain!
For when one side, by dint of work, grew bright, upon the other
(It was bewitched, you know,) came out that ugly spot again!

And then, unlooked-for, who should come
next morning, bright and early,
But old Blue-beard himself who hadn’t been away a week!
He kissed his wife, and, after a brief pause, said, smiling blandly:
“I’d like my keys, my dear.” He saw a tear upon her cheek,
And guessed the truth. She gave him all
but one. He scowled and grumbled:
“I want the key to the small room!”
Poor thing, she could not speak!

He saw at once the stain it bore while she turned pale and paler,
“You’ve been where I forbade you! Now you shall go there to stay!
Prepare yourself to die at once!” he cried. The frightened lady
Could only fall before him pleading: “Give me time to pray!”
Just fifteen minutes by the clock he granted. To her chamber
She fled, but stopped to call her sister Anne by the way.

 

“O, sister Anne, go to the tower and watch!” she cried, “Our brothers
Were coming here to-day, and I have got to die!
Oh, fly, and if you see them, wave a signal! Hasten! hasten!”
And Anne went flying like a bird up to the tower high.
“Oh, Anne, sister Anne, do you see anybody coming?”
Called the praying lady up the tower-stairs with piteous cry.

“Oh Anne, sister Anne, do you see anybody coming?”
“I see the burning sun,” she answered, “and the waving grass!”
Meanwhile old Blue-beard down below was whetting up his cutlass,
And shouting: “Come down quick, or I’ll come after you, my lass!”
“One little minute more to pray, one minute more!” she pleaded–
To hope how slow the minutes are, to dread how swift they pass!

“Oh Anne, sister Anne, do you see anybody coming?”
She answered: “Yes I see a cloud of dust that moves this way.”
“Is it our brothers, Anne?” implored the lady. “No, my sister,
It is a flock of sheep.” Here Blue-beard thundered out: “I say,
Come down or I’ll come after you!” Again the only answer:
“Oh, just one little minute more,–one minute more to pray!”

“Oh, Anne, sister Anne, do you see anybody coming?”
“I see two horsemen riding, but they yet are very far!”
She waved them with her handkerchief; it bade them, “hasten, hasten!”
Then Blue-beard stamped his foot so hard
it made the whole house jar;
And, rushing up to where his wife knelt, swung his glittering cutlass,
As Indians do a tomahawk, and shrieked: “How slow you are!”

Just then, without, was heard the beat of hoofs upon the pavement,
The doors flew back, the marble floors rang to a hurried tread.
Two horsemen, with their swords in hand,
came storming up the stairway,
And with one swoop of their good swords
they cut off Blue-beard’s head!
Down fell his cruel arm, the heavy cutlass falling with it,
And, instead of its old, ugly blue, his beard was bloody red!

Of course, the tyrant dead, his wife had all his vast possessions;
She gave her sister Anne a dower to marry where she would;
The brothers were rewarded with commissions in the army;
And as for Blue-beard’s wife, she did exactly as she should,–
She wore no weeds, she shed no tears; but very shortly after
Married a man as fair to look at as his heart was good.

Clara Doty Bates
(1838 – 1895)
Blue Beard

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive A-B, Archive A-B, Children's Poetry, Grimm, Andersen e.o.: Fables, Fairy Tales & Stories


Tjitske Jansen: Iedereen moet ergens zijn

Het moment dat een kind opeens weet: ik besta. Weinigen weten de taal te vinden om die ervaring op te schrijven; Tjitske Jansen kan dat.

Kraakhelder: ‘Als elfjarige kwam ik op een middag de trap af en wist ik dat ik er was en er niet meer zomaar niet kon zijn. Ik bestond. Daar had ik zelf niet zoveel over te zeggen.’ Zoals uit de titel zowel vervreemding als aanvaarding spreekt, zo is de ‘ik’ even ontredderd als wijs, even verward als begripvol.

Die ‘ik’ is een kind dat zich vragen stelt. Over opgroeien, over haar lichaam, over God, over pleegouders, over de fietsenmaker, over zekerheden van anderen, over de tijd. ‘Ik was bijna tien. Dat was snel gegaan. Ik was dus eigenlijk al bijna twintig, dertig, veertig, vijftig, zestig, zeventig, tachtig.’ Zo dreigend kan het besef van de eindigheid zijn. Zo onontkoombaar kun je dat opschrijven.

Tjitske Jansen (1971) combineert in wat ze schrijft als vanzelf poëzie, proza en theater. Al vanaf haar vroegste bundels, de bestsellers Het moest maar eens gaan sneeuwen en Koerikoeloem, treedt ze veel op en geeft ze met grote inzet les over schrijven, poëzie en performance aan middelbare scholieren. Haar werk werd genomineerd voor De Bronzen Uil en bekroond met de Anna Bijns Prijs

Tjitske Jansen
Iedereen moet ergens zijn
Hardcover
ISBN: 9789021425825
09-03-2021
Prijs: € 18,99

• fleursdumal.nl magazine

More in: #Editors Choice Archiv, - Book News, Archive I-J, Archive I-J, Art & Literature News, Jansen, Tjitske


Wout Waanders wint met bundel ‘Parkplan’ de 34e C. Buddingh’-prijs 2021

Poetry International heeft 11 juni tijdens het Poetry International Festival de C. Buddingh’-prijs 2021 toegekend aan de Nederlandse dichter Wout Waanders, voor zijn poëziedebuut Parkplan, een uitgave van De Harmonie. In toegankelijke verzen komt het leven van alledag aan bod: soms grappig, dan weer keihard.

Per gedicht weet je niet wat je kan verwachten: of het start absurd, en dan gaat het over iets wezenlijks zoals ziek zijn en verdwijnen, of het begint heel serieus over hoe een relatie in de slop zit en wordt uiteindelijk weer licht.

Dit jaar vond de ontknoping van de C. Buddingh’-prijs zowel in de zaal in LantarenVenster in Rotterdam als online plaats.

Ook de dichters Schiavone, René Smeets en Dorien de Wit maakten met hun debuut kans op de prijs.

De jury bestond uit Ellen Deckwitz (voorzitter), Mylo Freeman en Ilke Froyen.

De jury: “Parkplan is een zeer consistente bundel die handelt over de worsteling die het bestaan is, en hoe we daar met onze dagelijkse kleine onderhandelingen toch een kloppend geheel van proberen te maken.” Wout Waanders draait de realiteit een kwartslag, maar net genoeg om er helemaal in mee te gaan. Je stapt naar binnen en alles lijkt volkomen vanzelfsprekend:

Op een onbewaakt ogenblik
was er een meisje in mijn
rabarberlimonade gesprongen.

34e C. Buddingh’-prijs 2021
Voor de 34ste editie van de C. Buddingh’-prijs werden 25 poëziedebuten ingezonden. De jury prees het gemiddeld hoge niveau van de poëzie-eerstelingen. “Er werd intelligent geënjambeerd, de slimme intertekstualiteiten vlogen je om de ogen en aan ieder detail, van titel tot vormgeving, van pagina-opmaak tot kleurstelling, was aandacht besteed”, aldus de jury. “Er was een aantal waaruit niet alleen technisch, maar ook empathisch vernuft sprak. De bereidwilligheid om alleen te willen plezieren, maar ook om een statement in te nemen van wat poëzie vermag. Deze overtuigden door de eigen stem, doordat ze het risico durfden te nemen de lezer voor het hoofd te stoten, buiten de gebaande paden van de dichtkunst te willen gaan.”

Met de jaarlijkse uitreiking van de C. Buddingh’-prijs beoogt Poetry International sinds 1988 meer aandacht te genereren voor de meest talentvolle nieuwe stemmen in de Nederlandstalige poëzie. Voor menig dichter van naam was de C. Buddingh’-prijs de eerste belangrijke trofee die in de wacht werd gesleept. Joke van Leeuwen, Ilja Leonard Pfeijffer en Anna Enquist, of recenter Lieke Marsman, Ellen Deckwitz, Marieke Lucas Rijneveld en Radna Fabias en Roberta Petzoldt wonnen de prijs. In 2020 ging de prijs naar de Vlaamse dichter Jens Meijen.

• Wout Waanders wint 34e C. Buddingh’-prijs 2021
• Parkplan beste poëziedebuut van het jaar
• 25 ingezonden debuutbundels

• fleursdumal.nl magazine

More in: #Modern Poetry Archive, - Book News, Archive A-B, Archive W-X, Awards & Prizes, Buddingh', Cees, Conceptual writing, Marsman, Lieke, Poetry International, Rijneveld, Marieke Lucas


Graa Boomsma: Niemand is waterdicht. De biografie van Bert Schierbeek

Bert Schierbeek (1918-1996), schrijver en dichter, was in de Tweede Wereldoorlog actief in het verzet, waarover hij schreef in zijn debuutroman Terreur tegen terreur (1945).

Hij was niet alleen redacteur en bestuurslid van De Bezige Bij maar ook medeoprichter en bestuurslid van het Fonds voor de Letteren, dat financiële ondersteuning geeft aan schrijvers. Ook maakte Schierbeek zich sterk voor experimentele dichters als Kouwenaar, Campert, Andreus en Vinkenoog. Hij onderhield nauwe contacten met kunstenaars uit andere disciplines: Lucebert, Karel Appel, Johan van der Keuken, Peter Schat en Jef Diederen.

Zijn roman Het boek Ik (1951) is een hoogtepunt in Schierbeeks proza. In een associatief geheel van autobiografie en essay wordt de betekenis van het woord ‘ik’ bespeeld en gezocht. Vanaf de bundel De deur (1972) werd Schierbeek ook als dichter bij een groter publiek bekend. Na die tijd bleef hij voornamelijk poëzie schrijven, steeds op zoek naar naar nieuwe vormen. Een toegenomen soberheid, ook in de typografie, valt in de laatste bundels op. Bijvoorbeeld in De tuinen van Suzhou (1986), waar het rustige tempo van de haiku in doorklinkt.

Schierbeek kreeg belangrijke literaire prijzen zoals de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs (1961), de Vijverberg-prijs (1971), de Herman Gorter-prijs (1978) en de Constantijn Huygens-prijs (1991). Najaar 2004 verschenen bij De Bezige Bij zijn Verzamelde gedichten, bezorgd en ingeleid door Karin Evers.

In 2021, 25 jaar na zijn overlijden, verschijnt zijn biografie Niemand is waterdicht door Graa Boomsma, geflankeerd door een nieuw editie van Het boek Ik. Niemand is waterdicht is de bewogen biografie van een verzetsman, een Vijftiger en een levenslange reiziger.

Net als voor zijn vrienden Remco Campert en Lucebert was de Tweede Wereldoorlog beslissend in het schrijversbestaan van Bert Schierbeek, zoals blijkt uit zijn openhartige oorlogsdagboeken. Na de bevrijding tekende hij met het genre-doorbrekende Het boek Ik protest aan tegen de naoorlogse artistieke behoudzucht en het politiek conservatisme.
Schierbeek werd niet alleen woordvoerder van de Vijftigers maar bezorgde zijn literaire vrienden ook een platform: De Bezige Bij. Voor die uitgeverij is Schierbeek gezichtsbepalend geweest als adviseur en bestuurslid

Zijn veelzijdigheid als schrijver is legendarisch: hij schreef traditioneel proza, essays, toneel, poëzie én veel vernieuwend proza. Schierbeek groeide op bij zijn grootmoeder in het Groningse Beerta en bij zijn vader in het Twentse Boekelo. Begin jaren vijftig ontwikkelde zich een moeizame ménage à trois met zijn vrouw Frieda Koch en de inwonende Lucebert. Het jaar 1970 werd een rampjaar: zijn tweede vrouw Margreetje kwam bij een auto-ongeluk om het leven.

Graa Boomsma (1953) is schrijver en essayist en sinds 1988 literair medewerker van De Groene Amsterdammer. Zijn romans De laatste tyfoon (1992) en Laagland (1999) werden genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en de Libris Literatuur Prijs. In 2017 verscheen bij Van Oorschot zijn veelgeprezen biografie van A. Alberts: Leven op de rand.
In het voorjaar van 2021 kwam vaarwel. achtergelaten gedichten uit, een door Graa Boomsma samengestelde en ingeleide bundel met teruggevonden gedichten en tekeningen van Lucebert. Op 9 juni 2021 verschijnt van de hand van Boomsma Niemand is waterdicht, de biografie van Bert Schierbeek.

Auteur: Graa Boomsma
Niemand is waterdicht
De biografie van Bert Schierbeek
Uitgever: De Bezige Bij
juni 2021
ISBN: 9789403121611
NUR: 320
Gebonden
640 pagina’s
Prijs: € 39,99

• fleursdumal.nl magazine

More in: #Biography Archives, - Book News, - Book Stories, Archive A-B, Archive S-T, Archive S-T, Art & Literature News, Bert Schierbeek


Clara Doty Bates: Cinderella

Cinderella

Poor, pretty little thing she was,
The sweetest-faced of girls,
With eyes as blue as larkspurs,
And a mass of tossing curls;
But her step-mother had for her
Only blows and bitter words,
While she thought her own two ugly crows,
The whitest of all birds.

She was the little household drudge,
And wore a cotton gown,
While the sisters, clad in silk and satin,
Flaunted through the town.
When her work was done, her only place
Was the chimney-corner bench.
For which one called her “Cinderella,”
The other, “Cinder-wench.”

But years went on, and Cinderella
Bloomed like a wild-wood rose,
In spite of all her kitchen-work,
And her common, dingy clothes;
While the two step-sisters, year by year,
Grew scrawnier and plainer;
Two peacocks, with their tails outspread,
Were never any vainer.

One day they got a note, a pink,
Sweet-scented, crested one,
Which was an invitation
To a ball, from the king’s son.
Oh, then poor Cinderella
Had to starch, and iron, and plait,
And run of errands, frill and crimp,
And ruffle, early and late.

And when the ball-night came at last,
She helped to paint their faces,
To lace their satin shoes, and deck
Them up with flowers and laces;
Then watched their coach roll grandly
Out of sight; and, after that,
She sat down by the chimney,
In the cinders, with the cat,

And sobbed as if her heart would break.
Hot tears were on her lashes,
Her little hands got black with soot,
Her feet begrimed with ashes,
When right before her, on the hearth,
She knew not how nor why,
A little odd old woman stood,
And said, “Why do you cry?”

“It is so very lonely here,”
Poor Cinderella said,
And sobbed again. The little odd
Old woman bobbed her head,
And laughed a merry kind of laugh,
And whispered, “Is that all?
Wouldn’t my little Cinderella
Like to go to the ball?

“Run to the garden, then, and fetch
A pumpkin, large and nice;
Go to the pantry shelf, and from
The mouse-traps get the mice;
Rats you will find in the rat-trap;
And, from the watering-pot,
Or from under the big, flat garden stone,
Six lizards must be got.”

Nimble as crickets in the grass
She ran, till it was done,
And then God-mother stretched her wand
And touched them every one.
The pumpkin changed into a coach,
Which glittered as it rolled,
And the mice became six horses,
With harnesses of gold.

One rat a herald was, to blow
A trumpet in advance,
And the first blast that he sounded
Made the horses plunge and prance;
And the lizards were made footmen,
Because they were so spry;
And the old rat-coachman on the box
Wore jeweled livery.

And then on Cinderella’s dress
The magic wand was laid,
And straight the dingy gown became
A glistening gold brocade.
The gems that shone upon her fingers
Nothing could surpass;
And on her dainty little feet
Were slippers made of glass.

“Be sure you get back here, my dear,
At twelve o’clock at night,”
Godmother said, and in a twinkling
She was out of sight.
When Cinderella reached the ball,
And entered at the door,
So beautiful a lady
None had ever seen before.

The Prince his admiration showed
In every word and glance;
He led her out to supper,
And he chose her for the dance;
But she kept in mind the warning
That her Godmother had given,
And left the ball, with all its charm.
At just half after eleven.

Next night there was another ball;
She helped her sisters twain
To pinch their waists, and curl their hair,
And paint their cheeks again.
Then came the fairy Godmother,
And, with her wand, once more
Arrayed her out in greater splendor
Even than before.

The coach and six, with gay outriders,
Bore her through the street,
And a crowd was gathered round to look,
The lady was so sweet,–
So light of heart, and face, and mien,
As happy children are;
And when her foot stepped down,
Her slipper twinkled like a star.

Again the Prince chose only her
For waltz or tete-a-tete;
So swift the minutes flew she did not
Dream it could be late,
But all at once, remembering
What her Godmother had said,
And hearing twelve begin to strike
Upon the clock, she fled.

Swift as a swallow on the wing
She darted, but, alas!
Dropped from one flying foot the tiny
Slipper made of glass;
But she got away, and well it was
She did, for in a trice
Her coach changed to a pumpkin,
And her horses became mice;

And back into the cinder dress
Was changed the gold brocade!
The prince secured the slipper,
And this proclamation made:
That the country should be searched,
And any lady, far or wide,
Who could get the slipper on her foot,
Should straightway be his bride.

So every lady tried it,
With her “Mys!” and “Ahs!” and “Ohs!”
And Cinderella’s sisters pared
Their heels, and pared their toes,–
But all in vain! Nobody’s foot
Was small enough for it,
Till Cinderella tried it,
And it was a perfect fit.

Then the royal heralds hardly
Knew what it was best to do,
When from out her tattered pocket
Forth she drew the other shoe,
While the eyelids on the larkspur eyes
Dropped down a snowy vail,
And the sisters turned from pale to red,
And then from red to pale,

And in hateful anger cried, and stormed,
And scolded, and all that,
And a courtier, without thinking,
Tittered out behind his hat.
For here was all the evidence
The Prince had asked, complete,
Two little slippers made of glass,
Fitting two little feet.

So the Prince, with all his retinue,
Came there to claim his wife;
And he promised he would love her
With devotion all his life.
At the marriage there was splendid
Music, dancing, wedding cake;
And he kept the slipper as a treasure
Ever, for her sake.

Clara Doty Bates
(1838 – 1895)
Cinderella
Versified by Mrs. Clara Doty Bates

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive A-B, Archive A-B, Children's Poetry, CLASSIC POETRY, Grimm, Andersen e.o.: Fables, Fairy Tales & Stories, Tales of Mystery & Imagination


K. Schippers: Nu je het zegt

‘De taal is m’n zuurstof, als ik iets beschrijf, ben ik er.’

Dat denkt K. Schippers terwijl hij in Londen een adres zoekt. Hij vergist zich, loopt in een verkeerd deel van de stad, waar een straat toevallig dezelfde naam heeft. Een ondertitelaarster, een schilder uit Vietnam en andere voorbijgangers proberen hem te helpen zoeken. Komt hij samen met hen in het leven van de taal terecht?

In een wereld vol motto’s en letterspelen leiden ze hem naar iets heel anders dan de gezochte straat. Vlak bij zee, aan de Nederlandse kust, ontdekt hij de bronnen van de taal. Het is alsof ‘de woorden die ons op de laatste paar bladzijden ter wille zijn geweest, niet anders konden dan ons hierheen brengen’. Bij K. Schippers raakt de taal zelf betoverd – met talrijke foto’s en tekeningen als bewijs.

K. Schippers (Amsterdam, 1936) is schrijver, dichter, essayist en kunstcriticus. Hij heeft een omvangrijk oeuvre op zijn naam staan, dat bestaat uit romans, poëzie, essays, verhalen & beschouwingen, en een enkel kinderboek. Al vroeg werd hij bekend door het literaire tijdschrift Barbarber, dat hij in 1958 samen met J. Bernlef en G. Brands oprichtte. Hij introduceerde de readymade als poëzievorm. Van het cultureel tijdschrift Hollands Diep, dat van 1975 tot 1977 bestond, was hij een van de oprichters en eerste redacteuren. Zijn werk is veel gelauwerd. Voor zijn poëzie ontving hij in 1996 de P.C. Hooftprijs. Een jaar later kreeg hij de Pierre Bayle-Prijs voor zijn kunstkritieken. Zijn roman Poeder en wind (1996) werd genomineerd voor de Generale Bank Literatuurprijs; de roman Waar was je nou (2005) werd bekroond met de Libris Literatuur Prijs en groeide uit tot een bestseller. Hij is de schrijver van Buiten beeld, het Poëziegeschenk van de Poëzieweek 2014.

K. Schippers
(Gerard Stigter, 1936)
Uitgeverij: Querido
NUR: 301
Paperback
ISBN: 9789021428420
Publicatiedatum: 03-06-2021
Prijs: € 18,99

• fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Lovers, - Book News, - Book Stories, Archive S-T, Archive S-T, Art & Literature News, Boekenweek, K. Schippers, Schippers, K.


Older Entries »

Thank you for reading FLEURSDUMAL.NL - magazine for art & literature