In this category:

Or see the index

All categories

  1. CINEMA, RADIO & TV
  2. DANCE
  3. DICTIONARY OF IDEAS
  4. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
  5. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, drugs, dead poets
  6. FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
  7. LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence
  8. MONTAIGNE
  9. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
  10. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
  11. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST- photos, texts, videos, street poetry
  12. MUSIC
  13. PRESS & PUBLISHING
  14. REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS
  15. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
  16. STREET POETRY
  17. THEATRE
  18. TOMBEAU DE LA JEUNESSE – early death: writers, poets & artists who died young
  19. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm and others, fairy tales, the art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, the ideal woman
  20. ·




  1. Subscribe to new material:
    RSS     ATOM

Galerie des Morts

· Jeroen BROUWERS: De laatste deur (nieuwe herziene en uitgebreide editie) · Katie ROIPHE: Het uur van het violet – Grote schrijvers in hun laatste dagen · CODA MUSEUM: WHAT REMAINS – TUSSEN SCHOONHEID EN VERVAL · CRIME SCENES; HONDERD JAAR FOTO ALS BEWIJS · UITVAARTMUSEUM ‘TOT ZOVER’: POST MORTEM – FOTO’S VOL LIEFDE EN VERDRIET · THE COMPLETE LEXICON OF CRISIS RELATED SUICIDES 2008-2013 VOLUME 1 · Boek van Jef van Kempen over de dichter Henri Dolmans geeft een bijzonder tijdsbeeld · Cimetière de Passy, Paris: Renée Vivien (1877–1909) · Special event at Highgate Cemetery for the 150th anniversary of Lizzie Siddal’s death · Freda Kamphuis: Zalig is het kinderlot, jong gestorven vroeg bij God · Expositie De Eenzame Uitvaart in Antwerpen · Mark Twain: Post-Mortem Poetry

»» there is more...

Jeroen BROUWERS: De laatste deur (nieuwe herziene en uitgebreide editie)

De laatste deur (nieuwe herziene en zeer uitgebreide editie)
door Jeroen Brouwers

Liefde-literatuur-dood is de thematische drie-eenheid binnen het oeuvre van Jeroen Brouwers. Zijn fascinatie voor zelfmoord dateert van het begin van de jaren zeventig, toen een vriendin zich het leven had benomen. Brouwers’ wens om het zelfmoordraadsel te begrijpen resulteerde in het inmiddels legendarische boek De laatste deur.

Dit is de ingrijpend herziene en zeer uitgebreide editie van het dertig jaar geleden verschenen werk, dat handelt over de zelfverkozen dood van Nederlandstalige schrijvers. Vanuit gevoelens van mededogen, begrip en solidariteit met hen die in het verleden en de meer recente tijd de hand aan zichzelf sloegen (van wie hij er enkelen van zeer nabij heeft gekend), poogt Brouwers aan de hand van hun literaire werk een mogelijke verklaring te vinden voor hun ultieme daad.

Brouwers karakteriseert op integere en invoelende wijze uiteenlopende figuren als François Haverschmidt (Piet Paaltjens), Menno ter Braak, Halbo Kool, Jan Emmens, Jan Arends, Dirk de Witte, Jan Emiel Daele, Jotie T’Hooft en tal van anderen. Deze nieuwe editie bevat ook levensgeschiedenissen van overledenen in de laatste jaren: Adriaan Venema, Anil Ramdas, Nanne Tepper, Joost Zwagerman en Wim Brands.

Aan De laatste deur is een supplement toegevoegd (De zwarte zon, De versierde dood en verspreide opstellen) met essays over buitenlandse schrijvers en onderwerpen als zelfmoordverenigingen en –sekten, en geruchten en verzinsels over zelfmoord. Een aantal van deze opstellen is niet eerder in boekvorm verschenen.

Auteur(s) : Jeroen Brouwers
Uitgeverij : Atlas Contact
ISBN : 9789045021089
Taal : Nederlands
Uitvoering : Hardcover
Aantal pagina’s : 1400
Verschijningsdatum : 15-03-2017
Afmetingen : 314 x 254 x 27 mm.
Gewicht : 700 gr.

fleursdumal.nl magazine

More in: - Archive Tombeau de la jeunesse, - Book News, Art & Literature News, Babylon, Frans, Brands, Wim, DRUGS & MEDICINE & LITERATURE, Galerie des Morts, Jeroen Brouwers, Zwagerman, Joost


Katie ROIPHE: Het uur van het violet – Grote schrijvers in hun laatste dagen

Eén van de scherpzinnigste en opvallendste hedendaagse auteurs doet na diepgaand onderzoek verslag van de laatste levensdagen van Susan Sontag, Sigmund Freud, John Updike, Dylan Thomas, Maurice Sendak en James Salter. Het levert een aantal fascinerende en uiterst originele overwegingen op over de eindigheid van het leven.

In Het uur van het violet kiest Katie Roiphe voor een onverwachte en bevrijdende benadering van een onderwerp waar niemand omheen kan. Ze gaat na hoe de laatste levensdagen waren van zes grote denkers, schrijvers en kunstenaars en hoe zij omgingen met de realiteit van de naderende dood, of, zoals T.S. Eliot het noemde: ‘het avondlijk uur dat Huiswaarts gericht is en de zeeman thuisbrengt’.

We maken kennis met Susan Sontag, die, wanneer ze voor de derde keer de strijd tegen kanker aangaat, worstelt met haar engagement met het rationele denken. Roiphe neemt ons mee naar de kamer in het ziekenhuis waar de 76-jarige John Updike, nadat hem de slechtst mogelijke diagnose is meegedeeld, een gedicht begint te schrijven. Ze schept een levendig beeld van de twee weken durende, bijna suïcidaal overmatige inspanning die culmineerde in de totale instorting van Dylan Thomas in het Chelsea Hotel. Ze schetst voor ons een moedgevend portret van Sigmund Freud die, nadat hij het door de nazi’s bezette Wenen is ontvlucht, in zijn Londense ballingschap het dwangmatige roken van sigaren voortzet waarvan hij weet dat het zijn aftakeling zal verhaasten. En ze toont ons dat Maurice Sendaks geliefde kinderboeken doordesemd zijn van het feit dat hij zijn leven lang geobsedeerd was door de dood, al was dat niet altijd evident.

Het uur van het violet staat vol met intieme en verrassende onthullingen. In de laatste daden van al deze creatieve genieën worden we geconfronteerd met moed, passie, zelfbedrog, zinloos lijden en onovertroffen toewijding. Door de laatste levensdagen van deze grote auteurs te beschrijven in indrukwekkende, niet-sentimentele termen helpt Katie Roiphe ons om de dood moedig onder ogen te zien en er minder bang voor te zijn.

Katie Roiphe
Het uur van het violet
Grote schrijvers in hun laatste dagen
Vertaald uit het Engels door Anne Jongeling
Uitg. Hollands Diep
Paperback, 352 p.
ISBN: 9789048836420
€ 19.99 – Januari 2017

# Meer informatie op website Hollands Diep

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, Art & Literature News, DEAD POETS CORNER, DICTIONARY OF IDEAS, Galerie des Morts, Susan Sontag, Thomas, Dylan, TOMBEAU DE LA JEUNESSE - early death: writers, poets & artists who died young


CODA MUSEUM: WHAT REMAINS – TUSSEN SCHOONHEID EN VERVAL

whatremains

What Remains – tussen schoonheid en verval

04.09.2016 t/m 22.01.2017

De frictie tussen schoonheid en verval is door de eeuwen heen steeds weer in de kunst verbeeld. Uiteenlopende genres zoals het vanitasstilleven, het ‘schuldige’ landschap en het portret ontlenen hun aantrekkingskracht aan de ervaring van schoonheid in verval. Gastcurator Wim van der Beek maakte met het werk van 15 kunstenaars in opdracht van CODA directeur Carin Reinders een prikkelende en gevarieerde tentoonstelling die uiteenlopen aspecten van verval zichtbaar maakt.

De esthetiek van afval versus de grenzen van de consumptiemaatschappij, het hoopgevende zicht op nieuwe kansen of levensverlenging, de daklozenproblematiek; het is allemaal onlosmakelijk verbonden met de manier waarop we in de huidige samenleving omgaan met dat wat oud en versleten is of in de marge van de samenleving terechtgekomen is. De moderne samenleving worstelt met allerlei processen die samenhangen met de eindigheid van het leven en de periode van verval die daar aan voorafgaat. Beeldende kunstenaars confronteren de samenleving door andere perspectieven aan te reiken. Zij laten zien dat in verval ook schoonheid kan schuilen of ze vergroten het verval zo uit dat de confrontatie schrijnend en hard is. Een breed spectrum aan emoties wordt betrokken in het beeldvormingsproces: berusting, woede, angst, vertwijfeling, melancholie, weemoed en de worsteling met het besef van eindigheid.

De paradox van kunst en verval.  What Remains maakt uiteenlopende aspecten van verval zichtbaar. Fysiek, mentaal, moreel, materieel, maatschappelijk, landschappelijk en architectonisch verval, veroudering en ouderdom, afval en hergebruik, natuurlijke afbraakprocessen, afgedankte voorwerpen en in de vergetelheid geraakte betekenissen en technieken komen in deze tentoonstelling aan de orde. De tentoonstelling in CODA Museum toont daarnaast dat beeldende kunst waarin vormen van verval gesublimeerd en vereeuwigd worden, verder gaat dan verval op zich. Hier doet zich namelijk een merkwaardige paradox voor: kunst waarin verval onderwerp is, kan eeuwigheidswaarde krijgen en ontworstelt zich daarmee aan de vergankelijkheid die de basis van het kunstwerk vormt. Wie bovendien verder kijkt dan het verval, kan schoonheid ontdekken en rust vinden. De bezoeker van What Remains kan echter niet om de dilemma’s heen die met verval en vergankelijkheid te maken hebben. Het besef dat er een rustgevende schoonheid kan uitgaan van verval biedt in elk geval een hoopgevend perspectief.

Deelnemende kunstenaars:  Hugo Tieleman, Chris Jordan, Andreas Hetfeld, Ivo Kamphuis, Jan Eric Visser, Jehoshua Rozenman, Nicolas Dings, Jan Banning, Frans Beerens, Martine Feipel & Jean Bechameil, Yves Marchand & Romain Meffre, Ken’ichiro Taniguchi, Hans Op de Beeck, Sébastien van Malleghem.

CODA Bibliotheek
CODA Museum
CODA Archief & Kenniscentrum
Vosselmanstraat 299
7311 CL Apeldoorn
tel.: (055) 5268400

# Meer info website CODA

fleursdumal.nl magazine

More in: Art & Literature News, DICTIONARY OF IDEAS, Exhibition Archive, Galerie des Morts


CRIME SCENES; HONDERD JAAR FOTO ALS BEWIJS

crimescenes02Het Nederlands Fotomuseum presenteert in het voorjaar van 2016 de tentoonstelling Crime Scenes | Honderd jaar foto als bewijs (t.m. 21 Aug. 2016)

Kan een foto iets aantonen, bewijzen of onthullen? Al sinds de uitvinding van de fotografie wordt de fotocamera gezien als een vooral mechanisch instrument om de werkelijkheid af te beelden. Wat op een foto is te zien, is ooit zo geweest. Maar is wat op een foto staat daarom ook ‘waar’?

Foto’s kunnen ook een subjectief beeld van de werkelijkheid geven en ze kunnen zijn gemanipuleerd of in scène gezet. De fascinerende wijze waarop foto’s in de afgelopen 150 jaar in rechtszaken zijn gebruikt, en de discussies die er over fotografie werden gevoerd, brengt Crime Scenes voor het eerst in kaart.

Crime Scenes presenteert elf case studies uit de geschiedenis van de ‘foto als bewijsstuk’, met de nadruk op zaken van groot humanitair en/of volkenrechtelijk belang: van begin 1900 tot aan vandaag. Beginnend met de beroemde crime scene foto’s van de Franse politiefotograaf Alphonse Bertillion, via de luchtfoto’s van gebombardeerde steden tijdens de Eerste Wereldoorlog en de films van de concentratiekampen in de Neurenberger processen tegen de Nazi’s, eindigt de tentoonstelling met de problematiek rond de bewijsvoering van drone-aanslagen in Waziristan en de pogingen om aan te tonen dat de Bedouïnen in de Negev woestijn in vroeger tijden niet louter nomaden waren – met als inzet hun claim om er ook vandaag nog te mogen wonen. De tentoonstelling brengt een grote variatie aan historisch beeldmateriaal bijeen. De context van iedere casus wordt daarbij helder uiteengezet.

crimescenes01Nieuwe boekuitgave:
Images of conviction.
The construction of visual evidence

Photography Catalogue of the Year, winner of the 2015 Paris Photo-Aperture Foundation Photobook Awards

Each of these eleven case studies spanning the period from the invention of ‘metric’ photography of crime scenes in the nineteenth century to the reconstruction of a drone attack in Pakistan in 2012, offers an ‘archaeological’ analysis of the historical and geopolitical context in which the images appeared, as well as their purpose, the way they were produced and the specific framework of their reception.

The nature and the gravity of the facts described mean that no fallacious comparison must be allowed to simplify or reduce the ambit of such images. Coming not long after the invention of the medium, everyday use of photographs in the courtroom made the image’s power as truth an essential tool of conviction in the service of justice. This power as truth has been ardently debated, sometimes legitimately contested and often contradicted.

How does the image take shape in truth-seeking scientific and historical discourse?

Tekst: Jennifer L. Mnookin, Anthony Petiteau, Tomasz Kizny, Thomas Keenan, and Eric Stover
Aantal pagina’s: 240
Foto’s: 280 zwart wit foto’s
Formaat: 22 x 28.5 cm (staand)
Hardcover, € 44,95
Taal: Engels
Uitgever: Éditions Xavier Barral
ISBN: 9782365110839

Nederlands Fotomuseum
Gebouw Las Palmas
Wilhelminakade 332
3072 AR Rotterdam

# Meer info website Nederlands Fotomuseum

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, Art & Literature News, CRIME & PUNISHMENT, Galerie des Morts, Photography


UITVAARTMUSEUM ‘TOT ZOVER’: POST MORTEM – FOTO’S VOL LIEFDE EN VERDRIET

POSTMORTEM_totzoverFoto’s gemaakt van overledenen roepen al ruim anderhalve eeuw afgrijzen en ontroering op. Uitvaartmuseum Tot Zover heeft vanaf 2 november een expositie over deze opmerkelijke traditie. ‘Post Mortem – foto’s vol liefde en verdriet’ bevat 185 historische post-mortemfoto’s uit de grootste Europese collectie met dit onderwerp, die van de Britse verzamelaar Paul Frecker. Het is de eerste keer dat zijn collectie wordt getoond. ‘Post Mortem’ toont ook moderne post-mortemfoto’s. Bovendien roept het museum iedereen op zelfgemaakte foto’s op te sturen.

Foto’s van na het overlijden zijn meestal bestemd voor privégebruik en je ziet ze zelden in musea. Freckers collectie doodsportretten is de grootste van Europa en een van de grootste ter wereld. Museum Tot Zover slaagde er in het belangrijkste deel van zijn collectie naar Nederland te halen. De meeste foto’s uit deze unieke collectie stammen uit de periode 1860-1920. Twee derde bestaat uit foto’s van kinderen. De kindersterfte was hoog en vaak was dit de enige foto die men van het kind had. Het zijn bijzondere foto’s die een inkijkje geven in het gevoelsleven van onze voorouders.

‘Post Mortem’ laat ook foto’s zijn die de laatste jaren door uitvaartfotografen zijn gemaakt. Zij zetten een oude traditie voort met prachtige, ontroerende foto’s. Van kunstenaar Margriet Luyten zijn bovendien twee foto’s uit haar serie ‘Insomnia’ te zien; een daarvan is een bewerking van een foto uit de Frecker-collectie. Post-mortemfoto’s tonen een intiem soort verdriet en soms is het ook schrikken, een dode op de foto. Maar de foto’s zijn gemaakt uit liefde voor iemand, ze zijn een warme herinnering en een vastlegging van een moment dat niet vergeten mag worden.

postmortem15Dankzij de smartphone hebben we dagelijks een camera op zak en zijn we gewend alles wat we doen vast te leggen. Tijdens opbaringen en uitvaarten wordt er druk gefotografeerd. Zo belandt ook de post-mortemfotografie in een nieuwe fase. Museum Tot Zover roept op om foto’s naar het museum te sturen. Ze worden dan geprint en opgehangen. Zelf een foto meenemen en ophangen mag ook.

‘Post Mortem – foto’s vol liefde en verdriet’ wordt financieel mogelijk gemaakt door het Mondriaan Fonds, het VSBfonds en het Prins Bernhard Cultuurfonds. De audiotour is ingesproken door fotodetective Hans Aarsman, Frits Gierstberg (Nederlands Fotomuseum) en Hripsimé Visser (Stedelijk Museum). De expositie is te zien van 2 november 2015 t/m 10 april 2016.

Post Mortem

Foto's vol liefde en verdriet

Museum Tot Zover is gevestigd op begraafplaats, crematorium en gedenkpark De Nieuwe Ooster.
Kruislaan 124 – 1097 GA Amsterdam – tel. 020-6940482

Openingstijden: Dinsdag t/m zondag 11.00 – 17.00 uur. Het museum is gesloten op 1 januari, 27 april en 25 december. Op 26 en 31 december is het museum geopend van 11.00 – 15.00 uur.  Café Roosenburgh is iedere dag open van 10.00 tot 17.00 uur, met uitzondering van 27 april. Op 25 en 26 december en op 1 januari is het café open van 11.00 – 15.00 uur. Op 31 december is het café geopend van 10.00 tot 15.30 uur.

# meer info website museum tot zover

fleursdumal.nl magazine

More in: Art & Literature News, Exhibition Archive, Galerie des Morts, In Memoriam, Photography, TOMBEAU DE LA JEUNESSE - early death: writers, poets & artists who died young


THE COMPLETE LEXICON OF CRISIS RELATED SUICIDES 2008-2013 VOLUME 1

lexiconsuicidesEen indrukwekkend en tegelijkertijd confronterend tijdsdocument, waarin de pijnlijke gevolgen van de economische crisis, die sinds 2008 de wereld in zijn greep houdt, zijn opgetekend.

Door de ogen van grafisch ontwerper Richard Sluijs – bij aanvang nog een relatieve buitenstaander in een land dat de dans leek te ontspringen – wordt het persoonlijke leed dat velen trof op monumentale wijze in beeld gebracht. Een verzameling verhalen van mensen die hun ellende niet langer konden verdragen, en zelfmoord als enige uitweg uit hun problemen zagen.

Het boek is een in memoriam voor alle slachtoffers van de crisis, en tegelijkertijd vormt het een kritisch tegengeluid voor de boodschap die politici, bankiers en economen propageren dat het strenge bezuinigingsbeleid zijn vruchten begint af te werpen en alles weldra weer bij het oude zal zijn. Want dat voor vele nabestaanden het leven nooit meer hetzelfde zal zijn, werd helaas ook voor de schrijver de trieste realiteit toen het boek na 6 jaar research bijna gereed was.

 suicidelexicon01a

THE COMPLETE LEXICON OF CRISIS RELATED SUICIDES 2008-2013 VOLUME 1

Auteur: Richard Sluijs
Jaartal: 2014-11-20
Afmetingen: 15,5 x 24,5 cm, 6 cm dik
Pagina’s: 712 pagina’s met witte bedrukking
ISBN: 978-94-91525-37-7
Uitvoering: Hardcover, rood linnen, genaaid gebrocheerd, zwart op snee, zwart leeslint
NUR: 740
34,- EURO
Uitgeverij: d’jonge Hond / Komma

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, Art & Literature News, Galerie des Morts


Boek van Jef van Kempen over de dichter Henri Dolmans geeft een bijzonder tijdsbeeld

dolmansboek11

Op 31 augustus 2014, ter gelegenheid van de 17de editie van Boeken Rond Het Paleis in Tilburg, verschijnt voor het eerst een bundel over de dichter Henri Dolmans (1840-1899)

In dit boek beschrijft auteur en dichter Jef van Kempen het leven en werk van deze Tilburgse dichter, een markante ‘minor poet’ die de negentiende eeuw kleur gaf met zijn vele honderden funeraire gedichten. Henri Dolmans luisterde met de voordracht van zijn op maat geschreven dichtwerk menig begrafenis op, en schreef letterlijk tot aan zijn eigen sterfbed over het onderwerp de dood. Hij werd namelijk op zijn sterfbed gevonden met zijn laatst geschreven gedicht nog in de hand. Het bleek zijn eigen grafgedicht te zijn. Naast een beknopte biografie van Dolmans heeft Jef van Kempen een selectie gemaakt van de vele gedichten die Henri Dolmans heeft nagelaten, zowel van zijn post mortemgedichten als van zijn religieuze en herdenkingsgedichten.

Het Boek met de titel: ‘Henri Dolmans, dichter van jubel en van smart’ is een uitgave van Stichting Cools die werd verzorgd door uitgeverij Art Brut en is verkrijgbaar via de boekhandel.

Jef van Kempen,
Henri Dolmans, dichter van jubel en van smart
Uitgeverij Art Brut 2014
ISBN: 978-90-76326-07-8
(64 p. – geïllustreerd – prijs 10,00 euro)

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, Art & Literature News, Galerie des Morts, Henri Dolmans, Jef van Kempen


Cimetière de Passy, Paris: Renée Vivien (1877–1909)

vivienrenee 04 kempis

vivienrenee 05 kempis

vivienrenee 06 kempis

vivienrenee 07 kempis

Renée Vivien  (1877–1909)

born Pauline Mary Tarn (11 June 1877 – 18 November 1909) was a writer and poet.

She was born in London and has been buried in Paris in Cimetière de Passy.

photos: jef van kempen 2011

vivienrenee 02

fleursdumal.nl magazine

More in: FDM in Paris, Galerie des Morts, Renée Vivien, Vivien, Renée


Special event at Highgate Cemetery for the 150th anniversary of Lizzie Siddal’s death

Special event at Highgate Cemetery London

for the 150th anniversary of Lizzie Siddal’s death

February 11th is the 150th anniversary of Lizzie’s death. To commemorate this, Highgate Cemetery (Lizzie’s final resting place) is having a Talk at the cemetery on that day by Lucinda Hawksley, author of Lizzie Siddal: Face of the Pre-Raphaelites.

From the Highgate Cemetery website: This is a unique and historic occasion as it is in commemoration of the 150th anniversary of Lizzie Siddal’s death: she died on February 11th 1862 and was buried at Highgate Cemetery six days later.

Lizzie Siddal was a nineteenth-century phenomenon: a working-class girl whose beauty made her the Pre-Raphaelite movement’s most celebrated, iconic face. Dante Rossetti, founder and leading light of the movement, painted and drew her obsessively a thousand times. She soon became a poet and artist in her own right.

However, as his lover and finally his wife, Lizzie’s relationship with Rossetti was blighted by his infidelities and neglect. In despair, Lizzie resorted to laudanum to numb her senses. In 1862 she took an overdose and left a suicide note.

Lucinda’s illustrated and vivid account of Lizzie’s meteoric but brief career and her tortured relationship breathes new life into the images of Lizzie frozen in time in galleries around the world.

The talk commences at 6.30 and will last around an hour. Booking: is in advance by email only at events@highgate-cemetery.org. Tickets: cost £10 each (£8 for students) including refreshments and nibbles. Space is limited so early booking is advised.

About Elizabeth Siddal

Elizabeth Siddal (July 25, 1829 – February 11, 1862)

While working in a millinery shop, Lizzie was discovered by the artist Walter Deverell who painted her as Viola in his depiction of Shakespeare’s Twelfth Night. Lizzie went on to model for other Pre-Raphaelite artists and is most commonly recognized as Ophelia in the painting by John Everett Millais, but was the charismatic Dante Gabriel Rossetti who not only drew and painted her obsessively, but encouraged Lizzie in her own artwork and poetry. Their relationship was intense and rocky, with an engagement that lasted on and off for a decade. Sadly, their marriage was short. The couple suffered a stillborn child and Lizzie was seriously addicted to Laudanum. She died in 1862 due to an overdose. The rest of Lizzie’s tale is eerily famous for its gothic Victorian morbidity: Rossetti, in his grief, buried his only manuscript of his poems with Lizzie. The poems, nestled in her coffin amidst her famous red hair, haunted him. Seven years later, he had her coffin exhumed in order to retrieve the poems for publication. The story was spread that Lizzie was still in beautiful, pristine condition and that her flaming hair had continued to grow after death, filling the coffin. This, of course, is a biological impossibility. Cellular growth does not occur after death, but the tale has added to Lizzie’s legend and continues to capture the interest of Pre-Raphaelite and Lizzie Siddal enthusiasts.

The story of Lizzie’s life is punctuated with dramatic episodes such as falling ill as a result of modeling as Ophelia,, the tales of Rossetti’s dalliances, and her grief at the loss of their stillborn daughter. Our modern society is much more aware and educated than the Victorians regarding mental health issues. Unfortunately for Elizabeth Siddal, she lived in a time where addiction was a taboo subject and little was known about post-partum depression. Lizzie lived within a cycle of illness, addiction and grief with no resources available to her. And although she did have a creative outlet while most women were denied modes of self expression, Lizzie was never able to move beyond the addiction that claimed her life.

Source: website LizzieSiddal.com

fleursdumal.nl magazine

More in: Galerie des Morts, Lizzy Siddal, Siddal, Lizzy


Freda Kamphuis: Zalig is het kinderlot, jong gestorven vroeg bij God

Freda Kamphuis:

Zalig is het kinderlot, jong gestorven vroeg bij God

Foto’s Hervormde begraafplaats Nieuwe Pekela

kempis.nl poetry magazine

More in: Freda Kamphuis, Galerie des Morts, Kamphuis, Freda


Expositie De Eenzame Uitvaart in Antwerpen

Tentoonstelling De Eenzame Uitvaart

in Antwerpen

De Eenzame Uitvaart is een literair project waarbij dichters voor eenzaam gestorvenen een persoonlijk gedicht schrijven en dit op de uitvaart komen voordragen. Het is een laatste saluut aan mensen die meestal uit de boot vielen tijdens hun leven en dan ook zonder aanwezigheid van familie of vrienden worden begraven.

De Nederlandse, maar in Antwerpen wonende, fotograaf Judith Dekker maakte over de reeds verzorgde Eenzame Uitvaarten een sobere en integere reportage die het midden houdt tussen een impressie en een eerbetoon aan de overledenen. De fototentoonstelling is vanaf 2 november (Allerzielen) te bekijken zijn op Schoonselhof, te Wilrijk.

Judith Dekker, een Nederlands fotograaf wonende te Antwerpen, maakte eerder al bij het stadsgedicht ‘Achter een vierkante vitrine’ van Ramsey Nasr een fotografische interpretatie. Deze – eveneens – vierkante foto’s werden aan het de Coninckplein geëxposeerd. De serie toonde een variatie aan aspecten die de stad Antwerpen rijk is, in de voor Judith Dekker karakteristieke stijl. Trefwoorden om haar fotografie te beschrijven zijn: melancholisch, intuïtief, sfeervol en persoonlijk.

De fototentoonstelling werd geopend op 2 november, in het kasteel op het Schoonselhof te Wilrijk. Coördinator van de Eenzame Uitvaart Maarten Inghels leidde in, waarna enkele dichters van de Eenzame Uitvaart hun gedicht voordroegen. Stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen maakte van de gelegenheid gebruik om zijn nieuwe stadsgedicht voor te stellen.
De tentoonstelling loopt nog voor de periode van een jaar.

Een project i.s.m. CC De Kern, Antwerpen Boekenstad, OCMW Antwerpen & De Eenzame Uitvaart.

fleursdumal.nl magazine

More in: Galerie des Morts


Mark Twain: Post-Mortem Poetry

Mark Twain

(1835-1910)

 

Post-Mortem Poetry

In Philadelphia they have a custom which it would be pleasant to see adopted throughout the land. It is that of appending to published death-notices a little verse or two of comforting poetry. Any one who is in the habit of reading the daily Philadelphia Ledger, must frequently be touched by these plaintive tributes to extinguished worth. In Philadelphia, the departure of a child is a circumstance which is not more surely followed by a burial than by the accustomed solacing poesy in the Public Ledger. In that city death loses half its terror because the knowledge of its presence comes thus disguised in the sweet drapery of verse. For instance, in a late Ledger I find the following (I change the surname):

“Died

“Hawks.—On the 17th inst., Clara, the daughter of Ephraim and Laura Hawks, aged 21 months and 2 days.

“That merry shout no more I hear,

No laughing child I see,

No little arms are round my neck,

No feet upon my knee;

No kisses drop upon my cheek,

These lips are sealed to me.

Dear Lord, how could I give Clara up

To any but to Thee?”

A child thus mourned could not die wholly discontended. From the Ledger of the same date I make the following extract, merely changing the surname, as before:

“Becket.—On Sunday morning, 19th inst., John P., infant son of George and Julia Becket, aged 1 year, 6 months, and 15 days.

“That merry shout no more I hear,

No laughing child I see,

No little arms are round my neck,

No feet upon my knee;

No kisses drop upon my cheek,

These lips are sealed to me.

Dear Lord, how could I give Johnnie up

To any but to Thee?”

The similarity of the emotions as produced in the mourners in these two instances is remarkably evidenced by the singular similarity of thought which they experienced, and the surprising coincidence of language used by them to give it expression.

In the same journal, of the same date, I find the following (surname suppressed, as before):

“Wagner.—On the 10th inst., Ferguson G., the son of William L. and Martha Theresa Wagner, aged 4 weeks and 1 day.

“That merry shout no more I hear,

No laughing child I see,

No little arms are round my neck,

No feet upon my knee;

No kisses drop upon my cheek,

These lips are sealed to me.

Dear Lord, how could I give Ferguson up

To any but to Thee?”

It is strange what power the reiteration of an essentially poetical thought has upon one’s feelings. When we take up theLedger and read the poetry about little Clara, we feel an unaccountable depression of the spirits. When we drift further down the column and read the poetry about little Johnnie, the depression of spirits acquires an added emphasis, and we experience tangible suffering. When we saunter along down the column further still and read the poetry about little Ferguson, the word torture but vaguely suggests the anguish that rends us.

In the Ledger (same copy referred to above) I find the following (I alter surname, as usual):

“Welch.—On the 5th inst., Mary C. Welch, wife of William B. Welch, and daughter of Catharine and George W. Markland, in the 29th year of her age.

“A mother dear, a mother kind,

Has gone and left us all behind.

Cease to weep, for tears are vain,

Mother dear is out of pain.

“Farewell, husband, children dear,

Serve thy God with filial fear,

And meet me in the land above,

Where all is peace, and joy, and love.”

What could be sweeter than that? No collection of salient facts (without reduction to tabular form) could be more succinctly stated than is done in the first stanza by the surviving relatives, and no more concise and comprehensive programme of farewells, post-mortuary general orders, etc., could be framed in any form than is done in verse by deceased in the last stanza. These things insensibly make us wiser and tenderer, and better. Another extract:

“Ball.—On the morning of the 15th inst, Mary E., daughter of John and Sarah F. Ball.

“’Tis sweet to rest in lively hope

That when my change shall come

Angels will hover round my bed,

To waft my spirit home.”

The following is apparently the customary form for heads of families:

“Burns.—On the 20th inst., Michael Burns, aged 40 years.

“Dearest father, thou hast left us,

Here thy loss we deeply feel;

But ’tis God that has bereft us,

He can all our sorrows heal.

“Funeral at 2 o’clock sharp.”

There is something very simple and pleasant about the following, which, in Philadelphia, seems to be the usual form for consumptives of long standing. (It deplores four distinct cases in the single copy of the Ledger which lies on the Memoranda editorial table):

“Bromley.—On the 29th inst., of consumption, Philip Bromley, in the 50th year of his age.

“Affliction sore long time he bore,

Physicians were in vain—

Till God at last did hear him mourn,

And eased him of his pain.

“The friend whom death from us has torn,

We did not think so soon to part;

An anxious care now sinks the thorn

Still deeper in our bleeding heart.”

This beautiful creation loses nothing by repetition. On the contrary, the oftener one sees it in the Ledger, the more grand and awe-inspiring it seems.

With one more extract I will close:

“Doble.—On the 4th inst., Samuel Peveril Worthington Doble, aged 4 days.

“Our little Sammy’s gone,

His tiny spirit’s fled;

Our little boy we loved so dear

Lies sleeping with the dead.

“A tear within a father’s eye,

A mother’s aching heart,

Can only tell the agony

How hard it is to part.”

Could anything be more plaintive than that, without requiring further concessions of grammar? Could anything be likely to do more towards reconciling deceased to circumstances, and making him willing to go? Perhaps not. The power of song can hardly be estimated. There is an element about some poetry which is able to make even physical suffering and death cheerful things to contemplate and consummations to be desired. This element is present in the mortuary poetry of Philadelphia degree of development.

The custom I have been treating of is one that should be adopted in all the cities of the land.

It is said that once a man of small consequence died, and the Rev. T. K. Beecher was asked to preach the funeral sermon—a man who abhors the lauding of people, either dead or alive, except in dignified and simple language, and then only for merits which they actually possessed or possess, not merits which they merely ought to have possessed. The friends of the deceased got up a stately funeral. They must have had misgivings that the corpse might not be praised strongly enough, for they prepared some manuscript headings and notes in which nothing was left unsaid on that subject that a fervid imagination and an unabridged dictionary could compile, and these they handed handed to the minister as he entered the pulpit. They were merely intended as suggestions, and so the friends were filled with consternation when the minister stood up in the pulpit and proceeded to read off the curious odds and ends in ghastly detail and in a loud voice! And their consternation solidified to petrification when he paused at the end, contemplated the multitude reflectively, and then said, impressively:

“The man would be a fool who tried to add anything to that. Let us pray!”

And with the same strict adhesion to truth it can be said that the man would be a fool who tried to add anything to the following transcendent obituary poem. There is something so innocent, so guileless, so complacent, so unearthly serene and self-satisfied about this peerless “hogwash,” that the man must be made of stone who can read it without a dulcet ecstasy creeping along his backbone and quivering in his marrow. There is no need to say that this poem is genuine and in earnest, for its proofs are written all over its face. An ingenious scribbler might imitate it after a fashion, but Shakespeare himself could not counterfeit it. It is noticeable that the country editor who published it did not know that it was a treasure and the most perfect thing of its kind that the storehouses and museums of literature could show. He did not dare to say no to the dread poet—for such a poet must have been something of an apparition—but he just shovelled it into his paper anywhere that came handy, and felt ashamed, and put that disgusted “Published by Request” over it, and hoped that his subscribers would overlook it or not feel an impulse to read it:

“(Published by request)

“Lines

‘Composed on the death of Samuel and Catharine Belknap’s children

“By M. A. Glaze

“Friends and neighbors all draw near,

And listen to what I have to say;

And never leave your children dear

When they are small, and go away.

“But always think of that sad fate,

That happened in year of ’63;

Four children with a house did burn,

Think of their awful agony.

“Their mother she had gone away,

And left them there alone to stay;

The house took fire and down did burn,

Before their mother did return.

“Their piteous cry the neighbors heard,

And then the cry of fire was given;

But, ah! before they could them reach,

Their little spirits had flown to heaven.

“Their father he to war had gone,

And on the battle-field was slain;

But little did he think when he went away,

But what on earth they would meet again.

“The neighbors often told his wife

Not to leave his children there,

Unless she got someone to stay,

And of the little ones take care.

“The oldest he was years not six,

And the youngest only eleven months old,

But often she had left them there alone,

As, by the neighbors, I have been told.

“How can she bear to see the place.

Where she so oft has left them there,

Without a single one to look to them,

Or of the little ones to take good care.

“Oh, can she look upon the spot,

Whereunder their little burnt bones lay,

But what she thinks she hears them say,

‘’Twas God had pity, and took us on high.’

“And there may she kneel down and pray,

And ask God her to forgive;

And she may lead a different life

While she on earth remains to live.

“Her husband and her children too,

God has took from pain and woe.

May she reform and mend her ways,

That she may also to them go.

“And when it is God’s holy will,

O, may she be prepared

To meet her God and friends in peace,

And leave this world of care.”

Mark Twain short stories

kempis poetry magazine

More in: Archive S-T, Galerie des Morts, Twain, Mark


Older Entries »

Thank you for reading FLEURSDUMAL.NL - magazine for art & literature