In this category:

Or see the index

All categories

  1. AUDIO, CINEMA, RADIO & TV
  2. DANCE
  3. DICTIONARY OF IDEAS
  4. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
  5. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, drugs, dead poets
  6. FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
  7. LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence
  8. MONTAIGNE
  9. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
  10. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
  11. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST
  12. MUSIC
  13. PRESS & PUBLISHING
  14. REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS
  15. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
  16. STREET POETRY
  17. THEATRE
  18. TOMBEAU DE LA JEUNESSE – early death: writers, poets & artists who died young
  19. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm & co, fairy tales, art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, ideal women
  20. WAR & PEACE
  21. ·




  1. Subscribe to new material:
    RSS     ATOM

Jef van Kempen

«« Previous page · Onderscheiding Jef van Kempen voor verdiensten literatuur en cultuur · Nieuwe bundel van Jef van Kempen: LAATSTE BEDRIJF · Over Jan Naaijkens en Anton Eijkens · Walter Breedveld over Mathias Kemp · Walter Breedveld over Anton van Duinkerken · New website: Museum of Lost Concepts · Walter Breedveld over Harrie Kapteijns · Walter Breedveld over Gerard Knuvelder · Walter Breedveld over Jacques Sinninghe · Toon Kortooms: Laat de dokter maar verzuipen · Adriaan Poirters & Het Masker van de Wereld · Walter Breedveld over Pieter van der Meer de Walcheren

»» there is more...

Onderscheiding Jef van Kempen voor verdiensten literatuur en cultuur

jvkemp legpenningtilburg 01

jvkemp legpenningtilburg 02

jvkemp legpenningtilburg 03

Grote zilveren legpenning van de gemeente Tilburg voor de verdiensten van Jef van Kempen op het gebied van literatuur en cultuur

Jef van Kempen heeft op zondag 16 december 2012 een gemeentelijke onderscheiding ontvangen voor zijn jarenlange inzet voor het Tilburgse literaire en culturele leven. Hij kreeg de grote zilveren legpenning van de gemeente Tilburg uit handen van burgemeester Peter Noordanus. Dat gebeurde op 16 december in boekhandel Livius in Tilburg, tijdens de presentatie van de nieuwe bloemlezing uit de verzameld gedichten van Jef van Kempen.

Jef van Kempen is al sinds 1962 actief in het Brabantse, en meer bijzonder het Tilburgse literaire en culturele leven. Zijn loopbaan is bijzonder: veertig jaar lang werkte hij in de Tilburgse metaalsector. Daarnaast heeft hij bijzonder veel artikelen, gedichten, literair-historische essays, teksten en bundels uitgebracht. Zijn werk werd onder meer gepubliceerd in Brabant Cultureel, het Brabants Dagblad, Tilburg (tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur), Actum Tilliburgis, Tilburg Magazine, Rijmtijd (tijdschrift Gezellestudie), DWB en De Parelduiker.

Veel van zijn artikelen gaan over in vergetelheid geraakte literair-historische figuren, zoals Dr. P.J. Cools, Henri Dolmans, Antony Kok en de schrijvers van de kunstbeweging en het gelijknamig tijdschrift De Stijl. Met zijn beschouwingen over de Tilburgse volkscultuur bereikte hij een breed en trouw lezerspubliek door alle lagen van de bevolking heen.

Sinds enige jaren is Jef van Kempen de drijvende kracht achter het online magazine KEMP=MAG (kempis.nl). Het is een van de meest bezochte poëziewebsites van Nederland en België. Veel bekende en onbekende dichters krijgen hier een podium voor hun werk. Het ondersteunen van onbekend en vaak nog jong talent is een van zijn andere bijzondere verdiensten. Al meer dan veertig jaar helpt Jef van Kempen hen om een plek te veroveren in de lokale of landelijke literaire wereld.

Van Kempen is één van de smaakmakers van de lokale cultuur. Zo helpt hij bij het organiseren van tentoonstellingen en symposia en was hij betrokken bij het opzetten van de grootste boekenmarkt van Zuid-Nederland in Tilburg. Verder was hij jarenlang bestuurslid van o.a. Amnesty International Nederland, Stichting Dr. P.J. Cools en de beheersstichting van de Hasseltse Kapel.

Jef van Kempen heeft met al deze werkzaamheden een bijzondere bijdrage aan de Tilburgse samenleving geleverd en doet dat nog steeds. Voor deze verdiensten krijgt hij de grote zilveren legpenning van de gemeente Tilburg.

(persbericht)

jvkemp legpenningtilburg 04

jvkemp legpenningtilburg 05

jvkemp legpenningtilburg 06

jvkemp legpenningtilburg 07

jvkemp legpenningtilburg 08

jvkemp legpenningtilburg 09

jvkemp legpenningtilburg 10

jvkemp legpenningtilburg 11

jvkemp legpenningtilburg 12

jvkemp legpenningtilburg 13

jvkemp legpenningtilburg 14

jvkemp legpenningtilburg 15

Op zondag 16 december 2012 vond in Boekhandel Livius in Tilburg de presentatie plaats van de nieuwe bundel van Jef van Kempen: ‘Laatste bedrijf. Een keuze uit de gedichten 1962-2012’. Op die bijeenkomst ontving Jef van Kempen uit handen van burgemeester Peter Noordanus de grote zilveren legpenning van de gemeente Tilburg voor zijn verdiensten op het gebied van literatuur en cultuur.

Verder las Ton van Reen zijn verhaal: ‘Jef van Kempen houdt van gedichten’ (morgen op deze website) en stadsdichter Esther Porcelijn droeg enkele gedichten en prozateksten van Jef van Kempen voor.

photos: joep eijkens

kempen laatstebedrijf 102

Jef van Kempen:  Laatste Bedrijf.  Een keuze uit de gedichten 1962-2012

Uitgeverij Art Brut –  ISBN: 978-90-76326-06-1  / 68 pag. – 12,50 euro –  geïllustreerd, 24×15 cm / Gedichten en illustraties van Jef van Kempen / Vormgeving Michiel Leenaars / In de bundel zijn tevens een aantal bijdragen opgenomen van Julia Origo, Monica Richter en J.A. Woolf.

fleursdumal.nl magazine

More in: Jef van Kempen, Jef van Kempen Photos & Drawings, Kempen, Jef van


Nieuwe bundel van Jef van Kempen: LAATSTE BEDRIJF

kempen laatstebedrijf 101

Jef van Kempen

LAATSTE BEDRIJF

een keuze uit de gedichten 1962-2012

Jef van Kempen (1948) publiceerde poëzie en korte verhalen, biografische artikelen en essays, o.a. over Guido Gezelle, J.-K. Huysmans, Theo van Doesburg, Antony Kok, de Stijlbeweging en Walter Breedveld. Hij is ook (mede)samensteller van enkele literaire bloemlezingen. Daarnaast schreef hij voor boeken, kranten en tijdschriften vele artikelen over de Brabantse geschiedenis. De serie artikelen die hij voor het Brabants Dagblad schreef over de straat waar hij geboren is, werden gebundeld onder de titel: Onze Lieve Vrouw van de Veestraat en andere verhalen en in het boek: Het gevoel dat je hier thuishoort. Jef van Kempen is ook actief als (literair) vertaler. Daarnaast is hij redacteur van kempis.nl  (een veel bezochte internationale poëziewebsite) en drie andere literaire websites.

De bundel bevat, naast gepubliceerde en ongepubliceerde gedichten, talrijke illustraties van Jef van Kempen uit dezelfde periode.

Ter gelegenheid van het verschijnen van deze bundel ontving Jef van Kempen op 16 december 2012 van burgemeester Peter Noordanus de grote zilveren legpenning van de gemeente Tilburg voor zijn verdiensten op het gebied van literatuur en cultuur.

kempen laatstebedrijf 102

Jef van Kempen

Laatste Bedrijf.

Een keuze uit de gedichten 1962-2012

Uitgeverij Art Brut

ISBN: 978-90-76326-06-1

68 pag. – 12,50 euro

Geïllustreerd, 24×15 cm

Gedichten en illustraties van Jef van Kempen

Vormgeving Michiel Leenaars

kempen laatstebedrijf 103

fleursdumal.nl magazine

More in: Jef van Kempen, Jef van Kempen Photos & Drawings, Kempen, Jef van


Over Jan Naaijkens en Anton Eijkens

‘Hier wil ik begraven worden in het zand’

Over Jan Naaijkens en Anton Eijkens

Door Jef van Kempen

Jan Naaijkens (1919) en Anton Eijkens (1920) zijn al bevriend vanaf het begin van de jaren veertig. Ze werkten samen in de redacties van Brabantia Nostra en Edele Brabant. In die tijd leerden zij Walter Breedveld kennen en een groot aantal andere coryfeeën van de Brabantse letteren.

Jan Naaijkens, vijfentwintig jaar lang organisator van de Groot-Kempische Cultuurdagen, ontmoette Walter Breedveld voor het eerst in 1954 toen diens roman Hexspoor werd bekroond met de literatuurprijs van de gemeente Hilvarenbeek. De auteur was gevraagd was om uit zijn werk voor te lezen en Breedveld deed dat tamelijk goed. “Hij had een nogal mooie, donkere, fluwelige stem. Maar hij wist van geen ophouden. We hadden een kwartier afgesproken, wat vrij lang is om naar een lezing te luisteren, maar Breedveld las maar door. Op een gegeven moment begon Van Duinkerken met zijn ring, quasi speels, op de tafel te tikken. Maar niemand had de moed om in te grijpen. Toen er na een half uur voor een stampvolle zaal eindelijk een eind aan kwam, slaakte iedereen een zucht van verlichting. Dat vond ik toch wel typisch voor Breedveld, die ging altijd door. Ik denk dat hij ook zo schreef”.

Frans Babylon heeft nog regelmatig bij Anton Eijkens op zolder gelogeerd. “Hij was een beetje de Poèt Maudit en omdat ik in die tijd veel Verlaine en Rimbaud las, konden we daar heerlijk over praten.” Hij erkent dat Frans Babylon, ondanks zijn zwakheden, iemand was waar je graag mee had te doen. Als Anton Eijkens moest gaan werken, zei Babylon: “Ga jij maar, ik kom mijn dag wel door. Hij ging dan overal buurten onder het genot van een fles wijn.” Als Eijkens ‘s avonds thuis kwam zat Babylon op hem te wachten.

Anton Eijkens had een grote bewondering voor Antoon Coolen. “Ik heb ooit intensief contact met hem gehad over de publicatie van een novelle in het boek Land en volk van Brabant, dat verschenen is in 1949. Maar wij konden het niet eens worden over mijn bijdrage. Hij vond een aantal dingen niet waarachtig genoeg en hij probeerde mij er toe te bewegen om die passages te herschrijven. Dat weigerde ik, schrijverstrots van een aankomend auteur, maar ik denk achteraf dat hij volkomen gelijk had.”

Jan Naaijkens leerde Coolen kennen in de eerste jaren van de oorlog. “Antoon Coolen gaf heel veel lezingen over het Brabantse en Nederlandse volkskarakter. Dat deed hij bijzonder goed, vooral in die oorlogsomstandigheden kreeg dat extra gewicht. Toen merkte ik al de merkwaardige discrepantie op tussen de man die De Peel en de mensen van De Peel beschrijft en daarbij hun taalgebruik hanteert en de zeer precieuze, keurig onberispelijk Nederlands sprekende schrijver met zijn bekende lavallière.”

Jan Naaijkens beschouwde Anton van Duinkerken als een soort halfgod. “Ik bewonderde hem om zijn werk en als mens. Als Van Duinkerken in Hilvarenbeek was, sliep hij bij mij thuis. Toen hij een keer de hele dag door had gedronken, zeulde ik met hem over straat en kwamen we langs de toren. Daar stond hij plotseling stil en zei: ‘Hier wil ik begraven worden: in het zand, in het zand, in het zand, niet in dat stinkende veen.”

Gerard Knuvelder was als persoon volkomen anders geaard dan Van Duinkerken. Hij was, net als Coolen, heel formeel. Je hoefde bij hem niet op bezoek te komen als je dat niet had aangekondigd en je werd ontvangen vanachter een bureau. Knuvelder had iets patriarchaals over zich. Als je hem beter leerde kennen, bleek het ook een hartelijke man te kunnen zijn. Op Anton Eijkens en Jan Naaijkens hebben zijn vroege geschriften veel invloed gehad, met name zijn boek Vanuit wingewesten.

Ook Pieter van der Meer de Walcheren maakte indruk op beide auteurs, vooral in de jaren dertig en veertig. Anton Eijkens: “Zoals hij schreef en de gloed van zijn geloofsovertuiging heeft toen op veel jongeren in Brabant indruk gemaakt. Je kreeg iets van die heilige aandrift mee om iets te betekenen als katholiek en als auteur. (…) Ik kijk nog wel eens naar oude foto’s, albums en zo. Maar als ik er een tijdje in zit te bladeren, denk ik bij mezelf, waar ben je nu eigenlijk mee bezig. Ik wordt er niet echt verdrietig van, maar het is wel allemaal heel erg melancholisch voor een zwakke ziel als ik.”

(Eerder gepubliceerd in: Brabants Dagblad – foto jef van kempen)

Jef van Kempen over Jan Naaijkens en Anton Eijkens

• fleursdumal.nl magazine

More in: Anton van Duinkerken, Antoon Coolen, Brabantia Nostra, Eijkens, Anton, Jan Naaijkens, Jef van Kempen, Literaire sporen


Walter Breedveld over Mathias Kemp

Waanzin bedreigde zon en maan

Walter Breedveld over Mathias Kemp

Door Jef van Kempen

Walter Breedveld (1901-1977) was lange tijd ongekend populair als schrijver van Brabantse volksboeken. Maar Breedveld deed meer. Zo maakte hij in 1959 en 1960 ruim vijftig portretten van Brabantse kunstenaars voor De Gelderlander. Een korte serie belicht deze andere kant van Breedveld. Vandaag: Mathias Kemp (1890-1964).

Onder de namen van de 52 door Walter Breedveld geportretteerde kunstenaars valt er één in het bijzonder op, die van de dichter, componist, schilder, journalist, bibliothecaris en antiquaar Mathias Kemp. Kemp is de enige niet-Brabander in de reeks. Breedveld zocht hem op in Maastricht. Mathias Kemp was de broer van de ook tegenwoordig nog veel gelezen dichter Pierre Kemp. “De dichters Mathias Kemp en zijn vier jaar oudere broer Pierre, zoons van een Maastrichtse typograaf, hebben de eigenheden van hun merkwaardige stad vanaf hun prille jeugd kunnen observeren, eerst in hun kinderspel, later met de bewuste waarneming van hun scherp verstand en hun kunstzinnige begaafdheid.” Om een indruk te geven van het verschil in dichterschap tussen de twee broers geeft Breedveld van beide een voorbeeld.


Van Pierre:

Een vrouw met witte oren, zwart haar

en wangen haast wijnappels-paar,

danst naar de rode brievenbus,

aldus.

Ik hoor haar grijze hakken slaan

onder de snede van haar kusorgaan,

aldus.

 

En van Mathias:

Er klemde boekweit in de troggen

koolzaad beschimmelde in de sloot;

er waarde een reuk van rotte rogge,

van vochtig puin en roestig schroot.

(…)

Waanzin bedreigde zon en maan…

Wat hoopte een regenboog te troosten

Waar zelfs Gods stem niet werd verstaan!


“Pierre en Mathias zijn in kunstzinnig oogpunt twee geheel verschillende persoonlijkheden waarvan de oudste de zanger is van de vreugden van het leven; Mathias is de cerebrale denker voor wie de ernst van het leven een beslissend criterium is om te kunnen leven.”

Wat Walter Breedveld aanspreekt in het werk van Mathias Kemp is zijn sobere taalgebruik; geen punt, geen komma mag worden verwaarloosd.

Naar aanleiding van een vraag over zijn toneelstuk: Zalig de zachtmoedigen, dat de atoombom als onderwerp heeft, verklaart Mathias Kemp: “Wij mensen vergissen ons het hele leven door. Misschien zijn wij te veel gebonden aan het moment waarin we leven. Wij verfoeien de wreedheid van het doden, ook in de oorlog. Maar ik vraag mij af hoe het de wereld vergaan zou zijn als Hitler het eerst over de atoombom had kunnen beschikken. Mijn hele leven ben ik gespannen geweest op de toekomst: Naarmate ik ouder wordt neemt deze gespannenheid nog toe.”

(Eerder gepubliceerd in: Brabants Dagblad)

Walter Breedveld over Mathias Kemp

fleursdumal.nl magazine

More in: Brabantia Nostra, Jef van Kempen, Walter Breedveld


Walter Breedveld over Anton van Duinkerken

‘Vliegensvlug gaan zijn gedachten’

Walter Breedveld over Anton van Duinkerken

Door Jef van Kempen

Walter Breedveld (1901-1977) was lange tijd ongekend populair als schrijver van Brabantse volksboeken. Maar Breedveld deed meer. Zo maakte hij in 1959 en 1960 ruim vijftig portretten van Brabantse kunstenaars voor De Gelderlander. Een korte serie belicht deze andere kant van Breedveld. Vandaag: Anton van Duinkerken (1903-1968).

 In zijn biografie over Anton van Duinkerken schrijft Michel van der Plas: “Het publiek dat zijn boeken echt las was eerder klein dan groot. Des te ‘bekender’ was hij als gestalte, als vertegenwoordiger van een zuidelijke levensaard, als belijder van een religie, als boegbeeld van een bevolkingsgroep, als vrijwel alom aanvaarde ‘doorbraak’-figuur, als onontkoombare bestuursfunctionaris, als alomtegenwoordige redenaar”.

Anton van Duinkerken was een strijdbare schrijver, dichter en journalist. Hij was een charismatische levensgenieter, die grote indruk heeft gemaakt op zijn tijdgenoten. Ook op Walter Breedveld: “Dan rijst voor ons op de boeiende figuur van de geleerde, de wetenschapsman, de romantische dichter, de diepe denker, die in een schitterend heel duidelijk en zuiver proza leraart, getuigt en belijdt, en soms scherp hekelt. (…) In zijn stem beluisteren wij de hoogleraar, even later de Brabander met zijn gemoedelijkheid en zijn humor. Vliegensvlug gaan zijn gedachten, hij onderbreekt zijn betoog met plotselinge invallen om dan weer moeiteloos naar het onderwerp terug te keren”.

Als medewerker van Roeping en medeoprichter van De Gemeenschap heeft Van Duinkerken een belangrijke bijdrage geleverd aan de doorbraak naar een nieuw katholiek levensbesef.

“Zelfs als hij verder zou zwijgen zal hij de eeuwen ingaan als een der grootsten – misschien de belangrijkste- katholieke emancipators van de twintigste eeuw” schrijft Breedveld. “De meest waardevolle bijdragen tot de letterkunde in meer persoonlijke zin heeft hij gegeven in zijn vaak omvangrijke boekrecensies. (…) Op de achtergrond van zijn recensies stond altijd de persoon van de auteur van het werk, die ongeacht het literaire peil van zijn boek, een soeverein mens is, die gerespecteerd diende te worden”.

In een gesprek met Breedveld maakt Van Duinkerken een opmerkelijke vergelijking tussen de experimentele gedichten van nieuwkomer Lucebert en de experimentele gedichten van Vondel. Veel van Vondels gedichten werden door zijn tijdgenoten ook niet begrepen. Volgens Breedveld is het medeleven van Van Duinkerken met de jongeren van zijn tijd diep en intens: “Hij kent hun innerlijke moeilijkheden en is bezorgd om hen. Toch zullen zij deze atoomtijd, die misschien voorafgaat aan een interplanetaire gemeenschappelijkheid, zèlf moeten bouwen. Want wij zien hun artistieke bouwsels wel; hun woordkunst, hun beeldende kunst; wij horen hun muziek wel en hun ritme, doch we ondergaan het min of meer als outsiders.”

(Eerder gepubliceerd in: Brabants Dagblad)

Walter Breedveld over Anton van Duinkerken

• fleursdumal.nl magazine

More in: Anton van Duinkerken, Brabantia Nostra, Jef van Kempen, Lucebert, Vondel, Joost van den, Walter Breedveld


New website: Museum of Lost Concepts

New website:

Museum of Lost Concepts

curated by Jef van Kempen

a project of fleursdumal.nl

More in: Jef van Kempen, Jef van Kempen Photos & Drawings, Kempen, Jef van, MUSEUM OF LOST CONCEPTS - invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung


Walter Breedveld over Harrie Kapteijns

Walter Breedveld over Harrie Kapteijns

DE KUNST VAN HET DICHTEN

door Jef van Kempen


Walter Breedveld (1901-1977) was lange tijd ongekend populair als schrijver van Brabantse volksboeken. Maar Breedveld deed meer. Zo maakte hij in 1959 en 1960 ruim vijftig portretten van Brabantse kunstenaars voor De Gelderlander. Een korte serie belicht deze andere kant van Breedveld. Vandaag: Harrie Kapteijns (1917-1987).

“De dichter is veel meer individualist dan de romanschrijver, niet in de zin dat hij in een glazen huisje wenst te wonen, afkerig van het normale gemeenschapsleven, doch hij is individualist omdat ieder vers eigenlijk een reflectie is van zijn eigen wezen, geschapen voor zich zelf.”

Zo introduceert Walter Breedveld de letterkundige Harrie Kapteijns. Kapteijns was een dichter, maar een die vooral naam zou maken als essayist.

Hij promoveerde in 1949 met zijn proefschrift Autonome dichters: typen van ‘poètes maudits’ en oogstte veel lof voor zijn in 1964 verschenen studie over het katholieke letterkundige tijdschrift De Gemeenschap. Maar misschien wel zijn belangrijkste publicatie is de in 1951 verschenen becommentarieerde bloemlezing: Hedendaagse Brabantse dichters. Er passeren gevestigde namen de revue van dichters uit de kring van Roeping, De Gemeenschap en Brabantia Nostra, zoals Anton van Duinkerken en Paul Vlemminx. Maar er is ook veel aandacht voor de jonge nieuwe talenten zoals Frans Babylon, Anton Eijkens, Bert Voeten en Harriet Laurey.

Kapteijns neemt in zijn bloemlezing een duidelijke ontwikkeling van de Brabantse dichtkunst onder de jongeren waar. Volgens Kapteijns: “blijken de jonge dichters anders georiënteerd; hun werk is niet expliciet Brabants, al publiceerden ze in Brabantia Nostra, en soms niet expliciet katholiek, al debuteerden of publiceerden ze in Roeping. Bij de artistieke vormgeving van hun liefde, hun problemen, hun levensinzicht steunen ze niet op de waarden van het gewestelijke”.

Acht jaar later, in een gesprek met Walter Breedveld, is Harrie Kapteijns opmerkelijk minder optimistisch. “Er is weinig eigentijds talent in Brabant. (…) Al wat oudere dichters als Anton van Duinkerken, Frank Valkenier en Lucas van Hoek zwijgen. Hebben ze hun tijd gehad? Verstaan zij de dynamiek van onze dagen niet?” Wat de jongeren betreft blijken de verwachtingen te hoog gespannen te zijn geweest: “In tegenstelling tot de westelijke provincies waar nieuw eigentijds talent aanwijsbaar is. De belangrijkste reden zal ongetwijfeld te vinden zijn in de gemoedelijkheid en de traagzaamheid van de Brabantse aard.”

“De gave van het dichterschap is slechts aan weinigen gegeven” merkt Walter Breedveld op. “De kunst van het dichten is onder de kunsten dan ook wel de moeilijkste, de meest persoonlijke en de minst begrijpelijke vorm van artistiek vermogen.” Breedveld roemt daarna Harrie Kapteijns als een van de meest betekenende Brabantse dichters.


Er zijn in mijn leven

enkele onbenutte kansen

als stille open vijvers,

niet met wrangheid toegevroren,

en niet benaderde,

ongeschonden cijfers,

die tot geen getal behoren.

 

Jef van Kempen: De kunst van het dichten. Walter Breedveld over Harrie Kapteijns

(Brabants Dagblad, 15 november 2001)

• fleursdumal.nl magazine

More in: Anton van Duinkerken, Babylon, Frans, Brabantia Nostra, Eijkens, Anton, Jef van Kempen, Walter Breedveld


Walter Breedveld over Gerard Knuvelder

B O E K E N

m e t   e e n 

H A P P Y   E N D

Walter Breedveld over Gerard Knuvelder

door Jef van Kempen

Walter Breedveld (1901-1977) was lange tijd ongekend populair als schrijver van Brabantse volksboeken. Maar Breedveld deed meer. Zo maakte hij in 1959 en 1960 ruim vijftig portretten van Brabantse kunstenaars voor De Gelderlander. Een korte serie belicht deze andere kant van Breedveld. Vandaag: Gerard Knuvelder (1902-1982).

Als elfjarige schreef Gerard Knuvelder al zijn eerste stukken voor de krant. Hij werd daarin gestimuleerd door zijn vader, een Arnhemse winkelier die zich had opgewerkt tot journalist.

Tijdens zijn studie Nederlands aan de R.K. Leergangen in Tilburg, leerde Knuvelder de bevlogen katholieke literator en onderwijsman Dr. Moller kennen. Het werd een vriendschap voor het leven. Na Moller werd Gerard Knuvelder hoofdredacteur van het tijdschrift Roeping en in die hoedanigheid heeft hij vele jonge katholieke schrijvers de kans gegeven om te publiceren. “Een kalme, doch zeldzaam militante man, vol droge humor, die in de loop der jaren al heel wat beginnende auteurs op het paard heeft geholpen” schreef Walter Breedveld over hem. Een van die beginnende auteurs, vóór de Tweede Wereldoorlog, was Breedveld zelf.

Voor zijn krantenartikel volgde Walter Breedveld in 1960 een gastcollege van Gerard Knuvelder aan de Leergangen over ‘De mens in de moderne roman’. Knuvelder was toen een absolute autoriteit op het gebied van de literatuurgeschiedschrijving. Wie boven de dertig is en op de middelbare school heeft gezeten of Nederlands heeft gestudeerd heeft Knuvelder niet kunnen ontlopen. Van zijn Schets van de geschiedenis der Nederlandse letterkunde zijn 41 drukken verschenen en ook zijn vierdelige Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde heeft decennia lang het literatuuronderwijs beïnvloed. De literatuurgeschiedschrijving in Zuid-Nederland was een eenmanszaak: Gerard Knuvelder.

Tijdens zijn college aan de Leergangen veegde Knuvelder de vloer aan met de jongste generatie (niet-katholieke) schrijvers, in het bijzonder W.F. Hermans en Harry Mulisch.

“Hermans ziet de mens als een verkommerd wezen, levend temidden van de chaos, die hem van alle kanten omringt en bedreigt, zonder dat hij kan doordringen tot het “geheim” dat de chaos ordent, of het “wezen” dat dit doet.”

Met de levensvisie van Harry Mulisch was het in zijn ogen al niet veel beter gesteld. Het totale gebrek aan optimisme, de wereldsmart en de wereldangst hebben de jongeren ontleend aan de Franse filosoof Sartre.

Knuvelder adviseert zijn gehoor om Jos Panhuijsen, een inmiddels vergeten Brabantse schrijver, te lezen want: “Hij erkent de menselijke zwakheid en de nietswaardigheid ten overstaan en vooral in vergelijking met God.”

Walter Breedveld laat in zijn artikel niets van zijn eigen opvattingen blijken. Maar er hoeft geen misverstand over te bestaan dat hij, net als Gerard Knuvelder, de voorkeur geeft aan verhalen waaruit duidelijk een drang naar een betere en rustiger wereld spreekt. De mooiste boeken zijn die met een ‘happy end’.

(Brabants Dagblad, 1 november 2001)

Jef van kempen:
Boeken met een “Happy End”
Walter Breedveld over Gerard Knuvelder

fleursdumal.nl magazine

More in: Brabantia Nostra, Jean-Paul Sartre, Jef van Kempen, Walter Breedveld


Walter Breedveld over Jacques Sinninghe

story z

D E   H E K S

is nog volop levend

Walter Breedveld over Jacques Sinninghe

door Jef van Kempen

Walter Breedveld (1901-1977) was lange tijd ongekend populair als schrijver van Brabantse volksboeken. Maar Breedveld deed meer. Zo maakte hij in 1959 en 1960 ruim vijftig portretten van Brabantse kunstenaars voor De Gelderlander. Een korte serie belicht deze andere kant van Breedveld. Vandaag: Jacques R.W. Sinninghe (1904-1988).

Jacques Rudolph Willem Sinninghe werd in Roermond geboren, maar kwam al op zijn vierde jaar in Breda terecht. Zijn vader was er directeur van het postkantoor. Jacques Sinninghe zou de stad Breda zijn hele leven trouw blijven.

Aan Breedveld legde Sinninghe het verschil uit in geaardheid tussen het volk van West- en van Oost-Brabant: “West-Brabant is agressiever, dynamischer. In hun volksverhalen komen veel meer moorden voor, verkrachtingen, afpersingen en ontsporingen dan in Oost-Brabant.”

Walter Breedveld: “Hij is een typisch voorbeeld van een allochtone Brabander, die in de loop van de jaren volkomen met Brabant is vergroeid en toch niet-Brabantse eigenheden heeft behouden; men ziet het aan sommige gewoonten en hoort het aan enkele klanken en woordvormen.”

Jacques Sinninghe studeerde aan de Economische Hogeschool in Rotterdam. Na zijn studietijd zwierf hij een aantal jaren rond in Zuid-Europa, waar hij gefascineerd raakte door de volksverhalen die hij daar hoorde. Terug in Nederland besloot hij in de journalistiek te gaan en van het verzamelen van volksverhalen zijn beroep te maken. Hij ging met “zijn tape-recorder den boer op”, zoals Breedveld het uitdrukte. Uiteindelijk zou Sinninghe alleen al in Nederland en Vlaanderen zo’n 45.000 mythen, sagen en legendes optekenen. Met de tientallen boeken en duizenden artikelen die hij schreef, verwierf hij internationale roem. Hij was de eerste ter wereld, die een sagen- en legendencatalogus samenstelde.

“Hij schrijft voortreffelijk proza, ondanks de beperkingen waaraan hij noodzakelijk is gebonden. In zijn genre is hij zeker een kunstenaar.” Breedveld gaat verder: “De menselijke psyche te leren kennen in al haar aspecten is een hartstocht geworden. (…) De mens is zonder twijfel het merkwaardigste levende wezen op aarde, zijn belangrijkheid stijgt ver uit boven de fauna en de flora en boven de dingen der dode stof. (…) Jacques Sinninghe gaat zozeer in zijn werk op dat hij niet veel aandacht meer heeft voor andere dingen. De problematiek van onze om inzicht worstelende tijd ontgaat niet aan zijn intelligentie, maar hij kan er zich niet druk over maken. Zijn vak heeft zijn ganse liefde, zijn hele persoon; hij kan er niet over uitgepraat komen. (…) Het bijgeloof is nog zeer sterk, de heks is nog volop levend in de volksverbeelding. Zij is nog steeds een kwaadaardig wezen met toverkracht begaafd.”

De bibliotheek en de verzameling volksverhalen van Jacques R.W. Sinninghe werden na zijn dood ondergebracht in de Brabant-collectie van de KUB.

(Brabants Dagblad 18 oktober 2001)

Jef van Kempen:
De heks is nog volop levend
Walter Breedveld over Jacques sinninghe

fleursdumal.nl magazine

More in: Brabantia Nostra, Jef van Kempen, Walter Breedveld


Toon Kortooms: Laat de dokter maar verzuipen

LAAT DE DOKTER MAAR VERZUIPEN

Het succes van Toon Kortooms

door Jef van Kempen

Het was allemaal begonnen als een grap, als een poging om zijn idool Antoon Coolen te evenaren. Toen de jonge onderwijzer Toon Kortooms in 1937 in navolging van Coolen een lezing hield voor de leden van een plaatselijke voetbalclub, had hij nog geen letter gepubliceerd. Maar zijn lezing over Brabantse humor bleek onverwacht een succes en hij zou er in zijn lange leven nog duizenden houden. Humor bleef altijd zijn handelsmerk.

De in 1916 in Deurne geboren Toon Kortooms zou een van Nederlands meest succesvolle auteurs worden. Hij publiceerde meer dan vijftig romans en kinderboeken. Zijn roman Beekman en Beekman is met meer dan twee miljoen verkochte exemplaren de meest verkochte Nederlandse roman ooit. Help, de dokter verzuipt! stond in 1969 ruim een half jaar lang op de eerste plaats van de lijst van bestsellers.

Kortooms heeft zijn leven lang gevochten tegen het gebrek aan literaire erkenning dat zijn boeken kregen. “Laat de dokter maar verzuipen”, had een leerlinge van een middelbare school van haar lerares Nederlands te horen gekregen op haar vraag om Help, de dokter verzuipt! op haar literatuurlijst te mogen zetten. Dat was geen literatuur.

Kortooms spuwde zijn gal: “Docenten die het werk van een serieus schrijver afdoen met ‘waardeloos!’ tonen onmenselijke minachting voor de vele uren van concentratie, discipline, tobben, zweet, tranen -ook vreugde- van de auteur. In negen van de tien gevallen blijkt dat de met de botte bijl hakkende docent of docente nooit iets van mij of een andere terechtgestelde schrijver heeft gelezen”.

Hoewel Kortooms in 1954 naar Bloemendaal was ‘geëmigreerd’, zoals hij dat zelf noemde, had hij zijn leven lang zijn hart aan Brabant verloren. “ ‘Dus u komt uit de Peel?’ riep ze verrast uit. Ja, ik kwam inderdaad uit dat mooiste land, zei ik. ‘Ik ook! Uit Helenaveen!’ Met Griedtsveen het fraaiste dorp op deze aarde! Opeens waren wij geen vreemden meer voor elkaar, doch familie.” Toen Kortooms in 1999 overleed, werd hij overeenkomstig zijn wens begraven in Griendtsveen, het geboortedorp van zijn ouders. De ironie van het lot wil dat de begraafplaats net over de grens in Limburg ligt.

(Brabants Dagblad, 21 december 2004)

• fleursdumal.nl magazine

More in: Antoon Coolen, Brabantia Nostra, Jef van Kempen, Literaire sporen


Adriaan Poirters & Het Masker van de Wereld

HET MASKER VAN DE WERELD

Over Adriaan Poirters

Door Jef van Kempen

Na vijftien jaar van voorbereidingen en veel ruzie, werd men het in Oisterwijk eindelijk eens over de plaats waar de door de Vlaamse beeldhouwer De Beule vervaardigde bronzen kolos moest komen staan. Het 550 kilo wegende en meer dan twee meter hoge beeld van de in 1605 in Oisterwijk geboren pater Adriaan Poirters werd in 1926 op het Kerkplein geplaatst, recht tegenover de kerk van initiatiefnemer kapelaan Anton Huijbers.

In die tijd was Poirters eigenlijk al een vergeten dichter. “Op onze dagen vindt men nog in ouderwetsche huishoudens Poirters eerbiedwaardige boekdeeltjes met hun versleten donkerbruinen omslag, met hun vergeeld en verfrommeld papier, op den schoorsteenmantel, tusschen een koperen kandelaar en de koffiekan met zilveren ketting”. Tot ver in de negentiende eeuw was de dichtende pater echter ongekend populair. Zijn in 1645 gepubliceerde boek: Het masker van de wereld afgetrokken, zou meer dan zestig keer worden herdrukt.

Adriaan Poirters studeerde aan het Jezuïetencollege in Den Bosch en trad in 1625 in bij de Jezuïeten in Mechelen. Hij was actief als leraar, predikant en schrijver van moraliserende teksten. Als katholieke tegenhanger van de volksdichter Jacob Cats, werd Poirters’ literaire werk een wapen in de strijd tegen het protestantisme.

 Met veel gevoel voor humor schrijft hij over menselijke gebreken als ijdelheid:

 Al ga je pronken als een kauw,

Al zijt gij mooier dan een pauw

Al zijn uw lokken gefriseerd,

En heel uw kleed geparfumeerd,

Gij zijt, en blijft onze oude Griet

Wat men in schijn is, is men niet.

 

En over andere menselijke onhebbelijkheden:

Zie hier ligt Steven van der Stappen,

Die dronken dood viel van de trappen,

Zoo gij u dronkaards niet bekeert,

Dan wordt gij ook geattrapeerd.

 

Door Poirters zijn zegswijzen als: “Ieder huisken heeft zijn kruisken” en “Hij heeft een aardje naar zijn vâartje”, gemeengoed geworden.

Guido Gezelle was een groot bewonderaar van de religieuze gedichten van de Oisterwijkse pater; ze behoren dan ook tot het beste van zijn werk.

 O schoone zon en maan!

O hemel! O wanneer

Zult gij bij ons eens zijn,

En wij bij onzen Heer!

 

Adriaan Poirters overleed op 4 juli 1674 in Mechelen, waarschijnlijk aan de gevolgen van de pest.

 

(Brabants Dagblad, 7 februari 2002)

kemp=mag poetry magazine

More in: Jef van Kempen, Oude meesters


Walter Breedveld over Pieter van der Meer de Walcheren

story z

D E   V R O U W 

DEZE SCHERF UIT HET PARADIJS

Walter Breedveld over Pieter van der Meer de Walcheren

Door Jef van Kempen

Walter Breedveld (1901-1977) was lange tijd ongekend populair als schrijver van Brabantse volksboeken. Maar Breedveld deed meer. Zo maakte hij in 1959 en 1960 ruim vijftig portretten van Brabantse kunstenaars voor De Gelderlander. Een korte serie belicht deze andere kant van Breedveld. Vandaag: Pieter van der Meer de Walcheren.

“Zeker zijn er mannen geweest met avontuurlijker ondervindingen eer de avond kwam of de dood hun leven sloot. (…) Maar het is wel een grandioos avontuur geweest in spirituele betekenis”, schreef Walter Breedveld naar aanleiding van zijn bezoek aan de toen tachtigjarige monnik Pieter van der Meer de Walcheren in de Paulusabdij in Oosterhout.

Hij doelde daarbij op het curieuze levensverhaal van Pieter van der Meer, die in 1880 in Utrecht werd geboren in een protestants gezin. In 1904 deed Van der Meer van zich spreken door zijn socialistische roman Licht en duisternis. In die tijd balanceerde hij, zoals hij zelf zei, op de rand van krankzinnigheid, zelfmoord en christendom. Onder invloed van de katholieke Franse schrijver Léon Bloy bekeerde hij zich in 1911 tot het katholicisme. Zijn bekeringsverhaal legde hij vast in zijn dagboeken, die door een groot lezerspubliek werden gewaardeerd.

Pieter van der Meer had als redacteur van het tijdschrift De Nieuwe Eeuw en als medeoprichter van Roeping en De Gemeenschap grote invloed op een nieuwe generatie jonge katholieke schrijvers, zoals Antoon Coolen, Anton van Duinkerken en Jan Engelman.

In 1933 trad Pieter van der Meer in bij de orde van de Benedictijnen, zijn vrouw Christine bij de Benedictinessen. Ze konden deze zelfgekozen scheiding niet aan en twee jaar later kwam het echtpaar weer samen. In 1953 overleed de vrouw waar hij meer dan veertig jaar zielsveel van had gehouden. Het jaar daarna trad Pieter van der Meer de Walcheren opnieuw in bij de Benedictijnen; in 1956 werd hij tot priester gewijd.

“De zon kan nauwelijks binnendringen in de rustige sfeervolle spreekkamer van de abdij en toch is haar licht helder en weldadig warm. Dom Pieter van der Meer is nog dezelfde als toen wij hem ruim tien jaar geleden een bezoek brachten in zijn fraaie woning aan de rand van het Mastbos in Breda. Verouderd weliswaar, witter geworden, doch nog even beweeglijk en tierig.
(…) Hij vertelt uit zijn leven en keert telkens terug tot God”.

Ter gelegenheid van zijn priesterwijding zei Pieter van der Meer over zijn vrouw Christine: “Zij lag in die laatste nacht diep te ademen als klom zij de bergen in. Het was alsof haar lichaam langzaam zich verwijderde, van mij weg ging, terwijl haar ziel duidelijk zichtbaar werd…Ik dacht in dit hoge nachtelijke uur: de vrouw, deze scherf uit het paradijs, het enig fragment uit het verloren paradijs dat de man mee kon nemen uit Gods tuin naar de woestenij van de wereld. In de vrouw leeft heviger voort de onverdelgbare herinnering van het verloren paradijs, het is immers haar geboortegrond; zij, en niet de man, is door de Schepper tot het leven geroepen in het paradijs. Maar zij heeft het verloren laten gaan en hààr priester faalde. Sindsdien klinkt uit de diepte de roep van de vrouw om de priester…”

Op 15 december 1970 volgde de priester zijn vrouw. Hij werd begraven op het kloosterkerkhof bij de abdij in Oosterhout.


(Brabants Dagblad 4 oktober 2001)

Walter Breedveld over Pieter van der Meer de Walcheren

• fleursdumal.nl magazine

More in: Anton van Duinkerken, Antoon Coolen, Brabantia Nostra, Jef van Kempen, Walter Breedveld


Older Entries »« Newer Entries

Thank you for reading FLEURSDUMAL.NL - magazine for art & literature