In this category:

Or see the index

All categories

  1. CINEMA, RADIO & TV
  2. DANCE
  3. DICTIONARY OF IDEAS
  4. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
  5. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, drugs, dead poets
  6. FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
  7. LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence
  8. MONTAIGNE
  9. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
  10. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
  11. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST- photos, texts, videos, street poetry
  12. MUSIC
  13. PRESS & PUBLISHING
  14. REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS
  15. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
  16. STREET POETRY
  17. THEATRE
  18. TOMBEAU DE LA JEUNESSE – early death: writers, poets & artists who died young
  19. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm and others, fairy tales, the art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, the ideal woman
  20. ·




  1. Subscribe to new material:
    RSS     ATOM

FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor’s choice, etc.

· Feest der Poëzie organiseert ‘Het Festijn van Tachtig’ · Johannes Theodor Baargeld: ‘Röhrensiedlung oder Gotik’ · John Leonard: Advertently True · Lord Byron: Italy versus England · Peter Jordens: Hendrik Werkman en De Ploeg. The Next Call en het constructivisme · Tilburgse wijkbewoners ‘gooien het op het woord’ · Aleksandr Blok: De stad, de straat · Hugo Ball: Sieben schizophrene Sonette · Pierre-Jean de Béranger: Beaucoup d’amour · Ton van Reen gedicht: Mannen van Mobil · Willem Kloos: O God, waarom schynt de zon nog! (Biografie & Verzen) · Robert Bridges: I have loved flowers that fade

»» there is more...

Feest der Poëzie organiseert ‘Het Festijn van Tachtig’

Ontdek het rebelse literaire Amsterdam van 1880, met theater, muziek, poëzie, film, eten, drinken en veel meer op 27 – 28 – 29 oktober 2017

De locaties

Festivalhart: Het Tropeninstituut
Mauritskade 63, Amsterdam
Kassa, theaterzaal en foyer zijn tijdens het festival gevestigd in het voormalige Tropentheater aan de zijkant van het gebouw, in de Linnaeusstraat. De boekverkoop van de Linnaeusboekhandel, de foyer (het Soeterijn Café) én de Poëziebar met absint en sonnetten vindt u in het Tropentheater.

Grote Zaal
Project Diepenbrock, op de zaterdagavond, vindt plaats in de spectaculaire Grote Zaal, te betreden via de hoofdingang aan de Mauritskade.

Grand Café de Tropen
De Tachtigersconferentie en de Thee met Van Deyssel vinden plaats in de Subtropenzaal van Grand Café de Tropen. Het Grand Café is open voor drankjes, lunch en borrelhapjes, en is ‘s avonds de locatie voor het Van Deysseldiner.

Witsenhuis
Oosterpark 82, Amsterdam
Het Witsenhuis, waar fotograaf Willem Witsen woonde en regelmatig de Tachtigers over de vloer kreeg, heeft een verdieping in de oude staat gehouden. Wilt u ook bij de Tachtigers langskomen? Dat kan! Bij wijze van uitzondering opent het Witsenhuis zijn deuren voor rondleidingen.

Pianola Museum
Westerstraat 118, Amsterdam
Het Geelvinck Pianola Museum bezit een grote hoeveelheid automatische piano’s (pianola’s), pianolarollen, automatische instrumenten en bijzondere grammofoons, alsook een kleine collectie schellakplaten. Op zondag 29 oktober vindt een bijzonder Koffieconcert rondom de Tachtigers plaats, met oude opnamen en pianolarollen van Nederlandse componisten uit hun tijd!

Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam
Oude Turfmarkt 129, Amsterdam
Tot de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam behoren rijke literaire verzamelingen en de Tachtigers zijn daarin ruim vertegenwoordigd. De collectie van het Frederik van Eeden-Genootschap wordt er beheerd en het archief van Albert Verwey is er eveneens te raadplegen. Verder zijn er stukken van onder anderen Willem Kloos en Jacques Perk, en archivalia van Flanor, de literaire vereniging waar veel Tachtigers in hun studententijd bij aangesloten waren. Een kleine tentoonstelling met manuscripten, foto’s, tekeningen en persoonlijke documenten van Tachtigers is gratis te zien in de hal tijdens het gehele festival, gedurende de openingstijden van de Bijzondere Collecties.

Rondleiding Concertgebouw en Alphons Diepenbrock
Concertgebouwplein 10, 1071 LN Amsterdam
De componist onder de Tachtigers, die warme banden onderhield met vooral Herman Gorter, was Alphons Diepenbrock. Hij toonzette onder ander gedichten van Tachtigers Jacques Perk en Lodewijk van Deyssel, en staat vermeld op een cartouche in de Grote Zaal van het Concertgebouw, die tijdens de Tweede Gouden Eeuw van Amsterdam eind 19e eeuw werd gebouwd, en waar de Tachtigers regelmatig te vinden waren in de beginjaren. Een speciale, eenmalige rondleiding voor slechts 15 personen brengt u in verschillende ruimten van het Concertgebouw, die normaal niet toegankelijk zijn voor het publiek. Tevens wordt daarbij verteld over het Concertgebouw en zijn orkest in de tijd van de Tachtigers in het algemeen en Diepenbrocks betrokkenheid daarbij in het bijzonder.

Stichting Feest der Poëzie organiseert bijzondere voorstellingen met gedichten en muziek op mooie plaatsen, en richt zich op vormvaste dichtkunst, klassieke voordrachtskunst en ambachtelijke boekdrukkunst.

Stichting Feest der Poëzie, een collectief van dichters, musici en een magiër, treedt op in binnen- en buitenland. Wegens het tienjarig bestaan van de stichting is ‘Het Festijn van Tachtig’ in het leven geroepen.
Dit seizoen organiseren zij naast het Festijn nog avonden in het Pianola Museum in Amsterdam, WORM in Rotterdam, Nieuwe Erven in Amersfoort en op andere plaatsen.

# Meer info website Feest der Poëzie

Feest der Poëzie organiseert ‘Het Festijn van Tachtig’
fleursdumal.nl magazine

More in: *Archive Les Poètes Maudits, - Archive Tombeau de la jeunesse, - Book Lovers, - Book Stories, Art & Literature News, CLASSIC POETRY, Gorter, Herman, Kloos, Willem, Literary Events, LITERARY MAGAZINES, Lodewijk van Deyssel, Museum of Literary Treasures, MUSIC, THEATRE


Johannes Theodor Baargeld: ‘Röhrensiedlung oder Gotik’

Röhrensiedlung oder Gotik
Jazz, Jazzband, Bandwurm. Der Burschensaft thomasinischer Printengänger vel expressive Spekulatiusarchitekten ist bei der Renovierung seiner durchlaufend honorierten Arbeiten auf den Kriminalvorwurf No. 2333/1920 geh. gestoßen. Der Podrekt 2333/1920 geh. wurde am 15. Januar 11.30 vorm. persönlich durch den Komunalbaueleven moritz remond eingebacken und verhandelt die Besandung des Röhrensystems durch den Auflauf des Kölner Doms.

Nachdem die philoporne Klingel des Bundes zu dem Podrekt durch Ansaugen von Gefrierhosen Stellung genommen, erklärt der außerhalb der Haftpflicht stechende     Pornodidakt rauchlose erst die Einfühlung der Kommunalgotik als Abbau der Ehe und droht mit der Kommunalisierung seiner Frau. Während albert einstein und die Sozialistin auguste rodin Glückwunschtelegramme häkeln, sägt die Zentrale w/3 der Bewegung dada für das einjährig-freiwillige Diözesan-Derby einen Vergleich auf dem Boden der Röhrenarchitektur aus. Die Abstimmungsgebiete werden sich bestimmen lassen, ob die Gewölbeparteien des Eiffelturmes zu vergraben sind, der ein freigelegter Keller ist und den Verstimmungen des Betriebröhrengesetzentwurfes widerspricht. Der Kosmopolid leo seiwet hat seine Geliebte geheiratet. Das Jubelpaar hat sich an die Zentrale w/3 Abt.

Röhrenarchitinktur mit dem Büttel gesandt, der durch Anbringen von Röhrenfarcaden an den Brandmauern und Häuserhintern seines Viertels dem Tag ein Psychoparallelepitaph setzt. Der Geheimurn “Stätteerweiterung” des Dada Maschke B.D.B. hat in den Bäumen des städt. Ziertierentwertungsverwalts (Nippes, Schiefersburgerweg 150-154, Tel. A4491) eine plananatomische Ornamentalwarte verrichtet. Das Institut beabsichtigt mit einer Aufzahl Entwachsungen, abnormer Haarungen, Kotsteinerungen und Perlbildungen am weiblichen Akt den Ornamentalkanon der Röhrenaphrotektur auszukauen. Das Kinoweilchen clever hasenfalter wird weite’ wiede’ von seinem Sohn begossen. hasenwalter ist durch Verführung des Dadaisten johann r. rubiner in der Röhrensiedlung Sylt mit seinem Sohn konstipiert worden. Als Folge des Januar-hochwassers sind die Vasen der Dadaistin rosala meerfeld geplatzt. Die Konsumentenvereinigung hat daher die Kanarisierung des Dezernentenwesens durch Harzer Roller beantragt. Trotzdem hat der Propagandist der Interjektion Prof. wilh. fachinger – bonn in studentischer Sitzung der Bonnendiplombeflissenen die expressionistische Ausmalung seiner Gattin verelendet.

Das ergriffene Altarwerk “mein einzige Passion” wurde nachm. 3.15 vom Erzbischof Dr. schultze zweimal durch die Offizien des Domkapitels geweht. Der Satinist hans arp, Emissär des Internationalen Aktionsausschusses “D” hat der Nitte des Philatheleten Prof. leopold von schäler den amor intellektualis dei vertragen. Dagegen wird der verliebte Philathelet in seiner nächsten Puberkation seiner Nitte die Vorgüsse der Augustinischen Röhrensynthese geleisen. arp glaubt zu dem Ergebnis zu kommen, daß die Gotik eine erektive Vomations-erscheinung der Zahnfäule ist, und bereits eine Dränagedräsine mit Hilfe des Röhrensystems.

Die Ortsnucke Zürich der dadaistischen Bewegung hat 920 deutsche Roßhaarzahnwürste an die rheinischen Commilitonen Sozial-Kompottstudierenden ausgeglichen. Wir sollen die Röhrenarchitektur an und in der Röhre. Röhrenbein. Pegoud steht Röhre. Die – anni – besant steht Röhre. Wieland Heartfield (aus dem Englischen unterschlagen von der Gesellschaft der Künste in Köln Ausgabe “A”) steht Röhre. Steht Röhren! Collaborate! Stehröhre:

Die Gotik ist der grimassierende Exhibitionalis der Klotzeier.

Der Gotiker ist der Selbstmörder in Geschlechtsverkleidung. Collabor, Bohrrohr, die Harmröhre röhrt, r r r r r rumpfsdada.

Johannes Theodor Baargeld
(1892-1927)
‘Röhrensiedlung oder Gotik’

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive A-B, Baargeld, Johannes Theodor, Dada, DADA, Dadaïsme


John Leonard: Advertently True

 

Advertently True

You recognise when someone says
Something so out of turn,
Suddenly, inadvertently true—
But contrary to what they know
And trust, and those listening
Know and trust—and then move on
With no-one but you spotting it.

This is your task, to be advertently true,
But with those same proofs: inconsistency,
Malapropinquity, unobtrusiveness—you will
Succeed if you are less than true
To yourself, almost no-one notices.

John Leonard

John Leonard lives in Canberra, Australia.
More poetry on website: www.jleonard.net

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive K-L, Leonard, John


Lord Byron: Italy versus England

 

Italy versus England

With all its sinful doings, I must say,
That Italy’s a pleasant place to me,
Who love to see the sun shine every day,
And vines (not nailed to walls) from tree to tree
Festooned, much like the back scene of a play,
Or melodrame, which people flock to see,
When the first act is ended by a dance
In vineyards copied from the South of France.

I like on autumn evenings to ride out,
Without being forced to bid my groom be sure
My cloak is round his middle strapped about,
Because the skies are not the most secure ;
I know too that, if stopped upon my route,
Where the green alleys windingly allure,
Reeling with grapes red wagons choke the way.—
In England ’twould be dung, dust, or a dray.

I also like to dine on becaficas,
To see the sun set, sure he’ll rise to-morrow,
Not through a misty morning twinkling weak as
A drunken man’s dead eye in maudlin sorrow,
But with all Heaven to himself ; the day will break as
Beauteous as cloudless, nor be forced to borrow
That sort of farthing candlelight which glimmers
Where reeking London’s smoky cauldron simmers.

I love the language, that soft bastard Latin,
Which melts like kisses from a female mouth,
And sounds as if it should be writ on satin,
With syllables which breathe of the sweet South,
And gentle liquids gliding all so pat in,
That not a single accent seems uncouth,
Like our harsh northern whistling, grunting guttural,
Which we’re obliged to hiss, and spit, and sputter all.

I like the women too (forgive my folly!),
From the rich peasant cheek of ruddy bronze,
And large black eyes that flash on you a volley
Of rays that say a thousand things at once,
To the high Dama’s brow, more melancholy,
But clear, and with a wild and liquid glance,
Heart on her lips, and soul within her eyes,
Soft as her clime, and sunny as her skies.

Eve of the land which still is Paradise !
Italian Beauty ! didst thou not inspire
Raphael, who died in thy embrace, and vies
With all we know of Heaven, or can desire,
In what he had bequeathed us ?—in what guise,
Though flashing from the fervour of the lyre,
Would words described thy past and present glow,
While yet Canova can create below ?

‘England ! with all thy faults I love thee still’,
I said at Calais, and have not forgot it ;
I like to speak and lucubrate my fill ;
I like the government (but that is not it) ;
I like the freedom of the press and quill ;
I like the Habeas Corpus (when we’ve got it) ;
I like a Parliamentary debate,
Particularly when ’tis not too late ;

I like the taxes, when they’re not too many ;
I like a seacoal fire, when not too dear ;
I like a beef-steak, too, as well as any ;
Have no objection to a pot of beer ;
I like the weather,—when it is not rainy,
That is, I like two months of every year.
And so God save the Regent, Church, and King !
Which means that I like all and every thing.

Our standing army, and disbanded seamen,
Poor’s rate, Reform, my own, the nation’s debt,
Our little riots just to show we’re free men,
Our trifling bankruptcies in the Gazette,
Our cloudy climate, and our chilly women,
All these I can forgive, and those forget,
And greatly venerate our recent glories,
And wish they were not owing to the Tories.

Lord Byron (1788-1824)
Italy versus England
fleursdumal.nl magazine

More in: Archive A-B, Byron, Lord


Peter Jordens: Hendrik Werkman en De Ploeg. The Next Call en het constructivisme

Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945) wordt in 1919 lid van de ‘Groninger Kunstkring De Ploeg’.

Men waardeert hem vooral als drukker. In 1922, wanneer hij zakelijk een stap terug moet doen, maakt Werkman kennis met het gebruik van typografisch zetmateriaal als vorm van drukkunst. Hij begint de mogelijkheden ervan te onderzoeken.

De eerste proeve van zijn kunnen is de uitgave van The Next Call, een serie van negen achtbladige cahiers bestaande uit teksten en abstracte composities die hij tussen 1923 en 1926 aan vrienden en andere mogelijk geïnteresseerden toestuurt. Talrijk zijn de aanwijzingen dat Werkman zich daarbij heeft laten inspireren door het dadaïstische en constructivistische idioom van de internationale avant-garde. Een modernistisch tijdschrift als een van de vele andere is The Next Call niet. Teksten en druksels laten zien dat het gaat over Werkman zelf, over wat hem in deze cruciale periode van zijn leven wezenlijk beroert

Peter Jordens:
Hendrik Werkman en De Ploeg.
The Next Call en het constructivisme
Dit boek verschijnt in oktober 2017
€ 22,50
ISBN 9789462582286
Formaat: 20 x 26,5 cm
Aantal pagina’s 176
In samenwerking met Museum Belvédère
Circa 150 afbeeldingen in kleur
Jaar 2017
Uitvoering: Gebonden
Uitg.: wbooks

new books
fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Lovers, - Book News, Archive W-X, Archive W-X, Art & Literature News, Concrete + Visual Poetry U-Z, Constructivism, Constuctivisme, Dada, DADA, Dadaïsme, De Ploeg, PRESS & PUBLISHING, REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS, Werkman, Hendrik Nicolaas


Tilburgse wijkbewoners ‘gooien het op het woord’

Woon jij in de Tilburgse Kleuren- en Kruidenbuurt? Dan nodigen ContourdeTwern en On-Site Poetry (Nick J. Swarth en Sander Neijnens) jou uit voor een bijzondere bijeenkomst op woensdag 20 september.

 

Onder de noemer ‘We gooien het op het woord’ wordt op speelse wijze naar boven gehaald hoe jij als bewoner de wijk ervaart.

Uiteindelijk leidt het tot een verzameling schijnbaar losse teksten, waar Nick J. Swarth een gedicht van maakt. Dat wordt, in een vormgeving van Sander Neijnens, aangebracht in de trappenhal van wijkcentrum Het Kruispunt. Zichtbaar voor alle bezoekers maar ook voor de mensen die voorbijlopen. Later dit jaar wordt het gedicht op feestelijke wijze onthuld.

De bijeenkomst vindt plaats op woensdag 20 september 2017 van 19.00–21.00 uur in het wijkcentrum aan de Sinopelstraat 1. Voor lekkere hapjes en drankjes is ook gezorgd. Je bent van harte welkom. Aanmelden is niet nodig.

Meer informatie kun je krijgen bij Joy’s van Lieshout, joysvanlieshout@contourdetwern.nl of bel: 013 4683857

ContourdeTwern en On-Site Poetry Tilburg

 

‘We gooien het op het woord’
fleursdumal.nl magazine

More in: Archive S-T, Art & Literature News, City Poets / Stadsdichters, Concrete + Visual Poetry P-T, Graffity, Nick J. Swarth, Swarth, Nick J., Urban Art


Aleksandr Blok: De stad, de straat

 

Aleksandr Blok
(1880–1921)

De stad, de straat

De stad, de straat, de lamp, de zaak,
Bevroren is het duister, zinloos licht.
Al overleef je nog zo, nog zo vaak,
Het is zoals het is. De deur zit dicht.

Je sterft, staat op, en doet alsof je lacht,
Je wereldje hervindt zijn stille kramp:
Het vastgevroren water van de nacht,
De stad, de straat, de zaak, de lamp.

 

Aleksandr Blok, Ночь, улица… , 1912
Vertaling Paul Bezembinder 2016

Paul Bezembinder: zijn gedichten en vertalingen verschenen in verschillende (online) literaire tijdschriften. Zie meer op zijn website: www.paulbezembinder.nl

fleursdumal.nl magazine

 

More in: Archive A-B, Blok, Blok, Aleksandr


Hugo Ball: Sieben schizophrene Sonette

  

Sieben schizophrene Sonette

1. Der grüne König

Wir, Johann, Amadeus Adelgreif,
Fürst von Saprunt und beiderlei Smeraldis,
Erzkaiser über allen Unterschleif
Und Obersäckelmeister vom Schmalkaldis

Erheben unsern grimmen Löwenschweif
Und dekretieren vor den leeren Saldis:
“Ihr Räuberhorden, eure Zeit ist reif.
Die Hahnenfeder ab, ihr Garibaldis.

Man sammle alle Blätter unserer Wälder
Und stanze Gold daraus, soviel man mag,
Das ausgedehnte Land braucht neue Gelder.

Und eine Hungersnot liegt klar am Tag.
Sofort versehe man die Schatzbehälter
Mit Blattgold aus dem nächsten Buchenschlag.”

2. Die Erfindung

Als ich zum ersten Male diesen Narren
Mein neues Totenwäglein vorgeführt,
War alle Welt im Leichenhaus gerührt
Von ihren Selbstportraits und anderen Schmarren.

Sie sagten mir: nun wohl, das sei ein Karren,
Jedoch die Räder seien nicht geschmiert,
Auch sei es innen nicht genug verziert
Und schließlich wollten sie mich selbst verscharren.

Sie haben von der Sache nichts begriffen,
Als daß es wurmig zugeht im Geliege
Und wenn ich mich vor Lachen jetzt noch biege,

So ist es, weil sie drum herum gestanden,
Die Pfeife rauchten und den Mut nicht fanden,
Hineinzusteigen in die schwarze Wiege.

3. Der Dorfdadaist

In Schnabelschuhen und im Schnürkorsett
Hat er den Winter überstanden,
Als Schlangenmensch im Teufelskabinett
Gastierte er bei Vorstadtdilettanten.

Nun sich der Frühling wieder eingestellt
Und Frau Natura kräftig promenierte,
Hat ihn die Lappen- und Attrappenwelt
Verdrossen erst und schließlich degoutieret.

Er hat sich eine Laute aufgezimmert
Aus Kistenholz und langen Schneckenschrauben,
Die Saiten rasseln und die Stimme wimmert,
Doch läßt er sich die Illusion nicht rauben.

Er brüllt und johlt, als hinge er am Spieße.
Er schwenkt jucheiend seinen Brautzylinder.
Als Schellenkönig tanzt er auf der Wiese
Zum Purzelbaum der Narren und der Kinder.

4. Der Schizophrene

Ein Opfer der Zerstückung, ganz besessen
Bin ich – wie nennt ihr’s doch? – ein Schizophrene.
Ihr wollt, daß ich verschwinde von der Szene,
Um euren eigenen Anblick zu vergessen.

Ich aber werde eure Worte pressen
In des Sonettes dunkle Kantilene.
Es haben meine ätzenden Arsene
Das Blut euch bis zum Herzen schon durchmessen.

Des Tages Licht und der Gewohnheit Dauer
Behüten euch mit einer sichern Mauer
Vor meinem Aberwitz und grellem Wahne.

Doch plötzlich überfällt auch euch die Trauer.
Es rüttelt euch ein unterirdischer Schauer
Und ihr zergeht im Schwunge meiner Fahne.

5. Das Gespenst

Gewöhnlich kommt es, wenn die Lichter brennen.
Es poltert mit den Tellern und den Tassen.
Auf roten Schuhen schlurrt es in den nassen
Geschwenkten Nächten und man hört sein Flennen.

Von Zeit zu Zeit scheint es umherzurennen
Mit Trumpf, Atout und ausgespielten Assen.
Auf Seil und Räder scheint es aufzupassen
Und ist an seinem Lärmen zu erkennen.

Es ist beschäftigt in der Gängelschwemme
Und hochweis weht dann seine erzene Haube,
Auf seinen Fingern zittern Hahnenkämme,

Mit schrillen Glocken kugelt es im Staube.
Dann reißen plötzlich alle wehen Dämme
Und aus der Kuckucksuhr tritt eine Taube.

6. Der Pasquillant

Auch konnt es unserm Scharfsinn nicht entgehen,
Daß ein Herr Geist uns zu bemäkeln pflegt,
Indem er ein Pasquill zusammenträgt,
Das ihm die Winde um die Ohren säen.

Bald kritzelt er, bald hüpft er aufgeregt
Um uns herum, dann bleibt er zuckend stehen
Und reckt den Schwartenhals, um zu erspähen,
Was sich in unserm Kabinett bewegt.

Den Bleistiftstummel hat er ganz zerbissen,
Die Drillichnaht ist hinten aufgeschlissen,
Doch dünkt er sich ein Diplomatenjäger.

De fakto dient bewußter Schlingenleger
Dem Kastellan als Flur- und Straßenfeger
Und hat das Recht die Kübel auszugießen.

7. Intermezzo

Ich bin der große Gaukler Vauvert.
In hundert Flammen lauf ich einher.
Ich knie vor den Altären aus Sand,
Violette Sterne trägt mein Gewand.
Aus meinem Mund geht die Zeit hervor,
Die Menschen umfaß ich mit Auge und Ohr.

Ich bin aus dem Abgrund der falsche Prophet,
Der hinter den Rädern der Sonne steht.
Aus dem Meere, beschworen von dunkler Trompete,
Flieg ich im Dunste der Lügengebete.
Das Tympanum schlag ich mit großem Schall.
Ich hüte die Leichen im Wasserfall.

Ich bin der Geheimnisse lächelnder Ketzer,
Ein Buchstabenkönig und Alleszerschwätzer.
Hysteria clemens hab ich besungen
In jeder Gestalt ihrer Ausschweifungen.
Ein Spötter, ein Dichter, ein Literat
Streu ich der Worte verfängliche Saat.

Hugo Ball
(1886-1927)
Sieben schizophrene Sonette

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive A-B, Ball, Hugo, Dada, DADA, Dadaïsme


Pierre-Jean de Béranger: Beaucoup d’amour

 

Pierre-Jean de Béranger
Beaucoup d’amour

Malgré la voix de la sagesse,
Je voudrais amasser de l’or :
Soudain aux pieds de ma maîtresse
J’irais déposer mon trésor.
Adèle, à ton moindre caprice
Je satisferais chaque jour.
Non, non, je n’ai point d’avarice,
Mais j’ai beaucoup, beaucoup d’amour.

Pour immortaliser Adèle,
Si des chants m’étaient inspirés,
Mes vers, où je ne peindrais qu’elle,
A jamais seraient admirés.
Puissent ainsi dans la mémoire
Nos deux noms se graver un jour !
Je n’ai point l’amour de la gloire,
Mais j’ai beaucoup, beaucoup d’amour.

Que la Providence m’élève
Jusqu’au trône éclatant des rois,
Adèle embellira ce rêve :
Je lui céderai tout mes droits.
Pour être plus sûr de lui plaire,
Je voudrais me voir une cour.
D’ambition je n’en ai guère,
Mais j’ai beaucoup, beaucoup d’amour.

Mais quel vain désir m’importune ?
Adèle comble tous mes vœux.
L’éclat, le renom, la fortune,
Moins que l’amour rendent heureux.
A mon bonheur je puis donc croire,
Et du sort braver le retour !
Je n’ai ni bien, ni rang, ni gloire,
Mais j’ai beaucoup, beaucoup d’amour.

Pierre-Jean de Béranger (1780-1857)
Beaucoup d’amour
Toutes les chansons de Béranger (1843)

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive A-B, Béranger, Pierre-Jean de


Ton van Reen gedicht: Mannen van Mobil

 

Mannen van Mobil

De mannen van Mobil houden Afrika in beweging
in hun vuilrode overalls met het Mobillogo
hurken ze bij de roestige benzinepomp
waarvan de teller op een getal zonder einde staat
ze kaarten en roken scherpe Sportsmansigaretten

De benzine wordt aangevoerd met ezels
die wie weet waar vandaan komen
in ieder geval van ver over de berg
geduldig schenken de mannen van Mobil
de zakken benzine over in plastic waterflessen
en betalen de ezeldrijver met beloftes

Ze kaarten verder en roken Sportsmansigaretten
rond de middag vallen ze in slaap
hurkend tegen de geblakerde benzinepomp
tot iemand de mannen van Mobil wakker maakt
iemand die een paar flessen benzine koopt
van de mannen die Afrika in beweging houden

Van het geld kopen ze white cap beer
en hurken weer neer bij de benzinepomp
ze delen de kaarten en roken Sportsmansigaretten

Ton van Reen

Ton van Reen: De naam van het mes. Afrikaanse gedichten In 2007 verschenen onder de titel: De straat is van de mannen bij BnM Uitgevers in De Contrabas reeks. ISBN 9789077907993 – 56 pagina’s – paperback

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive Q-R, Reen, Ton van, Reen, Ton van, Ton van Reen


Willem Kloos: O God, waarom schynt de zon nog! (Biografie & Verzen)

Willem Kloos was een briljant dichter, een scherp criticus en de onbetwiste leidsman van de Tachtigers. Tot in de jaren dertig werd hij aanbeden én verguisd – nu leeft hij voort in een aantal klassieke gedichten.

Kloos bracht het tijdschrift De Nieuwe Gids naar grote hoogtes en diepe dalen, verkeerde in een permanente staat van armoede en drankzucht, en dreef zijn kring van vrienden tot wanhoop. Later werd hij verzorgd door zijn vrouw en schoonzuster, met als enig houvast het tijdschrift, dat na zijn dood in de handen van fascisten roemloos ten onder ging.

In Willem Kloos (1859-1938). O God, waarom schynt de zon nog! beschrijven Peter Janzen en Frans Oerlemans het turbulente en vaak tragische leven aan de hand van talloze nieuwe feiten en vele, dikwijls niet eerder gepubliceerde foto’s. Ze rekenen af met de hardnekkige mythe dat Kloos de ontwerper was van zijn eigen grootheid en werpen een nieuw licht op zijn obsessieve verlatingsangst. Ook schenken ze uitgebreid aandacht aan zijn aftakeling in de jaren negentig en zijn opname in een psychiatrische kliniek, waar hij werd onderworpen aan elektrotherapie.

Historicus Peter Janzen en neerlandicus Frans Oerlemans publiceerden veelvuldig over de Beweging van Tachtig, onder andere in De Parelduiker. Zij promoveerden beiden op leven en werk van Willem Kloos.

Willem Kloos (1859-1938)
O God, waarom schynt de zon nog!
Auteur(s): Peter Janzen & Frans Oerlemans
Vormgever: Brigitte Slangen
ISBN 9789460043222,
gebonden, 16 x 24 cm,
rijk geïllustreerd, deels in kleur,
408 pagina’s, 2017
Uitgeverij Vantilt
€ 29,50

Samen met de biografie verschijnt een heruitgave van Kloos’ iconische Verzen uit 1894.

Deze zachtsgezegd opmerkelijke bundel begint met een lofzang op de liefde en eindigt met de beruchte scheldsonnetten, waarin Kloos zijn vrienden van het eerste uur tot op het bot fileert.
Verzen werd op slag voor een hele generatie een bijna heilig boek. Deze heruitgave van de eerste druk biedt de mogelijkheid om kennis te nemen van klassieke sonnetten waarvan de eerste regels deel uitmaken van ons collectief bewustzijn: ‘Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten’, ‘De Zee, de Zee klotst voort in eindelooze deining’, ‘De boomen dorren in het laat seizoen’ en natuurlijk ‘Ik ween om bloemen in den knop gebroken’.

Willem Kloos
Verzen
Vormgever: Marc Vleugels
168 pagina’s
paperback – 2017
ISBN 978 94 6004 323 9
Uitgeverij Vantilt
€ 19.95

‘Het is de verfrissende afwezigheid van ironie, relativering en gelatenheid die ze nu nog authentiek maakt. Mooi uitgegeven, ook.’ Aleid Truijens, de Volkskrant

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, - Book Stories, Archive K-L, Art & Literature News, BIOGRAPHY, DEAD POETS CORNER, Kloos, Willem, LITERARY MAGAZINES


Robert Bridges: I have loved flowers that fade

Robert Bridges

I have loved flowers that fade,
Within whose magic tents
Rich hues have marriage made
With sweet unmemoried scents:
A honeymoon delight,
A joy of love at sight,
That ages in an hour
My song be like a flower!.

I have loved airs that die
Before their charm is writ
Along a liquid sky
Trembling to welcome it.
Notes, that with pulse of fire
Proclaim the spirit’s desire,
Then die, and are nowhere
My song be like an air!.

Die, song, die like a breath,
And wither as a bloom;
Fear not a flowery death,
Dread not an airy tomb!
Fly with delight, fly hence!
‘Twas thine love’s tender sense
To feast; now on thy bier
Beauty shall shed a tear.

Robert Seymour Bridges (1844 – 1930)
I have loved flowers that fade
fleursdumal.nl magazine

More in: Archive A-B, Bridges, Robert


Older Entries »

Thank you for reading FLEURSDUMAL.NL - magazine for art & literature