New

  1. Arthur Henry Adams: China 1899
  2. The Sound of Blossom Falling: New book of poetry by Vincent Berquez
  3. Pietà. De geschiedenis van de mens is de geschiedenis van de emotie door Elfie Tromp
  4. T. S. Eliot Prize 2021 – Shortlist Announced
  5. Louise Aston: Die wilde Rose
  6. Tishani Doshi: A God at the Door
  7. Poetry by Caleb Femi: Poor
  8. Marc-Antoine Girard de Saint-Amant: Plainte sur la mort de Sylvie
  9. Charlotte Perkins Gilman: Boys will be boys
  10. Bess Brenck-Kalischer: Die Tänzerin
  11. The Gambler Wife by Andrew D. Kaufman
  12. Kinderboekenweek 6 t/m 17 oktober 2021
  13. Bert Bevers: Achter de dijk
  14. Master Suffering Poems by CM Burroughs
  15. Arthur Henry Adams: Grey Eyes
  16. Le garçon de mon père par Emmanuelle Lambert
  17. Charlotte Van den Broeck: Aarduitwrijvingen
  18. Our Bodies, Their Battlefield: What War Does to Women by Christina Lamb
  19. Vincent Berquez: Covid poem
  20. Bert Bevers: Monolietjes
  21. There She Was: The Secret History of Miss America by Amy Argetsinger
  22. Everyday Mojo Songs of Earth: New and Selected Poems, 2001-2021 by Yusef Komunyakaa
  23. Banned Books Week: Defend free expression, support persecuted writers, and promote literary culture
  24. Karl Leberecht Immermann: Münchhausen. Eine geschichte in arabesken
  25. ‘100% FEMALE EXPO – 100% MALE NUDE’ mannelijk naakt in het ‘Metropolitan Museum Tilburg’
  26. Marc-Antoine Girard de Saint-Amant: La débauche
  27. Charlotte Perkins Gilman: “We as women”
  28. Four Quartets: Poetry in the Pandemic by Kristina Marie Darling & Jeffrey Levine
  29. 38ste Nacht van de Poëzie TivoliVredenburg – Utrecht op 2 oktober 2021
  30. Lilia Hassaine: Soleil amer
  31. The Nightfields by Joanna Klink
  32. Alice De Chambrier: Évolutions
  33. Arthur Henry Adams: Just A Woman
  34. I Am An Island by Tamsin Calidas
  35. Leonieke Baerwaldt: Hier komen wij vandaan
  36. Kaveh Akbar: Pilgrim Bell. Poems
  37. Katrina Kalda: La mélancolie du monde sauvage
  38. NOG 3 WEKEN TE ZIEN: LUSTWARANDE STATIONS
  39. Richard Ovenden: Burning the books. A history of knowledge under attack
  40. The Collected Works of Jim Morrison: Poetry, Journals, Transcripts, and Lyrics
  41. No One Is Talking About This: A Novel by Patricia Lockwood
  42. Clara Doty Bates: Little Red Riding-Hood
  43. Violet Bent Backwards over the Grass by Lana Del Rey
  44. Cäsar Flaischlen: “Hab’ Sonne im Herzen”
  45. Charlotte Perkins Gilman: Females
  46. Alfred Schaffer: Zo heb ik u lief. Alle gedichten tot nu toe
  47. frank: sonnets by Diane Seuss
  48. Time-Stone by Lola Ridge
  49. Canticle Of The Babe by Josephine Preston Peabody
  50. Dor: Poetry by Alina Stefanescu

Categories

  1. AUDIO, CINEMA, RADIO & TV
  2. DANCE
  3. DICTIONARY OF IDEAS
  4. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
  5. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, drugs, dead poets
  6. FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
  7. LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence
  8. MONTAIGNE
  9. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
  10. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
  11. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST
  12. MUSIC
  13. PRESS & PUBLISHING
  14. REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS
  15. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
  16. STREET POETRY
  17. THEATRE
  18. TOMBEAU DE LA JEUNESSE – early death: writers, poets & artists who died young
  19. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm & co, fairy tales, art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, ideal women
  20. WAR & PEACE
  21. ·

 

  1. Subscribe to new material:
    RSS     ATOM

Nieuwe dichtbundel van Kreek Daey Ouwens: BLAUWE HEMEL

fdm bookslit02

 

Blauwe hemel

nieuwe dichtbundel van Kreek Daey Ouwens

door Carina van der Walt

Op Nationale Gedichtendag 2014 is de nieuwe dichtbundel van Kreek Daey Ouwens geïntroduceerd in Café De Nieuwe Liefde in Amsterdam. Blauwe hemel is in alle opzichten een goedverzorgde bundel – van de subtiele schakeringen van blauw en de illustratie op de omslag tot bij de laatste poëtische tekst op pagina 79:

 

Overjarige citroenen zijn bitter.

Je moet ze dezelfde dag nog eten.

Bij de eerste hap trekt je mond

zich samen. Alsof je in ijs bijt.

Maar je tong went eraan.

 

Met deze laatste tekst eindigt de beschrijving van het “overjarige” huwelijk van de hoofdpersoon, meneer Danie. De beschrijving van citroenen begint op p.9 in het eerste van de vijftien delen, waaruit de bundel is opgebouwd:

Ik koop citroenen, die zwaar zijn als ijzer.

Het perspectief is van meneer Danie. Alle “gedichten” zijn zonder titels. Ze zijn als kralen aan elkaar gesnoerd om samen één verhaal van een beknellend ongelukkig huwelijk te vertellen. Meneer Danie leeft samen met mevrouw Danie en hun magere kat, maar hij is verliefd op de kassière Larissa. Met zijn verliefdheid doet hij niks, behalve voortdurend aan Larissa te denken, in zijn gedachten met haar gesprekken te voeren en acht brieven aan haar te schrijven die allemaal beginnen met “Mijn Larissa”. Voor zijn pragmatische en even vereenzaamde vrouw voelt hij weinig. Zijn gevoelens van zwaarmoedigheid, angst en wanhoop worden overgedragen met alledaagse metaforen. Anemonen, angstdromen, een zilveren lepel en het dwangmatige tellen van strepen zijn pogingen om zijn ongelukkige leven voor zichzelf dragelijker te maken. Om een beetje houvast te krijgen.

Typografisch is de bundel zeer sober. Er zijn veel witte ruimtes op de pagina’s. Deze witte ruimtes compenseren de loodzware emoties die zich verschuilen achter alledaagse objecten of handelingen. Daey Ouwens’ taalgebruik is fijnzinnig. Haar observaties zijn treffend en dikwijls onontkoombaar. Om een indruk te geven van de constructie van Blauwe hemel volgt hier een van de kortste afdelingen.

 

Liefde

 

Opnieuw een angstige droom. Ik werd

zwetend wakker. Hoewel het nog nacht

was, tekende zicht achter de ramen een

doods, wit licht af. Ik ging mijn bed

uit. Ik bekeek mezelf in de spiegel.

Met stukjes en beetjes probeerde ik

mijn droom te duiden. Ik herinnerde

mij alleen dat die onbegrijpelijk en

beangstigend was. Ook mijn eigen ge-

zicht kwam mij vreemd en bang voor.

Ik sloot mijn ogen. Mijn gezicht bleef

me aanstaren. In een uiterste poging

het uit mijn hoofd te bannen, probeerde

ik de latten van de luxaflex te tellen.

Dat viel niet mee. Ik moest telkens op-

nieuw beginnen.

 

Gisteren woonde ik de uitvaart bij van

een verre neef. Iedereen wierp wat aarde

op de kist. De weduwe het eerst. Er ging

een schok door me heen, Larissa, zoveel

als ze op u leek! De buiging van haar

nek. Maar ik schrok ook, omdat ik zag

dat ze niet van hem hield. Dat je niet

van iemand houdt, is begrijpelijk. Niet

meer dan een fout. En zoals bij elke

fout kan ik er niet achter komen of een

mens het misschien zelf zo wil. Als dat

zo is, is je verstand er niet tegen op-

gewassen.

 

Het is opnieuw zeer koud. Bent u warm genoeg

gekleed? Dat winkelschort stelt toch niet

veel voor. En het tocht behoorlijk in die

hoek bij de kassa. Zorg goed voor u zelf,

Larissa. Ik kan niet voor u zorgen.

 

De Vlaamse gewoonte om de geliefde met “u” aan te spreken herinnert me aan de even zwaarmoedige debuutbundel van de Vlaming, Charles Ducal. Het huwelijk (1987) is een beklemmend relaas over het huwelijksleven. Ducal en Daey Ouwens delen een bijzondere manier van kijken. In de bundel van Daey Ouwens ligt elke tekst als een parel op precies de juiste plaatst. Je wenst het je ergste vijanden niet toe, maar bij lezing slaat regelmatig de ontluistering toe als de herkenbaarheid je in het gezicht staart.

CARINA VAN DER WALT

Blauwehemel_KREEKDOUWENS2

Kreek Daey Ouwens (Lindenheuvel, 1942) debuteerde in 1991 met Stokkevingers, een bundel verhalen en gedichten. In 1995 verscheen Tegen de kippen en de haan, in 2004 Kinderbed en in 2009 De achterkant, dat genomineerd werd voor de VSB Poëzieprijs 2009-2010.

Kreek Daey Ouwens: Blauwe hemelUitgever: Wereldbibliotheek 2014 – ISBN: 9789028425668 – Prijs: € 19,90 – 80 blz.

fleursdumal.nl magazine for art & literature

More in: - Book News, Archive O-P, Art & Literature News, Ouwens, Kreek Daey, Walt, Carina van der

36ste Nacht van de Poëzie. Het grootste poëziefeest van het jaar

Het grootste poëziefeest van het jaar kent in 2018, op 29 september, zijn 36ste editie, in de vertrouwde Grote Zaal van TivoliVredenburg in Utrecht. De beste Nederlandstalige dichters, van debutant tot veteraan, bieden het publiek een poëtische marathon die zijn weerga niet kent.

En dan zijn er nog muzikale entr’actes, die de dichters gedurende de avond in razend tempo afwisselen.

De Nacht van de Poëzie betovert haar bezoekers tot diep in de nacht en laat ze met een glimlach huiswaarts keren.

Onder de dichters bevinden zich dit jaar onder meer ‘nachtveteraan’ Judith Herzberg, P.C. Hooftprijswinnaar Willem Jan Otten en Radna Fabias, die dit jaar de C. Buddingh’-prijs voor het beste debuut in ontvangst mocht nemen. Na ruim duizend optredens, maakt Arthur Japin zijn debuut op De Nacht naar aanleiding van zijn bundel Nachtkaravaan, met liedjes en gedichten. Verder zijn er dichters die schrijven over dwaallichten en vloekschriften, buigt de een zich over het paringsritueel en de ander over de begrafenis van de mannen. Iemand zegt: ‘Ik was een hond’, een ander begint een oefening in het alleen lopen; er zijn lofzangen op een kapstok en een röntgenfotomodel. ‘Zo kan het niet langer,’ foetert de een, ‘het leven deugt, althans, op onderdelen’, besluit de ander. De bundeltitels van de optredende dichters tijdens deze nacht beloven alvast een bonte parade van taalgiganten, fluisterdichters, tongbrekers en woordacrobaten.

De presentatie van de avond is als vanouds in handen van het Nachtduo Piet Piryns & Ester Naomi Perquin. In de aanloop naar De Nacht worden steeds meer dichters en muzikanten bekend gemaakt.

Tip: met een Nacht-de-Luxe-kaart ontloop je de Nachtelijke Volksverhuizing, zoals Ingmar Heytze het ooit noemde, waarbij je nooit zeker weet of je stoel nog vrij is.

 

Dit seizoen is er ook weer een KinderNacht van de Poëzie! Kinderen kunnen samen met hun ouders, familie en vriendjes luisteren naar grappige gedichten en raadselachtige rijmpjes.

Radna Fabias – Ester Naomi Perquin – Arthur Japin – Arno Van Vlierberghe – The Tallest Man On Earth – Kreek Daey Ouwens – Rodaan Al-Galidi – Moya De Feyter – Ted van Lieshout – Piet Piryns – Tsead Bruinja – Thomas Möhlmann – Anton Korteweg – Anneke Claus – Benno Barnard – Paul Bogaert – Delphine Lecompte – Willem Thies – Vicky Francken – Judith Herzberg

36ste Nacht van de Poëzie
Het grootste poëziefeest van het jaar
zaterdag 29 september 2018
Tijd: 20:00 uur
Poëzie
Nederlands

TivoliVredenburg
Vredenburgkade 11
3511 WC Utrecht

# Meer informatie op website nachtvandepoezie

36ste Nacht van de Poëzie
fleursdumal.nl magazine

More in: # Music Archive, #Archive Concrete & Visual Poetry, #Editors Choice Archiv, Art & Literature News, Heytze, Ingmar, Lecompte, Delphine, Nacht van de Poëzie, STREET POETRY, THEATRE

Mijnheer Cros: Charles Cros

Mijnheer Cros gaat op een bijzondere manier in op het leven van Charles Cros (1842-1888).

Deze literaire ingenieur (Liesbeth van Nes) en boeiende buitenstaander (Bernlef) kan worden genoemd als de literaire voorloper op Dada, het surrealisme en het absurdisme, maar ook als de commercieel weinig gewiekste uitvinder van de fonograaf, de kleurenfotografie en (met een knipoog) de communicatie met andere planeten.

Een bescheiden selectie van zijn poëzie en monologen vormt in samenhang met zijn hinkende privéleven, de springplank voor losjes op zijn leven geïnspireerde schetsen, in proza, poëzie en beeld van Harry van Doveren, Kreek Daey Ouwens, Theo Rikken en Ineke van Doorn.

Charles Cros (1842-1888) was een Frans dichter. Hij mag worden gezien als een van de literaire voorlopers van het dadaïsme, het surrealisme en het absurdisme. Daarnaast was hij uitvinder van de fonograaf en de kleurenfotografie. Het lukte hem echter niet deze uitvindingen te gelde te maken.

 

Mijnheer Cros
Cros, Charles
Rikken, Theo – Doveren, Harry van – Doorn, Ineke van – Daey Ouwens, Kreek
ISBN 978-90-8684-162-2
Formaat: 12.5 x 20 cm.
Omvang: 128 pag.
€17,50
2018
Uitgeverij IJzer

new books
fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, Archive C-D, Art & Literature News, Cros, Charles, DADA, Ouwens, Kreek Daey, Photography, SURREALISM

Carina van der Walt over Poetry International 2014: “Meisjes zijn het allermooist op aard”

poeintern008

45ste Poetry International 2014

“Meisjes zijn het allermooist op aard”

door Carina van der Walt

2014 – 06 – 17

Woensdag 11 juni was een stralend zonnige dag in Rotterdam. Een dag voor mooie meisjes à la Raymond van het Groenewoud de Belgische zanger. Het was de eerste volle dag bij Poetry International na de Vlaggenparade en Festivalopening de vorige avond. Het dagprogramma werd uitgedeeld met een citaat van Jules Deelder als kop: Hoe langer je leeft / hoe korter het duurt. Jules is zeker het gezicht van de Rotterdamse dichterswereld als nachtburgemeester en na tien deelnames aan Poetry International tussen 1970 en 2000. Hij was ook op deze avond de gast van een programma met dezelfde titel. Daarom was het ook gepast dat de gasten bij binnenkomst direct met deze dichtregel uit zijn hand verwelkomd werden. De meerderheid van de activiteiten was gelokaliseerd in de Rotterdamse Schouwburg. In de stad waren fiets- en kunstroutes die alles te maken hadden met poëzie in de wijdste betekenis. Maar wie op een dag bezoek komt, moest keuzes maken.

In het Douw Egberts Café (DE Café) naast de tramhalte en 150 meter van de gloednieuw gerenoveerde stationshal, gingen we op het eerste programma af. Dit programma is een initiatief van Dean Bowen, die ook als gastheer optrad. De eerste twee gasten om 14:00 waren Véronique Pitollo uit Frankrijk en Antoine de Kom, VSB Poëzieprijswinnaar. We krijgen elk een hand out met een vertaling van Pitollos werk door Rokus Hofstede. Heel handig. Pitollo vertelde tijdens de introductie dat haar voorlezing niet het palet geeft van haar stijl, maar speciaal voor Poetry International geschreven is. Zij las voor uit HET MEISJE EN UTOPIEëN:

p.1

Kinderloze koningen en koninginnen krijgen aan het eind meestal een meisje.

Een meisje!

De kreet van teleurstelling weerklinkt in het hele koninkrijk. Ze zijn teleurgesteld.
Dat kind moet een belofte zijn van geschenken, voorspellingen rond de wieg, een prins en alles wat daaruit volgt. Men schat ziektes in, somt successen op.

Een levensweg, wat is dat? Grote verwachtingen in de lijnen van de hand, ja… Maar verder? Wie de slechte kaart trekt als de rollen van ‘vader, moeder, kind’ worden vergeven, zal het zich heugen.

p.2

Is ze eenmaal tot wasdom gekomen, dan stelt men zich het meisje voor aan de arm van een cavalier. Maar cavaliers gaan voorbij en meisjes blijven… het leven vliegt heen aan het stuur van een cabriolet.

(Geboren worden als meisje is een handicap die erop neerkomt dat je twee keer zo levend bent als een jongen).

p.3

Als zelfbevrijding de droom van de mensheid is, dan maakt het meisje er deel van uit.

Ze maakt deel uit van dat grote voorwaartse streven: die trage overtocht.

Voor knappe meisjes met een smalle taille is het makkelijker: volkomen onafhankelijke als ze zijn, worden ze bevoorrecht. Toch is de grond wankel voor een vurig jong ding, toch zijn de muren scheef.

Wat het meisje verklaart, zijn de gemiste treden.

De andere voegen zich bij de onbehoorlijke massa, de zusjes voor de spiegels.
Het is verbijsterend. Voor haar weerschijn grimas het lelijke wicht. Om dat ene mooie meisje te zijn tussen alle andere, moet je bedrog plegen met je spiegelbeeld.

poeintern004In een prozagedicht van veertien pagina’s vertelde Pitollo van alle ongemakken, verwachtingen en teleurstellingen van een koningsdochter. Uit het kleine publiek in DE Café merkte iemand achteraf overeenkomsten en verschillen op in het meisjesperspectief van de poëzie van Kreek Daey Ouwens. Er worden contactgegevens uitgeruild.

De tweede gast was Antoine de Kom. Hij las onder andere zijn gedichten made in honduras en hafez bashar maher voor uit de bekroonde bundel Ritmisch zonder string (2014). Op mijn vraag hoe hij zijn bezoek aan Zuid-Afrika ervoer, antwoordde hij met een lezing uit sea point:

ah tamanrasset zuidwaarts oh dood
geheel absurd ubuntu door de ander levend uwe dood
heeft hier ter hoogte van tamanrassat zijn grote voeten in het zand gelobd
en korstig ook zie ik een heel grote wrat. verder kan ik melden
dat dood luid snurkt. hij kan het niet helpen. tot diep in de nacht
zat hij te mailen en nu plagen hem talloze overlevenden
die hem slapeloos in hun sahara vrezen

klein zusje van dood is een woestijn die soms en langzaamaan sahel
wat groener wordt zodat je voeten zo te zien vanuit de hoogte hier of daar
wat nat wanneer ze aan de oever van een meer of meer rivier.
het mist. en je verwacht hem ieder ogenblik. waaraan herken
je hem? wat is zijn teken of besluit zodat hij aan je komt?
zijn zusje zwijgt. je weet nog wel: dood heeft een smoel
en wie weet is die kaaps in kaapstad
nu wordt dood toerist van alle kleuren thuis

erg druk was het tussen de vissen en heel warm toen de piloot opeens
zei: dat schip zinkt! het zinkt en daalde hij verder naar de haven
verderop. we hebben gevlogen rond de tafelberg de dichtheid van de townships
vastgesteld. na de vlekkeloze landing zagen we de waarheid onder ogen.
geen commissie die het na kan doen: dit is een verdrietig land
waar medemensen als verschrikte vogels uiteenstuiven wanneer
dood als mijn wit van deze bladzij hen te na komt

Het personage dood van dit gedicht van Antoine de Kom is “alive and well” aan de zuidpunt van Afrika. Wat kan ik erop zeggen? Behalve dat ook hierin een meisje voorkomt: het zusje van dood die zwijgt.

poeintern014

Ik ben eigenlijk gegaan voor mijn landgenoot Charl-Pierre Naudé, maar in de schouwburg van Rotterdam was hij nog nergens te zien. Tijdens de Poëziecafe met Daniël Dee (huidige stadsdichter van Rotterdam, maar geboren in Zuid-Afrika) kijk ik even bij De Huisdrukker rond. Zou Naudé ondertussen (na onze laatste ontmoeting in Maastricht) zo een grote snor hebben gekweekt? Ik stap op een man af met dezelfde postuur als Naudé en spreek hem aan. Nee, hij is de Turkse dichter Roni Margulies uit Istanbul. Hij is in NU aan de beurt bij Dee. Ik moet hem excuseren.

Zo leerde ik tijdens zijn zeer dynamische optrede over het programma A View with a Room. De initiatiefnemer is Eric Dullaert. Hij werkte samen met Poetry International. Margulies is nu zes weken “writer in residence” in Rotterdam Zuid. Hij is gefascineerd door thema’s als identiteit, migratie, grenzen, taal en onderdrukking. Hij heeft in deze tijd zeventien gedichten geschreven over het gebied rond de Maas. Voor Poetry International heeft Margulies een prachtig linnen doosje met tien van zijn zeventien gedichten samengesteld. Ik herkende de typische blik en vragen van iemand in de marge van een nieuwe samenleving. Ook Margulies heeft het over meisjes, kassa meisjes, in zijn gedicht Burcu, Yonca en Defne vertaald door Sytske Sötemann.

Burcu, Yonca en Defne

Om de dag loop ik de Dortselaan af
en koop bij Albert Hein brood en sigaretten,
en oude Franse kaas, diverse dranken,
en allerlei soorten varkensproducten.

De laatste keer zat Burcu achter de kassa,
daarvoor was het Yonca, een andere keer Defne.
Op hun kraag hebben ze allemaal een naamkaartje.
Ik zeg alleen “Dank je wel.”

Gisteren keek Burca naar de pakjes ham,
ze aarzelde, keek naar mij, twijfelde,
ten slotte was ze ervan overtuigd dat ik Turks was.
“Meneer,” zei ze, “wat u daar heeft gekocht is varken.”

“Dat weet ik,” zei ik, “Wij hebben dat niet,
daarom ben ik het gekocht. Soms heb ik er zin in.”
“Wie zijn wij?” dacht ik later,
toen ik op m’n gemak naar huis liep.

Zou Burca dat ook gedacht hebben,
toen ze me enigszins bezorgd nakeek:
“Hij is duidelijk geen Nederlander, maar
wat dan wel, is een beetje moeilijk te zeggen.”

PoeIntern Naudé & Dorsman01

Uiteindelijk was het de tijd voor de avondprogramma’s. In de Kleine Zaal kwamen vroeg ’s avonds Adam Dickinson (Canada), Alfred Schaffer (Nederland), Charl-Pierre Naudé (Zuid-Afrika) en Habib Tengour (Algerije / Frankrijk) bijeen om elk ongeveer vijftien minuten uit hun werk voor te lezen. Al snel kwam ik zeer onder de indruk van Dickinsons gedichten uit zijn bundel The Polymers. Hij combineerde literatuur en wetenschap. In zijn gedichten onderzoekt hij de structuur en het gedrag van “polymers” of grote moleculen met identieke vormen in verschillende combinaties.

Het poëziepubliek genoot van de virtuositeit van Naudé als dichter. Ze horen half bekende en half vreemde woorden in zijn voordracht; bekende verwijzingen als “Stonehenge” en onbekende verwijzingen als “samekoms-met-handradio’s”. Ik zie voor me een andere Naudé dan bijna twintig jaar geleden. Hij debuteerde toen met Die nomadiese oomblik (1995). Het was een nogal intellectualistische bundel waarvoor hij de Ingrid Jonker Prijs ontving. Hoewel de sociale en politieke toestanden in Zuid-Afrika vaak op een persoonlijk niveau een plaats in zijn gedichten krijgen, is Naudé geen activist. Hij sloot ons dagje Rotterdam af met:

Nawoord

I
Miskien, toentertyd,
was daar tafels gedek
by Stonehedge:

kliptafels
met godewette daarop
’n banket

van smeulende offerandes
wat in geplette bordjes
rondgedra is

in ’n kring van die feromone
– soos popdeuntjies
wat rook uit ’n samekoms-met-handradio’s

van die maagde.
Die windjie slinger
en neurie deur die gras,

soos borduurwerk
met some langs,

en skielik moker
die weerlig alles plat
tot op ’n verpulpte neusbrug,

tot ín die tydlose skerwe
van die erdewerk,

waar argeoloë
duisend jaar later ’n prentjie bymekaar skraap
van ene Pete Townshend,
van The Who.

II
Jy sou skaars dink dié formule
het Afrika toe gehink

oor die tydelike vlaksee –
of was die rigting andersom?

……

Dáár
sien ek die tiara,
die halfsirkel-waterval
Victoria,
wat al hoe dieper in die aarde wegsink,
en skitterend na binne kolk
sonder om iets
koninkliks en verswelgends na buite
uit te vaardig.

PoeIntern Charl-PierreNaudé02

 

Zo was het genoeg voor één dag. De ingeperkte koningsdochter “als verlengstuk van de moeder” (p. 14 in de voordracht van Pitollo eerder op de dag) groeide in Naudés voordracht onbedoeld uit tot een grandioze waterval met de naam Victoria. Mijn verstand zei nog: ga luisteren naar Jules Deelder, maar mijn beker was vol. Die dichters die op deze dag uitkwamen als de lievelingen van de pers waren Naudé en Deelder, elk met een artikel in het NRC Handelsblad. In het najaar van 2014 zal Naudés Al die lieflike dade bij Uitgeverij Tafelberg verschijnen. De laatste bundel van Deelders was Ruisch (De Bezige Bij, 2011).

Foto’s: Carina van der Walt

1 – Dichteressen Kreek Daey Ouwens en Emma Crebolder aan de zij van deelnemende dichter Antoine de Kom
2 – De Franse dichteres Veronique Pitollo in gesprek met Dean Bowen in DE Café
3 – De Turkse dichter Roni Margulies vertelt van zijn ervaringen als “writer in residence” de afgelopen zes weken in Rotterdam Zuid.
4 – Charl-Pierre Naudé en zijn vertaler Robert Dorsman.
5 – De Zuid-Afrikaanse dichter Charl-Pierre Naudé op het podium.

Carina van der Walt over Poetry International 2014

fleursdumal.nl magazine

More in: Art & Literature News, Poetry International, TRANSLATION ARCHIVE, Walt, Carina van der

Literaire Salon in’t Wevershuisje

vertaalvruchtlog4

Literaire Salon in’t Wevershuisje

Literaire Salon in’t Wevershuisje het ontstaan op inisiatief van die Afrikaanse digteres, Carina van der Walt. Sy woon in Tilburg in die suide van Nederland en op die grens met België. Dit is ’n privaat inisiatief.

Literaire Salon in’t Wevershuisje vind tuis plaas by Vander Walt, gebeur op kort kennisgewing en op uitnodiging – hoogstens twee maal per jaar. Die salon is bedoel as ’n intieme ontmoetingsruimte vir digters uit Nederland, België en Suid-Afrika. By uitsondering sal ook kortverhaalskrywers en kinderboekskrywers uitgenooi word. Die intimiteit van die byeenkoms word versterk deurdat daar van die skrywers verwag word om mekaar se werk te vertaal of dat ander aanvullende kreatiewe reaksies rondom mekaar se werk voor die ontmoeting onderneem word. Dit moet dan tydens die byeenkoms ten toongestel word.

Die eerste Literaire Salon in’t Wevershuisje was op 30 Junie 2013 na aanleiding van die bloemlesing Nuwe Stemme 5 waarin Carina van der Walt opgeneem is, en Theater van de Verloren Tijd – ’n bloemlesing saamgestel deur Floris Brown waarin Willy Martin, Sjon Brands en Carina van der Walt opgeneem is. Heilna de Plooy se besoek aan Nederland was die vonkie vir hierdie eerste literêre salon. Alle literêre salonne in’t Wevershuisje in die toekoms sal uitgaan van ’n Suid-Afrikaanse skrywer se besoek aan Nederland of België uit een van bogenoemde genre’s.

Sewe digters het die eerste Literêre Salon in’t Wevershuisje bygewoon: Heilna de Plooy (Potchefstroom, SA), Willy Martin (Leuven, België), Emma Crebolder (Maastricht, Nederland), Kreek Daey Ouwens (Eindhoven, Nederland), Jace van de Ven (1ste stadsdigter van Tilburg, Nederland), Jef van Kempen (literêre webmeester en digter Tilburg, Nederland), Sjon Brands (kunstenaar en digter, Tilburg, Nederland).

waltcarinavander 01

carina van der walt

Crebolder was die allereerste stadsdigter van die Nederlandse taalgebied in 1993 vir Venlo. Sy skryf op die oomblik aan nommer drie van ’n drieluik digbundels oor oudword. Daey Ouwens het landwyd bekend geword toe sy genomineer is vir die VSB-poësieprys in 2009. Martin het sy eerste digbundel in 2011 gepubliseer, nadat hy as hoofredakteur byna twaalf jaar lank verantwoordelik was vir ANNA – die eerste Afrikaans/Nederlands – Nederlands/Afrikaanse woordeboek. Sjon Brands en Dorith van der Lee was al as teatergroep Theater van de Verloren Tijd gaste by Woordfees in Stellenbosch. Jef van Kempen se poësie webwerf geniet aantoonbare aansien in Europa.

Behalwe vir nuwe vriendskappe en literêre kontakte, het Jace van de Ven spesiaal ’n likeur gestook vir Carina van der Walt se deurbraak as Afrikaanse Nuwe Stemmer van Tilburg. Dit is tipies Brabantse hartlikheid, wat ekstra sjarme aan so ’n middag verleen het. Almal teenwoordig moes daarvan proe. Intussen is die eerste vrugte van die Literaire Salon in’t Wevershuisje reeds gepubliseer. Dit is Willy Martin se vertaling van Heilna de Plooy se gedig Lemoene 1 in die literêre tydskrif Ambrozijn uit Ieper.

fleursdumal.nl magazine

More in: Art & Literature News, Literaire Salon in 't Wevershuisje, VERTAALVRUCHT

Carina van der Walt: Vrouestemme oorheers digterswêreld

fdm bookslit06

Carina van der Walt

Bioskets | Biography

Carina van der Walt is in Welkom gebore. In Nederland word sy reëlmatig daaraan herinner hoe spesiaal dit is om op só ’n plek ’n mens se lewe te kon begin. Haar kinderjare het sy redelik sorgvry deurgebring.

Daarna volg wydverspreid oor baie jare ’n akademiese opleiding aan die PUK, later die NWU en ook die Katolieke Universiteit van Brabant in Tilburg. Sy cum in 2004 haar M in ’n vergelykende studie tussen Afrikaanse en Nederlandse poësie. Tussendeur trou sy, word ma, hou skool, gee klas aan die NWU, word weduwee met twee klein kindertjies, en reël wyd en syd vier jaar lank ’n skrywerskompetisie vir die ATKV. SAVN-kongresreëlings in Potchefstroom (2004) en simposium-organiseerder in Tilburg (2009) pas binne haar portefeulje. Sy ontmoet Geno Spoormans tydens navorsingstyd in Nederland. Drie jaar later trou hulle. Carina verplaas begin 2007 haar lewe na Nederland. Hier skryf sy voltyds.

Die appel van haar oog is 25 en woon in Durban. Sy het hom so lief soos die sand en die branders van die see … met die intensiteit van elke volmaakte sewende golf.

Haar hart se punt is ’n 21-jarige student in Stellenbosch. Sy het haar so lief soos die sterre in die Melkweg … en die Suiderkruis wat rigting gee.

Daarom bly haar bande met Suid-Afrika sterk. Die invloed en blootstelling van verskillende Europese lande, kulture, tale en denkwyses is ’n boks Quality Street. Sy deel dit graag. Dit maak haar ’n beter Suid-Afrikaner en wêreldburger.

waltcarinavander-01

carina van der walt

 

Vrouestemme oorheers digterswêreld

Carina van der Walt

2013-02-05

Nasionale Gedigtedag 2013 het vir ’n dubbele verrassing gesorg. Op Donderdagaand 31 Januarie is Anne Vegter (54) aangekondig as die opvolger van Ramsey Nasr. Sy is die eerste vroulike Dichter des Vaderlands. Die vorige aand is Ester Naomi Perquin (33) aangekondig as die wenner van die VSB-poësieprys met haar digbundel Celinspecties. Albei hierdie stemme kom uit Rotterdam. ’n Week vroeër is die Constantijn Huygens-prys (’n oeuvreprys) toegeken aan Joke van Leeuwen. Dis nou die tyd vir die erkenning van uitsonderlike vrouestemme. 

Vegter was uiters verbaas toe sy deur Bas Kwakman, direkteur van Poetry International, gebel is met die vraag of sy vaderlandsdigter wil word: “Ik viel van mijn stoel. Echt. Het was surreëel.”

En saam het haar het omtrent driekwart van die Nederlandse poësiewêreld van hulle stoele afgetuimel, want die persepsie van Vegter se poësie is dat dit nogal onverstaanbaar is. Kreek Daey Ouwens, ’n kollega van Vegter, beskryf haar gedigte as rou en eroties. Fynproewerlesers  ken Vegter veral deur Ongekuiste versies (1994). Dis ’n bundeltjie met erotiese kortverhale. In die inleiding van haar laaste digbundel – Eiland, berg, gletsjer (2011) – staan: “Haar poëzie is heel fysiek, alles is hier lichamelijk en aanraakbaar. … We hebben het hier over erotiek die zo sterk is dat ze overal in doordringt, zeker in haar poëzie waarin ze voortdurend tot uitbarsting komt.”

Die titelgedig, “Eiland, berg, gletsjer”,begin met op elke bladsy twee lang tweereëlige sinne:

Ook als je wakker word boven een sterfgebied en je gespt kinderen vast als gordels: laat mij
eens door een raam kijken of het daar erg is, zie je er niets van want het is een diepteoorlog.

Ook als een doelwit vanaf die grond toch naar je zwaait en je verlangt naar bleke sterren
op zo’n voorhoofdje, taxie je over het oefenveldje van je grimassen en je speelt elk karakter.

                                     *

Ook als haar schacht krimpt en tembaarheid ontsnapt haar rode lassen, wakkert ze
vuur aan dat het stelsel doorwarmt en haar brille ontstolt tot ja! Optimisme, stokt ze.

Ook als haar XXL-geluksmaatje boven de grond komt ‘als een dode kompel’ (eerste tel ik
mijn vrouwen, daarna mijn dagen) weet ze weer de kleine methode van zijn handen.

Vegter se laaste twee bundels was albei genomineer vir die VSB-poësieprys, maar sy het dit nie gekry nie. Dit was Eiland, berg, gletsjer en Spamfighter (2007). Haar oeuvre is relatief klein, met vier digbundels versprei oor twintig jaar. Die stadsdigterskap van Rotterdam het ook nie na haar kant toe gegaan nie – iets waarop sy heimlik gehoop het en waarvoor sy bevoeg genoeg gevoel het. Iets groters het egter op haar gewag: Dichter des Vaderlands, 2013–2017.

y is (anders as haar voorganger, Ramsey Nasr) nie deur die publiek gekies vir hierdie uitsonderlike funksie nie. Sy is daarvoor gevra. Nadat sy herstel het van haar aanvanklike verbasing, was haar reaksie daarop bietjie droog: “Ik ben niet tegen positieve discriminatie. En er zijn veel vrouwelijke dichters, dus er was keuze genoeg.”

Nog verskille met Nasr is dat Vegter nie die podium so benut nie en dat sy waarskynlik nie politieke kommentaar gaan lewer op die Nederlandse samelewing nie. Laasgenoemde is iets waarvoor Nasr beide gerespekteer en gekruisig is. Ondanks die vermoede dat Vegter nie so ‘n groot podiumdigter soos Nasr sal wees nie, het sy haar vinger op die pols van nuwe ontwikkelinge. Haar voornemens vir haar tyd as vaderlandsdigter sluit onder andere gedigte op You Tube-filmpies en digterlike flashmops met minstens 500 mense op ’n slag in.

Die samestelling van die kommissie vir die benoeming van ’n nuwe vaderlandsdigter het die tipe digter weerspieël waarna hulle gesoek het: iemand wat veelsydig is. Die kommissie het uit ses lede bestaan uit die wêrelde van skrywers, televisie, koerant, politiek en poësiekritiek. Vegter ís veelsydig. Haar oeuvre bevat meer prosa as poësie, en selfs toneel. Haar eerste literêre toekenning was die Woutertje Pieterse-prys vir die kinderboek De dame en de neushoorn (1989). In haar oeuvre kry lesers dus die vreemde kombinasie van kinderboeke en volwasse erotiek. Maar hierdie oënskynlik onversoenbare aspekte verbind sy moeiteloos as beweer word dat haar beste werk uit ’n kinderlike blik ontstaan, met: “De gewetensvolle, volwassen blik corrigeert dat weer.”

Vegter se oeuvre het raakpunte met dié van die sestigjarige Joke van Leeuwen. Albei hierdie digteresse skryf ernstige, volwasse werk –  maar óók werk vir kinders. Volgens die jurie van die Constantijn Huygens-prys het Van Leeuwen haar nog altyd verset ten die tweedeling tussen kinderliteratuur en volwasse literatuur. Haar werk verbreek telkens hierdie grens deur met ’n kindperspektief te skryf oor ernstige sake soos byvoorbeeld geweld, mag en rassisme. Met die erkenning van twee sulke prominente digteresse  se veelsydige oeuvres en die sigbare ooreenkomste daarin, kan die noukeurige leser egter vra of alle vrouestemme dan uit ’n kinderperspektief moet kan skryf.

Beide Van Leeuwen en Vegter hou van visuele aspekte by hulle poësie. Eiland, berg, gletsjer is ook deur Vegter geïllustreer met krabbelrige sketsies. Van Leeuwen se agtergrond as grafiese ontwerper het veral gedurende haar tydperk as stadsdigter van Antwerpen konkreet in die stad tot uiting gekom.

Die jurie van die Constantijn Huygens-prys het hulle keuse vir Van Leeuwen onder andere so verwoord:

Haar werk is onconventioneel en verrassend speels. Ze schrijft over innemende wezens, kinderen en volwassenen die hun eigen eigenzinnige gang proberen te gaan. Tedere anarchie is haar handelsmerk. Ze houdt van taal en elk boek getuigt van de tover van 26 letters. Vooral in haar werk voor kinderen, maar ook in dat voor volwassenen gaan woord en beeld een vrolijk gevecht aan, of vallen in elkaars armen.

Van Leeuwen is al ’n bekende in Suid-Afrika – net soos Luuk Gruwes en Menno Wigman, wat albei genomineer was vir die VSB-poësieprys. Hulle genomineerde bundels was onderskeidelik Wijvenheide (Gruwes) en Mijn naam is Legioen (Wigman). Dit was swaar sluk vir Wigman toe Perquin met Celinspecties (2012) die prys voor sy neus weggeraap het, want hy was verreweg as die gunsteling aangekondig in die pers. Ron Rijghard het byvoorbeeld sy artikel in die NRC-Handelsblad op 25 Januarie begin met: “De VSB-Poëzieprijs 2013 moet gaan naar Mijn naam is Legioen van Menno Wigman.” Die oproep waarmee Rijghard sy artikel ook geëindig het, het egter op dowe ore geval. Die jurie roem “de verraderlijk luchtige toon en de onvoorspelbare wendingen” in Perquin se bundel.

Die ander genomineerdes was die 74-jarige HH ter Balkt en die 88-jarige Sybren Polet. Na die aankondiging het die saal gesug. Perquin se bundel is goed, maar sy is nog so jonk. Sy kan dit altyd volgende jaar of die jaar daarna wen. Kon hulle nie maar die ouer manne soos Ter Balkt (wenner van die PC Hoofd-prys in 2003) ’n kans gee nie? Rijghard redeneer selfs dat HH ter Balkt se status die VSB-poësieprys se prestige weer ’n bietjie sou kon herstel, ná die “postmoderne nonpoëzie van Jan Lauwereyns” van die vorige jaar. Die kandidate van die VSB-poësieprys 2013 het een gemene deler gehad: ’n pessimistiese blik op mens en wêreld.

In ’n breër sin was die toekenning aan Perquin se bundel net so ’n verrassingselement soos by Vegter en ook soos die werklike betekenis van die einste bundel se titel. Wat is tog die verborge vermoë van poësie om lesers by Celinspecties eerstens te laat dink aan liggaam- of plantselle? Nee, dis baie blatanter. Hierdie bundel gaan oor die inspeksies in tronkselle uit ’n tyd toe Perquin ’n tronkbewaarder was. Sy is geïnteresseerd in die kwaad. Deur haar taal kry die moordenaars elkeen ’n gloed van ’n poëet. Oor haar gedigte hang ’n skadu van geweld. Celinspecties is haar derde digbundel.

Gesprek

Op straat zegt een man in zijn telefoon nee zegt niet schreeuwt
wie denk je eigenlijk, haalt adem, ziet mij staan,
wie denk je dat je bent

met je goede manieren zogenaamd die rijke vrienden van je
met je vol geplande week je goede baan
zijn stem breekt het toestel open,

die vrouw rolt ineens over straat, half aangekleed, mascara
uitgelopen, krabbelt overeind, staat verbaasd
en hij begint weer opnieuw

wie denk je dat je bent en kijkt naar mij terwijl hij slaat,
blijft kijken tot ik roep dat is genoeg stop ze ligt
al opgerold ze doet je niks man stop

maar hij is nog niet uitgepraat en kijkt naar mij en vraagt
wie denk je blijft maar doorgaan in zijn handpalm
woorden maken, dat je bent
houdt niet meer op.

                              (Uit Celinspecties, 2012)

Met haar gedigte se donker kante en suggesties van gevaar kan Perquin se poësie as hard ervaar word, maar haar seggingskrag sorg vir balans. Sy skryf uit ’n volwasse perspektief. Daardeur onderskei die jonge Perquin haar van beide Vegter en Van Leeuwen. En daarom moet sy fyn dopgehou word.

# Lees Anne Vegter se gedig, Gebed voor iedereen

fleursdumal.nl magazine for art & literature

More in: Archive W-X, Carina van der Walt, Walt, Carina van der

Thank you for reading FLEURSDUMAL.NL - magazine for art & literature