New

  1. Negrophobia. An Urban Parable by Darius James
  2. Ocean Vuong: Op aarde schitteren we even
  3. Albert Hagenaars over de nieuwe dichtbundel ‘Nederzettingen’ van Bert Bevers
  4. Georg Trakl: Untergang (Gedicht)
  5. Louis Aragon: De Hollandse reis
  6. Ton van Reen: Het diepste blauw (107). Een roman als feuilleton
  7. Taeko Kono: Toddler Hunting, And Other Stories
  8. Emily Dickinson: The Soul unto itself
  9. Eerste Grote Poëzieprijs voor Radna Fabias
  10. 37ste Nacht van de Poëzie + Kindernacht van de Poëzie op 28 september 2019
  11. Victor Hugo: Exil (Poème)
  12. Saki: Sredni Vashtar (short story)
  13. Delirious – Jubileumeditie Lustwarande Tilburg – 2019
  14. Ton van Reen: Het diepste blauw (106). Een roman als feuilleton
  15. Fatima Bhutto: The Runaways
  16. OEROL – 14 / 23 juni 2019 – TERSCHELLING
  17. Onias Landveld, stadsdichter van Tilburg, organiseert de 3e editie van The Stage
  18. 50th POETRY INTERNATIONAL FESTIVAL ROTTERDAM 13 /16 JUNI 2019
  19. M.M. Schoenmakers: De vlucht van Gilles Speksneijder
  20. Marcel Schwob: Les Remorqueurs De Macchabés (Poème)
  21. Gladys Cromwell: Compensation (Poem)
  22. Ton van Reen: Het diepste blauw (105). Een roman als feuilleton
  23. Victor Hugo: Le poète dans les révolutions (Poème)
  24. August Stramm: Spiel (Gedicht)
  25. Emily Dickinson: I felt a Funeral, in my Brain
  26. Guillaume Apollinaire: Les Fenêtres
  27. Verhalen van de zandloper van Guy Commerman
  28. The Promoter by Paul Laurence Dunbar (Short story)
  29. Ton van Reen: Het diepste blauw (104). Een roman als feuilleton
  30. Gladys Cromwell: The Crowning Gift (Poem)
  31. Marcel Schwob: La Madone Amoureuse (Poème)
  32. James Joyce: Bahnhofstrasse
  33. Gertrude Stein: A Portrait of One – Harry Phelan Gibb
  34. Occupying the Stage. The Theater of May ’68 by Kate Bredeson
  35. Ton van Reen: Het diepste blauw (103). Een roman als feuilleton
  36. Hands of Spring : Anthology of Poetry by Federico García Lorca
  37. Karel van de Woestijne: Vlaanderen, o welig huis (Gedicht)
  38. August Stramm: Fluch (Gedicht)
  39. Dubuffets collectie Art Brut voor het eerst te zien in Nederland
  40. Daniil Charms: Verzameld werk in Nederlandse vertaling
  41. Lord Byron: I Speak Not (Poem)
  42. Thierry Laget: Proust, prix Goncourt. Une émeute littéraire
  43. 50th Poetry International Festival Rotterdam. Going for gold from 13 – 16 June 2019
  44. Ton van Reen: Het diepste blauw (102). Een roman als feuilleton
  45. Louise Bourgeois in de Rijksmuseumtuinen
  46. Paul Laurence Dunbar : The Scapegoat (II). Short story
  47. Paul Laurence Dunbar: The Scapegoat (I). Short story
  48. Lady Chatterley’s Lover: keep this important piece of literary and social history in the UK
  49. SIGN NOW: Demand Charges be Dropped Against Three Saudi Writer-Activists
  50. Federico Garcia Lorca: Poet in Spain

Categories

  1. AUDIO, CINEMA, RADIO & TV
  2. DANCE
  3. DICTIONARY OF IDEAS
  4. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
  5. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, drugs, dead poets
  6. FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
  7. LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence
  8. MONTAIGNE
  9. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
  10. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
  11. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST
  12. MUSIC
  13. PRESS & PUBLISHING
  14. REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS
  15. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
  16. STREET POETRY
  17. THEATRE
  18. TOMBEAU DE LA JEUNESSE – early death: writers, poets & artists who died young
  19. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm & co, fairy tales, art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, ideal women
  20. WAR & PEACE
  21. ·

 

  1. Subscribe to new material:
    RSS     ATOM

Negrophobia. An Urban Parable by Darius James

This image has an empty alt attribute; its file name is negrophobia.jpegA screenplay for the mind, a performance on the page, a work of poetry, a mad mix of genres and styles, a novel in the tradition of William S. Burroughs and Ishmael Reed that is like no other novel, Negrophobia begins with the blonde bombshell Bubbles Brazil succumbing to a voodoo spell and entering the inner darkness of her own shiny being.

Here crackheads parade in the guise of Muppets, Muslims beat conga drums, Negroes have numbers for names, and H. Rap Remus demands the total and instantaneous extermination of the white race through spontaneous combustion. By the end of it all, after going on a weird trip for the ages, Bubbles herself is strangely transformed.

Title Negrophobia
Subtitle An Urban Parable
Author Darius James
Publisher New York Review Books
Series: NYRB Classics
Published 19 February 2019
Format Paperback
ISBN-10 1681373297
ISBN-13 9781681373294
Pages: 208
$14.95

# new books
Darius James
Negrophobia

• fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, - Book Stories, Archive I-J

Ocean Vuong: Op aarde schitteren we even

De debuutroman van de dichter Ocean Vuong is een schokkend familieportret en een indringend relaas van een eerste liefde, waarin de bezwerende kracht van taal en verhalen wordt aangewend als middel om te overleven en kloven te overbruggen.

This image has an empty alt attribute; its file name is ocean-vuong.jpegOp aarde schitteren we even is een brief van een zoon aan zijn moeder die niet kan lezen.

De schrijver van de brief, de achtentwintigjarige Hondje, legt een familiegeschiedenis bloot die voor zijn geboorte begon – een geschiedenis waarvan het brandpunt in Vietnam ligt. Daarnaast verschaft hij toegang tot delen van zijn leven waar zijn moeder nooit van heeft geweten, en doet hij een onvergetelijke onthulling.

De roman is behalve een getuigenis van de problematische maar onmiskenbare liefde tussen een alleenstaande moeder en haar zoon, ook een genadeloos eerlijk onderzoek naar ras, klasse en mannelijkheid. Op aarde schitteren we even stelt vragen die centraal staan in het Amerika van nu, dat ondergedompeld is in verslaving, geweld en trauma.

Het is een roman vol mededogen en tederheid over de kracht van je eigen verhaal vertellen en over de vernietigende stilte van niet gehoord worden.

Met verbluffende urgentie en elegantie schrijft Ocean Vuong over mensen die klem zitten tussen onverenigbare werelden, en onderzoekt hij hoe we elkaar kunnen genezen en redden zonder te verloochenen wie we zijn. De vraag hoe we moeten overleven, en hoe we daar een soort vreugde aan kunnen ontlenen, is de drijvende kracht van de belangrijkste debuutroman sinds jaren.

Ocean Vuong (1988) is dichter, essayist en schrijver. Stukken van zijn hand verschenen o.a. in The Atlantic, Harper’s en The New Yorker. Hij werd geboren in Saigon en emigreerde in 1990 met zijn familie naar de VS. Zijn familie bestaat voor een groot deel uit dyslectici en zelf leerde hij pas op zijn elfde lezen. Desondanks won hij met zijn veelgeprezen poëziedebuut Night Sky With Exit Wounds een aantal grote literaire prijzen zoals de Whiting Award en de T.S Elliot Prize. Op aarde schitteren we even is zijn romandebuut.

Ocean Vuong
Op aarde schitteren we even
Vertaling: Johannes Jonkers
Uitgeverij Hollands Diep
Paperback
240 p.
ISBN: 9789048846832
Verschijnt op 03-09-2019
€ 21.99

# new books
Ocean Vuong
novel

• fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, - Book Stories, Archive U-V, Archive U-V, Art & Literature News, Ocean Vuong

Albert Hagenaars over de nieuwe dichtbundel ‘Nederzettingen’ van Bert Bevers

In De Verborgen Hoek besteedt recensent Albert Hagenaars uitgebreid aandacht aan de meest recente dichtbundel ‘Nederzettingen’ van Bert Bevers en de verhouding daarvan tot zijn eerdere werk.

This image has an empty alt attribute; its file name is nederzettingen400.jpg‘Nederzettingen’ verscheen bij uitgeverij Kleinood & Grootzeer. De bundel is verdeeld in drie reeksen: Nederzettingen, Uit de tijd en Gedichten uit een stadje in de heuvels en bevat dertig recente gedichten.

Bert Bevers is een dichter met een brede kijk op zijn onderwerpen en een onmiskenbaar eigen idioom.

Eerste druk 100 genummerde en door de auteur gesigneerde exemplaren. Boekje, 42 pagina’s, gelijmd 21 x 10,5 cm. ISBN/EAN 978-90-76644-91-2. Prijs € 18,-

Bert Bevers (Bergen op Zoom, 1954) woont en werkt in Antwerpen. Keuzes uit zijn gedichten verschenen in de verzamelbundels Afglans (1997) en Eigen terrein (2013). Werk van zijn hand verscheen in literaire tijdschriften als Ballustrada, Bzzlletin, Deus ex Machina, Dietsche Warande & Belfort, Digther, Fleurs du mal.nl, Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, Hollands Maandblad, Meander, Poëziekrant, De Tweede Ronde, TZUM en Versindaba alsmede in vele bloemlezingen.

Albert Hagenaars (Bergen op Zoom, 1955) is dichter en schrijver. De belangrijkste thema’s in zijn boeken zijn reizen, interculturele relaties, vervreemding en identiteit. Verder schrijft hij al jarenlang literaire recensies, meestal over poëzie.

# Albert Hagenaars: Kruisbestuivingen tussen tijd en plaats over Bert Bevers

# link naar literaire blog De Verborgen Hoek 

• fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Lovers, - Book Stories, Archive A-B, Archive A-B, Archive G-H, Art & Literature News, Bevers, Bert, PRESS & PUBLISHING

Georg Trakl: Untergang (Gedicht)

This image has an empty alt attribute; its file name is TRAKL111-1.jpeg

Untergang
(an Karl Borromäus Heinrich)

Über den weißen Weiher
Sind die wilden Vögel fortgezogen.
Am Abend weht von unseren Sternen ein eisiger Wind.

Über unsere Gräber
Beugt sich die zerbrochene Stirne der Nacht.
Unter Palmen schaukeln wir auf einem silbernen Kahn.

Immer klingen die weißen Mauern der Stadt.
Unter Dornenbogen
O mein Bruder klimmen wir blinde Zeiger gen Mitternacht.

Georg Trakl
(1887 – 1914)
Untergang, 1913

• fleursdumal.nl magazine

More in: Archive S-T, Trakl, Georg, Trakl, Georg

Louis Aragon: De Hollandse reis

Le voyage de Hollande verscheen op 12 februari 1964 bij de Franse uitgever Seghers. De editie (2025 exemplaren!) werd verfraaid met een tekening van Jongkind, een typisch Hollands landschap met windmolens, beemden en scheepjes onder een lage wolkenlucht.

This image has an empty alt attribute; its file name is aragon-holl-reis.jpegAl in 1965 verscheen een herdruk, daarna werd de bundel opnieuw uitgegeven in 1981 en 2005, telkens bij Seghers. In 2007 ten slotte werd Le voyage de Hollande in de Bibliothèque de la Pléiade opgenomen als onderdeel van Aragons volledige dichtwerk (OEuvres poétiques complètes, deel II, Parijs, Gallimard).

In de zomer van 1963 verbleven Louis Aragon (1897-1982) en zijn vrouw Elsa Triolet (1896-1970) een maand in Nederland. Tussen 29 juli en 26 augustus bezochten ze onder meer Texel, Zuid-Holland (Wassenaar) en Utrecht.

De neerslag van die reis vinden we terug in Le voyage de Hollande, een bundel bestaande uit zes delen van wisselende lengte (twee tot twaalf gedichten), voorafgegaan door een kwatrijn waarin de lezer wordt aangemaand nooit de liefde in opspraak te brengen: wie dat doet mag het ‘domein’ van de dichter niet betreden. Een domein dat ten dele reëel is, geïnspireerd door het verblijf in Nederland, ten dele utopie van de liefde en ode aan de geliefde.

Louis Aragon
De Hollandse reis
2019
Vertaling: Katelijne De Vuyst
Tweetalige bundel
Uitgeverij Vleugels
Franse reeks
isbn 978 90 78627 67 8
128 pagina’s
€ 23,50

# new books
Louis Aragon
De Hollandse reis

• fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, Archive A-B, Archive A-B, Surrealism, SURREALISM, Surrealisme

Ton van Reen: Het diepste blauw (107). Een roman als feuilleton

Stil luistert hij naar de zangerige stem van de juf. Luisterend naar de beschrijving van de duivel, die er in zijn nette pak nog deftiger uitzag dan de burgemeester, droomt Mels weg.

Zijn hoofd zakt op de klep van zijn lessenaar. Vaag ziet hij de bloemen op de vensterbank. De juf kweekt ze zelf. De bloemen die nog geen naam hebben, geeft ze namen van de meisjes in de klas. Alina is een plant die Mels ook kent als wilde aardbei.

`Niet’, zegt de juf.

`Wel’, zegt Mels.

Melanie lijkt op een vergeet-mij-niet maar is het niet.
De bloem die naar Thija is genoemd is een wild viooltje met gele blaadjes. Lizet is een snijgeranium. Micha is een roos in een nieuwe kleur rood.

Door het vertellen wordt de klas om hem heen een grote ballon die uit het dorp opstijgt en, net als de zeppelin die ze pas hebben gezien, over de Wijer weg zweeft.

Hij ziet zichzelf kleiner worden, tot hij tussen de wolken zweeft en hij er nog alleen maar, hand in hand, in zit met Thija. Ze draagt een lange rok die tot over haar schoenen hangt en ze heeft een strik in het haar die zo groot is dat ze onder zijn neus kriebelt als ze zich naar hem toe buigt.

Precies zoals op de dag van haar vertrek.

Ton van Reen: Het diepste blauw (107)
wordt vervolgd

• fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, - Het diepste blauw, Archive Q-R, Reen, Ton van

Taeko Kono: Toddler Hunting, And Other Stories

Toddler-Hunting and Other Stories introduces a startlingly original voice. Winner of Japan’s top literary prizes for fiction (among them the Akutagawa, the Tanizaki, the Noma, and the Yomiuri), Taeko Kono writes with a strange beauty, pinpricked with sadomasochistic and disquieting scenes.

In the title story, the protagonist loathes young girls, but compulsively buys expensive clothes for little boys so that she can watch them dress and undress. The impersonal gaze Taeko Kono turns on this behavior transfixes the reader with a fatal question: What are we hunting for? And why?

Multiplying perspectives and refracting light from the strangely facing mirrors of fantasy and reality, pain and pleasure, these ten stories present Kono at her very best.

Winner of Japan’s top literary prizes (the Akutagawa, the Tanizaki, the Noma, and the Yomiuri), Taeko Kono writes with a strange beauty: her tales are pinpricked with disquieting scenes, her characters all teetering on self-dissolution, especially in the context of their intimate relationships. In the title story, the protagonist loathes young girls but compulsively buys expensive clothes for little boys so that she can watch them dress and undress. Taeko Kono’s detached gaze at this alarming behavior transfixes the reader: What are we hunting for? And why? Multiplying perspectives and refracting light from the facing mirrors of fantasy and reality, pain and pleasure, Toddler-Hunting and Other Stories presents a major Japanese writer at her very best.

Toddler Hunting: And Other Stories
Taeko Kono
Publisher: New Directions Publishing Corporation
Publication date: Nov. 2018
Publication country:United States
Paperback
Pages:272
ISBN: 978-0-81122-827-5
17.00 €

# More books
Taeko Kono
Fiction

• fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, - Book Stories, Archive K-L

Emily Dickinson: The Soul unto itself

 

The Soul unto itself

The Soul unto itself
Is an imperial friend –
Or the most agonizing Spy –
An Enemy – could send –

Secure against its own –
No treason it can fear –
Itself – its Sovereign – of itself
The Soul should stand in Awe –

 

Emily Dickinson
(1830-1886)
The Soul unto itself
fleursdumal.nl magazine

More in: Archive C-D, Dickinson, Emily

Eerste Grote Poëzieprijs voor Radna Fabias

Met haar succesdebuut Habitus wint Radna Fabias na de C. Buddingh’-prijs 2018 en de Awater Poëzieprijs en Herman De Coninckprijs 2019 óók deze eerste editie van De Grote Poëzieprijs.

This image has an empty alt attribute; its file name is grote-poe-prijs19.jpg

De prijs, € 25.000,- voor de beste Nederlandstalige bundel van het jaar, werd op de slotdag van het gouden Poetry International Festival uitgereikt samen met de C. Buddingh’-prijs, die naar Roberta Petzoldt ging, voor haar debuut Vruchtwatervuurlinie’. Habitus is daarmee zonder meer de meest prijswinnende debuutbundel ooit.

Ook werden op het festival prijzen uitgereikt door jongeren, een initiatief van School der Poëzie.

De School der Poëzie-Communityprijs ging naar Ted van Lieshout voor Ze gaan er met je neus vandoor,

Roelof ten Napel kreeg de Jongerenprijs voor Het woedeboek waarmee hij ook kans maakte op De Grote Poëzieprijs én de C. Buddingh’-prijs. Met het uitreikingsprogramma ‘Prijs de poëzie!’ sloot Poetry International het gouden jubileumfestival even feestelijk af als dat het begon.

De Grote Poëzieprijs voor Radna Fabias

This image has an empty alt attribute; its file name is fabias.jpgDe Grote Poëzieprijs is dé prijs voor Nederlandstalige poëzie en bekroont de beste Nederlandstalige bundel van het jaar met € 25.000,-.

De jury van De Grote Poëzieprijs 2019 kreeg 150 bundels ter lezing en nomineerde er niet vijf maar zes, vanwege het hoge aantal inzendingen, de verlengde periode waarover werd gejureerd en de aangetroffen kwaliteit.

Opnieuw gaat de hoofdprijs dus naar Radna Fabias: “Fabias graaft net zo lang in wat bedenkelijk is – waarbij ze ook zichzelf niet spaart – totdat de complexiteit van een probleem zich openbaart.

Dit maakt dat Habitus (Arbeiderspers) deelneemt aan het ‘gesprek van de dag’, maar tegelijk – en belangrijker – dat de bundel er ook een krachtig tegengif tegen is.

Niets is eenvoudig in deze bundel, niets is op te lossen met een paar slimme oneliners of standpunten. Fabias maakt het persoonlijke politiek en het politieke persoonlijk,” oordeelde de jury.

De C. Buddingh’-prijs voor Roberta Petzoldt

This image has an empty alt attribute; its file name is Vruchtwatervuurl.jpegDe prijs voor beste Nederlandstalige poëziedebuut – jaarlijks uitgereikt op het Poetry International Festival – gaat dit jaar naar Roberta Petzoldt.

Haar debuut Vruchtwatervuurlinie (Van Oorschot) gaat over verlies en is strijdbaar, humoristisch, prikkelend en fel maar boven alles een rigoureus allerindividueelst onderzoek waarbij de dichter, sneller dan de eigen schaduw, de poëzie zelf op de staart probeert te trappen of ‘zonder vliegtuig de wolken raken / bewegen door / een getraind gevoel voor humor / en een eenzame logica’.

Op intieme wijze creëert de dichter een verrassend nieuw poëtisch universum, wat weergaloze gedichten en tijdloze regels oplevert: ‘ik weet dat mensen op hun honden lijken, maar jij / lijkt op de hond van iemand anders’”, aldus de jury.

Jongerenprijzen bij De Grote Poëzieprijs

This image has an empty alt attribute; its file name is lieshout.pngSchool der Poëzie reikte op de slotavond van Poetry International twee prijzen uit namens de Poëzie Community en namens scholieren uit Nederland en Vlaanderen.

De Poëzie Community van School der Poëzie koos unaniem voor Ze gaan er met je neus vandoor (Leopold) van Ted van Lieshout, omdat het “een avontuur was om te lezen.” Jongeren van scholen uit Antwerpen, Amsterdam, Rotterdam en Gent namen deel aan workshops van School der Poëzie en lieten zich inspireren door de gedichten van de zes genomineerden. Zij kenden hun Jongerenprijs toe aan Roelof ten Napel voor Het woedeboek (Hollands Diep) “omdat het over woede gaat én over liefde.”

This image has an empty alt attribute; its file name is woedeboek-napel.jpegDe jury van De Grote Poëzieprijs bestond uit Joost Baars, Yra van Dijk, Adriaan van Dis, Cindy Kerseborn en Maud Vanhauwaert.

Zij nomineerden naast Habitus van Radna Fabias ook Nachtboot van Maria Barnas, Stalker van Joost Decorte, Het woedeboek van Roelof ten Napel, Genadeklap van Willem Jan Otten en Onze kinderjaren van Xavier Roelens. De jury van de C. Buddingh’-prijs bestond uit Els Moors, Tsead Bruinja en Kila van der Starre. Zij nomineerden ook Obelisque van Obe Alkema, Dwaallichten van Gerda Blees en Het woedeboek van Roelof ten Napel.

Eerste Grote Poëzieprijs voor Radna Fabias
Roberta Petzoldt wint ‘de Buddingh’
Jongerenprijzen voor Ted van Lieshout en Roelof ten Napel

• fleursdumal.nl magazine

More in: #Editors Choice Archiv, #More Poetry Archives, - Book News, - Bookstores, Archive E-F, Archive E-F, Archive K-L, Archive M-N, Archive O-P, Art & Literature News, Awards & Prizes, Lieshout, Ted van, Poetry International, ·

37ste Nacht van de Poëzie + Kindernacht van de Poëzie op 28 september 2019

De kaartverkoop van de 37ste Nacht van de Poëzie is van start! De Nacht vindt dit jaar plaats op zaterdag 28 september, als vanouds in de Grote Zaal van TivoliVredenburg.

Tot diep in de nacht krijg je een poëtische marathon voorgeschoteld. Aanstormend talent en grote namen uit de Nederlandstalige dichtkunst worden afgewisseld door muzikale en theatrale entr’actes.

This image has an empty alt attribute; its file name is nachtvdpoezie-2019.jpeg

De eerste namen van dichters die optreden tijdens de Nacht zijn bekend: H.C. ten Berge, Gerda Blees, Ellen Deckwitz, Maud Vanhauwaert, Nachoem Wijnberg, Hagar Peeters, Esther Jansma en Breyten Breytenbach zullen het podium betreden. De andere dichters en entr’actes worden in de loop van dit voorjaar aangekondigd. De presentatie is wederom in handen van Piet Piryns en Ester Naomi Perquin.

De Early Bird tickets van 33,- (regulier tarief 38,-) zijn verkrijgbaar tot en met 1 juli. Kaarten zijn inclusief de Nachtbundel 2019. Ook zijn er speciale Nacht-de-luxe kaarten waarbij je een vaste zitplaats kunt reserveren (beperkt aantal beschikbaar).

37ste Nacht van de Poëzie
Zaterdag 28 september 2019
20.00 – ong. 03.00 uur
Grote Zaal | TivoliVredenburg Utrecht

Kindernacht van de Poëzie
Na de succesvolle edities van 2017 en 2018 is er een nieuwe Nachttraditie! In de middag van zaterdag 28 september, aan de vooravond van de ‘grote’ Nacht, vindt dit jaar voor de derde keer de Kindernacht plaats. Poëziefans van zes jaar en ouder kunnen dan samen met hun vriendjes, ouders en familie kijken en luisteren naar voordrachten van geestige gedichten en raadselachtige rijmpjes door bekende dichters. Schrijver, dichter en Drama Koningin Babs Gons presenteert de Kindernacht. En naast alles wat op het podium gebeurt, kunnen kinderen ook deelnemen aan allerlei spannende en leuke doe-activiteiten.

Kindernacht
Zaterdag 28 september 2019
15:00 – 17:00 uur
Pandora | TivoliVredenburg Utrecht

# meer informatie website nacht van de poézie

• fleursdumal.nl magazine

More in: #More Poetry Archives, Art & Literature News, AUDIO, CINEMA, RADIO & TV, Breyten Breytenbach, Nacht van de Poëzie

Victor Hugo: Exil (Poème)

Exil

Si je pouvais voir, ô patrie,
Tes amandiers et tes lilas,
Et fouler ton herbe fleurie,
Hélas !

Si je pouvais, – mais, ô mon père,
O ma mère, je ne peux pas, –
Prendre pour chevet votre pierre,
Hélas !

Dans le froid cercueil qui vous gêne,
Si je pouvais vous parler bas,
Mon frère Abel, mon frère Eugène,
Hélas !

Si je pouvais, ô ma colombe,
Et toi, mère, qui t’envolas,
M’agenouiller sur votre tombe,
Hélas !

Oh ! vers l’étoile solitaire,
Comme je lèverais les bras !
Comme je baiserais la terre,
Hélas !

Loin de vous, ô morts que je pleure,
Des flots noirs j’écoute le glas ;
Je voudrais fuir, mais je demeure,
Hélas !

Pourtant le sort, caché dans l’ombre,
Se trompe si, comptant mes pas,
Il croit que le vieux marcheur sombre
Est las.

Victor Hugo
(1802-1885)
Exil
(Poème)

• fleursdumal.nl magazine

More in: Archive G-H, Archive G-H, Hugo, Victor, Victor Hugo

Saki: Sredni Vashtar (short story)

Sredni Vashtar

Conradin was ten years old, and the doctor had pronounced his professional opinion that the boy would not live another five years. The doctor was silky and effete, and counted for little, but his opinion was endorsed by Mrs. de Ropp, who counted for nearly everything. Mrs. De Ropp was Conradin’s cousin and guardian, and in his eyes she represented those three-fifths of the world that are necessary and disagreeable and real; the other two-fifths, in perpetual antagonism to the foregoing, were summed up in himself and his imagination. One of these days Conradin supposed he would succumb to the mastering pressure of wearisome necessary things — such as illnesses and coddling restrictions and drawn-out dullness. Without his imagination, which was rampant under the spur of loneliness, he would have succumbed long ago.

Mrs. de Ropp would never, in her honestest moments, have confessed to herself that she disliked Conradin, though she might have been dimly aware that thwarting him “for his good” was a duty which she did not find particularly irksome. Conradin hated her with a desperate sincerity which he was perfectly able to mask. Such few pleasures as he could contrive for himself gained an added relish from the likelihood that they would be displeasing to his guardian, and from the realm of his imagination she was locked out — an unclean thing, which should find no entrance.

In the dull, cheerless garden, overlooked by so many windows that were ready to open with a message not to do this or that, or a reminder that medicines were due, he found little attraction. The few fruit-trees that it contained were set jealously apart from his plucking, as though they were rare specimens of their kind blooming in an arid waste; it would probably have been difficult to find a market-gardener who would have offered ten shillings for their entire yearly produce. In a forgotten corner, however, almost hidden behind a dismal shrubbery, was a disused tool-shed of respectable proportions, and within its walls Conradin found a haven, something that took on the varying aspects of a playroom and a cathedral. He had peopled it with a legion of familiar phantoms, evoked partly from fragments of history and partly from his own brain, but it also boasted two inmates of flesh and blood. In one corner lived a ragged-plumaged Houdan hen, on which the boy lavished an affection that had scarcely another outlet. Further back in the gloom stood a large hutch, divided into two compartments, one of which was fronted with close iron bars. This was the abode of a large polecat-ferret, which a friendly butcher-boy had once smuggled, cage and all, into its present quarters, in exchange for a long-secreted hoard of small silver. Conradin was dreadfully afraid of the lithe, sharp-fanged beast, but it was his most treasured possession. Its very presence in the tool-shed was a secret and fearful joy, to be kept scrupulously from the knowledge of the Woman, as he privately dubbed his cousin. And one day, out of Heaven knows what material, he spun the beast a wonderful name, and from that moment it grew into a god and a religion. The Woman indulged in religion once a week at a church near by, and took Conradin with her, but to him the church service was an alien rite in the House of Rimmon. Every Thursday, in the dim and musty silence of the tool-shed, he worshipped with mystic and elaborate ceremonial before the wooden hutch where dwelt Sredni Vashtar, the great ferret. Red flowers in their season and scarlet berries in the winter-time were offered at his shrine, for he was a god who laid some special stress on the fierce impatient side of things, as opposed to the Woman’s religion, which, as far as Conradin could observe, went to great lengths in the contrary direction. And on great festivals powdered nutmeg was strewn in front of his hutch, an important feature of the offering being that the nutmeg had to be stolen. These festivals were of irregular occurrence, and were chiefly appointed to celebrate some passing event. On one occasion, when Mrs. de Ropp suffered from acute toothache for three days, Conradin kept up the festival during the entire three days, and almost succeeded in persuading himself that Sredni Vashtar was personally responsible for the toothache. If the malady had lasted for another day the supply of nutmeg would have given out.

The Houdan hen was never drawn into the cult of Sredni Vashtar. Conradin had long ago settled that she was an Anabaptist. He did not pretend to have the remotest knowledge as to what an Anabaptist was, but he privately hoped that it was dashing and not very respectable. Mrs. de Ropp was the ground plan on which he based and detested all respectability.

After a while Conradin’s absorption in the tool-shed began to attract the notice of his guardian. “It is not good for him to be pottering down there in all weathers,” she promptly decided, and at breakfast one morning she announced that the Houdan hen had been sold and taken away overnight. With her short-sighted eyes she peered at Conradin, waiting for an outbreak of rage and sorrow, which she was ready to rebuke with a flow of excellent precepts and reasoning. But Conradin said nothing: there was nothing to be said. Something perhaps in his white set face gave her a momentary qualm, for at tea that afternoon there was toast on the table, a delicacy which she usually banned on the ground that it was bad for him; also because the making of it “gave trouble,” a deadly offence in the middle-class feminine eye.

“I thought you liked toast,” she exclaimed, with an injured air, observing that he did not touch it.

“Sometimes,” said Conradin.

In the shed that evening there was an innovation in the worship of the hutch-god. Conradin had been wont to chant his praises, to-night he asked a boon.

“Do one thing for me, Sredni Vashtar.”

The thing was not specified. As Sredni Vashtar was a god he must be supposed to know. And choking back a sob as he looked at that other empty corner, Conradin went back to the world he so hated.

And every night, in the welcome darkness of his bedroom, and every evening in the dusk of the tool-shed, Conradin’s bitter litany went up: “Do one thing for me, Sredni Vashtar.”

Mrs. de Ropp noticed that the visits to the shed did not cease, and one day she made a further journey of inspection.

“What are you keeping in that locked hutch?” she asked. “I believe it’s guinea-pigs. I’ll have them all cleared away.”

Conradin shut his lips tight, but the Woman ransacked his bedroom till she found the carefully hidden key, and forthwith marched down to the shed to complete her discovery. It was a cold afternoon, and Conradin had been bidden to keep to the house. From the furthest window of the dining-room the door of the shed could just be seen beyond the corner of the shrubbery, and there Conradin stationed himself. He saw the Woman enter, and then he imagined her opening the door of the sacred hutch and peering down with her short-sighted eyes into the thick straw bed where his god lay hidden. Perhaps she would prod at the straw in her clumsy impatience. And Conradin fervently breathed his prayer for the last time. But he knew as he prayed that he did not believe. He knew that the Woman would come out presently with that pursed smile he loathed so well on her face, and that in an hour or two the gardener would carry away his wonderful god, a god no longer, but a simple brown ferret in a hutch. And he knew that the Woman would triumph always as she triumphed now, and that he would grow ever more sickly under her pestering and domineering and superior wisdom, till one day nothing would matter much more with him, and the doctor would be proved right. And in the sting and misery of his defeat, he began to chant loudly and defiantly the hymn of his threatened idol:

Sredni Vashtar went forth,
His thoughts were red thoughts and his teeth were white.
His enemies called for peace, but he brought them death.
Sredni Vashtar the Beautiful.

And then of a sudden he stopped his chanting and drew closer to the window-pane. The door of the shed still stood ajar as it had been left, and the minutes were slipping by. They were long minutes, but they slipped by nevertheless. He watched the starlings running and flying in little parties across the lawn; he counted them over and over again, with one eye always on that swinging door. A sour-faced maid came in to lay the table for tea, and still Conradin stood and waited and watched. Hope had crept by inches into his heart, and now a look of triumph began to blaze in his eyes that had only known the wistful patience of defeat. Under his breath, with a furtive exultation, he began once again the paean of victory and devastation. And presently his eyes were rewarded: out through that doorway came a long, low, yellow-and-brown beast, with eyes a-blink at the waning daylight, and dark wet stains around the fur of jaws and throat. Conradin dropped on his knees. The great polecat-ferret made its way down to a small brook at the foot of the garden, drank for a moment, then crossed a little plank bridge and was lost to sight in the bushes. Such was the passing of Sredni Vashtar.

“Tea is ready,” said the sour-faced maid; “where is the mistress?”

“She went down to the shed some time ago,” said Conradin.

And while the maid went to summon her mistress to tea, Conradin fished a toasting-fork out of the sideboard drawer and proceeded to toast himself a piece of bread. And during the toasting of it and the buttering of it with much butter and the slow enjoyment of eating it, Conradin listened to the noises and silences which fell in quick spasms beyond the dining-room door. The loud foolish screaming of the maid, the answering chorus of wondering ejaculations from the kitchen region, the scuttering footsteps and hurried embassies for outside help, and then, after a lull, the scared sobbings and the shuffling tread of those who bore a heavy burden into the house.

“Whoever will break it to the poor child? I couldn’t for the life of me!” exclaimed a shrill voice. And while they debated the matter among themselves, Conradin made himself another piece of toast.

Sredni Vashtar
From ‘The Chronicles of Clovis’
by Saki (H. H. Munro)
(1870 – 1916)

• fleursdumal.nl magazine

More in: Archive S-T, Saki, Saki, The Art of Reading

« Read more

Thank you for reading FLEURSDUMAL.NL - magazine for art & literature