New

  1. Lord Byron: When we two parted
  2. Ton van Reen: Het diepste blauw (057). Een roman als feuilleton
  3. Guillaume Apollinaire: La Dame
  4. Gertrud Kolmar: Der Engel im Walde
  5. Samuel Taylor Coleridge: Rime of the Ancient Mariner
  6. Ton van Reen: Het diepste blauw (056). Een roman als feuilleton
  7. Gladys Cromwell: Star Song
  8. Vincent Berquez: Japanese river
  9. James Joyce: Lean Out of the Window
  10. Ton van Reen: Het diepste blauw (055). Een roman als feuilleton
  11. Bobby Parker: Working Class Voodoo
  12. Nieuwe digitale bundel Fantom Ebooks (nr 2) van Paul Bezembinder
  13. Bert Bevers gedicht: Caprice
  14. Nieuwe digitale dichtbundel Fantom Ebooks – nr 2: Kwatrijnen van Paul Bezembinder
  15. Ton van Reen: Het diepste blauw (054). Een roman als feuilleton
  16. De Parelduiker voorjaar 2018/2
  17. Boekpresentatie: Nicht verloren laufen met lino’s van Walter Kerkhofs en Ivo van Leeuwen
  18. Stephen King: The Outsider. A Novel
  19. Edgar Allan Poe: The Cask of Amontillado
  20. Ton van Reen: Het diepste blauw (053). Een roman als feuilleton
  21. Lord Byron: Growing Old
  22. Radna Fabias wint C. Buddingh’-prijs 2018
  23. Hugo Ball: Bagatelle
  24. Ton van Reen: Het diepste blauw (052). Een roman als feuilleton
  25. Gertrud Kolmar: Die Verlassene (An K. J.)
  26. Martin Puchner: The Written World. The Power of Stories to Shape People, History, Civilization
  27. Joyce Carol Oates: Beautiful Days. Stories
  28. David Hajdu: Positively 4th Street
  29. Ton van Reen: Het diepste blauw (051). Een roman als feuilleton
  30. Bert Bevers gedicht: In de doorslaap
  31. Poetry International Festival Rotterdam (29/5-3/6-2018) – Live Streams
  32. Festival de la BnF 2018 Paris: La Bibliothèque parlante
  33. Poetry International Festival Rotterdam 2018
  34. Michelle Witen: James Joyce and Absolute Music
  35. Ton van Reen: Het diepste blauw (050). Een roman als feuilleton
  36. Karl Marx: Das Kapital
  37. Viking Eggeling: Four frames from “Diagonal-Symphonie”
  38. Orphic Paris by Henri Cole
  39. Karl Marx: Es kommt darauf an, die Welt zu verändern. Ein Karl-Marx-Lesebuch
  40. Patrick Tudoret: Fromentin. Le roman d’une vie
  41. JACE van de Ven: Met Vaart In Het Hart. Verhalen uit het Brabants Wielercafé
  42. Sleeping Late on Judgment Day. Poems by Jane Mayhall
  43. Ton van Reen: Het diepste blauw (049). Een roman als feuilleton
  44. Robert Desnos: Le Livre secret pour Youki
  45. Oerol #festivaleiland 15 – 24 juni 2018
  46. Alberto Manguel: Packing My Library. An Elegy and Ten Digressions
  47. Ton van Reen: Het diepste blauw (048). Een roman als feuilleton
  48. Monika Maron: Munin oder Chaos im Kopf
  49. Faisal Mohyuddin: The Displaced Children Of Displaced Children
  50. ELO 2018 Mind The Gap!

Categories

  1. CINEMA, RADIO & TV
  2. DANCE
  3. DICTIONARY OF IDEAS
  4. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
  5. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, drugs, dead poets
  6. FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
  7. LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence
  8. MONTAIGNE
  9. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
  10. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
  11. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST- photos, texts, videos, street poetry, 1968
  12. MUSIC
  13. PRESS & PUBLISHING
  14. REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS
  15. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
  16. STREET POETRY
  17. THEATRE
  18. TOMBEAU DE LA JEUNESSE – early death: writers, poets & artists who died young
  19. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm & co, fairy tales, art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, ideal women
  20. WAR & PEACE
  21. ·

 

  1. Subscribe to new material:
    RSS     ATOM

Bert Bevers gedicht: Caprice

 

Caprice

Een gedicht zwicht niet voor het schuurpapier
van de logica en dus spoed ik mij op de cadans
van een stencilmachine in dromen door een stad
die het Milaan van Ermanno Olmi moet zijn.
Hoe er oogharen van Lombarden in hun keramiek

zijn beland, er verraad à gogo wordt gepleegd.
Beloftes aan het verleden hebben geen zin.

 

Bert Bevers
Gedicht: Caprice
Uit Andere taal, Uitgeverij Litera Este, Borgerhout, 2010

Bert Bevers is a poet and writer who lives and works in Antwerp (Be)
fleursdumal.nl magazine

More in: Archive A-B, Archive A-B, Bevers, Bert

Nieuwe digitale dichtbundel Fantom Ebooks – nr 2: Kwatrijnen van Paul Bezembinder

Vandaag verschijnt het nieuwste deel in de reeks digitale publicaties van fleursdumal.nl, Fantom Ebooks. Fantom Ebooks nummer 2 is een werk van de Eindhovense dichter, schrijver en vertaler Paul Bezembinder, getiteld ‘Kwatrijnen. Filosofische Verkenningen’. De e-bundel omvat achttien filosofische en absurdistische kwatrijnen.

Bezembinder (1961) studeerde theoretische natuurkunde in Nijmegen. In zijn poëzie zoekt hij in vooral klassieke versvormen en thema’s naar de balans tussen serieuze poëzie, pastiche en smartlap. Zijn gedichten (Nederlands) en vertalingen (Russisch- Nederlands) verschenen in verschillende (online) literaire tijdschriften, waaronder fleursdumal.nl. Voorbeelden van zijn werk zijn ook te vinden op zijn website: www.paulbezembinder.nl

Fantom Ebooks is een uitgave van Art Brut Digital Editions en publiceert onregelmatig bijzondere kunst- en literatuurprojecten. Deel 3 verschijnt eind 2018. Fantom Ebooks nummer 1 is de bundel OVERVLOED van dichter Bert Bevers. Deze bevat tien verschillende vertalingen van het gedicht ‘Overvloed’ van Bert Bevers.

PAUL BEZEMBINDER
KWATRIJNEN
Filosofische Verkenningen

FANTOM EBOOKS
Art Brut Digital Editions
Series Fantom Ebooks
www.fleursdumal.nl

FANTOM 2
Fantom Ebooks 2018
ISBN: 978-90-76326-10-8
NUR 306

1ste PDF-uitgave FANTOM2, Juni 2018
GRATIS te downloaden via onderstaande LINK

 

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Lovers, - Book News, - Fantom Ebooks, Archive A-B, Art & Literature News, Bezembinder, Paul, PRESS & PUBLISHING

Ton van Reen: Het diepste blauw (054). Een roman als feuilleton

Mels veegt het angstzweet uit zijn nek. Werktuiglijk klopt hij zijn schouders af. Hij kijkt naar de silo verderop. Er is geen vliegtuig tegenaan gevlogen. Hij zit in zijn rolstoel langs de Wijer. Hij is helemaal alleen.

Hij kijkt in het water dat tegen de pilaren van de brug kolkt. Zijn ogen volgen blaadjes die mee glijden in de stroom. Tot ze plotseling worden aangezogen door een kolk en in de spiraal naar beneden worden gedrukt, gevangen in een trechter van water. Wat kan hij doen om ze te bevrijden?

Hij weet dat het door zijn eigen gevoel van gevangenschap komt. Zijn gebonden zijn doet hem meeleven met alles wat onvrij is. Wat zou hij graag, net als vroeger, in een bootje met de stroom mee drijven. Zomaar naar nergens. Net zo lang tot het bootje ergens vast komt te zitten in de begroeiing van de oever.

Zijn ogen volgen een stuk hout dat snel aan komt drijven. Te groot om te worden aangezogen, snelt het langs de kolken en duikt onder de brug door.

Ton van Reen: Het diepste blauw (054)
wordt vervolgd

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Stories, - Het diepste blauw, Archive Q-R, Reen, Ton van

De Parelduiker voorjaar 2018/2

Poëzie in Mickery
Halbo C. Kools poëzieavonden in 1966
Niels Bokhove

Literair Leeuwarden (I)
Schrijvers die sporen nalieten
Pieter de Groot

Big Brother heeft bestaan
Marco Daane

J. van Oudshoorn en een hongerkunstenaar
Jan Paul Hinrichs

‘Puur pooierachtige diefstal’
Nico Keuning

Constantinopel-Scheveningen
Een uniek liefdadigheidsalbum van Philippe Zilcken
Jaap Versteegh

Berliner Beobachter
Deutschsprachige Gemeinschaft Belgiens
Hans Olink

Schoon & haaks
Jan Paul Hinrichs

De Laatste Pagina
Oscar Timmers (1931-2018)
Paul Arnoldusse

Literair Leeuwarden
In drie nummers besteedt De Parelduiker aandacht aan het feit dat Leeuwarden dit jaar Culturele hoofdstad van Europa is. Literair Leeuwarden wordt, steeds vanuit een andere invalshoek en door een andere auteur, onder de loep genomen. Om te beginnen met de negentiende eeuw: de gebroeders Halbertsma uit Grou, François HaverSchmidt, Pieter Jelles Troelstra, Nienke van Hichtum en, niet te vergeten, Trui Jentink, ‘de pruttelende koffiekan van de Romkeslaan’, feministe van het eerste uur. Het begin van een mooie Leeuwarder literatuurgeschiedenis in vogelvlucht.

Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh in Mickery Loenersloot
Dichter Halbo C. Kool, door tekstdichter Lennaert Nijgh als ‘een wonderkind van 60’ bezongen, probeerde het succes van Poëzie in Carré (1966) een vervolg te geven met zijn poëzieavonden in het pas geopende Mickery-theater van Ritsaert ten Cate in Loenersloot. Na het eerste optreden van Nina Simone in Nederland aldaar mochten Lennaert Nijgh en zanger Boudewijn de Groot optreden in Mickery met hun cyclus Voor de overlevenden, te midden van dichterscoryfeeën als Clara Eggink, Theun de Vries, Remco Campert, A. Roland Holst, Gerrit Kouwenaar en Fritzi Harmsen van Beek. Mede door de slechte bereikbaarheid – al reed er een speciale bus van het Leidse Bosje – werden de avonden geen succes.

De Parelduiker 2018/2
ISBN 9789059375161
€ 12,50
80 pagina’s
geïllustreerd

# Website Uitgeverij Bas Lubberhuizen

Literair tijdschrift De Parelduiker
fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Stories, Art & Literature News, LITERARY MAGAZINES, MONTAIGNE, PRESS & PUBLISHING

Boekpresentatie: Nicht verloren laufen met lino’s van Walter Kerkhofs en Ivo van Leeuwen

 

Nicht verloren laufen

Een boek met lino’s van Walter Kerkhofs en Ivo van Leeuwen.
Handgedrukt, oplage 70.
Gebonden door Liesbeth Huyben

Grafiek expositie met werk van Walter Kerkhofs en Ivo van Leeuwen. Verder is naast grafiek van boven genoemde kunstenaars, ook werk te zien van de Hamburgse kunstenaar: Dragan Prgomelja.

Tijdens de presentatie worden drie muziekstukken uitgevoerd, die werden gecomponeerd door Frans Kerkhofs op gedichten van Nabokov.

Uitvoerenden: Lizette van Beek, mezzo-sopraan en Doré van Deijk, piano.

Nicht verloren laufen
16 juni 2018 op 16.00 uur
NS-Plein 16, Tilburg
Expositie open 17/23/14 juni van 12.00 tot 17.00

new art work
fleursdumal.nl magazine

More in: # Music Archive, - Book Lovers, - Book News, Art & Literature News, Exhibition Archive, Ivo van Leeuwen, PRESS & PUBLISHING

Stephen King: The Outsider. A Novel

An unspeakable crime. A confounding investigation. At a time when the King brand has never been stronger, he has delivered one of his most unsettling and compulsively readable stories.

An eleven-year-old boy’s violated corpse is found in a town park. Eyewitnesses and fingerprints point unmistakably to one of Flint City’s most popular citizens. He is Terry Maitland, Little League coach, English teacher, husband, and father of two girls. Detective Ralph Anderson, whose son Maitland once coached, orders a quick and very public arrest. Maitland has an alibi, but Anderson and the district attorney soon add DNA evidence to go with the fingerprints and witnesses. Their case seems ironclad.

As the investigation expands and horrifying answers begin to emerge, King’s propulsive story kicks into high gear, generating strong tension and almost unbearable suspense. Terry Maitland seems like a nice guy, but is he wearing another face? When the answer comes, it will shock you as only Stephen King can.

Stephen King is the author of more than fifty books, all of them worldwide bestsellers. His recent work includes The Bill Hodges Trilogy, Revival, and Doctor Sleep. His novel 11/22/63 was named a top ten book of 2011 by The New York Times Book Review and won the Los Angeles Times Book Prize for Mystery/Thriller as well as the Best Hardcover Book Award from the International Thriller Writers Association. He is the recipient of the 2003 National Book Foundation Medal for Distinguished Contribution to American Letters. He lives in Bangor, Maine, with his wife, novelist Tabitha King.

The Outsider
A Novel
By Stephen King (Author)
Language: English
Genre Horror, Crime fiction
Published: May 22, 2018
Publisher: Scribner
Media type Print (hardcover)
Pages 576
ISBN-10: 1501180983
ISBN 978-1501180989
Price $18.90

new books
fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, Archive K-L, Art & Literature News, Stephen King, Tales of Mystery & Imagination

Edgar Allan Poe: The Cask of Amontillado

Edgar Allan Poe
The Cask of Amontillado

The thousand injuries of Fortunato I had borne as I best could, but when he ventured upon insult I vowed revenge. You, who so well know the nature of my soul, will not suppose, however, that gave utterance to a threat. At length I would be avenged; this was a point definitely, settled but the very definitiveness with which it was resolved precluded the idea of risk. I must not only punish but punish with impunity. A wrong is unredressed when retribution overtakes its redresser. It is equally unredressed when the avenger fails to make himself felt as such to him who has done the wrong.

It must be understood that neither by word nor deed had I given Fortunato cause to doubt my good will. I continued, as was my in to smile in his face, and he did not perceive that my to smile now was at the thought of his immolation.

He had a weak point this Fortunato although in other regards he was a man to be respected and even feared. He prided himself on his connoisseurship in wine. Few Italians have the true virtuoso spirit. For the most part their enthusiasm is adopted to suit the time and opportunity, to practise imposture upon the British and Austrian millionaires. In painting and gemmary, Fortunato, like his countrymen, was a quack, but in the matter of old wines he was sincere. In this respect I did not differ from him materially; I was skilful in the Italian vintages myself, and bought largely whenever I could.

It was about dusk, one evening during the supreme madness of the carnival season, that I encountered my friend. He accosted me with excessive warmth, for he had been drinking much. The man wore motley. He had on a tight-fitting parti-striped dress, and his head was surmounted by the conical cap and bells. I was so pleased to see him that I thought I should never have done wringing his hand.
I said to him “My dear Fortunato, you are luckily met. How remarkably well you are looking to-day. But I have received a pipe of what passes for Amontillado, and I have my doubts.”

“How?” said he. “Amontillado, A pipe? Impossible! And in the middle of the carnival!”
“I have my doubts,” I replied; “and I was silly enough to pay the full Amontillado price without consulting you in the matter. You were not to be found, and I was fearful of losing a bargain.”
“Amontillado!”
“I have my doubts.”
“Amontillado!”
“And I must satisfy them.”
“Amontillado!”
“As you are engaged, I am on my way to Luchresi. If any one has a critical turn it is he. He will tell me ”
“Luchresi cannot tell Amontillado from Sherry.”
“And yet some fools will have it that his taste is a match for your own.
“Come, let us go.”
“Whither?”
“To your vaults.”
“My friend, no; I will not impose upon your good nature. I perceive you have an engagement. Luchresi”
“I have no engagement; come.”
“My friend, no. It is not the engagement, but the severe cold with which I perceive you are afflicted. The vaults are insufferably damp. They are encrusted with nitre.”
“Let us go, nevertheless. The cold is merely nothing. Amontillado! You have been imposed upon. And as for Luchresi, he cannot distinguish Sherry from Amontillado.”
Thus speaking, Fortunato possessed himself of my arm; and putting on a mask of black silk and drawing a roquelaire closely about my person, I suffered him to hurry me to my palazzo.

There were no attendants at home; they had absconded to make merry in honour of the time. I had told them that I should not return until the morning, and had given them explicit orders not to stir from the house. These orders were sufficient, I well knew, to insure their immediate disappearance, one and all, as soon as my back was turned.
I took from their sconces two flambeaux, and giving one to Fortunato, bowed him through several suites of rooms to the archway that led into the vaults. I passed down a long and winding staircase, requesting him to be cautious as he followed. We came at length to the foot of the descent, and stood together upon the damp ground of the catacombs of the Montresors.
The gait of my friend was unsteady, and the bells upon his cap jingled as he strode.

“The pipe,” he said.
“It is farther on,” said I; “but observe the white web-work which gleams from these cavern walls.”
He turned towards me, and looked into my eves with two filmy orbs that distilled the rheum of intoxication.
“Nitre?” he asked, at length.
“Nitre,” I replied. “How long have you had that cough?”
“Ugh! ugh! ugh! ugh! ugh! ugh! ugh! ugh! ugh! ugh! ugh! ugh! ugh! ugh! ugh!”
My poor friend found it impossible to reply for many minutes.
“It is nothing,” he said, at last.
“Come,” I said, with decision, “we will go back; your health is precious. You are rich, respected, admired, beloved; you are happy, as once I was. You are a man to be missed. For me it is no matter. We will go back; you will be ill, and I cannot be responsible. Besides, there is Luchresi ”
“Enough,” he said; “the cough’s a mere nothing; it will not kill me. I shall not die of a cough.”
“True true,” I replied; “and, indeed, I had no intention of alarming you unnecessarily but you should use all proper caution. A draught of this Medoc will defend us from the damps.
Here I knocked off the neck of a bottle which I drew from a long row of its fellows that lay upon the mould.
“Drink,” I said, presenting him the wine.
He raised it to his lips with a leer. He paused and nodded to me familiarly, while his bells jingled.
“I drink,” he said, “to the buried that repose around us.”
“And I to your long life.”
He again took my arm, and we proceeded.
“These vaults,” he said, “are extensive.”
“The Montresors,” I replied, “were a great and numerous family.”
“I forget your arms.”
“A huge human foot d’or, in a field azure; the foot crushes a serpent rampant whose fangs are imbedded in the heel.”
“And the motto?”
“Nemo me impune lacessit.”
“Good!” he said.

The wine sparkled in his eyes and the bells jingled. My own fancy grew warm with the Medoc. We had passed through long walls of piled skeletons, with casks and puncheons intermingling, into the inmost recesses of the catacombs. I paused again, and this time I made bold to seize Fortunato by an arm above the elbow.
“The nitre!” I said; “see, it increases. It hangs like moss upon the vaults. We are below the river’s bed. The drops of moisture trickle among the bones. Come, we will go back ere it is too late. Your cough ”
“It is nothing,” he said; “let us go on. But first, another draught of the Medoc.” I broke and reached him a flagon of De Grave. He emptied it at a breath. His eyes flashed with a fierce light. He laughed and threw the bottle upwards with a gesticulation I did not understand.  I looked at him in surprise. He repeated the movement a grotesque one.
“You do not comprehend?” he said.
“Not I,” I replied.
“Then you are not of the brotherhood.”
“How?”
“You are not of the masons.”
“Yes, yes,” I said; “yes, yes.”
“You? Impossible! A mason?”
“A mason,” I replied.
“A sign,” he said, “a sign.”
“It is this,” I answered, producing from beneath the
folds of my roquelaire a trowel.
“You jest,” he exclaimed, recoiling a few paces.
“But let us proceed to the Amontillado.”
“Be it so,” I said, replacing the tool beneath the cloak and again offering him my arm. He leaned upon it heavily. We continued our route in search of the Amontillado. We passed through a range of low arches, descended, passed on, and descending again, arrived at a deep crypt, in which the foulness of the air caused our flambeaux rather to glow than flame.

At the most remote end of the crypt there appeared another less spacious. Its walls had been lined with human remains, piled to the vault overhead, in the fashion of the great catacombs of Paris. Three sides of this interior crypt were still ornamented in this manner. From the fourth side the bones had been thrown down, and lay promiscuously upon the earth, forming at one point a mound of some size. Within the wall thus exposed by the displacing of the bones, we perceived a still interior crypt or recess, in depth about four feet, in width three, in height six or seven. It seemed to have been constructed for no especial use within itself, but formed merely the interval between two of the colossal supports of the roof of the catacombs, and was backed by one of their circumscribing walls of solid granite.
It was in vain that Fortunato, uplifting his dull torch, endeavoured to pry into the depth of the recess. Its termination the feeble light did not enable us to see.

“Proceed,” I said; “herein is the Amontillado. As for Luchresi ”
“He is an ignoramus,” interrupted my friend, as he stepped unsteadily forward, while I followed immediately at his heels. In niche, and finding an instant he had reached the extremity of the niche, and finding his progress arrested by the rock, stood stupidly bewildered. A moment more and I had fettered him to the granite. In its surface were two iron staples, distant from each other about two feet, horizontally. From one of these depended a short chain, from the other a padlock. Throwing the links about his waist, it was but the work of a few seconds to secure it. He was too much astounded to resist. Withdrawing the key I stepped back from the recess.
“Pass your hand,” I said, “over the wall; you cannot help feeling the nitre. Indeed, it is very damp. Once more let me implore you to return. No? Then I must positively leave you. But I must first render you all the little attentions in my power.”
“The Amontillado!” ejaculated my friend, not yet recovered from his astonishment.
“True,” I replied; “the Amontillado.”

As I said these words I busied myself among the pile of bones of which I have before spoken. Throwing them aside, I soon uncovered a quantity of building stone and mortar. With these materials and with the aid of my trowel, I began vigorously to wall up the entrance of the niche.
I had scarcely laid the first tier of the masonry when I discovered that the intoxication of Fortunato had in a great measure worn off. The earliest indication I had of this was a low moaning cry from the depth of the recess. It was not the cry of a drunken man. There was then a long and obstinate silence. I laid the second tier, and the third, and the fourth; and then I heard the furious vibrations of the chain. The noise lasted for several minutes, during which, that I might hearken to it with the more satisfaction, I ceased my labours and sat down upon the bones. When at last the clanking subsided, I resumed the trowel, and finished without interruption the fifth, the sixth, and the seventh tier. The wall was now nearly upon a level with my breast. I again paused, and holding the flambeaux over the mason-work, threw a few feeble rays upon the figure within.

A succession of loud and shrill screams, bursting suddenly from the throat of the chained form, seemed to thrust me violently back. For a brief moment I hesitated, I trembled. Unsheathing my rapier, I began to grope with it about the recess; but the thought of an instant reassured me. I placed my hand upon the solid fabric of the catacombs, and felt satisfied. I reapproached the wall; I replied to the yells of him who clamoured. I re-echoed, I aided, I surpassed them in volume and in strength.

I did this, and the clamourer grew still. It was now midnight, and my task was drawing to a close. I had completed the eighth, the ninth and the tenth tier. I had finished a portion of the last and the eleventh; there remained but a single stone to be fitted and plastered in. I struggled with its weight; I placed it partially in its destined position. But now there came from out the niche a low laugh that erected the hairs upon my head. It was succeeded by a sad voice, which I had difficulty in recognizing as that of the noble Fortunato.

The voice said–
“Ha! ha! ha! he! he! he! a very good joke, indeed an excellent jest. We will have many a rich laugh about it at the palazzo he! he! he! over our wine he! he! he!”
“The Amontillado!” I said.
“He! he! he! he! he! he! yes, the Amontillado. But is it not getting late? Will not they be awaiting us at the palazzo, the Lady Fortunato and the rest? Let us be gone.”
“Yes,” I said, “let us be gone.”
“For the love of God, Montresor!”
“Yes,” I said, “for the love of God!”
But to these words I hearkened in vain for a reply.
I grew impatient. I called aloud
“Fortunato!”
No answer. I called again
“Fortunato!”

No answer still. I thrust a torch through the remaining aperture and let it fall within. There came forth in return only a jingling of the bells. My heart grew sick; it was the dampness of the catacombs that made it so. I hastened to make an end of my labour. I forced the last stone into its position; I plastered it up. Against the new masonry I re-erected the old rampart of bones. For the half of a century no mortal has disturbed them.
In pace requiescat!

Edgar Allan Poe (1809 – 1849)
The Cask of Amontillado
fleursdumal.nl magazine

More in: Edgar Allan Poe, Poe, Edgar Allan, Poe, Edgar Allan, Tales of Mystery & Imagination

Ton van Reen: Het diepste blauw (053). Een roman als feuilleton

`Hé, Mels! Kom je nog!’ De stem van Thija.
Hij rent naar de Wijer.
Tijger en Thija zitten in de boot.
Tijger roeit. Thija zit op het bankje, een reistas op haar knieën.
`We gaan naar China’, roept Tijger.

Mels springt in de boot en neemt de roeispanen over. Ze zakken de Wijer af, naar het hart van het dorp.
Mels ziet de mensen naar buiten komen. Zijn moeder, samen met tante Noortje, de roodharige heks en de moeder van Thija, die een glinsterende groene jurk draagt. Ze is nauwelijks groter dan Thija en net zo dun. Die twee lijken wel zussen.
`Waar gaan jullie heen?’ roept Thija’s moeder bezorgd.
`We reizen naar China’, roept Thija.
`Hoelang blijven jullie weg?’
`Dat weten we nog niet.’
`Je moet je slaapjurk meenemen! En je tandenborstel!’
`We hebben niets nodig. In China slapen we in het paleis van de keizer.’
`Ik wil mee’, roept Thija’s moeder. `Ik wil graag terug!’
`Spring maar in de boot’, roept Thija. `Ik vang je op!’

Te laat. De boot schiet onder de brug. Mels kijkt recht in het gezicht van Lizet, die over de reling hangt, altijd benieuwd naar wat die drie aan het doen zijn. Nog net ziet hij dat ze haar rechterbeen naar voren plaatst, zodat hij onder haar rok kijkt en de kousenband rond haar dij ziet. In dezelfde oogopslag ziet hij dat Thija ziet wat hij ziet. Hij vervloekt het. Hij kan er niets aan doen dat Lizet hem altijd zo uitdaagt.

Als de boot aan de andere kant onder de brug uit komt, is hij in een vliegtuig veranderd. Heel gewoon, zoals in dromen alles heel gewoon is. In een wijde boog vliegt de kleine pipercub omhoog.
Ze zwaaien naar hun moeders.

`Kijk uit!’ roept Mels naar Tijger die aan de stuurknuppel zit, maar doordat hij naar zijn moeder zwaait, ziet hij niet dat ze recht op de silo afvliegen. Met een enorme knal spat het vliegtuig uit elkaar. Meel wolkt op.

Ton van Reen: Het diepste blauw (053)
wordt vervolgd

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Stories, - Het diepste blauw, Archive Q-R, Reen, Ton van

Lord Byron: Growing Old

 

Growing Old

But now at thirty years my hair is grey—
(I wonder what it will be like at forty ?
I thought of a peruke the other day—)
My heart is not much greener ; and, in short, I
Have squandered my whole summer while ’twas May,
And feel no more the spirit to retort ; I
Have spent my life, both interest and principal,
And deem not, what I deemed, my soul invincible.

No more—no more—Oh ! never more on me
The freshness of the heart can fall like dew,
Which out of all the lovely things we see
Extracts emotions beautiful and new ;
Hived in our bosoms like the bag o’ the bee.
Think’st thou the honey with those objects grew ?
Alas ! ’twas not in them, but in thy power
To double even the sweetness of a flower.

No more—no more—Oh! never more my heart,
Canst thou be my sole world, my universe !
Once all in all, but now a thing apart,
Thou canst not be my blessing or my curse :
The illusion’s gone for ever, and thou art
Insensible, I trust, but none the worse,
And in thy stead I’ve got a deal of judgement,
Thou Heaven knows how it ever found a lodgement.

My days of love are over ; me no more
The charms of maid, wife, and still less of widow,
Can make the fool of which they made before,—
In short, I must not lead the life I did do ;
The credulous hope of mutual minds is o’er,
The copious use of claret is forbid too,
So for a good old-gentlemanly vice,
I think I must take up with avarice.

Ambition was my idol, which was broken
Before the shrines of Sorrow, and of Pleasure ;
And the two last have left me many a token
O’er which reflection may be made at leisure :
Now, like Friar Bacon’s Brazen Head, I’ve spoken,
‘Time is, Time was, Time’s past’ : a chymic treasure
Is glittering Youth, which I have spent betimes—
My heart in passion, and my head on rhymes.

What is the end of Fame ? ’tis but to fill
A certain portion of uncertain paper :
Some liken it to climbing up a hill,
Whose summit, like all hills, is lost in vapour ;
For this men write, speak, preach, and heroes kill,
And bards burn what they call their ‘midnight taper’,
To have, when the original is dust,
A name, a wretched picture and worse bust.

What are the hopes of man ? Old Egypt’s King
Cheops erected the first Pyramid
And largest, thinking it was just the thing
To keep his memory whole, and mummy hid ;
But somebody or other rummaging,
Burglariously broke his coffin’s lid :
Let not a monument give you or me hopes,
Since not a pinch of dust remains of Cheops.

But I, being fond of true philosophy,
Say very often to myself, ‘Alas!
All things that have been born were born to die,
And flesh (which Death mows down to hay) is grass ;
You’ve passed your youth not so unpleasantly,
And if you had it o’er again—’twould pass—
So thank your stars that matters are no worse,
And read your Bible, sir, and mind your purse.’

Lord Byron (1788-1824)
Growing Old
fleursdumal.nl magazine

More in: Archive A-B, Byron, Lord

Radna Fabias wint C. Buddingh’-prijs 2018

De C. Buddingh’-prijs 2018 is toegekend aan Radna Fabias. De jury riep haar bundel ‘Habitus’ uit tot beste Nederlandstalige poëziedebuut van het jaar.

Met de woorden ‘Een wonderlijk ongeëvenaard geval, dat de jury vloeibaar maakt, morsend en gehoorzamend aan haar zwaartekracht,’ maakte juryvoorzitter Jeroen Dera de winnende bundel bekend tijdens ‘De staat van de poëzie’, een avond over de laatste ontwikkelingen in de Nederlandstalige poézie op het 49e Poetry International Festival.

‘Er gebeurt iets in de Nederlandstalige poëzie’, aldus de jury, wat zeker ook te danken is aan de dichters Dean Bowen, Elisabeth Tonnard en Arno Van Vlierberghe die met hun bundels ‘Bokman’, ‘Voor het ideaal, lees de schaal’ en ‘Vloekschrift’ ook kans maakten op de dertigste editie van de debuutprijs. Naast Jeroen Dera zaten Charlotte Van den Broeck en Antoine de Kom in de jury.

Radna Fabias is geboren en getogen op de Nederlandse Antillen en studeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht.

“ik krijg
vijf trucs om gokkasten te laten betalen
een simpele manier om geld te maken
acht manieren om de man thuis te houden waaronder
vier brouwsels voor een strakkere kut”,

schrijft ze in ‘Habitus’. ‘Met overdonderde kracht sleurt ze de lezer mee in een broeierig tussengebied,’ aldus de jury. ‘Een subversieve stem die afkomst, bestemming, lichaam en perspectief te lijf gaat en daarbij zichzelf en de ander niet spaart, Deze poëzie is vlezig, goddelijk vunzig soms – en breekt de Hollandse dichtkunst weergaloos open, rekent af met het veilige vers. ‘Habitus’ zindert.

Het is moeilijk te zeggen wat het meest beklemt in deze bundel: het tropische eiland, het Nederlands waar de ik-figuur naartoe reist, of de categorieën die afkomst en bestemming projecteren op het lyrische ik. Fabias maakt deze beklemming voelbaar en tegelijkertijd gooit ze geijkte opposities als ‘wit’-‘zwart’, ‘man’-‘vrouw’, ‘ik’-‘ander’ open door ingenieus gebruik te maken van een cameramatige, maar uitgesproken lyrische stem die alle perspectieven opentrekt en het niet schuwt om zichzelf en de ander op het spel te zetten.’

Hoewel het aantal van 21 ingezonden debuten kwantitatief niet uitzonderlijk kan worden genoemd gaf de jury uiting aan het gevoel dat dit toch zeker een zeer bijzonder Buddingh’-jaar is.

‘Er gebeurt iets in de Nederlandstalige poëzie,’ zo meent de jury. In drieën valt op hoe op inhoudelijk vlak de combinatie van experiment en engagement overheerst, hoe de zoektocht naar een expliciet politiek ik centraal staat – een ik dat de verhouding zoekt tot de gemeenschap maar daarbij vooral de notie ‘gemeenschap’ problematiseert – en hoe de poëzie waarin dit allemaal gebeurt opvallend vaak verschijnt bij kleinere uitgeverijen.

De jury acht de kans groot dat het de uitgeverijen aan de rand van het literaire veld zijn die dit nieuwe geluid in de poëzie mogelijk maken.

Sinds 1988 wordt op initiatief van Poetry International ieder jaar de C. Buddingh’-Prijs uitgereikt aan de schrijver of schrijfster van het beste Nederlandstalige poëziedebuut. Met de prijs beoogt Poetry International meer aandacht te genereren voor talentvolle nieuwe stemmen in de Nederlandstalige poëzie.

Voor menig dichter van naam was de C. Buddingh’-Prijs de eerste belangrijke trofee die in de wacht werd gesleept. Joke van Leeuwen, Tonnus Oosterhoff, Ilja Leonard Pfeijffer en Anna Enquist, of recenter Lieke Marsman, Ellen Deckwitz, Maarten van der Graaff en Marieke Lucas Rijneveld behoren tot de laureaten.

Titel: Habitus
Auteur: Radna Fabias
Uitgever: de Arbeiderspers
Taal: Nederlands
ISBN10 9029523808
ISBN13 9789029523806
Februari 2018
Afmetingen 11x205x169 mm
Verschijningsdatum: 20-02-2018
Paperback
120 pagina’s
Prijs: € 19,99
NUR: 306

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, Archive E-F, Art & Literature News, Awards & Prizes, Buddingh', Cees, Marsman, Lieke, Poetry International, Rijneveld, Marieke Lucas

Hugo Ball: Bagatelle

Bagatelle

Vor meinem Fenster,
Im Sonnenschein
Sitzen Engelein.
Eins, zwei, drei Engelein
Und äugeln herein.
Sie hauchen an die Scheiben
Und kichern sich an,
Und schreiben
Deinen Namen hin.
Und kichern sich an
Und verwischen ihn.
Und blinzeln gar boshaft
Und neckisch herein,
Und flattern fort
Die drei Engelein.

Hugo Ball
(1886-1927)
Bagatelle

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive A-B, Ball, Hugo, Dada, DADA, Dadaïsme

Ton van Reen: Het diepste blauw (052). Een roman als feuilleton

Over het pad rijdt hij terug naar de brug. Boos. Er is niets over van de molen die hij zich herinnert. Niets van de sprookjesachtige wereld van vroeger. De graanzolder waar zich bokkenrijders verscholen hadden. Het molenhuis waar de stenen over elkaar schuurden, een geluid dat leek op het kermen van gemartelde heksen. Was hij er maar niet naartoe gegaan. Wat hij gezien heeft tast zijn herinneringen aan.

Had hij kunnen voorkomen dat de molen een uitspanning zou worden voor dagjesmensen? Na de dood van grootvader Bernhard was de molen opnieuw in verval geraakt. Een boer had er kalveren in ondergebracht. Later had er een autosloper in gezeten. Het weitje had zo vol hoog opgetast schroot gestaan dat de molen uit het zicht was verdwenen.

Veel te laat had hij beseft dat hijzelf de molen had moeten kopen. Voor een prikje had hij hem kunnen krijgen van de heren Hubben, die altijd eigenaren waren gebleven, maar er geen enkele belangstelling voor hadden. Nu beseft hij pas dat er geen mooiere plek was geweest om te wonen.

Toen de autosloper was verdwenen, was de molen uitgeroepen tot monument. Historisch erfgoed, dat behouden kon blijven door er een nuttig doel voor te zoeken. Dit was het dan geworden: een koek-en-zopie-tent in zuurtjeskleuren.
Waarom ergert hij zich zo aan de mensen die de molen veranderd hebben? Hij moet zichzelf verwijten maken.

Hij staat stil, vlak bij de beek. Langs de oever is een palissade geslagen, om afkalving te voorkomen. De waterlelies en lisdodden zijn verdwenen.

Ton van Reen: Het diepste blauw (052)
wordt vervolgd

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Stories, - Het diepste blauw, Archive Q-R, Reen, Ton van

« Read more | Previous »

Thank you for reading FLEURSDUMAL.NL - magazine for art & literature