Clément Pansaers
(1885-1922)
L’APOLOGIE DE LA PARESSE 1917
Chapitre VIII
kemp=mag poetry magazine – magazine for art & literature
More in: Pansaers, Clément
W a l t W h i t m a n
(1819-1892)
P u l s e o f m y l i f e
Not heaving from my ribbed breast only;
Not in sighs at night, in rage, dissatisfied with myself;
Not in those long-drawn, ill-suppressed sighs;
Not in many an oath and promise broken;
Not in my wilful and savage soul’s volition;
Not in the subtle nourishment of the air;
Not in this beating and pounding at my temples and wrists;
Not in the curious systole and diastole within, which will one day cease;
Not in many a hungry wish, told to the skies only;
Not in cries, laughter, defiances, thrown from me when alone, far in the
wilds;
Not in husky pantings through clenched teeth;
Not in sounded and resounded words–chattering words, echoes, dead words;
Not in the murmurs of my dreams while I sleep,
Nor the other murmurs of these incredible dreams of every day;
Nor in the limbs and senses of my body, that take you and dismiss you
continually–Not there;
Not in any or all of them, O Adhesiveness! O pulse of my life!
Need I that you exist and show yourself, any more than in these songs.
Poem of the week
April 19, 2009
KEMP=MAG poetry magazine
More in: Whitman, Walt
Jef van Kempen gedicht
R e q u i e m
O, dood, bedrieglijk, bedrieglijk scharminkel.
Daar waar (van aangezicht tot aangezicht)
onsterfelijke schoonheid onverdraaglijk wordt,
heult huichelachtige liefde met U:
spiegeltje, spiegeltje aan de wand,
wie is de mooiste van dit land?
Voor wie wit is, wit is als sneeuw,
is het lot van een graf in de zwarte,
in de zwarte aarde te zwaar.
O, dood, bedrieglijk, bedrieglijk scharminkel.
Zeven maal zeven maal zeven maal
zoveel niet-aflatende rouw om
deze nietsontziende vergankelijkheid.
Bij dit eenzame glazen graf stijgt een
woordloos gejammer op naar een verre,
naar een verre hemel:
die spiegel van eeuwigheid.
Jef van Kempen: Laatste bedrijf – gedichten 1963-2008
Uitgeverij Art Brut – Postbus 117 – 5120 AC Rijen – ISBN: 978-90-76326-04-7
© KEMP=MAG poetry magazine
More in: Kempen, Jef van
Clément Pansaers
(1885-1922)
L’APOLOGIE DE LA PARESSE 1917
Chapitre VII
KEMP=MAG POETRY MAGAZINE
More in: Pansaers, Clément
D.H. Lawrence
(1885-1930)
To Women, As Far As I’m Concerned
The feelings I don’t have I don’t have.
The feelings I don’t have, I won’t say I have.
The felings you say you have, you don’t have.
The feelings you would like us both to have, we
neither of us have.
The feelings people ought to have, they never have.
If people say they’ve got feelings, you may be pretty
sure they haven’t got them
So if you want either of us to feel anything at all
you’d better abandon all idea of feelings altogether.
Intimates
Don’t you care for my love? she said bitterly.
I handed her the mirror, and said:
Please address these questions to the proper person!
Please make all request to head-quarters!
In all matters of emotional importance
please approach the supreme authority direct!–
So I handed her the mirror.
And she would have borken it over my head,
but she caught sight of her own refection
and that held her spellbound for two seconds
while I fled.
My Naughty Book
They say I wrote a naughty book
With perfectly awful things in it,
putting in all the impossible words
like b—- and f— and sh–.
Most of my friends were deeply hurt
and haven’t forgiven me yet;
I’d loaded the camel’s back before
with dirt they couldn’t forget.
And now, no really, the final straw
was words like sh– and f–!
I heard the camel’s back go crack
beneath the weight of muck.
Then out of nowhere rushed John Bull,
that mildewed pup, good doggie!
squeakily bellowing for all he was worth,
and slavering wet and soggy.
He couldn’t bite ’em he was much too old,
but he made a pool of dribblings;
so while the other one heaved her sides
with moans and hollow bibblings
he did his best, the good old dog
to support her, the hysterical camel,
and everyone listend and loved it, the
ridiculus bimmel-bammel.
But still, one has no right to take
the old dog’s greenest bones
that he’s buried now for centuries
beneath England’s garden stones.
And, of course, one has no right to lay
such words to the camel’s charge
when she prefers to have them left
in the W.C. writ large.
Poor homely words, I must give you back
to the camel and the dog,
for her to mumble and him to crack
in secret, great golliwog!
And hereby I apologise
to all my foes and friends
for using words they privately keep
for their own immortal ends.
And henceforth I will never use
more than the chaste, short dash;
so do forgive me! I sprinkle my hair
with grey, repentant ash.
kemp=mag poetry magazine
More in: Lawrence, D.H.
Museum voor Moderne Kunst Arnhem
O p h e l i a
Sehnsucht, melancholie en doodsverlangen
21 februari t/m 10 mei 2009
Guido Geelen (voorgrond) Desiree Dolron (achtergrond)
De tentoonstelling Ophelia -Sehnsucht, melancholie en doodsverlangen is van 21 februari t/m 10 mei te zien in het Museum voor Moderne Kunst Arnhem. Deelnemende kunstenaars: Erzsébet Baerveldt, Wout Berger, Anouk De Clercq, Krien Clevis, Delphine Courtillot, Gregory Crewdson, Amie Dicke, Iris van Dongen, Desiree Dolron, Marlene Dumas, Guido Geelen, Marnix Goossens, Gerard Holthuis, Tom Hunter, Izima Kaoru, Juul Kraijer, Justine Kurland, Erik Odijk, L.A. Raeven, Pipilotti Rist, Alessandra Sanguinetti, Sissi, Elisabet Stienstra, Elly Strik, Anne Wenzel
Museum voor Moderne Kunst Arnhem, Utrechtseweg 87, Arnhem. T. 026 3775300. www.mmkarnhem.nl Open: di-vrij 10-17 uur, za-zo 11-18 uur. Toegang tot 18 jaar gratis.
P h o t o A n t o n K.
fleursdumal.nl magazine – magazine for art & literature
More in: Art & Literature News, Exhibition Archive, L.A. Raeven
Museum voor Moderne Kunst Arnhem
Ophelia. Sehnsucht, melancholie en doodsverlangen
21 februari t/m 10 mei 2009
Het was tot zijn tragische geliefde Ophelia dat Hamlet de veel geciteerde woorden ‘to be, or not to be…’ uitsprak. Sindsdien hebben vele schrijvers, filosofen, cultuurwetenschappers en beeldend kunstenaars zich laten inspireren door het mysterie van de dood van Ophelia. Hoogste tijd voor een culturele manifestatie waarin Ophelia als romantische muze getransformeerd wordt naar het heden.
Het gaat de aanjagers van deze manifestatie, Krien Clevis en Flos Wildschut – tevens gastcurators van de tentoonstelling – vooral om de universele thematiek die Ophelia in een moderne multiculturele samenleving vertegenwoordigt. “Ophelia is als een hedendaagse metafoor voor de moderne romanticus, die worstelt met tegenstrijdige gevoelens van wederzijds onbegrip, onmogelijke liefde, wanhopig verlangen en die de ultieme bevrijding zoekt in de dood. Zij staat niet alleen voor de diepere lagen van het vrouw-zijn, maar ook voor het onbestemde verlangen naar gene zijde van het leven, waarin de natuur een symbolische betekenis krijgt toegedicht.” Het zijn deze gevoelens en ervaringen die als vertrekpunt voor de manifestatie dienen, en aan de hand van een aantal subthema’s in verschillende kunstdisciplines worden uitgewerkt. Zo komt in de tentoonstelling een breed spectrum van nationale en internationale kunstenaars aan bod die deze thematiek op een interessante manier weten te koppelen aan de tegenwoordige tijd. Ophelia als romantische muze getransformeerd naar het heden.
Hoe ziet deze hedendaagse Ophelia eruit? De symbolische betekenissen die zij in de loop van de eeuwen heeft gekregen, blijken nog steeds niet aan kracht te hebben ingeboet. Ze kan verschillende gedaantes aannemen: van een onschuldige meisje tot een sensuele verleidster, van een geniale zangeres tot een hysterische geliefde, van een schone slaapster tot een door de natuur overwoekerd lijk. De huidige Ophelia verenigt al die tegenstellingen.
Maar er is meer. Tijdens de manifestatie vindt een congres plaats waarin onder meer schrijvers, (kunst)historici, literatoren en beeldend kunstenaars vanuit hun eigen invalshoek een visie op de betekenis van Ophelia geven. Deze visies worden gebundeld in een publicatie die bij de manifestatie verschijnt. Daarnaast is er een verrassend veelzijdig aanbod van speelfilms, theatervoorstellingen, muziek, lezingen en workshops verzorgd door onder andere CBKArnhem, Het Domein, Focus Filmtheater, ArtEZ hogeschool voor de kunsten, de Volksuniversiteit Arnhem, De Bibliotheek Arnhem, Musis Sacrum / Schouwburg Arnhem, De Plaats muziektheater en literair productiehuis de Wintertuin (poëzie). Ook is er speciaal voor jongeren een educatief programma rondom Ophelia gepland met cross-overs tussen beeldende kunst en muziek. Zie voor het volledige programma en achtergrondinformatie WWW.OPHELIA.NL
De tentoonstelling Ophelia -Sehnsucht, melancholie en doodsverlangen is van 21 februari t/m 10 mei te zien in het Museum voor Moderne Kunst Arnhem. Deelnemende kunstenaars: Erzsébet Baerveldt, Wout Berger, Anouk De Clercq, Krien Clevis, Delphine Courtillot, Gregory Crewdson, Amie Dicke, Iris van Dongen, Desiree Dolron, Marlene Dumas, Guido Geelen, Marnix Goossens, Gerard Holthuis, Tom Hunter, Izima Kaoru, Juul Kraijer, Justine Kurland, Erik Odijk, L.A. Raeven, Pipilotti Rist, Alessandra Sanguinetti, Sissi, Elisabet Stienstra, Elly Strik, Anne Wenzel
Museum voor Moderne Kunst Arnhem, Utrechtseweg 87, Arnhem. T. 026 3775300. www.mmkarnhem.nl Open: di-vrij 10-17 uur, za-zo 11-18 uur. Toegang tot 18 jaar gratis.
fleursdumal.nl magazine – magazine for art & literature
More in: Art & Literature News, Exhibition Archive, L.A. Raeven
Clément Pansaers
(1885-1922)
L’APOLOGIE DE LA PARESSE 1917
Chapitre VI
KEMP=MAG POETRY MAGAZINE
More in: Pansaers, Clément
Museum of Literary Treasures
SHERLOCK HOLMES part IV
The Sherlock Holmes Museum
Bakerstreet – LONDON
photos: jefvankempen
Illustrations: Sidney Paget
fleursdumal.nl magazine
More in: Arthur Conan Doyle, Museum of Literary Treasures, Sherlock Holmes Theatre
J a c q u e s R i g a u t
(1898-1929)
Je serai sérieux comme le plaisir
Il n’y a pas de raisons de vivre, mais il n’y a pas de raisons de mourir non plus. La seule façon qui nous soit laissée de témoigner de notre dédain de la vie, c’est de l’accepter. La vie ne vaut pas qu’on se donne la peine de la quitter. On peut par charité l’éviter à quelques-uns mais à soi-même ? Le désespoir, l’indifférence, les trahisons, la fidélité, la solitude; la famille, la liberté, la pesanteur, l’argent, la pauvreté, l’amour, l’absence d’amour, la syphilis, la santé, le sommeil, l’insomnie, le désir, l’impuissance, la platitude, l’art, l’honnêteté, le déshonneur, la médiocrité, l’intelligence, il n’y a pas là de quoi fouetter un chat. Nous savons trop de quoi ces choses sont faites pour y prendre garde.
Chaque fois que j’ai pu tromper la confiance d’un ami, je crois n’y avoir pas manqué. Mais le mérite est mince à railler la bonté, à berner la charité, et le plus sûr élément de comique c’est de priver les gens de leur petite vie, sans motifs, pour rire.
Les enfants, eux, ne s’y trompent pas et savent tout le plaisir qu’il y a à jeter la panique dans une fourmilière, ou à écraser deux mouches surprises en train de forniquer.
Pendant la guerre, j’ai jeté une grenade dans une cagna où deux camarades s’apprêtaient, avant de partir en permission. Quel éclat de rire en voyant le visage de ma maîtresse, qui s’attendait à recevoir une caresse, s’épouvanter quand je l’ai eu frappée de mon coup de poing américain, et son corps s’abattre quelques pas plus loin; et quel spectacle, ces gens qui luttaient pour sortir du Gaumont Palace, après que j’y eus mis le feu ! Ce soir vous n’avez rien à craindre, j’ai la fantaisie d’être sérieux.
Il n’y a évidemment pas un mot de vrai dans cette histoire et je suis le plus sage petit garçon de Paris, mais je me suis si souvent complu à me figurer que j’avais accompli ou allais accomplir d’aussi honorables exploits, qu’il n’y a pas là non plus un mensonge.
? ? ?
Demande d’emploi
Il y a des gens qui font de l’argent, d’autres de la neurasthénie, d’autres des enfants. Il y a ceux qui font de l’esprit. Il y a ceux qui font l’amour, ceux qui font pitié.
Depuis le temps que je cherche à faire quelque chose ! Il n’y a rien à y faire : il n’y a rien à faire.
Peut-être est-ce ma voie. Je bois, je suis devenu un peu ivrogne; notez-le, je perds rarement ma dignité. Je bois à plusieurs, avec les femmes surtout.
Et je bois seul, avec de grands hoquets.
Camarades ! il n’y a pas de camarades. Je ne vous aime pas. Vous pouvez vivre et vous amuser, ça m’est égal.
– Il n’y a rien de possible, pas même le suicide. (…) Le suicide est, quoi qu’on veuille, un acte-désespoir ou un acte-dignité. Se tuer, c’est convenir qu’il y a des obstacles effrayants, des choses à redouter, ou seulement à prendre en considération.
– Selon vous le suicide est un pis-aller.
– Exactement. Et un pis-aller à peine moins antipathique qu’un métier ou qu’une morale.
Choisir un point qu’on appellera commencement; on ne le reconnaît qu’à ce qu’il touche la fin et qu’il sera partout où sera la fin, commandé par elle.
Pensées
Ménagez la mort, mon ami. Disposez un coussin sur son siège. Distrayez la, flattez la, faites lui la vie agréable, qu’elle n’aille pas vous quitter.
Cette personne, la plus méconnue, c’est d’elle que vous recevrez tout, c’est votre seul gage d’existence. Privé de sa compagnie, il ne vous reste plus qu’à jouer aux billes.
Splendeur de ma voix qui s’élève seule, seule, dédaigneuse de toute oreille, faite pour aucune. Je frémis au sommet du mot seul, sur une limite aussi pathétique que le tournoiement du derviche hurleur, ou du chancellement du boxeur avant qu’il s’écroule, ou de l’avion qui pique en flammes.
Depuis vingt heures inquiet, mal à l’aise parce qu’une petite fille sans beauté et sans profondeur n’a pas témoigné assez de bonne grâce au téléphone. A chaque bout du fil, deux êtres pleins – pas d’un dépit de coquetterie – de la déception un peu rancunière de voir qu’un être qu’on a failli aimer y a manqué aussi.
KEMP=MAG POETRY MAGAZINE – magazine for art & literature
More in: Rigaut, Jacques
Memento Mori IV
fleursdumal.nl magazine for art & literature
More in: Danse Macabre
L e w i s C a r r o l l
(1832-1898)
E c h o e s
Lady Clara Vere de Vere
Was eight years old, she said:
Every ringlet, lightly shaken, ran itself in golden thread.
She took her little porringer:
Of me she shall not win renown:
For the baseness of its nature shall have strength to drag her
down.
“Sisters and brothers, little Maid?
There stands the Inspector at thy door:
Like a dog, he hunts for boys who know not two and two are four.”
“Kind words are more than coronets,”
She said, and wondering looked at me:
“It is the dead unhappy night, and I must hurry home to tea.”
kempis poetry magazine
More in: Archive C-D, Carroll, Lewis, Children's Poetry
Thank you for reading Fleurs du Mal - magazine for art & literature