In this category:

Or see the index

All categories

  1. CINEMA, RADIO & TV
  2. DANCE
  3. DICTIONARY OF IDEAS
  4. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
  5. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, drugs, dead poets
  6. FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
  7. LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence
  8. MONTAIGNE
  9. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
  10. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
  11. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST- photos, texts, videos, street poetry, 1968
  12. MUSIC
  13. PRESS & PUBLISHING
  14. REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS
  15. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
  16. STREET POETRY
  17. THEATRE
  18. TOMBEAU DE LA JEUNESSE – early death: writers, poets & artists who died young
  19. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm & co, fairy tales, art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, ideal women
  20. WAR & PEACE
  21. ·




  1. Subscribe to new material:
    RSS     ATOM

– Book Stories

· Ton van Reen: Het diepste blauw (050). Een roman als feuilleton · Orphic Paris by Henri Cole · Patrick Tudoret: Fromentin. Le roman d’une vie · JACE van de Ven: Met Vaart In Het Hart. Verhalen uit het Brabants Wielercafé · Sleeping Late on Judgment Day. Poems by Jane Mayhall · Ton van Reen: Het diepste blauw (049). Een roman als feuilleton · Alberto Manguel: Packing My Library. An Elegy and Ten Digressions · Ton van Reen: Het diepste blauw (048). Een roman als feuilleton · Ton van Reen: Het diepste blauw (047). Een roman als feuilleton · Ton van Reen: Het diepste blauw (046). Een roman als feuilleton · Ton van Reen: Het diepste blauw (045). Een roman als feuilleton · Karel Michiels: 1968. Biografie van een mythisch jaar

»» there is more...

Ton van Reen: Het diepste blauw (050). Een roman als feuilleton

Een man op een racefiets stopt bij Mels, trekt hem op het pad en jaagt weer verder. Alles zonder woorden, in grote haast, om de verloren tijd goed te maken.

Tegenover de molen staat de villa die directeur Frans-Joseph heeft laten bouwen. Zo groot als het huis is, toont het vooral hoe klein de watermolen is. Het is respectloos tegenover de geschiedenis van de fabriek waarvan de wortels bij de watermolen liggen. Na het vertrek van Frans-Joseph naar Zwitserland heeft het grote huis een paar jaar leeggestaan. Nu wordt het verbouwd. Niemand weet voor wie.

Op de parkeerplaats bij de watermolen staan al auto’s. Het huis van grootvader Bernhard is veranderd in een restaurant met dagcafé. Er lopen mensen rond de molen. Ze fotograferen elkaar bij het draaiende waterrad dat gifgroene schoepen heeft gekregen die blikkerig rammelen, alsof er kiezelstenen in rond rollen. Het geluid is zo onecht dat het pijn doet in de oren van iemand die het geluid van de oorspronkelijke molen kent.

De molen lijkt op een sprookjesmolen uit een kinderboek. Het is een museum geworden, met winkel. Er worden pakken meel van verschillende graansoorten verkocht. En koeken, gebakken volgens een recept van de vroegere molenaarsvrouw. Dat staat op het etiket. Maar Mels kan zich geen molenaarsvrouw herinneren, of het moet de weduwe Hubben-Houba zijn, maar ze was al dood voordat hij werd geboren. Van haar weet men nog nauwelijks iets. Op het kantoor hing een vergeelde foto van haar. En hij kent haar handschrift van de rekeningen en loonboekjes.

Hij proeft het stukje koek dat hij, net als iedereen die plaatsneemt op het terras, aangeboden krijgt. Het smaakt naar zoet brood. Maar niet dat van vroeger. Zo zoet, dat bestond toen niet.

Door de openstaande deur ziet hij dat de as die het waterrad koppelt met de overbrenging naar de molensteen is losgemaakt. Achter een kast zit een elektromotor verborgen die de molen aandrijft. Wie niet weet hoe het maalwerk werkt, ziet het niet. Het waterrad draait nutteloos rond. Het maakt Mels kwaad. Zo wordt het publiek dat meel uit grootmoeders tijd koopt, belazerd.

Hij bestelt koffie. Het meisje dat de bestelling noteert, vraagt achteloos of hij ook een pak koeken wil kopen. Hij geeft geen antwoord. Hij windt zich op over het bedrog.

Hij zit vlak bij het keukenraam van grootvader Bernhard. Vroeger was het donkerblauw, nu is het geverfd in een zoetroze kleur. Niets is hier nog echt. Van het werk van grootvader Bernhard, die de molen had teruggebracht in zijn oorspronkelijke staat, is niets over.

Ton van Reen: Het diepste blauw (050)
wordt vervolgd

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Stories, - Het diepste blauw, Archive Q-R, Reen, Ton van


Orphic Paris by Henri Cole

Henri Cole’s Orphic Paris combines autobiography, diary, essay, and poetry with photographs to create a new form of elegiac memoir. With Paris as a backdrop, Cole, an award-winning American poet, explores with fresh and penetrating insight the nature of friendship and family, poetry and solitude, the self and freedom.

Cole writes of Paris, “For a time, I lived here, where the call of life is so strong. My soul was colored by it. Instead of worshiping a creator or man, I cared fully for myself, and felt no guilt and confessed nothing, and in this place I wrote, I was nourished, and I grew.”

Written under the tutelary spirit of Orpheus—mystic, oracular, entrancing—Orphic Paris is an intimate Paris journal and a literary commonplace book that is a touching, original, brilliant account of the city and of the artists, writers, and luminaries, including Cole himself, who have been moved by it to create.

Henri Cole was born in Fukuoka, Japan, to a French mother and an American father. He has published nine collections of poetry, including Middle Earth, which was a finalist for the Pulitzer Prize. He has received many awards for his work, including the Jackson Prize, the Kingsley Tufts Award, the Rome Prize, the Berlin Prize, the Lenore Marshall Award, and the Medal in Poetry from the American Academy of Arts and Letters. His most recent collection of poetry is Nothing to Declare. He teaches at Claremont McKenna College and lives in Boston.

Orphic Paris
by Henri Cole
$15.95
Series: New York Review Books
ISBN: 9781681372181
Pages: 176
Publication: April 3, 2018

new books
fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, - Book Stories, Archive C-D, Archive C-D, Art & Literature News


Patrick Tudoret: Fromentin. Le roman d’une vie

De La Rochelle, sa ville natale — où il revint sans cesse — à Paris, de la Côte d’Azur à la Vallée du Loir, de Venise à la Belgique et à la Hollande, de l’Algérie à l’Égypte, la vie romanesque d’un écrivain et peintre — un des plus grands orientalistes — parmi les plus admirés de son temps.

Entre 1820 et 1876, le siècle défile, riche en convulsions politiques, en bouleversements économiques et sociaux, en révolutions artistiques. C’est dans cette France en ébullition — il vécut deux révolutions, un coup d’État signant les débuts du Second Empire, les guerres coloniales, la guerre de 70, la Commune de Paris, enfin l’avènement de la IIIe République — qu’Eugène Fromentin mène son destin d’homme libre et d’homme de foi, aussi fiévreux et amoureux que sage, d’une exigence égale dans ses deux arts.

Auteur de Dominique, encensé par George Sand, Flaubert, Sainte-Beuve et bien d’autres, modèle pionnier de l’« écrivain voyageur », découvreur d’un certain Orient, il s’en fera le chantre par sa plume et son pinceau. Écrivain, son œuvre est entrée dans La Pléiade. Peintre, il est représenté dans le monde entier : au Louvre, à Orsay, La Rochelle, mais aussi Londres, New York, Boston, Philadelphie, Saint-Pétersbourg ou Doha.

C’est une figure unique de l’histoire artistique que ces pages font renaître. D’une plume brillante, quasi fraternelle pour son sujet, Patrick Tudoret brosse ici le roman d’une vie.

Comme Fromentin, Patrick Tudoret a longtemps vécu à La Rochelle où il garde de solides attaches. Il est l’auteur d’une quinzaine d’ouvrages parus notamment aux éditions de La Table Ronde (groupe Gallimard), chez Grasset ou aux Belles Lettres, et de pièces de théâtre jouées à Paris et en province.Docteur en science politique de l’université Paris I Panthéon-Sorbonne, il a aussi étudié la philosophie et l’esthétique. Ses livres lui ont valu plusieurs prix dont le Grand Prix de la Critique, en 2009. Son dernier roman, L’homme qui fuyait le Nobel, paru fin 2015 chez Grasset, a connu un vif succès, obtenanten 2016 le Prix Claude Farrère et le Prix des Grands Espaces.

288 pages
Bibliographie,
1 Illustration N&B,
12 Illustrations couleurs
Livre broché
14 x 21 cm
Parution: 09/03/2018
CLIL : 3662
EAN13 : 9782251448039
Code distributeur: 59879
13,99 euro
Editions Les Belles Lettres

new books
fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, - Book Stories, Archive S-T, Art & Literature News


JACE van de Ven: Met Vaart In Het Hart. Verhalen uit het Brabants Wielercafé

‘Van de Ven is een opvallende verschijning in het peloton van wielerauteurs. Zijn forse postuur en woeste baard hebben hem de bijnaam Raspoetin bezorgd.

Verwacht geen geschoren benen, carbon frames en wetenschappelijk verantwoorde sportdrank,’ schreef het magazine for art en literature ‘Fleursdumal.nl over ‘Mag ik nog wat wind van achteren?’, de vorige bundel wielerverhalen van Jace van de Ven.

En Het is koers.nl noteerde: ‘Het zijn persoonlijke beslommeringen opgedaan tijdens vaak meerdaagse fietstochten, die bij mij de juiste snaar raken en uitnodigen om zelf te fietsen, te lachen, te genieten en na te denken.’

Ook Brabants Dagblad en Brabant Cultureel waren enthousiast. Buiten Noord-Brabant is de continue verwondering van Jace van de Ven, eerste stadsdichter van Tilburg, over coureurs en would-be-renners nog te onbekend. Jammer, want niemand schrijft zo hilarisch en tegelijk zo ontroerend over mensen op de fiets, of het nou sterren zijn of stumpers. Dat bewijzen de vijftien verhalen in ‘ Met vaart in het hart’ opnieuw.

Jace van de Ven is oud-redacteur van Brabants Dagblad en eerste stadsdichter van Tilburg. Als auteur van wielerverhalen wordt hij regelmatig uitgenodigd om zijn verhalen voor te lezen voor wielerverenigingen. De vele verzoeken om zijn teksten eens in boekvorm uit te brengen heeft hij nu gehonoreerd in deze handzame bundeling van zijn mooiste verhalen. Geschreven met wind mee…

JACE van de Ven
Met Vaart In Het Hart.
Verhalen uit het Brabants Wielercafé
Geïllustreerd door Ellis Pruijn
Jaar: 2018
Uitgever: Eigen beheer,
Categorie:
Gedicht / Poëzie / Proza
116 pagina’s:
Afmeting: 15×21 cm
Wielerboek
€ 14,00
# meer info sportmediashop

new books
fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Lovers, - Book Stories, Archive U-V, Archive U-V, Art & Literature News, Ven, Jace van de


Sleeping Late on Judgment Day. Poems by Jane Mayhall

“My heart is bursting with homage as I / head off to a hostile eternity,” writes Jane Mayhall, eighty-five, who wrote most of these poems in an urgent outpouring over the last few years.

From the decades-outdated subway token in the bottom of her shoulder bag, which calls forth earlier days in New York City, to the violin her father practiced among the pantry’s jam jars in her Kentucky childhood, Mayhall plucks small treasures that bespeak her fierce devotion to life, with its clutter of memories and imperfections. In her tightly knotted, beautifully turned short poems, she elegizes a world not quite gone, and brings us into contact with some of her contemporaries, from Lincoln Kirstein to Theodore Roethke.

Chief among her cherished memories is her long bohemian marriage, which she recalls in a series of ravishing love poems to her late husband. In lines saturated with feeling she describes how she accommodates her grief at losing him and, as throughout this exquisite volume, how we must continue to greet life, in all its gorgeous strangeness.

Jane Mayhall was born in Louisville, Kentucky, in 1918 and attended Black Mountain College in North Carolina. She taught at the New School for Social Research, Hofstra University, Morehead State University, and the Summer Writers’ Workshop at Hindman Settlement School in Kentucky. Her fiction and poems appeared in The Yale Review, The New Yorker, The Paris Review, and other publications. Mayhall lived in New York City until her death in 2009.

Sleeping Late on Judgment Day
Poems
By Jane Mayhall
Category: Poetry
Paperback
2005
112 Pages
$15.00
Published by Knopf
5-5/8 x 9-1/4
ISBN 9780375710483

more poetry
fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Lovers, - Book Stories, Archive M-N, Archive M-N, Art & Literature News


Ton van Reen: Het diepste blauw (049). Een roman als feuilleton

`Koop je veters van me? Knopen? Karamels? Ulevellen?’

In de schaduw van de linden staat de zigeunerin die soms in het dorp komt venten, aan de ene arm een tas met koopwaar, op de andere arm een kind. Haar man zit op het stoepje voor een huis een sigaret te roken. In zijn karretje liggen dikke rollen touw, voor paarden en schepen. Jammer dat in dit dorp de paarden langzaam maar zeker vervangen worden door vrachtwagens en tractors en dat er buiten een paar roeibootjes op de Wijer geen schepen te vinden zijn.

Alleen grootvader Bernhard werkt nog met touw, voor de hijsinrichting in de watermolen. Hij leert hun hoe ze touw moeten knopen, om sterke verbindingen te maken.
Een jongen van zijn eigen leeftijd zit roerloos onder een boom. Hij kijkt naar Mels als een kat die weet dat ze bespied wordt. Het is Jacob, nu ziet hij het pas.

`Heb je je viool bij je?’ vraagt Mels.
`Ik speel niet meer.’
`En je bent zo goed.’
`Wat ik mooi vind, vinden de mensen niet mooi.’
`Toen speelde je “Twee koningskinderen”.’
`Weet ik. Ik speelde het vaak. Te vaak. Ik speel het nooit meer.’
`Ik snap hem niet’, zegt zijn vader. `Hij verdient tien keer zoveel met zijn viool als ik met de verkoop van touw.’

Pas heeft Mels nog met grootvader over zigeuners gesproken. Zoiets noemt Thija een voorschouw. Dat je praat over iets waar je nog niets van weet maar dat binnenkort gaat gebeuren. Thija heeft dat vaak. Ze is helderziende. Soms weet ze dingen over hen die ze eigenlijk helemaal niet kan weten. Of dingen die hij gedroomd heeft. Sommige kinderen op school zijn bang voor haar, omdat ze met haar lichte ogen door hen heen kan kijken.
De vrouw heeft zwart haar en donkere ogen en draagt een bonte rok met diermotieven die tot op de grond hangt. Vogels, eekhoorns, konijnen, alle dieren van het bos leven met haar mee in de beweging van haar rok.
`Voor een stuiver karamels’, zegt Mels.

Ze telt tien karamels af, licht- en donkerbruin in doorzichtige papiertjes. Ze doet er gratis vijf ulevellen bij.
`Dank u wel.’
`Je lijkt op mijn jongen’, zegt ze.
`Oh’, antwoordt hij verbaasd. Meer weet hij niet te zeggen. Sabbelend loopt hij naar de boot. Hij voelt zich wat ongemakkelijk. Het was net of de zigeunerin hem iets wilde vertellen. Hij had haar ook wat kunnen vragen, nu is het net of het hem niet interesseert.
Hij hoort dat hij gevolgd wordt. Het is de jongen.

Mels springt in de boot.
`Is die boot van jou?’
`Ja.’
`Ik wil ook graag varen.’
`Als je wilt, mag je een stuk mee.’
`Vandaag kan niet. We gaan zo naar huis.’
`Dan een andere keer.’
`Graag. Zit je op school?’
`Ja, natuurlijk. Jij dan niet?’
`Geen tijd voor. Nou, tot gauw.’
`Tot ziens.’
Mels roeit weg.

Ton van Reen: Het diepste blauw (049)
wordt vervolgd

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Stories, - Het diepste blauw, Archive Q-R, Reen, Ton van


Alberto Manguel: Packing My Library. An Elegy and Ten Digressions

A wonderfully digressive little volume about our complex relationship with our books and being an incurable bibliophile. The perfect antidote to Walter Benjamin’s classic essay, Unpacking My Library.

A best-selling author and world-renowned bibliophile meditates on his vast personal library and champions the vital role of all libraries.

In June 2015 Alberto Manguel prepared to leave his centuries-old village home in France’s Loire Valley and reestablish himself in a one-bedroom apartment on Manhattan’s Upper West Side. Packing up his enormous, 35,000‑volume personal library, choosing which books to keep, store, or cast out, Manguel found himself in deep reverie on the nature of relationships between books and readers, books and collectors, order and disorder, memory and reading. In this poignant and personal reevaluation of his life as a reader, the author illuminates the highly personal art of reading and affirms the vital role of public libraries.

Manguel’s musings range widely, from delightful reflections on the idiosyncrasies of book lovers to deeper analyses of historic and catastrophic book events, including the burning of ancient Alexandria’s library and contemporary library lootings at the hands of ISIS. With insight and passion, the author underscores the universal centrality of books and their unique importance to a democratic, civilized, and engaged society.

Alberto Manguel is a writer, translator, editor, and critic, but would rather define himself as a reader and a lover of books. Born in Buenos Aires, he has since resided in Israel, Argentina, Europe, the South Pacific, and Canada. He is now the director of the National Library of Argentina.

Title: Packing My Library
Subtitle: An Elegy and Ten Digressions
Author: Alberto Manguel
Publisher: Yale University Press
Title First Published: 20 March 2018
Format: Hardcover
ISBN-10 0300219334
ISBN-13 9780300219333
Nb of pages 160 p.
Hardcover – $23.00

new books
fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Lovers, - Book News, - Book Stories, Alberto Manguel, Archive M-N, Art & Literature News, Libraries in Literature, The Art of Reading


Ton van Reen: Het diepste blauw (048). Een roman als feuilleton

Het kleine winkeltje van juffrouw Fijnhout zou in de erker passen die de entree tot de nieuwe zaak vormt. De huizen die vroeger rondom haar winkeltje lagen, zijn een voor een opgekocht en bij het pand getrokken. De winkel is nu een straatlengte breed.

Winkeljuffrouw Christine ziet Mels voorbijrijden en steekt haar hand op. Hij groet terug. Niet iedereen heeft een hekel aan hem. Ook de mensen die tot het laatst in de fabriek werkten, steken meestal hun hand op. Kameraadschap tussen mannen die samen de donkerste tijden hebben doorgemaakt. Vaak zijn het Turken, arbeiders van de laatste groepen die in het buitenland geronseld werden. Hij heeft ze altijd geholpen, ervoor gezorgd dat hun papieren in orde waren, dat hun gezinsleden konden overkomen en dat ze een flat kregen toegewezen. Hij heeft ze geholpen met het inrichten van een gebedsruimte in een leegstaand lokaal van de school en met de vergunningen voor de bouw van een moskee, achter het voetbalveld. Daar hebben ze nu ook een ontmoetingsruimte, een winkel en een islamitische slagerij.

Van de Turken verwacht hij er ook een aantal bij zijn lezing. Hij heeft immers ook foto’s van hen toen ze hier aankwamen: jonge jongens met verbaasde ogen, onderdanig en beleefd. In onwennige slobberige pakken, maar allemaal met stropdassen. Ze waren heel anders dan hun zonen die hem nu met hun snelle auto’s de stuipen op het lijf jagen. Van die tweede generatie verwacht hij niemand. Ze hebben nooit in de fabriek gewerkt. Er zitten er een paar in de handel. Niemand weet precies wat ze doen. Auto’s, drugs, dat zegt men. Ze scheuren op en neer tussen het dorp en de stad. Ze bezitten videotheken en slagerijen. Of dat waar is? En sommigen brengen klanten uit de stad naar de hoerenkast van mevrouw Lecoeur, die sinds een paar jaar in het dorp zit. In de paar winkels die het dorp rijk is, zijn ze graag gezien, want ze kopen bloemen, drank en lekkernijen. Ze hebben het geld los in de zak. Misschien dat hun ouders daarom zo zuur kijken. Hun vaders, de verbaasde jongemannen van toen, zijn gaan lijken op hun vaders die ze hebben achtergelaten in de dorpen in Turkije. Uit heimwee zijn ze zich net zo gaan kleden als de mensen vroeger thuis.

Misschien komen de Turkse arbeiders samen met hun vrouwen. Dat hij daar niet eerder aan heeft gedacht! Ook de andere arbeiders zullen hun vrouwen meebrengen. Die kennen hem ook allemaal. En hun vrienden. Of kinderen die hen begeleiden. Vijftig stoelen is te weinig.

Doet hij er wel goed aan de voorstelling te houden in het zaaltje van het café? Het is te klein. Hij onderschat de mensen. Hij had de parochiezaal moeten huren. Er kunnen er een paar honderd in. Maar dan had hij het probleem met de koffie. Daar kan hij zelf niet voor zorgen. En zijn vrouw en dochter? Nee, hij had het hun niet durven vragen. Stel je voor dat hij de parochiezaal had gehuurd en dat Lizet en Marjan hadden geweigerd voor de koffie te zorgen? Gênant. Het is beter dat de kastelein het doet. Als het echt te druk wordt, is een tweede presentatie mogelijk. En een derde. Bij succes kan alles.

Maar komen de Turken wel naar het café? Hij ziet er nooit een. De ouderen drinken geen alcohol, maar dat hoeft ook niet. In de parochiezaal ziet hij hen ook nooit. Moet hij een aparte voorstelling houden in hun eigen ontmoetingsruimte? Hij twijfelt. Waarom zou het hém wel lukken alle groepen uit het dorp in het café bij elkaar te brengen. Zelfs in de fabriek was er een tweedeling. Turken wilden in een ploeg met Turken. In de kantine zaten ze in een aparte hoek. De Turkse vrouwen die met inpakken hielpen, hadden een eigen hoekje in de inpakkerij. Ze kwamen niet eens in de kantine, want daar zaten ook andere mannen.

De kantine was altijd de toren van Babel van de fabriek geweest. Elke hoek voor een ander soort arbeider. Oorspronkelijk was de hoek bij de koffiebar de plek waar de arbeiders uit het dorp zaten. Vaders en zonen, mannen die er van generatie op generatie werkten, voor wie nooit iets anders had bestaan dan de fabriek. De hoek bij de kleedruimte en de wasplek was altijd bezet door de arbeiders die van her en der waren gekomen. Als eenlingen die ze in het begin waren, hadden ze ten slotte een eigen clan gevormd. Daar zaten zelfs protestanten tussen die op zondag naar kerken in de stad gingen. Dan was er de hoek van de ploegbazen, die stoelen hadden, terwijl de gewone arbeiders het moesten doen met banken aan tafels. De hoek naar de buitendeur was de hoek van de Turken, met een groot raam naar buiten. Ze moesten om zich heen kunnen kijken. Op een werkplek waar ze de lucht niet konden zien, gingen ze niet staan. Dat vertikten ze. Het waren buitenmensen.

De seizoenarbeiders kwamen zelden in de kantine. De meesten aten hun boterham op hun werkplek. Net als de mensen van kantoor. Die bleven achter hun bureau zitten om te lunchen. Zij mengden zich niet graag met de arbeiders. Dat was pas veranderd toen de directeuren erop aangedrongen hadden. In de laatste tien jaar van het bestaan mocht er geen verschil meer worden gemaakt tussen mannen in overalls en kantoormensen. Er was een aparte tafel gekomen voor de witteboordenmensen, dicht bij het koffieapparaat.

De kantine was het dorp op een kleinere schaal. Het oude dorp met de arbeiders van vader op zoon. De nieuwbouwwijk, met de nieuwkomers. De Turken en Marokkanen in hun flats. De werkbazen en het kantoorpersoneel in de bungalows aan de andere kant van het voetbalveld. Vier wijken die weinig met elkaar te maken hadden.

Hij stopt bij de brug en legt zijn hand op de leuning. Vanaf hier kan hij een heel eind over de Wijer uitkijken. Door de lichtval lijkt het of het water terugstroomt naar de bron.

Hij rijdt het verharde pad af, dat op de plaats ligt waar vroeger het zandpad langs de Wijer liep. Een paar skaters schreeuwen hem van het pad. Als ze voorbij zijn, zitten de voorwielen van de rolstoel vast in het modderige bermgras. De motor trekt het niet. Hij vloekt.

Ton van Reen: Het diepste blauw (048)
wordt vervolgd

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Stories, - Het diepste blauw, Archive Q-R, Reen, Ton van


Ton van Reen: Het diepste blauw (047). Een roman als feuilleton

Vanaf de dag dat hij de harmonica kocht, gaat Mels elke week een middag naar juffrouw Fijnhout. Hij komt graag bij haar, vooral omdat het in haar huis naar vanille ruikt en omdat het er altijd zo stil is. Een stilte die niet eens wordt verstoord door de winkelbel, maar die er juist door wordt benadrukt.

Eerst doet hij werk waarbij je op een stoel moet staan. Ramen lappen. Lampen afstoffen. Stof afnemen van de bovenranden van de schilderijen en van de foto’s achter glas. Soms een spijker in de muur slaan voor weer een schilderij of voor een foto die bijna verloren was geraakt.

In de winkel legt hij alles goed. Stapelt de rolletjes lint en kant van dik naar dun. Van de pakken turf, die bij elkaar worden gehouden door rood koperdraad, bouwt hij op de stoep een piramide, waarop hij even uitrust. Daarna harkt hij de tuin en veegt hij de bladeren van de stoep.

Als hij klaar is, is het zes uur. Juffrouw Fijnhout sluit de winkel. Terwijl ze haar potje kookt, drinken ze thee. Ondertussen vertelt ze over vroeger. Over haar jeugd. En over haar grootmoeder, die hier al een winkeltje had in knopen en kant, dat niet veel groter was dan een paar laden in haar keukenkast. Met een paar knopen en spelden die ze overhad, was ze ooit het winkeltje begonnen.

`Dat was niet uit weelde, dat snap je’, zegt juffrouw Fijnhout veelbetekenend. `De mensen hadden het niet breed. Ze rekenden nog in halve centen.’
Ze laat de paar halve centen zien die ze in de tafella bewaart. Eentje met een leeuw en op de andere kant de W van Willem “iii”.

Ze vertelt over de dingen waar de mensen in haar jeugd nog in geloofden. Over de heksen die in het bos woonden en meisjes roofden om hun toverkunsten te leren. En over de duivel die in het Zwarte Water woont. Wat echt waar is, want het moeras vriest zelfs in de strengste winter niet dicht. En er dansen vurige lichtjes over het water. Dat zijn de zielen van de kinderen die niet naar hun ouders hebben geluisterd en in de handen van de duivel zijn gevallen. Dat bewijst dat de hel onder het meer ligt. En ze vertelt over de wolven die anderhalve eeuw geleden drie meisjes hebben opgegeten. Mels kent het verhaal ook van grootvader Rudolf, maar die vertelt altijd dat er maar één meisje is opgegeten en dat er twee zijn gebeten. Die hebben het overleefd, maar het zijn kwaaie wijven geworden. Wie door een wolf wordt gebeten, eindigt altijd als een heks.

Ton van Reen: Het diepste blauw (047)
wordt vervolgd

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Stories, - Het diepste blauw, Archive Q-R, Reen, Ton van


Ton van Reen: Het diepste blauw (046). Een roman als feuilleton

In het voorbijgaan van de winkel van Hans Peeters ziet Mels hoe de jonge winkeljuffrouw Christine wat spullen herschikt. In de etalage staat een rij eenvormige tuinkabouters met dikke hoofden en idiote glimlachjes rond hun grote monden.

Witglimmende vijftigkilozakken kunstmest liggen op de stoep te wachten tot ze naar binnen worden gesjouwd.
Hij ziet het plakkaat op de deur. De kastelein heeft het overal laten ophangen. `Vertoning van vier films uit de geschiedenis van de Firma J.J. Hubben en Zonen, in Meel- en Bakwaren. Met deskundig commentaar door M. Gommans, voormalig hoofdboekhouder van de firma.’

Mels voelt zich bekeken door de opgezette vos in de glazen erker boven de deur. Hij is lichter bruin dan vroeger, toen hij op de kast van juffrouw Fijnhout stond.

Ton van Reen: Het diepste blauw (046)
wordt vervolgd

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Stories, - Het diepste blauw, Archive Q-R, Reen, Ton van


Ton van Reen: Het diepste blauw (045). Een roman als feuilleton

Met de handen voor zijn ogen tuurt hij in de etalage. Hij wil een cadeau kopen voor Tijger, omdat die morgen twaalf wordt. Hij heeft twee gulden uit zijn spaarpot gehaald, alles wat erin zat. Hij heeft meer, maar dat heeft hij in bewaring gegeven bij Thija, die het geld verzamelt voor de reis naar China. Elke week een dubbeltje.

Juffrouw Fijnhout verkoopt porseleinen bloemenvazen en dat soort dingen. Met Allerzielen heeft ze potchrysanten voor op het kerkhof. Maar ze heeft ook cadeautjes voor kinderen. Ze halen er hun blokfluiten voor de muziekles. Ze heeft fluiten in alle soorten. Van blikken exemplaren van veertig cent, tot houten en hoornen fluiten voor zeven gulden negentig, maar iedereen koopt die van veertig cent. De dure fluiten staan er alleen maar om je eraan te vergapen.

In de glazen kast achter de toonbank heeft hij al vaker het doosje met de Hohner-mondharmonica gezien, dat openstaat en vanbinnen met rood velours is bekleed. Het is een fraai instrument, met koperen beslag en zwartgelakt hout. Al maanden weet hij dat hij het ding voor Tijger wil kopen. Hij had hem al eerder willen halen, maar er staat een prijskaartje van twee gulden vijfenzeventig bij en zoveel heeft hij niet.

Mels gaat naar binnen en blijft in de deuropening staan, totdat de winkelbel is uit getrild en juffrouw Fijnhout binnenkomt. Haar huid is net zo lichtbruin als de vacht van de opgezette vos die vanaf zijn plek boven op de ladekast kijkt naar iedereen die binnenkomt.

Hij wijst op de harmonica en laat tegelijk de twee gulden in zijn andere hand zien. Ze begrijpt direct dat hij te weinig geld heeft, maar toch pakt ze de harmonica uit de vitrine en legt hem op de toonbank. Hij voelt er even aan met zijn wijsvinger, ziet hoe het koper beslaat alleen al door het aan te raken en weet dan nog zekerder dan zeker dat hij hem aan Tijger wil geven.

`Je hebt maar twee gulden’, zegt juffrouw Fijnhout een beetje lacherig. `Wat nu?’
`Binnenkort is Tijger jarig.’
`Bart?’
`Ja, Bart.’
`Dan moeten we een oplossing bedenken. Ik begrijp dat je hem nu wilt meenemen.’
`Kan ik die drie kwartjes later betalen?’
`Later zul je die kwartjes ergens anders voor nodig hebben.’ Ze lacht zo dat hij de gouden tand in haar gebit ziet. Bij anderen is dat lelijk, maar bij haar is het juist mooi.
`Je kunt die drie kwartjes verdienen.’
`Graag. Wat moet ik doen?’
`Ramen lappen. De karweitjes die ik niet meer goed kan. Ik durf niet meer op een stoel te staan.’
`Zal ik direct beginnen?’
`Als je ze vandaag allemaal lapt, krijg je nog een kwartje extra ook.’

Ton van Reen: Het diepste blauw (045)
wordt vervolgd

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Stories, - Het diepste blauw, Archive Q-R, Reen, Ton van


Karel Michiels: 1968. Biografie van een mythisch jaar

1968 is na een halve eeuw een iconisch jaar geworden. Volgens sommigen de bron van alle kwaad dat ons nu overkomt, volgens anderen een keerpunt in de bewustwording van de mens.

Wat is er toen echt gebeurd, en hoe heeft dat ons denken en handelen beïnvloed? Wie waren de rebellen, wie de poseurs? En waar hield de rest van de Vlamingen zich mee bezig, de overgrote meerderheid die geen boodschap had aan revolutie?

Dit boek is geen objectieve geschiedschrijving. De auteur mixt zijn persoonlijke herinneringen als kind met feiten en verhalen die hij zelf relevant vindt, ook voor onze tijd. Hij neemt de lezer even goed mee naar Parijs en Vietnam als naar Leuven en Bilzen. Hij luistert even graag naar Marc Dex en Engelbert Humperdinck als naar The Beatles en de Stones. 1968 is een kleurrijk fresco van een mythisch jaar, heerlijk fris en onbevangen geschreven, zoals de tijdsgeest het toen wilde.

Karel Michiels (1960) is journalist en auteur. Hij publiceerde biografieën over een aantal opmerkelijke figuren en boeken over voetbal, reizen en cannabis. Met De Rasta Revelatie debuteerde hij in 2008 als romanschrijver onder de rastanaam Jah Shakespear.

Auteur: Karel Michiels
1968
Biografie van een mythisch jaar
Uitgeverij : Lannoo
ISBN : 9789401444002
Taal : Nederlands
Uitvoering : Paperback
Aantal pagina’s : 288
Verschenen: Oktober  2017
Afmetingen : 213 x 144 x 28 mm.

new books
fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, - Book Stories, Archive M-N, Art & Literature News, Protests of MAY 1968


Older Entries »

Thank you for reading FLEURSDUMAL.NL - magazine for art & literature