In this category:

Or see the index

All categories

  1. AUDIO, CINEMA, RADIO & TV
  2. DANCE
  3. DICTIONARY OF IDEAS
  4. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
  5. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, drugs, dead poets
  6. FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
  7. LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence
  8. MONTAIGNE
  9. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
  10. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
  11. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST
  12. MUSIC
  13. PRESS & PUBLISHING
  14. REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS
  15. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
  16. STREET POETRY
  17. THEATRE
  18. TOMBEAU DE LA JEUNESSE – early death: writers, poets & artists who died young
  19. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm & co, fairy tales, art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, ideal women
  20. WAR & PEACE
  21. ·




  1. Subscribe to new material:
    RSS     ATOM

LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence

· Graa Boomsma: Niemand is waterdicht. De biografie van Bert Schierbeek · Clara Doty Bates: Cinderella · K. Schippers: Nu je het zegt · The Sleeping Princess by Clara Doty Bates · PARK platform for visual arts Tilburg: Expositie Ricardo van Eyk · Kae (Kate) Tempest: Announcing On Connection · Jack And Jill by Clara Doty Bates · Gouden Ganzenveerlaureaat 2021: Margot Dijkgraaf · Geen boekenweek, maar wel een week vol boeken (6 t/m 14 maart 2021) · Kim Pattiruhu: ‘M E T A M O R F O S E’ · READ BOOKS BUY LOCAL – support your local bookstore · Rupi Kaur: Home Body (poetry)

»» there is more...

Graa Boomsma: Niemand is waterdicht. De biografie van Bert Schierbeek

Bert Schierbeek (1918-1996), schrijver en dichter, was in de Tweede Wereldoorlog actief in het verzet, waarover hij schreef in zijn debuutroman Terreur tegen terreur (1945).

Hij was niet alleen redacteur en bestuurslid van De Bezige Bij maar ook medeoprichter en bestuurslid van het Fonds voor de Letteren, dat financiële ondersteuning geeft aan schrijvers. Ook maakte Schierbeek zich sterk voor experimentele dichters als Kouwenaar, Campert, Andreus en Vinkenoog. Hij onderhield nauwe contacten met kunstenaars uit andere disciplines: Lucebert, Karel Appel, Johan van der Keuken, Peter Schat en Jef Diederen.

Zijn roman Het boek Ik (1951) is een hoogtepunt in Schierbeeks proza. In een associatief geheel van autobiografie en essay wordt de betekenis van het woord ‘ik’ bespeeld en gezocht. Vanaf de bundel De deur (1972) werd Schierbeek ook als dichter bij een groter publiek bekend. Na die tijd bleef hij voornamelijk poëzie schrijven, steeds op zoek naar naar nieuwe vormen. Een toegenomen soberheid, ook in de typografie, valt in de laatste bundels op. Bijvoorbeeld in De tuinen van Suzhou (1986), waar het rustige tempo van de haiku in doorklinkt.

Schierbeek kreeg belangrijke literaire prijzen zoals de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs (1961), de Vijverberg-prijs (1971), de Herman Gorter-prijs (1978) en de Constantijn Huygens-prijs (1991). Najaar 2004 verschenen bij De Bezige Bij zijn Verzamelde gedichten, bezorgd en ingeleid door Karin Evers.

In 2021, 25 jaar na zijn overlijden, verschijnt zijn biografie Niemand is waterdicht door Graa Boomsma, geflankeerd door een nieuw editie van Het boek Ik. Niemand is waterdicht is de bewogen biografie van een verzetsman, een Vijftiger en een levenslange reiziger.

Net als voor zijn vrienden Remco Campert en Lucebert was de Tweede Wereldoorlog beslissend in het schrijversbestaan van Bert Schierbeek, zoals blijkt uit zijn openhartige oorlogsdagboeken. Na de bevrijding tekende hij met het genre-doorbrekende Het boek Ik protest aan tegen de naoorlogse artistieke behoudzucht en het politiek conservatisme.
Schierbeek werd niet alleen woordvoerder van de Vijftigers maar bezorgde zijn literaire vrienden ook een platform: De Bezige Bij. Voor die uitgeverij is Schierbeek gezichtsbepalend geweest als adviseur en bestuurslid

Zijn veelzijdigheid als schrijver is legendarisch: hij schreef traditioneel proza, essays, toneel, poëzie én veel vernieuwend proza. Schierbeek groeide op bij zijn grootmoeder in het Groningse Beerta en bij zijn vader in het Twentse Boekelo. Begin jaren vijftig ontwikkelde zich een moeizame ménage à trois met zijn vrouw Frieda Koch en de inwonende Lucebert. Het jaar 1970 werd een rampjaar: zijn tweede vrouw Margreetje kwam bij een auto-ongeluk om het leven.

Graa Boomsma (1953) is schrijver en essayist en sinds 1988 literair medewerker van De Groene Amsterdammer. Zijn romans De laatste tyfoon (1992) en Laagland (1999) werden genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en de Libris Literatuur Prijs. In 2017 verscheen bij Van Oorschot zijn veelgeprezen biografie van A. Alberts: Leven op de rand.
In het voorjaar van 2021 kwam vaarwel. achtergelaten gedichten uit, een door Graa Boomsma samengestelde en ingeleide bundel met teruggevonden gedichten en tekeningen van Lucebert. Op 9 juni 2021 verschijnt van de hand van Boomsma Niemand is waterdicht, de biografie van Bert Schierbeek.

Auteur: Graa Boomsma
Niemand is waterdicht
De biografie van Bert Schierbeek
Uitgever: De Bezige Bij
juni 2021
ISBN: 9789403121611
NUR: 320
Gebonden
640 pagina’s
Prijs: € 39,99

• fleursdumal.nl magazine

More in: #Biography Archives, - Book News, - Book Stories, Archive A-B, Archive S-T, Archive S-T, Art & Literature News, Bert Schierbeek


Clara Doty Bates: Cinderella

Cinderella

Poor, pretty little thing she was,
The sweetest-faced of girls,
With eyes as blue as larkspurs,
And a mass of tossing curls;
But her step-mother had for her
Only blows and bitter words,
While she thought her own two ugly crows,
The whitest of all birds.

She was the little household drudge,
And wore a cotton gown,
While the sisters, clad in silk and satin,
Flaunted through the town.
When her work was done, her only place
Was the chimney-corner bench.
For which one called her “Cinderella,”
The other, “Cinder-wench.”

But years went on, and Cinderella
Bloomed like a wild-wood rose,
In spite of all her kitchen-work,
And her common, dingy clothes;
While the two step-sisters, year by year,
Grew scrawnier and plainer;
Two peacocks, with their tails outspread,
Were never any vainer.

One day they got a note, a pink,
Sweet-scented, crested one,
Which was an invitation
To a ball, from the king’s son.
Oh, then poor Cinderella
Had to starch, and iron, and plait,
And run of errands, frill and crimp,
And ruffle, early and late.

And when the ball-night came at last,
She helped to paint their faces,
To lace their satin shoes, and deck
Them up with flowers and laces;
Then watched their coach roll grandly
Out of sight; and, after that,
She sat down by the chimney,
In the cinders, with the cat,

And sobbed as if her heart would break.
Hot tears were on her lashes,
Her little hands got black with soot,
Her feet begrimed with ashes,
When right before her, on the hearth,
She knew not how nor why,
A little odd old woman stood,
And said, “Why do you cry?”

“It is so very lonely here,”
Poor Cinderella said,
And sobbed again. The little odd
Old woman bobbed her head,
And laughed a merry kind of laugh,
And whispered, “Is that all?
Wouldn’t my little Cinderella
Like to go to the ball?

“Run to the garden, then, and fetch
A pumpkin, large and nice;
Go to the pantry shelf, and from
The mouse-traps get the mice;
Rats you will find in the rat-trap;
And, from the watering-pot,
Or from under the big, flat garden stone,
Six lizards must be got.”

Nimble as crickets in the grass
She ran, till it was done,
And then God-mother stretched her wand
And touched them every one.
The pumpkin changed into a coach,
Which glittered as it rolled,
And the mice became six horses,
With harnesses of gold.

One rat a herald was, to blow
A trumpet in advance,
And the first blast that he sounded
Made the horses plunge and prance;
And the lizards were made footmen,
Because they were so spry;
And the old rat-coachman on the box
Wore jeweled livery.

And then on Cinderella’s dress
The magic wand was laid,
And straight the dingy gown became
A glistening gold brocade.
The gems that shone upon her fingers
Nothing could surpass;
And on her dainty little feet
Were slippers made of glass.

“Be sure you get back here, my dear,
At twelve o’clock at night,”
Godmother said, and in a twinkling
She was out of sight.
When Cinderella reached the ball,
And entered at the door,
So beautiful a lady
None had ever seen before.

The Prince his admiration showed
In every word and glance;
He led her out to supper,
And he chose her for the dance;
But she kept in mind the warning
That her Godmother had given,
And left the ball, with all its charm.
At just half after eleven.

Next night there was another ball;
She helped her sisters twain
To pinch their waists, and curl their hair,
And paint their cheeks again.
Then came the fairy Godmother,
And, with her wand, once more
Arrayed her out in greater splendor
Even than before.

The coach and six, with gay outriders,
Bore her through the street,
And a crowd was gathered round to look,
The lady was so sweet,–
So light of heart, and face, and mien,
As happy children are;
And when her foot stepped down,
Her slipper twinkled like a star.

Again the Prince chose only her
For waltz or tete-a-tete;
So swift the minutes flew she did not
Dream it could be late,
But all at once, remembering
What her Godmother had said,
And hearing twelve begin to strike
Upon the clock, she fled.

Swift as a swallow on the wing
She darted, but, alas!
Dropped from one flying foot the tiny
Slipper made of glass;
But she got away, and well it was
She did, for in a trice
Her coach changed to a pumpkin,
And her horses became mice;

And back into the cinder dress
Was changed the gold brocade!
The prince secured the slipper,
And this proclamation made:
That the country should be searched,
And any lady, far or wide,
Who could get the slipper on her foot,
Should straightway be his bride.

So every lady tried it,
With her “Mys!” and “Ahs!” and “Ohs!”
And Cinderella’s sisters pared
Their heels, and pared their toes,–
But all in vain! Nobody’s foot
Was small enough for it,
Till Cinderella tried it,
And it was a perfect fit.

Then the royal heralds hardly
Knew what it was best to do,
When from out her tattered pocket
Forth she drew the other shoe,
While the eyelids on the larkspur eyes
Dropped down a snowy vail,
And the sisters turned from pale to red,
And then from red to pale,

And in hateful anger cried, and stormed,
And scolded, and all that,
And a courtier, without thinking,
Tittered out behind his hat.
For here was all the evidence
The Prince had asked, complete,
Two little slippers made of glass,
Fitting two little feet.

So the Prince, with all his retinue,
Came there to claim his wife;
And he promised he would love her
With devotion all his life.
At the marriage there was splendid
Music, dancing, wedding cake;
And he kept the slipper as a treasure
Ever, for her sake.

Clara Doty Bates
(1838 – 1895)
Cinderella
Versified by Mrs. Clara Doty Bates

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive A-B, Archive A-B, Children's Poetry, CLASSIC POETRY, Grimm, Andersen e.o.: Fables, Fairy Tales & Stories, Tales of Mystery & Imagination


K. Schippers: Nu je het zegt

‘De taal is m’n zuurstof, als ik iets beschrijf, ben ik er.’

Dat denkt K. Schippers terwijl hij in Londen een adres zoekt. Hij vergist zich, loopt in een verkeerd deel van de stad, waar een straat toevallig dezelfde naam heeft. Een ondertitelaarster, een schilder uit Vietnam en andere voorbijgangers proberen hem te helpen zoeken. Komt hij samen met hen in het leven van de taal terecht?

In een wereld vol motto’s en letterspelen leiden ze hem naar iets heel anders dan de gezochte straat. Vlak bij zee, aan de Nederlandse kust, ontdekt hij de bronnen van de taal. Het is alsof ‘de woorden die ons op de laatste paar bladzijden ter wille zijn geweest, niet anders konden dan ons hierheen brengen’. Bij K. Schippers raakt de taal zelf betoverd – met talrijke foto’s en tekeningen als bewijs.

K. Schippers (Amsterdam, 1936) is schrijver, dichter, essayist en kunstcriticus. Hij heeft een omvangrijk oeuvre op zijn naam staan, dat bestaat uit romans, poëzie, essays, verhalen & beschouwingen, en een enkel kinderboek. Al vroeg werd hij bekend door het literaire tijdschrift Barbarber, dat hij in 1958 samen met J. Bernlef en G. Brands oprichtte. Hij introduceerde de readymade als poëzievorm. Van het cultureel tijdschrift Hollands Diep, dat van 1975 tot 1977 bestond, was hij een van de oprichters en eerste redacteuren. Zijn werk is veel gelauwerd. Voor zijn poëzie ontving hij in 1996 de P.C. Hooftprijs. Een jaar later kreeg hij de Pierre Bayle-Prijs voor zijn kunstkritieken. Zijn roman Poeder en wind (1996) werd genomineerd voor de Generale Bank Literatuurprijs; de roman Waar was je nou (2005) werd bekroond met de Libris Literatuur Prijs en groeide uit tot een bestseller. Hij is de schrijver van Buiten beeld, het Poëziegeschenk van de Poëzieweek 2014.

K. Schippers
(Gerard Stigter, 1936)
Uitgeverij: Querido
NUR: 301
Paperback
ISBN: 9789021428420
Publicatiedatum: 03-06-2021
Prijs: € 18,99

• fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Lovers, - Book News, - Book Stories, Archive S-T, Archive S-T, Art & Literature News, Boekenweek, K. Schippers, Schippers, K.


The Sleeping Princess by Clara Doty Bates

The Sleeping Princess

The ringing bells and the booming cannon
Proclaimed on a summer morn
That in the good king’s royal palace
A Princess had been born.

The towers flung out their brightest banners,
The ships their streamers gay,
And every one, from lord to peasant,
Made joyful holiday.

Great plans for feasting and merry-making
Were made by the happy king;
And, to bring good fortune, seven fairies
Were bid to the christening.

And for them the king had seven dishes
Made out of the best red gold,
Set thickly round on the sides and covers
With jewels of price untold.

When the day of the christening came, the bugles
Blew forth their shrillest notes;
Drums throbbed, and endless lines of soldiers
Filed past in scarlet coats.

And the fairies were there the king had bidden,
Bearing their gifts of good–
But right in the midst a strange old woman
Surly and scowling stood.

They knew her to be the old, old fairy,
All nose and eyes and ears,
Who had not peeped, till now, from her dungeon
For more than fifty years.

Angry she was to have been forgotten
Where others were guests, and to find
That neither a seat nor a dish at the banquet
To her had been assigned.

Now came the hour for the gift-bestowing;
And the fairy first in place
Touched with her wand the child and gave her
“Beauty of form and face!”

Fairy the second bade, “Be witty!”
The third said, “Never fail!”
The fourth, “Dance well!” and the fifth, “O Princess,
Sing like the nightingale!”

The sixth gave, “Joy in the heart forever!”
But before the seventh could speak,
The crooked, black old Dame came forward,
And, tapping the baby’s cheek,

“You shall prick your finger upon a spindle,
And die of it!” she cried.
All trembling were the lords and ladies,
And the king and queen beside.

But the seventh fairy interrupted,
“Do not tremble nor weep!
That cruel curse I can change and soften,
And instead of death give sleep!

“But the sleep, though I do my best and kindest,
Must last for an hundred years!”
On the king’s stern face was a dreadful pallor,
In the eyes of the queen were tears.

“Yet after the hundred years are vanished,”–
The fairy added beside,–
“A Prince of a noble line shall find her,
And take her for his bride.”

But the king, with a hope to change the future,
Proclaimed this law to be:
That, if in all the land there was kept one spindle,
Sure death was the penalty.

The Princess grew, from her very cradle
Lovely and witty and good;
And at last, in the course of years, had blossomed
Into full sweet maidenhood.

And one day, in her father’s summer palace,
As blithe as the very air,
She climbed to the top of the highest turret,
Over an old worn stair

And there in the dusky cobwebbed garret,
Where dimly the daylight shone,
A little, doleful, hunch-backed woman
Sat spinning all alone.

“O Goody,” she cried, “what are you doing?”
“Why, spinning, you little dunce!”
The Princess laughed: “‘Tis so very funny,
Pray let me try it once!”

With a careless touch, from the hand of Goody
She caught the half-spun thread,
And the fatal spindle pricked her finger!
Down fell she as if dead!

And Goody shrieking, the frightened courtiers
Climbed up the old worn stair
Only to find, in heavy slumber,
The Princess lying there.

They bore her down to a lofty chamber,
They robed her in her best,
And on a couch of gold and purple
They laid her for her rest,

The roses upon her cheek still blooming,
And the red still on her lips,
While the lids of her eyes, like night-shut lilies,
Were closed in white eclipse.

Then the fairy who strove her fate to alter
From the dismal doom of death,
Now that the vital hour impended,
Came hurrying in a breath.

And then about the slumbering palace
The fairy made up-spring
A wood so heavy and dense that never
Could enter a living thing.

And there for a century the Princess
Lay in a trance so deep
That neither the roar of winds nor thunder
Could rouse her from her sleep.

Then at last one day, past the long-enchanted
Old wood, rode a new king’s son,
Who, catching a glimpse of a royal turret
Above the forest dun

Felt in his heart a strange wish for exploring
The thorny and briery place,
And, lo, a path through the deepest thicket
Opened before his face!

On, on he went, till he spied a terrace,
And further a sleeping guard,
And rows of soldiers upon their carbines
Leaning, and snoring hard.

Up the broad steps! The doors swung backward!
The wide halls heard no tread!
But a lofty chamber, opening, showed him
A gold and purple bed.

And there in her beauty, warm and glowing,
The enchanted Princess lay!
While only a word from his lips was needed
To drive her sleep away.

He spoke the word, and the spell was scattered,
The enchantment broken through!
The lady woke. “Dear Prince,” she murmured,
“How long I have waited for you!”

Then at once the whole great slumbering palace
Was wakened and all astir;
Yet the Prince, in joy at the Sleeping Beauty,
Could only look at her.

She was the bride who for years an hundred
Had waited for him to come,
And now that the hour was here to claim her,
Should eyes or tongue be dumb?

The Princess blushed at his royal wooing,
Bowed “yes” with her lovely head,
And the chaplain, yawning, but very lively,
Came in and they were wed!

But about the dress of the happy Princess,
I have my woman’s fears–
It must have grown somewhat old-fashioned
In the course of so many years!

Clara Doty Bates
(1838 – 1895)
The Sleeping Princess
Versified by Mrs. Clara Doty Bates

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive A-B, Archive A-B, Children's Poetry, CLASSIC POETRY, Grimm, Andersen e.o.: Fables, Fairy Tales & Stories, Tales of Mystery & Imagination


PARK platform for visual arts Tilburg: Expositie Ricardo van Eyk

Expositie Ricardo van Eyk
van 22.04 – 13.06 /2021

CIVIL wordt een ruimtevullende totaalinstallatie van Ricardo van Eyk bestaande uit nieuw werk, grotendeels geproduceerd tijdens een werkperiode van bijna 4 weken in PARK; de tentoonstelling wordt hoofdzakelijk ter plekke ontwikkeld.

‘Hoewel mijn werk zich vooral binnen de schilderkunst begeeft, laten de fascinaties waaruit ik werk zich niet uitsluitend uitdrukken in het tweedimensionale. (…) In al mijn presentaties ben ik op zoek naar de dialoog tussen het werk en de ruimte; het beïnvloedt de keuze en plaatsing van voltooide werken; of verdergaande ruimtelijke ingrepen met wanden of vloerdelen worden vooraf ontworpen. Door langer ter plekke te kunnen werken, wil ik de ruimte toestaan een veel directere invloed op het proces te hebben, en daarmee de reguliere functie van de ruimte als achtergrond voor het ‘werk’ te verstoren.’

Het statige Tilburgse Wilhelminapark en omringende gebouwen, maar ook museum De Pont en het TextielMuseum vlakbij, zijn een herinnering aan de succesvolle textielindustrie in de 19e en begin 20e eeuw. De titel CIVIL benadrukt van deze omgeving twee interessante gegevens: enerzijds de civiele techniek, grote bouwprojecten in de vorm van de twee voormalige textielfabrieken; anderzijds burgerschap en hoe dit deel van de stad zich hier op inricht, bijvoorbeeld infrastructuur of parken zoals het Wilhelminapark.’

expositie Ricardo van Eyk
22.04 – 13.06 / 2021

Info/tijdslot reserveren enz. via website: PARK platform for visual arts

PARK
Wilhelminapark 53,
5041 ED Tilburg
park(at)park013.nl
Twitter.com/ParkTilburg
Facebook.com/Park013
https://www.instagram.com/park_tilburg/
PARK ligt op 10 minuten loopafstand van het Centraal Station Tilburg in de nabijheid van Museum De Pont. Er is beperkt parkeergelegenheid voor de deur.

PARK is een kunstinitiatief opgericht in 2013 door Rob Moonen in samenwerking met een zestal andere Tilburgse kunstenaars. Op dit moment bestaat de PARK werkgroep uit Linda Arts, René Korten, Rob Moonen en Liza Voetman.

PARK ziet de noodzaak van een middenpodium dat zich positioneert tussen Kunstpodium T en Museum De Pont en zet zich daarvoor in door een tentoonstellingsprogramma in de voormalige Goretti-kapel aan het Wilhelminapark te Tilburg te realiseren.

PARK richt zich op actuele ontwikkelingen binnen de hedendaagse kunst én op kunstenaars met gedegen ervaring en bewezen kwaliteit. Er wordt plek geboden aan regionale collega’s maar ook aan landelijk of internationaal opererende kunstenaars, juist om een positieve bijdrage aan de discussie over actuele kunst tot stand te brengen. De werkgroep ambieert het podium van belang te laten zijn op landelijk niveau, maar bij elk project wordt met nadruk gezocht naar een inhoudelijke koppeling met de stad. De werkgroep is er van overtuigd dat samenwerking met andere partijen de zichtbaarheid en functionaliteit van de plek zal versterken, maar ook dat de plek een waardevolle stimulans voor de beeldende kunst in de stad en de regio zal kunnen zijn.

PARK wil een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een gunstig productie- en vestigingsklimaat voor beeldend kunstenaars uit de regio door deze in contact te brengen met een nationaal en internationaal netwerk.

Per jaar worden er vier a vijf projecten en een zomerresidentie gerealiseerd met waar mogelijk een bijpassend raamprogramma in de vorm van lezingen, kunstenaarsgesprekken, muziek en film.

fleursdumal.nl magazine

More in: Art & Literature News, Art Criticism, Exhibition Archive, Linda Arts, Park


Kae (Kate) Tempest: Announcing On Connection

This is a meditation on the power of creative connection. Drawing on twenty years’ experience as a writer and performer, Kae Tempest explores how and why creativity – however we choose to practise it – can cultivate greater self-awareness and help us establish a deeper relationship between ourselves and the world. Honest, tender and written with piercing clarity, On Connection is a call to arms that speaks to a universal yet intimate truth.

On Connection will be the first work published under their new name and pronouns. Kate to Kae. She/Her to They/Them. Pronounced like the letter ‘K’. For more information visit kaetempest.co.uk.

Kae Tempest is an award-winning, Sunday Times-bestselling author, poet and recording artist. Tempest won the 2013 Ted Hughes Award, was nominated for a Costa Book Award and a BRIT Award, has been shortlisted for the Mercury Prize twice and was nominated for two Ivor Novello Awards. They were also named a Next Generation Poet by the Poetry Book Society, a decennial accolade. They released their fourth studio album, The Book of Traps and Lessons, in 2019, produced by Rick Rubin. Tempest grew up in South-East London, where they still live. @kaetempest

Letter from Kae/Kate Tempest to the readers:
I’ve been struggling to accept myself as I am for a long time. I have tried to be what I thought others wanted me to be so as not to risk rejection. This hiding from myself has led to all kinds of difficulties in my life. And this is a first step towards knowing and respecting myself better. I’ve loved Kate. But I am beginning a process and I hope you’ll come with me … [Kae is] an old English word that means jay bird. Jays are associated with communication, curiosity, adaptation to new situations and COURAGE which is the name of the game at the moment. It can also mean jackdaw which is the bird that symbolises death and rebirth. Ovid said the jackdaw brought the rain. Which I love. It has its roots in the Latin word for rejoice, be glad and take pleasure. And I hope to live more that way each day … This is a time of great reckoning. Privately, locally, globally. For me, the question is no longer ‘when will this change’ but ‘how far am I willing to go to meet the changes and bring them about in myself.’ I want to live with integrity. And this is a step towards that. Sending LOVE always.
Instagram 06-08-2020

On Connection
by Kae Tempest (Author)
Hardcover
144 pages
ISBN-10 : 0571354025
ISBN-13 : 978-0571354023
Product Dimensions : 11.1 x 1 x 17.8 cm
Publisher : Faber & Faber
Language: : English
Main Edition (2020)
Price £9.99

• fleursdumal.nl magazine

More in: #Archive A-Z Sound Poetry, Archive S-T, Archive S-T, Art & Literature News, Kate/Kae Tempest, Tempest, Kate/Kae


Jack And Jill by Clara Doty Bates

Jack And Jill

Little boys, sit still–
Girls, too, if you will–
And let me tell you of Jack and Jill;
For I think another
Such sister and brother
Were never the children of one mother!

For an idle lad,
As he was, Jack had
No traits, after all, that were very bad.
He, was simply Jack,
With the coat on his back
Patched up in all colors from gray to black.

Both feet were bare;
And I do declare
That he never washed his face; and his hair
Was the color of straw–
You never saw
Such a crop–as long as the moral law!

When he went to school,
It was the rule
(Though ’twas hard to say he was really a fool)
To send him at once,
So thick was his sconce,
To the block that was kept for the greatest dunce.

And Jill! no lass
Scarce ever has
Made bigger tracks on the country grass;
For her only fun
Was to romp and run,
Bare-headed, bare-footed, in wind and sun.

Wherever went Jack,
Close on his track,
With hair unbraided and down her back,
Loud-voiced and shrill,
She followed, until
No one said “Jack” without saying “Jill.”

But to succeed
In teaching to read
Such a harum-scarum, was work indeed!
And I’m forced to tell
That her way to spell
Her name was with only a single ‘l.’

Yet they were content.
One day they were sent
To the hill for water, and they went.
They did not drown,
But Jack fell down,
With a pail in his hand, and broke his crown!

And Jill, who must go
And always do
Exactly as Jack did, tumbled too!
Just think, if you will,
How they rolled down hill–
Straw-headed Jack and bare-footed Jill!

But up Jack got,
And home did trot,
Nor cared whether Jill was hurt or not;
While his poor bruised knob
Did burn and throb,
Tear falling on tear, sob following sob!

He could run the faster,
So a paper plaster
Had bound up the sight of his disaster
Before Jill came;
And the thoughtful dame,
For a break in her head, had fixed the same.

But Jill came in,
With a saucy grin
At seeing the plight poor Jack was in;
And when she saw
That bundle of straw
(His hair) bound up with a cloth, and his jaw

Tied up in white,
The comical sight
Made her clap her hands and laugh outright!
The dame, perplexed
And dreadfully vexed,
Got a stick and said, “I’ll whip her next!”

How many blows fell
I will not tell,
But she did it in earnest, she did it well,
Till the naughty back
Was blue and black,
And Jill needed a plaster as much as Jack!

The next time, though,
Jack has to go
To the hill for water, I almost know
That bothering Jill
Will go up the hill,
And if he falls again, why, of course she will!

Clara Doty Bates
(1838 – 1895)
Jack And Jill
Versified by Mrs. Clara Doty Bates

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive A-B, Archive A-B, Children's Poetry, CLASSIC POETRY, Grimm, Andersen e.o.: Fables, Fairy Tales & Stories, Tales of Mystery & Imagination


Gouden Ganzenveerlaureaat 2021: Margot Dijkgraaf

De Academie De Gouden Ganzenveer kent de Gouden Ganzenveer 2021 toe aan literatuurcriticus en auteur Margot Dijkgraaf. Jet Bussemaker maakte de laureaat bekend in het programma De Taalstaat op NPO Radio 1.

De Academie De Gouden Ganzenveer eert Margot Dijkgraaf vanwege haar grote rol als een sensibele en erudiete ‘ambassadeur van de letteren’, die verankerd is in Nederland, maar haar blik naar buiten richt. Zij brengt Nederlandstalige auteurs in Frankrijk en in andere Europese landen onder de aandacht en Franstalige – en daarmee ook Arabische en Afrikaanse – literatuur in Nederland. Met haar niet aflatende enthousiasme en ijver voor het ontsluiten van Europese literatuur – bijvoorbeeld blijkend uit haar initiatief voor de Europese Literatuurprijs – maakt ze belangrijke, maar minder bekende auteurs uit andere dan het Angelsaksische taalgebied toegankelijk voor een breed publiek.

De prijsuitreiking vindt plaats op maandag 20 september a.s. in Amsterdam. Een weerslag van deze bijeenkomst wordt vastgelegd in een speciale uitgave, die aan het eind van het jaar zal verschijnen. De Academie, een initiatief van het bestuur van stichting De Gouden Ganzenveer, kent jaarlijks deze culturele prijs toe. De leden zijn afkomstig uit de wereld van cultuur, wetenschap, politiek en het bedrijfsleven. Met deze onderscheiding wil de Academie het geschreven en gedrukte woord in het Nederlands taalgebied onder de aandacht brengen.

Voorgaande laureaten zijn Abdelkader Benali, Ian Buruma, Antjie Krog, Arnon Grunberg, Xandra Schutte, Geert Mak, David Van Reybrouck, Ramsey Nasr, Annejet van der Zijl, Remco Campert, Joke van Leeuwen, Adriaan van Dis, Joost Zwagerman, Tom Lanoye, Peter van Straaten, Maria Goos, Kees van Kooten, Jan Blokker en Michaël Zeeman.

Margot Dijkgraaf (1960) is literatuurcriticus, schrijver, interviewer en curator en schrijft al zo’n dertig jaar over literatuur, voornamelijk voor NRC. Ze publiceerde boeken over Franse en Europese letteren, over Hella S. Haasse en Cees Nooteboom. Haar recentste boek is Met Parijse pen. Literaire omzwervingen (met fotograaf Bart Koetsier, Boom, 2020). Met een scala aan partners in de internationale boekenwereld organiseert ze in binnen- en buitenland literaire activiteiten.  Recent was ze intendant van de campagne Les Phares du Nord van het Nederlands Letterenfonds en de Nederlandse ambassade in Parijs, waarbij Nederlandstalige literatuur eregast was op grote Franse festivals. Binnenkort staat die centraal op het festival Le livre sur les quais in Morges, Zwitserland. Dijkgraaf is de initiatiefnemer van de Europese Literatuurprijs en co-organiseert jaarlijks de European Literature Night en de State of the European Literature, in samenwerking met EUNIC en de UvA/geesteswetenschappen. Ze was onder andere directeur van het Centre Français du livre bij Maison  Descartes, van Academisch-cultureel Centrum SPUI25 en vervult advies-, jury- en bestuursfuncties in het culturele veld. Momenteel werkt ze aan een boek dat de voorlopige titel heeft In de voetsporen van mijn grootvader (Atlas Contact).

De Gouden Ganzenveer
De prijs wordt – zo mogelijk jaarlijks – toegekend aan een persoon of instituut vanwege zijn of haar grote betekenis voor het geschreven en gedrukte woord in de Nederlandse taal. Het bestuur van de stichting heeft de selectie van de kandidaten en de besluitvorming over de laureaat in handen gegeven van Academie De Gouden Ganzenveer. De Academieleden zijn afkomstig uit de wereld van cultuur, politiek, wetenschap en bedrijfsleven.

Ieder van hen heeft blijkt gegeven van betrokkenheid bij de Nederlandstalige cultuur; zij zijn op persoonlijke titel gevraagd. Eenmaal per jaar komen de leden bijeen om een besluit te nemen over de nieuwe laureaat. Deze besloten Academievergadering wordt gehouden in Museum Meermanno | Huis van het Boek, te ’s-Gravenhage. De toekenning wordt in januari via de media bekendgemaakt waarna in april de feestelijke uitreiking van de Gouden Ganzenveer in Amsterdam volgt. De prijs bestaat uit een ganzenveer van goud en een jaar buitengewoon lidmaatschap van de Academie. In de loop van het jaar verschijnt een speciale uitgave die de verdiensten van de laureaat boekstaaft.

In 1955, bij het vijfenzeventigjarig bestaan van de Koninklijke Nederlandse Uitgeversbond, werd de Gouden Ganzenveer voor het eerst toegekend. De eerste laureaat was de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Met de prijs willen uitgevers – zo mogelijk jaarlijks – een persoon of instituut lauweren vanwege zijn of haar grote betekenis voor het geschreven en gedrukte woord in de Nederlandse taal. In totaal is de prijs 34 keer uitgereikt. In 2000, na het samengaan van de Koninklijke Nederlandse Uitgeversbond, de Nederlandse Organisatie van Tijdschrift-Uitgevers en de Vereniging De Nederlandse Dagbladpers in het nieuwe Nederlandse Uitgeversverbond (NUV), werd de culturele prijs ondergebracht in een aparte stichting.

Op maandag 20 september a.s. ontvangt Margot Dijkgraaf de Gouden Ganzenveer 2021.

Uitgebreide informatie is te vinden op www.goudenganzenveer.nl
Foto: ©Cyril Marcilhacy

• fleursdumal.nl magazine

More in: #Editors Choice Archiv, - Book News, - Book Stories, Archive C-D, Archive C-D, Art & Literature News, Awards & Prizes, FDM in Paris, Margot Dijkgraaf, TRANSLATION ARCHIVE


Geen boekenweek, maar wel een week vol boeken (6 t/m 14 maart 2021)

More in: - Book Lovers, - Book News, - Bookstores, AUDIO, CINEMA, RADIO & TV, Boekenweek


Kim Pattiruhu: ‘M E T A M O R F O S E’

Experimentele fotografie in de raamtentoonstellingen aan de Stedekestraat. Kim Pattiruhu vertoont veelal nieuw werk. Vanaf vrijdagavond 15 januari 2021, dag en nacht geopend. Ondanks de zoveelste lockdown kunt u ons nog steeds bezoeken. Reserveren niet nodig, mondkapje evenmin. De expositie duurt tot en met zondag 14 maart 2021. Komt dat zien!

“Het werk van Kim Pattiruhu kenmerkt zich,” volgens Joris van Laak, “door haar, ogenschijnlijk eenvoudige, blik op de imperfecties van onze wereld. Deze fascinatie voor de rauwe dingen des levens geven de toeschouwer een inkijkje in een wereld waar niets is wat het in eerste instantie lijkt. Daar waar de waarneming meerdere invalshoeken biedt. Werelden van contrastrijk verval waarin de mens en de natuur centraal staan. Maar dan net even anders.”

Kim Pattiruhu (Tilburg, 1982) volgde fotografie aan de kunstakademie St. Joost in Breda en stelt als onderzoekend fotograaf levensvragen vanuit een diepgewortelde drang om het leven en al zijn rauwe randjes te begrijpen. “Met veel gevoel voor detail zoek ik het verhaal van het onooglijke en onaanzienzienlijke, van de schoonheid van het alledaagse. Fotografie is mijn middel om een wereld die voor de gehaaste hedendaagse mens normaal verborgen blijft in beeld te brengen.” Daarbij schuwt zij het niet nieuwe technieken toe te passen en onalledaagse materialen als ondergrond voor haar fotografisch werk te gebruiken.

‘Metamorfose’
tentoonstelling Kim Pattiruhu

15 januari t/m 14 maart 2021
dagelijks, dag en nacht, toegang vrij

‘Metropolitan Museum | Tilburg’
Stedekestraat 15, 5041DM Tilburg

productie: Dorith van der Lee
telefoon: 013 5358041 / 06 20325030
email: post@metropolitanmuseum.nl
website: www.metropolitanmuseum.nl

Kim Pattiruhu: www.kimpattiruhu.nl
foto ‘Plain Palermo’ © Kim Pattiruhu

#Kim Pattiruhu
Experimentele fotografie
•fleursdumal.nl magazine

More in: Art & Literature News, Exhibition Archive, Metropolitan Museum Tilburg, Photography, Theater van de Verloren Tijd


READ BOOKS BUY LOCAL – support your local bookstore

More in: - Book Lovers, - Book News, - Book Stories, - Bookstores, Art & Literature News, PRESS & PUBLISHING, The Art of Reading


Rupi Kaur: Home Body (poetry)

From the Number One Sunday Times bestselling author of milk and honey and the sun and her flowers comes her greatly anticipated third collection of poetry.

 

Rupi Kaur constantly embraces growth, and in home body, she walks readers through a reflective and intimate journey visiting the past, the present and the potential of the self. home body is a collection of raw, honest conversations with oneself – reminding readers to fill up on love, acceptance, community, family, and embrace change. illustrated by the author, themes of nature and nurture, light and dark, rest here.

 

 

i dive into the well of my body
and end up in another world
everything i need
already exists in me
there’s no need
to look anywhere else

– home

rupi kaur is a poet. artist. and performer. as a 21-year-old university student rupi wrote. illustrated. and self-published her first poetry collection milk and honey. next came its artistic sibling the sun and her flowers. these collections have sold over 8 million copies and have been translated into over 40 languages. home body is her third collection of poetry. rupi’s work touches on love. loss. trauma. healing. femininity. and migration. she feels most at home when creating art or performing her poetry onstage.

Rupi Kaur
Home Body
Paperback
ISBN : 9781471196720
Publisher: Simon & Schuster UK
November 17, 2020
English Poetry
$13.59

# new poetry
Rupi Kaur
Home Body

• fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, Archive K-L, Archive K-L, Art & Literature News, Kaur, Rupi


Older Entries »

Thank you for reading FLEURSDUMAL.NL - magazine for art & literature