Or see the index

Surakarta
Rijstkorrels in een boerenvuist.
Dessa’s samenklonterend van vruchtbaarheid
tot een hofstad van broeiende intriges.
Zo ontkiemde Kartasura in machtig Mataram.
Beraamd door VOC en regenten viel het rijk uit-
een. Beide buursteden verzonken in naijver
om de zuiverste klank, het heldhaftigste spel,
de willigste wending van lenige lendenen.
Ervaren vingers brachten met was de strijd
van hertogen, schoonzonen en demonen,
de cirkelgang van kiem tot oogst tot kiem terug
tot broeiende patronen voor op elke huid.
In deze erfenis van kratongoud, schroeibruine
batiks en vergoten communistisch bloed
gloeit de ziel van Solo tot lang na ons na.
Albert Hagenaars
Surakarta
Uit: Javaanse Suite
Surabaya
Lippenzoete naam, riviermonding krioelend
van gevaar, muterend tot mythe van ontstaan:
de krokodil overwon de witte haai.
Vissers, boeren en horigen vormden de vuist
van Majapahit die de Mongolen plette
en die die ene laatste meidag in ieders ziel sloeg.
Sunan Ampel verjoeg alle volgers van bijgeloof,
zijn drukbezochte graf in de Arabische buurt
zindert na eeuwen onverminderd als een batterij.
En hier ook, na misverstand na misverstand,
verloor brigadier Aubertin Mallaby, brandend
in zijn Cadillac bij de Rode Brug, zijn enige vin.
Prauwen werden containerschepen,
paalhutten wolkenkrabbers; wat blijft is de walm
van vis, het askleurige water van de Mas,
en het besef van niet aflatende strijd om eer.
Albert Hagenaars
Surabaya
Uit: Javaanse Suite
Albert Hagenaars: Javaanse Suite II
De bundel Ramkoers – Gedichten 1979-2026 waar
Javaanse Suite deel van uitmaakt, verschijnt dit najaar.
•fleursdumal.nl magazine
More in: - Book News, - Bookstores, Albert Hagenaars, Archive G-H, Archive G-H, Hagenaars, Albert

Banten
Als stapelplaats van zwarte peper
het brandpunt van machtige handelsstromen,
onontwarbare rivaliteit. En strijd.
Te diep was de eerste Hollandsche stap, gezet
door opperkoopman Cornelis de Houtman,
nog even in het bezit van zijn hoofd.
In de slagschaduw van Batavia
en later Merak verdween de welvaart,
veegde historie de horizon leeg.
De haven verwerd tot een slijkerige kreek
met hier en daar een rottende prauw
en kasteel Speelwijck binnen verzakte
en verstuivende muren tot een trapveld
waar een geit nog aan kale struiken knaagt.
Albert Hagenaars
Banten
Uit: Javaanse Suite
Bandung
Zoals dat gaat; verwarrende beelden,
misverstanden en leugens stijgen op
uit ontstaansverhalen van ook deze stad.
De Groote Dwangweg uit Batavia verhief
de al hooggelegen nederzetting
met kantoren, hotels en blanke paleizen.
Zingend en gongbonzend brachten priesters
de heilige kronieken van Krapyak over
naar de grond rond de heilige bronnen.
Haast hoofdstad geworden, liet dit trotse
Parijs van Java zich niet kennen,
In Savoy Homann en sociëteit Concordia
“verboden voor honden en inlanders”
schitterde de beau monde op recepties
en feesten onder te grote kroonluchters.
Geruchten werden echter waar, sieraden
en baljurken raakten verpand, dames en heren
verdwenen in internering, en vaak voorgoed.
In dezelfde zaal van nu het Vrijheidsgebouw
ontsloot Conferentie Asian-Afrika de stad
op een wereld met soortgelijke belangen, hoop.
Kampongs groeiden door, beerputten dicht.
Als toen: schandalen doorstaan elke zuivering.
Albert Hagenaars
Bandung
Uit: Javaanse Suite
Albert Hagenaars: Javaanse Suite I
De bundel Ramkoers – Gedichten 1979-2026 waar
Javaanse Suite deel van uitmaakt verschijnt dit najaar.
•fleursdumal.nl magazine
More in: - Book News, Albert Hagenaars, Archive G-H, Archive G-H, Hagenaars, Albert

Y A R N
solotentoonstelling Monika Grzymala in PARK Tilburg
05.09 – 18.10 2026
Monika Grzymala (1970) is een beeldend kunstenaar woonachtig in Berlijn. Haar praktijk omvat sculpturen, ruimtelijke tekeningen en installaties. Ze heeft vooral bekendheid verworven met haar locatiegebonden interventies. Grzymala’s veelzijdige oeuvre omvat een breed scala aan media – van plakband en sculpturale giettechnieken tot grafiet en handgemaakt papier.
In haar solotentoonstelling YARN creëert Grzymala een grootschalige, locatiegebonden installatie met diverse lineaire materialen, die de volledige ruimte van PARK zal transformeren.
De tentoonstelling wordt op zaterdag 5 september om 16.00 uur geopend. De kunstenaar zal hierbij aanwezig zijn en een toelichting geven op haar installatie. U bent van harte welkom.
PARK
Wilhelminapark 53, 5041 ED Tilburg
park(at)park013.nl
Facebook.com/Park013
https://www.instagram.com/park_tilburg/
Tijdens tentoonstellingen geopend:
vrijdag 13.00 – 17.00 uur
zaterdag 13.00 – 17.00 uur
zondag 13.00 – 17.00 uur
Toegang is gratis
PARK ligt op 10 minuten loopafstand van het Centraal Station Tilburg in de nabijheid van De Pont museum. Er is beperkt parkeergelegenheid voor de deur. Aan het Wilhelminapark geldt betaald parkeren van maandag t/m vrijdag tussen 9.00 en 15.00 uur
• fleursdumal.nl magazine
More in: Archive G-H, Exhibition Archive, Park, Sculpture
Al zo lang mensen elkaar verhalen vertellen, gaan hun verhalen vooral over goed en kwaad. Daarbij is een gelukkige afloop maar al te vaak een kwestie van hopen tegen beter weten in.
En dat niet alleen omdat het kwaad net als in de ware wereld winnaars macht en profijt oplevert, maar ook vanwege de fascinerende werking die er voor de verteller en zijn gehoor van uitgaat. Het kwaad prikkelt de verbeelding en verleidt tot een blik in de afgrond.
In Sympathie voor de duivel laat Jaap Goedegebuure zien hoe Nederlandse schrijvers, van Louis Couperus tot en met Manon Uphoff, de fascinatie voor het kwaad hebben verbeeld. Hun werk confronteert ons met het kwaad dat men bedrijft om er lust aan te beleven, lust zoals die wordt beschreven door Jacob Israël de Haan, bezongen door Slauerhoff, en beleefd door de personages van Simon Vestdijk, A.F.Th. van Heijden en Arnon Grunberg. Er is het kwaad van de oorlogsmisdadigers die Harry Mulisch en Louis Ferron ten tonele voeren, het satanische kwaad dat Renate Dorrestein en Thomas Rosenboom oproepen, en het zoet smakende maar niettemin giftige kwaad in de romans en verhalen van Manon Uphoff.
Wie het kwaad in de literatuur, en dus ook in de werkelijkheid om ons heen en in ons zelf, wil leren kennen kan zich laten leiden door een van de motto’s van dit boek, opgetekend uit de mond van Oek de Jong: ‘Je moet het kwaad in om te kunnen groeien.’
Jaap Goedegebuure (1947) doceerde letterkunde aan de universiteiten van Leiden, West-Berlijn, Tilburg en Nijmegen. Hij publiceerde boeken over onder meer H. Marsman, Jeroen Brouwers, Frans Kellendonk, het fin de siècle, literatuur en religie, en poëzie en mystiek. Sinds 1975 recenseert hij voor tal van kranten en tijdschriften. Bij Uitgeverij In de Knipscheer verscheen van hem in 2022 Door de jaren heen lezen, biografische notities van literaire auteurs: Gerard Reve, Harry Mulisch, Doeschka Meijsing, Boudewijn Büch, Rogi Wieg, F. Springer en vele anderen. Goedegebuure publiceerde ook in de literaire tijdschriften waarbij Uitgeverij In de Knipscheer betrokken is, Extaze en Elders.
Jaap Goedegebuure
Sympathie voor de duivel
Over de verbeelding van het kwaad in het werk van Nederlandse en Vlaamse schrijvers
uitgebreid met een Personenregister
vormgeving omslag Els Kort
gebrocheerd in omslag met flappen,
332 blz.,
€ 29,50
ISBN 978-94-93368-23-1
NUR 321, 620
2025
Uitg.: In de knipscheer
•fleursdumal.nl magazine
More in: #Editors Choice Archiv, - Book News, - Bookstores, Archive G-H, Art & Literature News, Jaap Goedegebuure
An inspirational work of wisdom, warmth, and generosity from a three-term US poet laureate.
“To know ourselves is the most profound and difficult endeavor. Though we are all made of the same questions, we have individual routes to the answers, or to reframing the questions. Why is there evil in the world? Why do people suffer, and some more than others? Why are we here? What are we doing here? What happens after death? Does anything mean anything at all? Who am I and what does it matter?” writes Joy Harjo, renowned poet and activist, in this profound work about the struggles, challenges, and joys of coming of age.
In her best-selling memoir Poet Warrior, Harjo led readers through her lifelong process of artistic evolution. In Girl Warrior, she speaks directly to Native girls and women, sharing stories about her own coming of age to bring renewed attention to the pivotal moments of becoming including forgiveness, failure, falling, rising up, and honoring our vast family of beings.
Informed by her own experiences and those of her ancestors, Harjo offers inspiration and insight for navigating the many challenges of maturation. She grapples with parents, friendships, love, and loss. She guides young readers toward painting, poetry, and music as powerful tools for developing their own ethical sensibility. As Harjo demonstrates, the act of making is an essential part of who we are, a means of inviting the past into the present and a critical tool young women can use to shape a more just future. Lyrical and compassionate, Harjo’s call for creativity and empathy is an urgent and necessary work.
Joy Harjo is an internationally renowned poet, performer, and writer of the Muscogee (Creek) Nation and served three terms as the 23rd Poet Laureate of the United States. Harjo is the author of ten books of poetry, several plays, children’s books, and two memoirs; she has also produced seven award-winning music albums and edited several anthologies. Her many honors include the Ruth Lily Prize from the Poetry Foundation, the Academy of American Poets Wallace Stevens Award, two NEA fellowships, a Guggenheim Fellowship, and a Tulsa Artist Fellowship. She is a chancellor of the Academy of American Poets and Board of Directors Chair of the Native Arts & Cultures Foundation. She lives in Tulsa, Oklahoma, where she is the inaugural Artist-in-Residence for the Bob Dylan Center.
Girl Warrior: On Coming of Age
by Joy Harjo (Author)
Publisher: W. W. Norton & Company
Publication date: October 7, 2025
Language: English
Print length: 176 pages
ISBN-10:1324094176
ISBN-13:978-1324094173
October 7, 2025
Hardcover
$ 21.99
Euro 18,69
• fleursdumal.nl magazine
More in: #Archive Native American Library, - Book News, - Bookstores, Archive G-H, Archive G-H, Joy Harjo

Invictus
Out of the night that covers me,
Black as the pit from pole to pole,
I thank whatever gods may be
For my unconquerable soul.
In the fell clutch of circumstance
I have not winced nor cried aloud.
Under the bludgeonings of chance
My head is bloody, but unbowed.
Beyond this place of wrath and tears
Looms but the Horror of the shade,
And yet the menace of the years
Finds and shall find me unafraid.
It matters not how strait the gate,
How charged with punishments the scroll,
I am the master of my fate,
I am the captain of my soul.
William Ernest Henley
(1849—1903)
Invictus
• fleursdumal.nl magazine
More in: Archive G-H, Archive G-H, Henley, William Ernest

Der Sänger
Was hör ich draußen vor dem Tor,
Was auf der Brücke schallen?
Laß den Gesang vor unserm Ohr
Im Saale widerhallen!
Der König sprachs, der Page lief;
Der Knabe kam, der König rief:
Laßt mir herein den Alten!
Gegrüßet seid mir, edle Herrn,
Gegrüßt ihr, schöne Damen!
Welch reicher Himmel, Stern bei Stern!
Wer kennet ihre Namen?
Im Saal voll Pracht und Herrlichkeit
Schließt, Augen, euch; hier ist nicht Zeit,
Sich staunend zu ergetzen.
Der Sänger drückt’ die Augen ein
Und schlug in vollen Tönen;
Die Ritter schauten mutig drein,
Und in den Schoß die Schönen.
Der König, dem das Lied gefiel,
Ließ, ihn zu ehren für sein Spiel,
Eine goldne Kette holen.
Die goldne Kette gib mir nicht,
Die Kette gib den Rittern,
Vor deren kühnem Angesicht
Der Feinde Lanzen splittern;
Gib sie dem Kanzler, den du hast,
Und laß ihn noch die goldne Last
Zu andern Lasten tragen.
Ich singe, wie der Vogel singt,
Der in den Zweigen wohnet;
Das Lied, das aus der Kehle dringt,
Ist Lohn, der reichlich lohnet.
Doch darf ich bitten, bitt ich eins:
Laß mir den besten Becher Weins
In purem Golde reichen.
Er setzt’ ihn an, er trank ihn aus:
O Trank voll süßer Labe!
O wohl dem hochbeglückten Haus,
Wo das ist kleine Gabe!
Ergehts euch wohl, so denkt an mich,
Und danket Gott so warm, als ich
Für diesen Trunk euch danke.
Johann Wolfgang von Goethe
(1749-1832)
Der Sänger
•fleursdumal.nl magazine
More in: # Music Archive, Archive G-H, Archive G-H, Goethe, Johann Wolfgang von, J.W. von Goethe

I Am The Reaper
I am the Reaper.
All things with heedful hook
Silent I gather.
Pale roses touched with the spring,
Tall corn in summer,
Fruits rich with autumn,
and frail winter blossoms—
Reaping, still reaping—
All things with heedful hook
Timely I gather.
I am the Sower.
All the unbodied life
Runs through my seed-sheet.
Atom with atom wed,
Each quickening the other,
Fall through my hands,
ever changing, still changeless.
Ceaselessly sowing,
Life, incorruptible life,
Flows from my seed-sheet.
Maker and breaker,
I am the ebb and the flood,
Here and Hereafter,
Sped through the tangle and coil
Of infinite nature,
Viewless and soundless
I fashion all being.
Taker and giver,
I am the womb and the grave,
The Now and the Ever
William Ernest Henley
(1849—1903)
I Am The Reaper
• fleursdumal.nl magazine
More in: Archive G-H, Archive G-H, Henley, William Ernest

Eins und Alles
Im Grenzenlosen sich zu finden,
Wird gern der Einzelne verschwinden,
Da löst sich aller Überdruß;
Statt heißem Wünschen, wildem Wollen,
Statt läst’gem Fordern, strengem Sollen
Sich aufzugeben ist Genuß.
Weltseele, komm’ uns zu durchdringen!
Dann mit dem Weltgeist selbst zu ringen
Wird unsrer Kräfte Hochberuf.
Teilnehmend führen gute Geister,
Gelinde leitend, höchste Meister,
Zu dem, der alles schafft und schuf.
Und umzuschaffen das Geschaffne,
Damit sich’s nicht zum Starren waffne,
Wirkt ewiges lebend’ges Tun.
Und was nicht war, nun will es werden
Zu reinen Sonnen, farbigen Erden,
In keinem Falle darf es ruhn.
Es soll sich regen, schaffend handeln,
Erst sich gestalten, dann verwandeln;
Nur scheinbar steht’s Momente still.
Das Ewige regt sich fort in allen:
Denn alles muß in Nichts zerfallen,
Wenn es im Sein beharren will.
Johann Wolfgang von Goethe
(1749-1832)
Eins und Alles
•fleursdumal.nl magazine
More in: Archive G-H, Archive G-H, Goethe, Johann Wolfgang von, J.W. von Goethe

Philine
Singet nicht in Trauertönen
Von der Einsamkeit der Nacht!
Nein, sie ist, o holde Schönen,
Zur Geselligkeit gemacht.
Wie das Weib dem Mann gegeben
Als die schönste Hälfte war,
Ist die Nacht das halbe Leben,
Und die schönste Hälfte zwar.
Könnt ihr euch des Tages freuen,
Der nur Freuden unterbricht?
Er ist gut, sich zu zerstreuen;
Zu was anderm taugt er nicht.
Aber wenn in nächt′ger Stunde
Süßer Lampe Dämmrung fließt,
Und vom Mund zum nahen Munde
Scherz und Liebe sich ergießt;
Wenn der rasche lose Knabe,
Der sonst wild und feurig eilt,
Oft bei einer kleinen Gabe
Unter leichten Spielen weilt;
Wenn die Nachtigall Verliebten
Liebevoll ein Liedchen singt,
Das Gefangnen und Betrübten
Nur wie Ach und Wehe klingt:
Mit wie leichtem Herzensregen
Horchet ihr der Glocke nicht,
Die mit zwölf bedächt′gen Schlägen
Ruh′ und Sicherheit verspricht!
Darum an dem langen Tage
Merke dir es, liebe Brust:
Jeder Tag hat seine Plage,
Und die Nacht hat ihre Lust.
Johann Wolfgang von Goethe
(1749-1832)
Philine
•fleursdumal.nl magazine
More in: Archive G-H, Archive G-H, Goethe, Johann Wolfgang von, J.W. von Goethe

Totentanz
Der Türmer, der schaut zu Mitten der Nacht
Hinab auf die Gräber in Lage;
Der Mond, der hat alles ins Helle gebracht;
Der Kirchhof, er liegt wie am Tage.
Da regt sich ein Grab und ein anderes dann:
Sie kommen hervor, ein Weib da, ein Mann,
In weißen und schleppenden Hemden.
Das reckt nun, es will sich ergetzen sogleich,
Die Knöchel zur Runde, zum Kranze,
So arm und so jung, und so alt und so reich;
Doch hindern die Schleppen am Tanze.
Und weil hier die Scham nun nicht weiter gebeut,
Sie schütteln sich alle, da liegen zerstreut
Die Hemdlein über den Hügeln.
Nun hebt sich der Schenkel, nun wackelt das Bein,
Gebärden da gibt es vertrackte;
Dann klippert’s und klappert’s mitunter hinein,
Als schlüg’ man die Hölzlein zum Takte.
Das kommt nun dem Türmer so lächerlich vor;
Da raunt ihm der Schalk, der Versucher, ins Ohr:
Geh! hole dir einen der Laken.
Getan wie gedacht! und er flüchtet sich schnell
Nun hinter geheiligte Türen.
Der Mond, und noch immer er scheinet so hell
Zum Tanz, den sie schauderlich führen.
Doch endlich verlieret sich dieser und der,
Schleicht eins nach dem andern gekleidet einher,
Und, husch, ist es unter dem Rasen.
Nur einer, der trippelt und stolpert zuletzt
Und tappet und grapst an den Grüften;
Doch hat kein Geselle so schwer ihn verletzt,
Er wittert das Tuch in den Lüften.
Er rüttelt die Turmtür, sie schlägt ihn zurück,
Geziert und gesegnet, dem Türmer zum Glück,
Sie blinkt von metallenen Kreuzen.
Das Hemd muß er haben, da rastet er nicht,
Da gilt auch kein langes Besinnen,
Den gotischen Zierat ergreift nun der Wicht
Und klettert von Zinne zu Zinnen.
Nun ist’s um den armen, den Türmer getan!
Es ruckt sich von Schnörkel zu Schnörkel hinan,
Langbeinigen Spinnen vergleichbar.
Der Türmer erbleichet, der Türmer erbebt,
Gern gäb er ihn wieder, den Laken.
Da häkelt – jetzt hat er am längsten gelebt –
Den Zipfel ein eiserner Zacken.
Schon trübet der Mond sich verschwindenden Scheins,
Die Glocke, sie donnert ein mächtiges Eins,
Und unten zerschellt das Gerippe.
Johann Wolfgang von Goethe
(1749-1832)
Totentanz
•fleursdumal.nl magazine
More in: Archive G-H, Archive G-H, Goethe, Johann Wolfgang von, J.W. von Goethe

Neue Liebe, neues Leben
Herz, mein Herz, was soll das geben?
Was bedränget dich so sehr?
Welch ein fremdes, neues Leben !
Ich erkenne dich nicht mehr.
Weg ist alles was du liebtest,
Weg, warum du dich betrübtest,
Weg dein Fleiß und deine Ruh –
Ach, wie kamst du nur dazu !
Fesselt dich die Jugendblüte,
Diese liebliche Gestalt,
Dieser Blick voll Treu und Güte
Mit unendlicher Gewalt?
Will ich rasch mich ihr entziehen,
Mich ermannen, ihr entfliehen,
Führet mich im Augenblick,
Ach, mein Weg zu ihr zurück.
Und an diesem Zauberfädchen,
Das sich nicht zerreißen lässt,
Hält das liebe lose Mädchen
Mich so wider Willen fest;
Muss in ihrem Zauberkreise
Leben nun auf ihre Weise.
Die Veränderung, ach, wie groß!
Liebe! Liebe! Laß mich los!
Johann Wolfgang von Goethe
(1749-1832)
Neue Liebe, neues Leben
•fleursdumal.nl magazine
More in: Archive G-H, Archive G-H, Goethe, Johann Wolfgang von, J.W. von Goethe
Thank you for reading Fleurs du Mal - magazine for art & literature