In this category:

Or see the index

All categories

  1. AFRICAN AMERICAN LITERATURE
  2. AUDIO, CINEMA, RADIO & TV
  3. DANCE & PERFORMANCE
  4. DICTIONARY OF IDEAS
  5. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
  6. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, drugs, dead poets
  7. FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
  8. LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence
  9. MONTAIGNE
  10. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
  11. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra, spring, summer, autumn, winter
  12. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST
  13. MUSIC
  14. NATIVE AMERICAN LIBRARY
  15. PRESS & PUBLISHING
  16. REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS
  17. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
  18. STREET POETRY
  19. THEATRE
  20. TOMBEAU DE LA JEUNESSE – early death: writers, poets & artists who died young
  21. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm & co, fairy tales, art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, ideal women
  22. WAR & PEACE
  23. WESTERN FICTION & NON-FICTION
  24. ·




  1. Subscribe to new material: RSS

BOOKS

«« Previous page · MENNO TER BRAAK: DE REPORTER EN HET ASFALT · LANDVERBEUREN (26) DOOR TON VAN REEN · GRONINGER MUSEUM TENTOONSTELLING OVER LEVEN EN WERK VAN H.N. WERKMAN · HET DOLHUYS HAARLEM: BOEKENWEEK PROGRAMMA ‘WAANZIN IN DE LITERATUUR’ · JORIS LUYENDIJK IN VPRO BOEKEN · LANDVERBEUREN (25) DOOR TON VAN REEN · WOUTER OUDEMANS & HENDRICKJE SPOOR IN VPRO BOEKEN · LANDVERBEUREN (24) DOOR TON VAN REEN · LANDVERBEUREN (23) DOOR TON VAN REEN · PRIJS DER NEDERLANDSE LETTEREN VOOR REMCO CAMPERT · JAN BOR & LUCAS ELLERBROEK IN VPRO BOEKEN · LANDVERBEUREN (22) DOOR TON VAN REEN

»» there is more...

MENNO TER BRAAK: DE REPORTER EN HET ASFALT

TERBRAAKMENNO21

Menno ter Braak

(1902-1940)

De reporter en het asfalt

Zij beiden sloten een hechte vriendschap, toen de tijden rijp waren. Want in het lijden verenigen zich allen.

Waarom moesten zij zich verbinden tot een genegenheid, die alleen onder vertrapten bestaat? Waarom zij, het slaafse asfalt en de reporter, de krullenjongen bij Buitenlands Nieuws? Dit zijn de vragen, die later oprezen, toen het asfalt door een nieuw procédé was vervangen en de reporter in de Eeuwige Jachtvelden ronddoolde en dronk uit het bekkeneel van zijn hoofdredacteur. Het is een raar sprookje gelijk.

Immers zij beiden spiegelden. Spiegelden, spiegelden. Het asfalt, wanneer het vet was van de regen, de reporter, wanneer hij geen last had van zijn maag en op zijn bed bleef liggen. En welk verschil maakt het voor God of men sinaasappeljoden en mooie vrouwen dan wel rijksdagvergaderingen en filmactrices-met-miljonairs-schandalen spiegelt? Staat er niet geschreven: ‘Spiegelt aangenaam voor het oog des Heeren’?

Wat begrepen zij? Werelden van geluk en ellende verwerkten zij als machines; het asfalt werd er steeds wrakker op en de reporter kreeg geen opslag van salaris. Geen van beiden ‘werd er beter van’, zoals de term luidt. Geen genot is het immers de kosmos te verduwen zonder begrip; dit speurde het asfalt, wanneer het zich wat langer wilde verlustigen in een hooggehakt schoentje; dit speurde de reporter als Nieuw-Zeeland en Californië door zijn hersens joegen.

Zielloze media…

Dode tussenstations, die registreren, maar niet scheppen.

Alleen op het asfalt schiep de reporter. Des daags tussen de duizenden, die voortschuifelen en zacht praten. Het asfalt was ònder de reporter en de reporter was òp het asfalt; dit moest, zo overwoog hij, wiskunstig hetzelfde zijn. Toch vond hij het tweede sympathieker, omdat het zijn persoonlijkheid beter deed uitkomen. De indruk was kraniger. Het asfalt was echter slechts onder de mensen, die voorbijschuifelden; vreemd, maar het was zo en het is nòg zo. Het asfalt droeg hèn meer dan dat zij het asfalt trapten… in het oog van de reporter.

Dit waren de onlogische rekensommetjes van de krullenjongen bij Buitenlands Nieuws.

Hij haatte de voorbijschuifelaars en de zachtpraters, omdat hij nog zo jong was. Hij wist niet, dat zij allen goed waren. Sommigen bezochten voor zij gingen winkelen, de mis. Anderen zagen er zo goed uit, dat zij zelfs zonder dit wel zalig zouden worden.

De reporter haatte hen. Maar dat zou terecht komen, als hij promotie maakte. Dan komt immers alles terecht.

Het asfalt zuchtte onder de last en hier en daar werkten gemeentewerklieden om het steviger te maken. De reporter wandelde naar zijn bureau en vloekte, dat het niet aan te horen was. De mensen echter waren zo wijs, zich hieraan niet te storen; zij waren goed en winkelden voort.

‘Maar al het mangaan en goud, dat de tandartsen in hun rottende gebitten stoppen, zal niet voldoende zijn om hun rotte zielen een duizendste seconde uit hun zelfgeschapen hel los te kopen’, zwoer de reporter.

Het zou wel terecht komen… en bovendien had hij zelf drie gevulde kiezen. Zo is de wereld: het zijn de jongelingen, die haar haten en de ouden van dagen, die weten, wat zij waard is. Maar dezen hebben dan ook het meeste goud in hun gebitten, als die althans niet vals zijn.

Des nachts, wanneer door hem heen de nieuwtjes voor het ochtendblad waren geflitst, sukkelde de reporter naar zijn kamer. Als het regende, vlamde het lege asfalt onder de huiverende lantarens. Dat was goed, want als het oudbakken was van de daagse hitte, was het vervelend.

In de nacht vooral schiep de reporter, als reactie op zijn Buitenlands Nieuws. Hij schiep zo geweldig, dat het haast werkelijkheid werd. Eens kwam over het verlaten asfalt, dat in de regen zo heftig kan glanzen, een slanke vrouw op hem toe, heel mooi, heel bleek, in het zwart, zoals in moderne romans. Zij was de schepping van de reporter en een geestelijk kind van het asfalt, maar dat wist de onnozele schepper zelf niet. En dus begeerde hij zijn eigen werk met een heel gewone gedachtenreeks: Ik-ga-met-haar-mee-ze-is-mooi-later-schrijf-ik-een-feuilleton-dat-ik-niet-ben-meegegaan-misschien-krijg-ik-het-wel-geplaatst-en-verder-niet-denken.

Hij naderde, het jonge reportertje met een hunkerend hart en een verlegen gezicht. Maar toen ging het mis. Zijn gehele fantasme brak uiteen in zwarte gitten, die rondspatten over het asfalt. Duisternis verstikte de lantarens en één enkele gouden ster wielde weg, ver op de achtergrond. Als een beleefde agent de reporter niet had opgeraapt, was hij misschien doornat geworden op het natte plein, waar hij zichzelf vond zitten. Zonder veel bewustzijn kwam hij in zijn bed terecht. Het asfalt ònder de reporter; de reporter òp het asfalt… veel verschil maakt het niet, als de reporter in een plas ligt!

Sedert die tijd was de vriendschap tussen hem en het asfalt nog hechter.

Het asfalt gaf raad: ‘Schep niet, wij zijn maar spiegels van het wereldgebeuren, wij zijn maar tussenstations!’

De reporter geloofde het, tot hij door ziekte van een hogergeplaatst collega eens uit zijn berichtjes een Overzicht mocht distilleren. Toen begon hij opnieuw en meermalen liep hij tegen zijn eigen beelden aan.

De reporter maakte promotie, vloekte niet meer, trouwde een niet-geëmancipeerde en toch niet domme vrouw, had des te meer last van zijn maag, maar… reed in een taxi over het asfalt. Elk halfjaar kwam er meer goud in zijn mond.

Het asfalt draagt nog de duizenden, die voortschuifelen en zacht praten. Het vindt alles en allen goed en wenst de ganse mensheid een prettige plaats in de hemel.

Alleen vindt het de taxi van de reporter een onverdraaglijke pedanterie, want door de isolerende rubberbanden is geen vriendschap mogelijk.

Zo gaat het!

Menno ter Braak
20 september 1924
Murena

bron: Menno ter Braak, De Propria Curesartikelen 1923-1925 (ed. Carel Peeters). BZZTôH, Den Haag 1978

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive A-B, Menno ter Braak


LANDVERBEUREN (26) DOOR TON VAN REEN

LANDVERBEUREN130Happend in de zachte binnenkant van het brood wierpen ze de korsten weg omdat ze die met hun tandeloze kaken niet verwerken konden. Duiven, die net als zij uit hemel of hel tevoorschijn kwamen, streken rond hun bestofte voeten neer en deden hun uiterste best elkaar de korsten uit de bek te trekken.

Er ontstonden fladderende gevechten die beslist werden in een wolk van zand en veren. Hoewel ook Jacob Ramesz, de ouwe vlooientemmer, zijn handen naar het brood uitstak, kreeg hij niets. De kroegbaas vond het geen daad van barmhartigheid om eten te geven aan een oude man die zijn hele leven de beest had uitgehangen. Ratten voerde je niet. En wat kon het die kroegbaas schelen dat de oude man, die mager en verzakt in zijn deurgat stond, scheel keek van de honger? Het was zijn zorg niet dat bij Jacob nooit meer iets behoorlijks op tafel kwam sinds zijn vrouw aan haar stoel zat gekluisterd met die eeuwige blik van verbijstering op haar gezicht. De oude kaarters namen ieder een stuk brood, bestelden er worst en tomaten bij en spoelden het hele ontbijt met slokken jenever naar binnen. Ze konden wel wat eten gebruiken, want hun spelletjes zouden, zoals elke dag die God gaf, tot de avond duren. Tot schoppen en harten niet meer van elkaar te onderscheiden zouden zijn en het donker valsspelerij in de hand werkte omdat rood en zwart in elkaar overliepen. Of totdat ze van zattigheid niet meer zouden weten wat voor of achter was.

In zijn bed bewoog de jongen onrustig. De kraaien, even tot rust gekomen, fladderden weer op. Ze maaiden zenuwachtig met hun armen door de lucht om vliegen te verjagen en hun radeloosheid te demonstreren. Dat had geen enkel nut. De jongen zou toch sterven. Het schuim stond hem al op de mond. Met zijn dunne handen hield hij krampachtig de spijlen achter zijn hoofd vast. Zijn mond stootte wartaal uit, waar allen met ontzag naar luisterden. Niemand begreep er iets van. Behalve de buizerd, maar die hield de betekenis van het gebral voor zich.

Ton van Reen: Landverbeuren (26)
wordt vervolgd
fleursdumal.nl magazine

More in: - Landverbeuren, Reen, Ton van


GRONINGER MUSEUM TENTOONSTELLING OVER LEVEN EN WERK VAN H.N. WERKMAN

werkman23Op 10 april 1945, vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog, werd de Groninger drukker en kunstenaar H.N. Werkman (1882-1945) door de bezetter gefusilleerd. Was dat omdat hij illegaal drukwerk maakte? Was hij als kunstenaar door het maken van door de nazi’s verboden kunst een gevaar geworden? Of is hij het slachtoffer geworden van de paniek en de chaos van de laatste oorlogsdagen? De reden van zijn dood is nog steeds niet duidelijk. Feit is wel dat hiermee een eind kwam aan het leven van een bevlogen kunstenaar, die vooral na 1945 met zijn kunst een goede, internationale reputatie zou opbouwen.

Overzichtstentoonstelling: In 2015 herdenkt het Groninger Museum Werkmans zeventigste sterfdag met de overzichtstentoonstelling H.N. Werkman (1882-1945) Leven en werk. In deze tentoonstelling zijn druksels en schilderijen, experimenteel drukwerk en de bijzondere publicaties uit de oorlogsjaren voor De Blauwe Schuit te zien. De eigenzinnige ontwikkelingen in zijn werk laten een kunstenaar zien die zich steeds bleef vernieuwen, en die zich niet hield aan regels die anderen hem oplegden. Hij gaf zijn eigen draai aan de begrippen abstract en figuratief. ‘Het resultaat is naar mijn aard, niet naar een princiep’, schreef hij in 1942 aan een vriend.

werkman21Tegelijkertijd is er een wisselwerking tussen zijn levensloop, de tijd waarin hij leefde en de ontwikkeling van zijn kunstenaarschap. Zijn grafische achtergrond, de economische ontwikkelingen, het kunstleven in Groningen en de rest van de wereld, de oorlogsjaren – het unieke van Werkman ligt in de antwoorden die hij hierop vond met zijn kunst. In de expositie is dit niet alleen te zien in zijn werk maar ook in brieven, portretten, foto’s en familiedrukwerk. Ook is de handpers te zien, waarop Werkman zijn druksels maakte. Het speelgoed-drukpersje waarop de gebroeders Werkman in hun jonge jaren boekjes maakten laat de start van Werkmans loopbaan zien.

Boek: Vooruitlopend op de expositie is bij uitgeverij W BOOKS een boek onder dezelfde titel verschenen: H.N. Werkman (1882-1945), Leven en Werk. Tien auteurs nemen in dit rijk geïllustreerde boek de lezer mee door het levensverhaal van Werkman. Het boek bevat zo’n honderd verhalen en een schat aan beeldmateriaal. Werkman komt zelf aan het woord in citaten uit zijn brieven en literaire teksten. Het voorwoord is geschreven door Prof. dr. Henk van Os.

werkman24Culturele manifestatie: Het boek en de expositie maken deel uit van een groot cultureel project in 2015 waarmee H.N. Werkman 70 jaar na zijn overlijden herdacht wordt. Er wordt een groot aantal activiteiten georganiseerd op verschillende locaties in de stad en provincie Groningen. Met dans, muziek en theater en in lezingen en publicaties wordt H.N. Werkman als een belangrijke en nog steeds inspirerende kunstenaar voor het voetlicht gebracht.

Het Werkmanjaar is een gezamenlijk initiatief van Stichting Werkman 2015 en het Groninger Museum.

Het rijk geïllustreerde boek: H.N. Werkman 1882 – 1945. Leven & werk, bevat 256 pagina’s en is verkrijgbaar bij de boekhandel en de museumwinkel voor de prijs van € 29,95

Tentoonstelling: H.N. Werkman (1882-1945) Leven en werk
11 april 2015 t/m 01 november 2015
Groninger Museum

# Meer info website Groninger Museum

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, Archive W-X, Art & Literature News, De Ploeg, Hendrik Nicolaas Werkman, Werkman, Hendrik Nicolaas


HET DOLHUYS HAARLEM: BOEKENWEEK PROGRAMMA ‘WAANZIN IN DE LITERATUUR’

waanzin-dolhuys‘Ooit een normaal boek gelezen? En … beviel het?’ Onder deze titel presenteert Het Dolhuys een uitgebreid programma over ‘Waanzin in de literatuur’, dit jaar het thema tijdens de Boekenweek. Pieter Steinz, buurtbewoner van Het Dolhuys, schreef het Boekenweekessay ‘Waanzin in de wereldliteratuur’ en in zijn boek gebruikt hij het museum als decor. Gebaseerd op dit essay presenteert Het Dolhuys een nieuwe rondleiding waarin de bezoeker schrijvers ontmoet die zelf ervaringsdeskundige zijn: denk aan Maarten Biesheuvel en Boudewijn Büch, maar ook eigentijdse schrijvers als Heleen van Royen en Myrthe van der Meer. Essayist Steinz was directeur van het Nederlands Letterenfonds, totdat hij terugtrad wegens de ziekte ALS.
Behalve rondleidingen biedt Het Dolhuys nog veel meer over waanzin. Dichters, musici en acteurs laten zich inspireren door gekte.

Hieronder het complete programma.  (Voor meer info: reserveringen@hetdolhuys.nl of 023-5410679/023-5410682 )

ZONDAG 8 MAART T/M 5 JULI 2015:
Iedere zondag vanaf 14.00 uur open rondleiding ‘Waanzin in de literatuur’

DINSDAG 10 T/M 14 MAART:
Tijdens de boekenweek dagelijks vanaf 14.00 uur open rondleiding ‘Waanzin in de literatuur’

WOENSDAG 11 MAART:
Film ‘Arends’ met Jeroen Willems

ZATERDAG 14 MAART:
Boekenenbal voor lezers in de Lichtfabriek

ZONDAG 15 MAART:
Waanzinnige zondag

# Meer info op website van Het Dolhuys Haarlem

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Lovers, Art & Literature News, Boekenweek, Outsider Art


JORIS LUYENDIJK IN VPRO BOEKEN

luyendijk_ditkannietJoris Luyendijk (1971) is te gast in VPRO BOEKEN over zijn nieuwste boek ‘Dit kan niet waar zijn’. Twee jaar geleden ging Luyendijk met zijn gezin in Londen wonen. Hij ging werken voor The Guardian, die hem de opdracht gaf om vanuit antropologisch perspectief te schrijven over The City, het financiële hart van Groot-Brittannië. De conclusie van het boek is even stevig als pijnlijk: de instellingen die ervoor moeten zorgen dat de economie functioneert, kunnen de wereld in de afgrond doen storten.

 Joris Luyendijk
VPRO Boeken
zondag 22 februari 2015
NPO 1, 11.20 uur

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, Archive K-L, Art & Literature News, FDM in London, MONTAIGNE


LANDVERBEUREN (25) DOOR TON VAN REEN

LANDVERBEUREN130De deur vloog open. Als door een horzel gestoken schoot de pastoor naar buiten. In een witte jurk, de geur van wierook en kaarsen meevoerend. Zijn laatste gebeden in ijltempo naar de Heer zendend monsterde hij het stuk wild goedkeurend en kneep het dier in de buik, billen en borst.

Het konijn leefde nog. Het leek alleen maar dood omdat zijn poten en staart aan elkaar waren gebonden. Het diertje leek weet te hebben van het naderende onheil. Ondanks de prop in zijn bek stootte het hoge kreten uit, als een klein en droevig kind. De pastoor pakte het beest resoluut bij de achterpoten en kwakte het met de kop tegen de muur van de kerk. De schedel knapte met een droge tik. Rode bloedspatten sprongen op de wit verweerde mergelsteen. Uit een van de vele verborgen zakken in de plooien van zijn toog haalde de pastoor een mes tevoorschijn, knipte het open, zette het er bij de kont van het dier in en sneed de buik in één reut open. Behendig rolde hij de dampende darm om het lemmet van het mes en mikte hem tussen de struiken van het kerkhof. Ondersteboven hing hij het opengesneden dier aan een van de tralies, juist voor het gebrandschilderde raam van Maria Magdalena, hoer en heilige, die in glazige deemoed en in de kleur van een onweerswolk voor haar Heer geknield lag en wiens voeten zij met haar in lood gevatte haren droogde. De pastoor ontdeed het konijn van zijn jas, gooide kop en vacht tussen de struiken en liep met het panklare wild naar de pastorie. Op de voet gevolgd door de onnozelaar, die belust was op een beloning, ook al bestond die meestal uit niet veel meer dan een kelkje miswijn. En de achting van de pastoor, waar de boeren, ondanks hun lauwe geloofsbeleving, toch veel heil aan toeschreven. De buizerd, die het gebeuren vanaf zijn plaats in de meidoorn had gevolgd en de nimmer aflatende vraatzucht in zijn maag ontdekte, zag zijn kans schoon. Net voordat de boskat uit de schuur van Chiles Plaats naar buiten sprong, dook hij naar de darm tussen de struiken. Greep hem behendig in zijn krachtige bek en vloog terug naar zijn plaats, de kat, die de prooi zijn neus voorbij zag gaan, woedend achterlatend. De vogel kon echter niet verhinderen dat een wolk vliegen hem belaagde, maar hij schudde met krachtige bewegingen van zijn kop kevers en mieren van het ingewand. De mensen op het plein keken met afschuw naar hem. De kraaien konden hun walging nauwelijks onderdrukken.

Alleen de jongen zag de vogel niet. Zelfs zijn kat, die zelden of nooit in het daglicht kwam, maar nu de schuur van Chile de rug toekeerde en schuw langs de gevels naar de werkplaats van de timmerman sloop, merkte hij niet op. Hij zag steeds vagere voorstellingen van buiten. Steeds doorschijnender, witter, leger. De kastelein verscheen in de deuropening van zijn zaak, gaapte en schuurde zijn rug. Hij knipperde met zijn ogen, alsof hij last had van de zon. Ging naar binnen, haalde de lege broodmand uit de keuken, raapte al zijn moed bij elkaar, stapte de deur uit en liep het plein over. In een onzekere gang, die verried dat hij niet de slechtste klant van zijn eigen zaak was. Hij wierp een achteloze blik in het bed van de jongen en liep rechtdoor naar de bakkerswinkel. Vanaf het hele plein bleef hij zichtbaar achter de glazen uitstalkast. Iedereen zag dat de bakker zelf, krom en met meel bestoven, zijn aandacht van de in de winkel aanwezige vrouwen op de kroegbaas richtte. Hij vulde diens mand met lange verse broden en bleef als een ratel praten. Buiten werd dat door niemand gehoord, maar het was duidelijk te zien aan het drukke bewegen van zijn mond. De kroegbaas zelf sprak geen woord. Tenminste, zijn mond bleef gesloten. Of misschien bromde hij wat. Of zei ja en nee, of alleen maar nee. Dat was van buitenaf niet meer te zien, want de zon, die al lang tegen de ruiten tekeerging, leek het geouwehoer in de winkel zat. Hij zette de kozijnen in een felle gloed en plakte vals licht tegen het glas, zodat daarbinnen niemand meer te zien was en de winkel wit en leeg leek. De kroegbaas kwam naar buiten. Op hetzelfde moment verliet vrouw Azurri de slagerswinkel en liep schichtig, met haastige maar kleine passen, naar de bakkerij. Doordat ze steeds naar de grond keek, zag ze de kastelein niet en botste tegen hem op. De kastelein liet de mand vallen. Het brood rolde over de grond. Vrouw Azurri kreeg een rood hoofd van schaamte, mompelde iets en raapte de broden op. De slager, die het ongeval vanuit zijn winkel had gezien, lette goed op het gedrag van de kastelein, die het helemaal niet erg vond dat het mooie wijfje hem dit oponthoud bezorgde. Hoewel hij niet meer de jongste was, gaf hij zijn ogen nog goed de kost en keek met plezier naar het mooie lijf van de vrouw, dat goed te zien was nu ze zich bukte. De rok, die over haar billen spande. De kastelein voelde de blik van de slager op zich gericht. Hij dankte de vrouw omdat ze hem geholpen had en gaf haar een goedmoedige tik op haar schouders, hoewel hij haar veel liever bij haar kut had gegrepen, en vervolgde zijn weg. Hij zag dat iedereen naar hem keek, behalve het zieke kind en de hamerende timmerman, die nooit aandacht voor iemand had. Kalm liep hij terug over het plein. In een royale bui wierp hij stukken brood naar de twee oude bedelwijfjes die daar plotseling waren. God wist waar ze op dit moment vandaan kwamen. Uit de kerk? Niemand had hen daar vandaan zien komen. Waren ze uit de grond gekropen? Twee door honger geplaagde mollen die altijd het juiste moment kenden. Ze vingen het brood op en trokken er stukken af. Ze aten, wijdbeens staande als jonge paarden, nog wankel op hun poten.

Ton van Reen: Landverbeuren (25)

wordt vervolgd

fleursdumal.nl magazine

More in: - Landverbeuren, Reen, Ton van


WOUTER OUDEMANS & HENDRICKJE SPOOR IN VPRO BOEKEN

plantaardig22Wouter Oudemans, gepensioneerd bijzonder hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden, vertelt over zijn boek ‘Plantaardig- Vegetatieve filosofie’, dat hij samen schreef met archeoloog en filosoof Norbert Peeters.

Ook te gast is Hendrickje Spoor. Zij schetst in haar net verschenen boek ‘Vader en Dochter- Het verhaal van een opvoeding’ een openhartig, af en toe pijnlijk, maar bovenal ontwapenend menselijk portret van haar vader.

Wouter Oudemans & Hendrickje Spoor
VPRO Boeken zondag 15 februari 2015
NPO 1, 11.20 uur

# Meer info website VPRO boeken

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, Art & Literature News


LANDVERBEUREN (24) DOOR TON VAN REEN

LANDVERBEUREN130Céleste hield van de jongen. Meer dan van de andere kinderen die op het plein en in de caféhof speelden. Ook met hen deed ze spelletjes en ook zíj vertelden haar honderduit over alles wat hen bezighield, maar geen van hen vertrouwde haar zoveel toe als de jongen, die tegen haar zo openhartig was omdat hij haar nodig had.

Toen de jongen zijn hond moest wegdoen, omdat zijn vader het beest niet in huis wilde hebben, had hij hem aan Céleste gegeven. Hij wist dat het dier veilig bij haar was. Hij hield veel van het beest, ook al was het maar een scharminkel waar iedereen zich rot om lachte. Hoewel de hond zachtmoedig van aard was, en trouw, zouden anderen hem hebben afgemaakt. Alleen al om zijn lelijke uiterlijk. Trouwens, toen de jongen het dier onder zijn hoede had genomen, was het verwaarloosd en verwilderd, maar het bezat een enorme hang naar gezelschap van mensen.

De hond was altijd bij Céleste in de buurt. Als ze in het café werkte, lag hij achter het buffet. Als ze naar buiten liep, kwam hij haar achterna. Vaak volgde hij haar tussen de tafeltjes door als ze gasten bediende, ook al had ze dat liever niet, want met zijn ruige staart had hij al meermalen glazen van de tafel geslagen. Ze zag dat de jongen onrustig was. Ze wilde bij hem zijn, maar de kraaien zouden haar aanwezigheid niet dulden. Met haar vrolijke kleren en zo mooi als ze was, deed ze afbreuk aan hun ernstige maar ranzige uiterlijk, hun trieste zwart, hun zwarte gedachten en hun naar olie en mottenballen ruikende lijven. Ze lieten een cafémeid niet toe bij het bed van een stervende jongen, ook al kende ze al zijn geheimen en was haar lijf hem zo eigen als dat van zijn moeder. Ze begreep dat de jongen met haar wilde praten. Na al die weken in zijn kamer werd het voor hem tijd dat hij weer eens tegen iemand wat kon vertellen. Over zijn dieren. Hoe ze leefden. Wat hij hun te vreten gaf. Waar hij de adder wilde loslaten om hem in de vrije natuur weer een kans te geven. Waar zijn boskat zich verborgen hield. Hoe men moest omgaan met de buizerd om zijn vertrouwen te winnen. Hoe anders zou de jongen, voor hij zijn laatste adem uitblies, in contact kunnen komen met een mens? Iemand die hij kon aanraken. Kon ruiken. Van wie hij de hand kon vasthouden om toch niet zo ontstellend alleen te hoeven zijn. Toen de kinderen Azurri Céleste in de caféhof zagen, holden ze naar haar toe. Recht op haar af. Passeerden rakelings het bed van de stervende jongen. Holden tussen de rokken van de verschrikt naar elkaar grijpende vrouwen door. Dansten luidkeels juichend om de cafémeid heen. Terwijl ze de jongen passeerden, ving hij een glimp op van de kinderen met wie hij zo vaak had gespeeld. Dat deed hem des te meer naar hen verlangen. En of hij wilde of niet, hij moest het maar goed vinden dat de kraaien sprei en dekens van zijn bed lichtten en zijn matras opklopten. Omdat hij doornat was van het zweten, trokken ze zijn pyjama uit en wreven hem droog. Net als bij opoe Ramesz drong de zomerse hitte niet tot hem door en lag hij te klappertanden van de kou. Het joelen van de kinderen verstoorde de rust van de oude mannen. Ze waren net met kaarten begonnen. Van tijd tot tijd nipten ze aan hun jenever en probeerden ze elkaar te overbluffen, soms woedend met hun vuisten op de tafel slaand. Die woede hoorde bij het spel. Maar plotseling werd de aandacht van de kaarters afgeleid door Céleste. Doordat de kinderen water naar haar gooiden, waren haar borsten zichtbaar onder haar natte blouse. Zelfs haar tepels waren te zien. Ze zat de lachende kinderen achterna en probeerde hen te grijpen. Ook de kraaien zagen het en sloegen ontsteld een kruis. En fladderden rond het bed of de wind hen op de hielen zat en onder de rokken woei. Maar het was windstil. Hun vormloze kleren wakkerden stof en dode bladeren op, zodat ze rond het bed stoven en als mooie stukjes vuil op de witte beddensprei achterbleven. Ook de onnozele boerenknecht, die het plein kwam oplopen in zijn wijde broek, keek verbaasd naar de borsten van de cafémeid. Hij had geen tijd om er lang aandacht aan te besteden. Met een konijn in zijn handen liep hij vlug naar de kerk. Schopte hard tegen de houten deur die Joachim Andrade vandaag voor de hitte, en op alle andere dagen voor de rusteloosheid van het dorpsvolk moest behoeden.

Ton van Reen: Landverbeuren (24)

wordt vervolgd

fleursdumal.nl magazine

More in: - Landverbeuren, Reen, Ton van


LANDVERBEUREN (23) DOOR TON VAN REEN

LANDVERBEUREN130De kleine heks Josanna had vaker geprobeerd hem aan te halen door hem wormen en spek te voeren. Als hij dan niet uit dank vriendelijk tegen haar wilde zijn, probeerde ze hem met een stok te slaan. Soms schoot ze met een katapult op hem, zodat zelfs zijn plaats in de boom niet veilig was en hij op de vlucht moest.

Nu de jongen te ziek was om hem te verdedigen, zag het er helemaal beroerd voor hem uit. Wat moest er van hem worden als de jongen er niet meer zou zijn? Soms kwamen vrouwen uit de straatjes met emmers was naar de spoelbak. Ze joegen de kinderen weg, lieten het gebruikte water weglopen en pompten schoon water in de bak. De meisjes Azurri protesteerden luid omdat ze zich niet wilden laten verdrijven van hun speelplek. Tevergeefs. De vrouwen sloegen de was door het schuim, schrobden alles op een bord en spoelden het zootje na. Uit verveling holden de kinderen achter elkaar aan, doken soms onder het bed van de jongen door, zonder erg te hebben in het stervende kind. Ze hadden geen weet van de ellende van de jongen. Voor hen was hij al zo goed als weg, ook al was hij met zijn geest nog bij hen doordat hij hen hoorde joelen. Soms droomde hij over hen en dacht hij nog bij hen te zijn. Wist hij niet beter dan dat hij met hen speelde. Liet de meiden zijn vogel zien om hen met de klauwen en de grote bek van het beest schrik aan te jagen. Of zat hij hen met zijn adder achterna en schreeuwde hun toe dat het dier giftig was en dat ze onder grote pijnen zouden sterven als ze binnen zijn bereik zouden komen. Wat de jongen niet meer kon weten was dat de adder al twee weken geleden door zijn vader was doodgeslagen, nadat die op zoek was gegaan naar de slang en hem in de kist onder het bed had aangetroffen. Soms, wanneer koude rillingen door zijn lijf liepen, leek de jongen te beseffen dat de ziekte hem langzaam sloopte. Dan sloeg hij wild met armen en benen, zodat zijn bed ervan schudde. Waarna de kraaien `God zegen je’ riepen, kruisen sloegen en van angst hun water lieten lopen. Ze dachten dat de duivel bezit van de jongen had genomen. Ze liepen haastig rondjes om het bed, begonnen tegen elkaar en zomaar in het wilde weg te schreeuwen om de duivel af te leiden en hem te verjagen. Botsten in hun haast om zo veel mogelijk meters af te leggen tegen elkaar op. Vielen in het gras en krabbelden, elkaars kleren afkloppend, weer op. Vervolgden hun weg rond het bed en zagen vol weerzin hoe Céleste de deur uit kwam en door de hof liep. Hun afkeer van de cafémeid was erg groot. Niet alleen omdat ze hun mannen het zuur verdiende geld uit de zak klopte, maar ook omdat ze jong was en er leuk uitzag. Dat wekte hun jaloezie op, ook al deden ze er zelf nooit meer iets aan om er goed uit te zien. Céleste gaf de bloemen water. Hanggeraniums, veelkleurige zinnia’s, begonia’s en vetplanten die in allerhande bakken, potten en weckglazen de caféhof sierden. Klimrozen en kamperfoelie op de huishoeken. Ze smeerde de waterrijke bladeren van de cactus in met slaolie om ze te laten blinken. Blies tafel en stoelen schoon voor de vier oude mannen die over het plein kwamen aankuieren en zette hun glazen klaar. Dagelijks gebruik. Hoewel de schellen half over hun ogen bleven hangen, konden de vier oude geilaards het niet nalaten in haar bloesje te loeren. Céleste nam weinig nota van hen maar keek verbaasd naar de bedrijvige wedloop van de zwerm kraaien rond het bed. Zag dat de wijven al hollend ook naar háár keken. Soms naar haar wezen, omdat haar blouse wat openhing, waardoor haar borsten voor een deel in het licht kwamen, soms ook haar navel. Het lijf van de cafémeid waarop men in Solde niet uitgekeken raakte.

De mannen vergaten ‘s avonds maar al te vaak vrouw en kinderen, om bij die meid in het café te kunnen zijn. Te midden van alles wat hun dromen opwekte over ooit betere tijden. Het roze licht. De warme aanwezigheid van een mooie vrouw. De lucht van het bier. De hele sfeer die kerels nodig hadden om wat kleur aan hun dorre bestaan te geven. De kraaien liepen, verward door het zicht op de cafémeid, tegen het bed aan, zodat de jongen niet tot rust kon komen. Niet de kans kreeg om de buizerd op zijn tak in de meidoorn te zien. En áls hij hem in het vizier had, gooide een opdoffer alle wazige beelden die zijn ogen opvingen door elkaar, zodat hij weer tijden nodig had om ze te ordenen en er wijs uit te worden.

Ton van Reen: Landverbeuren (23)
wordt vervolgd
fleursdumal.nl magazine

More in: - Landverbeuren, Reen, Ton van


PRIJS DER NEDERLANDSE LETTEREN VOOR REMCO CAMPERT

campertremco22De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Remco Campert (1929) ontvangt dit najaar de Prijs der Nederlandse Letteren. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van 40.000 euro.

‘Remco Campert brengt lichtheid in de Nederlandstalige literatuur’, zo stelt de jury onder voorzitterschap van Kris Humbeeck. De jury noemt Campert een ‘groot stilist die in zijn werk steeds relativerend en geestig is en daarmee verschillende generaties blijft aanspreken. Bij Campert zit de diepzinnigheid aan de oppervlakte. Hij kan onverbloemd over het geluk schrijven maar heeft zich nooit vastgereden in clichés’.

Campert heeft sinds zijn debuut in 1951 een indrukwekkend oeuvre opgebouwd. Zijn poëziebundels Met man en muis en Het huis waarin ik woonde (1955) werden bekroond met de Jan Campertprijs. In 1979 kreeg hij de P.C. Hooftprijs voor zijn gehele poëtische oeuvre. In 2011 werd hem de Gouden Ganzenveer toegekend. Ook was in dat jaar Camperts roman Het leven is vurrukkulluk actieboek van de campagne ‘Nederland Leest’.

De Prijs der Nederlandse Letteren is de meest prestigieuze literaire prijs in het Nederlandse taalgebied. De Taalunie kent de prijs om de drie jaar toe aan een auteur wiens oeuvre een belangrijke plaats inneemt in de Nederlandstalige literatuur. De Taalunie stimuleert ermee dat men binnen en buiten het taalgebied kennis neemt van belangwekkende Nederlandstalige cultuur en dat die daarmee wordt gepromoot. De prijs toont bovendien dat het Nederlands een taal is waarin excellente literatuur wordt geschreven. De prijs wordt afwisselend uitgereikt door het Nederlandse en het Belgische koningshuis. In oktober reikt koning Filip de prijs uit op het Koninklijk Paleis van Brussel.

De jury van de Prijs der Nederlandse Letteren 2015 bestaat uit: Bert Bultinck, adjunct-hoofdredacteur De Standaard; Kris Humbeeck (voorzitter), gewoon hoogleraar Moderne Nederlandse literatuur & Algemene literatuurwetenschap Universiteit Antwerpen; Irina Michajlova, hoogleraar Neerlandistiek Staatsuniversiteit van Sint-Petersburg, literair vertaler; Alida Neslo, theatermaker; Aleid Truijens, auteur, columnist, biograaf (F.B. Hotz, Hella S. Haasse); Maria Vlaar, literair journalist, recensent, redacteur; Theo Witte, vakdidacticus Nederlands, Rijksuniversiteit Groningen, hoofdredacteur ‘Lezen voor de Lijst’.

Remco Campert laureaat Prijs der Nederlandse Letteren
# Meer informatie op website Nederlandse Taalunie
fleursdumal.nl magazine

More in: Archive C-D, Art & Literature News, Campert, Remco, Remco Campert, The talk of the town


JAN BOR & LUCAS ELLERBROEK IN VPRO BOEKEN

mondriaanfilosoof2De bekende filosoof Jan Bor heeft een nieuw boek geschreven: ‘Mondriaan filosoof‘. Was Piet Mondriaan geen kunstschilder? Jawel maar hij heeft ook tot het einde van zijn leven filosofische teksten geschreven.

Ook te gast is sterrenkundige Lucas Ellerbroek (1984) over zijn boek ‘De Planetenjagers’ waarin hij de geboorte van een nieuw vakgebied beschrijft en de menselijke worstelingen die daarmee gepaard gaan.

Jan Bor & Lucas Ellerbroek
VPRO Boeken zondag 8 februari 2015
NPO 1, 11.20 uur

# meer info op website vpro boeken

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, Art & Literature News, De Stijl, Piet Mondriaan


LANDVERBEUREN (22) DOOR TON VAN REEN

LANDVERBEUREN130

Hoofdstuk 4

De rode bessentrossen en de heldergroene bladeren van de meidoorn schitterden fel in de zon en kleurden het licht dat getemperd als door een zeef op het plein viel. In zijn eentje zorgde de boom voor de nodige schaduw. Op sommige plaatsen reikte zijn lover tot aan de daken van de huizen, zelfs tot aan de struiken in de caféhof. Sommige takken waren zo zwaar dat ze doorzakten en scheuren vertoonden aan de stam. Men had ze moeten stutten. Vanaf zijn hoge post in de top van de meidoorn kon de tamme buizerd het hele dorpsplein overzien. Het café. De kerk daartegenover.

De huizen waaraan begin noch eind te ontdekken viel omdat de daken in elkaar overliepen. Op alle raamdorpels bakken vol hanggeraniums, die rood langs de gevels naar beneden vloeiden. Tegenover de huizen, aan de andere kant van het plein, een drietal boerderijen. Schuren, stallen en mesthopen waaruit donkere zeik in een goot dreef die verderop in een weiland verliep. De lege gebouwen van Chiles Plaats, de verlaten boerderij waaraan iedereen zich ergerde, vooral door de overlast van het ongedierte dat er huisde. De vogel zag de vrouwen in hun zwarte kleren en met gazen sluiers voor het gezicht. Net als in een toneelstuk leken ze hysterische taferelen uit te beelden rond het bed. En daarin het kind. Klein, maar nog levend. Bleek als een kaars, maar nog ademend. En zich van zijn leven bewust. Een kind dat nooit zou begrijpen waarom het sterven moest. De jongen zag de buizerd met de muis. Die had de vogel gevangen voor de adder. Omdat zijn baasje het voedsel niet kwam halen, vrat de vogel de muis zelf maar op. Met het rood voor de ogen ontbrak het de jongen aan elk gevoel voor werkelijkheid en verhouding. Zo zag hij vol afschuw hoe de muis het lijf van de vogel openscheurde en opvrat. Wat hem hoog en hard deed gillen. Tenslotte was het zijn vogel! De buizerd die hij getemd had door hem aan een ketting te leggen. Waartegen hij dagen en dagen had gepraat, net zo lang tot het dier zich bij hem op zijn gemak had gevoeld. De vogel die hij, nadat hij hem getemd had, trots als een overwinnaar door het dorp had gedragen, op zijn pols. Waarmee hij de waswijven rond de pomp zo’n schrik aanjoeg dat ze alles in de steek lieten en het op een lopen zetten. Waarmee hij de stilzwijgende bewondering oogstte van de mannen die niet begrepen hoe het een kleine jongen was gelukt een roofvogel te temmen. De vogel die hij de eerste tijd had gevoerd met stukjes spek en ingewanden van varkens. De rover die hij vaak in zijn armen had. Van wie hij de zachte veren en de harde bek zo goed kende. De krachtige harde bek die zo ontroerend en tegelijk zo beangstigend was. De kraaien, die zich in hun slecht zittende zwarte kleren rond zijn bed bewogen, holden af en aan met koude verbanden die ze op zijn polsen en voorhoofd legden. Relieken van alle soorten heiligen werden op zijn borst gespeld of onder zijn kussen verborgen. Werden, omdat het wonder uitbleef, verwisseld voor nieuwe relieken van weer andere heiligen die het dan ook maar eens moesten proberen. Net zo lang tot de hele voorraad uit de kerk en de her en der bij elkaar gezochte religieuze aftreksels opgebruikt waren. Maar zonder een verbetering in de toestand van de jongen te bewerkstelligen. Wat de kraaien had moeten doen twijfelen aan de wonderdoeners. Nee, hun hoop verflauwde niet. En alsof ze nog niet genoeg hadden gebeden, kropen ze op hun knieën rond het bed, het gezicht naar de grond en naar alles wat zich daarop voortbewoog. Met hun schelle stemmen baden ze de litanie van alle heiligen. Maar ook die lieten het afweten. De kraaien hadden beter kunnen weten. Wanneer een jongen in veertien dagen tijd van tweeëndertig kilo terugviel naar negentien, wanneer hij het tot pap gekookte eten niet langer dan een paar minuten in zijn lijf kon houden, wanneer hij onophoudelijk ijlde en over iedereen dingen uitschreeuwde waar hij eigenlijk geen weet van mocht hebben, zodat velen zich in hun hemd gezet voelden, dan was er geen kans meer voor een kind. Dan kon zijn vader met zekerheid een kist voor hem maken uit planken van grof vurenhout. Niet dat de timmerman het zijn kleine jongen gunde dat hij er zo beroerd aan toe was. Maar het stemde hem wel gerust. Dat gesodemieter met dieren in huis zou mooi afgelopen zijn als hij de knaap had gekist en het deksel kon dichtspijkeren. Dat was dan in één keer afgelopen.

Hij moest er niet aan denken dat die jongen erdoor zou komen. Als die knul eens een jaar of veertien zou zijn, wat zou hij dan in huis halen? Beren? Tijgers soms? Een roofvogel, een slang en een boskat waren al erg genoeg. Dat had de adder wel bewezen. En moest je daar die verrekte buizerd in de meidoorn zien zitten, het kreng. Zeker vijftien kippen had hij uit de ren in het achtertuintje gepikt en voor de ogen van de timmerman opgevreten. Zijn beste hennen was hij kwijt. Wie zou hem die beesten vergoeden? De kleine rotjongen die daar op apegapen lag zeker niet. Die had niks. Die zou ook nooit meer iets krijgen. En daarom knalde de timmerman er flink op los. Bij elke knal van de hamer klopte de koorts tegen de schedel van de jongen en trokken de schellen voor de ogen van de buizerd met een schrikbeweging dicht. De vogel begreep dat hij bij de timmerman uit de buurt moest blijven. Bovendien voelde hij zich op zijn eigen plek op de bovenste tak van de meidoorn veel prettiger dan beneden. Want daar liep hij de kans dat kinderen zich aan hem zouden opdringen. Dat konden ze maar niet laten. Al de keren dat hij op de arm van de jongen werd rondgedragen, hadden ze hem lastiggevallen.

Ton van Reen: Landverbeuren (22)
wordt vervolgd
fleursdumal.nl magazine

More in: - Landverbeuren, Reen, Ton van


Older Entries »« Newer Entries

Thank you for reading Fleurs du Mal - magazine for art & literature