New

  1. Nieuwe publicatie van: PARK – platform for visual arts
  2. Ton van Reen: Het diepste blauw (083). Een roman als feuilleton
  3. Wilfred Owen poetry: The End
  4. Hugo Ball: Der Henker
  5. Monument: Poems New and Selected by Natasha Trethewey
  6. Gérard de Nerval: Pensée de Byron – Élégie
  7. Sibylla SCHWARZ: Ach, Amor, nimb dein schwäres Joch von mir
  8. In Her Own Words. The Life and Poetry of Aelia Eudocia by Brian P. Sowers
  9. Ton van Reen: Het diepste blauw (082). Een roman als feuilleton
  10. Jean Cocteau – Metamorphosis in Den Bosch NL
  11. Emily Dickinson: I’m Nobody! Who are you?
  12. Saki: The Romancers (short story)
  13. Jacques Vaché: Lettres de guerre (1914-1918)
  14. The Unknown Poe. An Anthology of Fugitive Writings by Edgar Allan Poe
  15. Rüdiger Görner: Rainer Maria Rilke. Im Herzwerk der Sprache
  16. François Audouy: Antonin Artaud le sur-vivant. Essai
  17. Kafka and Noise. The Discovery of Cinematic Sound in Literary Modernism by Kata Gellen
  18. William S. Burroughs: “The Revised Boy Scout Manual”. An Electronic Revolution
  19. Ton van Reen: Het diepste blauw (081). Een roman als feuilleton
  20. The Hatred of Literature by William Marx
  21. Best of Delphine Lecompte. Poëzie
  22. Pierre-Brice-Edition “Über Nacht war ich Winnetou!” von Hella Brice
  23. Russian Absurd. Selected Writings of Daniil Kharms
  24. Gertrud Kolmar: Sehnsucht
  25. We Begin in Gladness. How Poets Progress by Craig Morgan Teicher
  26. Ton van Reen: Het diepste blauw (080). Een roman als feuilleton
  27. Boris Cyrulnik & Patrick Lemoine: Histoire de la folie avant la psychiatrie
  28. Frankenstein: The 1818 Text by Mary Shelley
  29. Robert Bridges: To Joseph Joachim
  30. Music, stories, absinthe and more during ‘The Green Hour’ with Oscar Wilde
  31. Nieuwe dichtbundel Marieke Lucas Rijneveld: Fantoommerrie
  32. Wintertuinfestival Nijmegen van 20-25 november 2018
  33. Maudits mots. La fabrique des insultes racistes par Marie Treps
  34. Rüdiger Görner: Georg Trakl. Dichter im Jahrzehnt der Extreme
  35. Ton van Reen: Het diepste blauw (079). Een roman als feuilleton
  36. Nadine Akkerman: Invisible Agents Women and Espionage in Seventeenth-Century Britain
  37. Mauro Libertella – Mijn begraven boek
  38. Antonin Artaud – Le Visionnaire Hurlant par Laurent Vignat
  39. Ton van Reen: Het diepste blauw (078). Een roman als feuilleton
  40. The Choice. Embrace the Possible by Edith Eva Eger
  41. Hans-Dieter Rutsch: Der Wanderer. Das Leben des Theodor Fontane
  42. Alice Zeniter: De kunst van het verliezen
  43. Armistice of 11 November 1918/2018 – Wilfred Owen: Dulce et Decorum Est (Poem)
  44. Gertrude Stein: Roche
  45. Kafka’s Other Prague. Writings from the Czechoslovak Republic by Anne Jamison
  46. Hans Hermans: Landscape (104)
  47. Marie Modiano: Pauvre chanson et autres poèmes
  48. Three Poems by Hannah Sullivan
  49. Paris Photo 2018 from 8 – 11 november in Grand Palais Paris
  50. Lezing Ton van Reen over: Vreemdelingen in eigen huis

Categories

  1. AUDIO, CINEMA, RADIO & TV
  2. DANCE
  3. DICTIONARY OF IDEAS
  4. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
  5. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, drugs, dead poets
  6. FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
  7. LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence
  8. MONTAIGNE
  9. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
  10. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
  11. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST
  12. MUSIC
  13. PRESS & PUBLISHING
  14. REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS
  15. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
  16. STREET POETRY
  17. THEATRE
  18. TOMBEAU DE LA JEUNESSE – early death: writers, poets & artists who died young
  19. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm & co, fairy tales, art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, ideal women
  20. WAR & PEACE
  21. ·

 

  1. Subscribe to new material:
    RSS     ATOM

Nieuwe publicatie van: PARK – platform for visual arts

PARK vierde in oktober 2018 het vijfjarig bestaan en maakte een boek waarin de activiteiten in de periode 2016-2018 zijn vastgelegd.

Het rijk geïllustreerde full-colour boek, met teksten van Esther Porcelijn en Rob Moonen, is opnieuw vormgegeven door Berry van Gerwen.

Het telt ruim 240 pagina’s en heeft een oplage van 600 stuks.

Alle tentoonstellingsprojecten, de bijna 200 exposerende kunstenaars en de extra activiteiten in de periode 2016-2018 komen aan bod. Het is de opvolger van het eerder verschenen ‘PARK 2013-2015‘.

Het boek kost € 20,- inclusief BTW, exclusief eventuele verzendkosten. Het verschijnt verschijnt op zondag 16 december 2018 tijdens een boekpresentatie om 16:00 uur bij PARK.
U kunt uw exemplaar ook bestellen via shop@park013.nl

  #  meer info op website PARK   

PARK 2016-2018
Teksten van Esther Porcelijn en Rob Moonen
Vormgeving door Berry van Gerwen
PARK
Platform for visual arts
240 pagina’s
Oplage 600 stuks
€ 20,-

PARK is een kunstinitiatief opgericht in 2013 door Rob Moonen in samenwerking met een zestal andere Tilburgse kunstenaars. Op dit moment bestaat de PARK werkgroep uit Linda Arts, René Korten, Rob Moonen en Liza Voetman.

PARK richt zich op actuele ontwikkelingen binnen de hedendaagse kunst én op kunstenaars met gedegen ervaring en bewezen kwaliteit. Er wordt plek geboden aan regionale collega’s maar ook aan landelijk of internationaal opererende kunstenaars, juist om een positieve bijdrage aan de discussie over actuele kunst tot stand te brengen. De werkgroep ambieert het podium van belang te laten zijn op landelijk niveau, maar bij elk project wordt met nadruk gezocht naar een inhoudelijke koppeling met de stad. De werkgroep is er van overtuigd dat samenwerking met andere partijen de zichtbaarheid en functionaliteit van de plek zal versterken, maar ook dat de plek een waardevolle stimulans voor de beeldende kunst in de stad en de regio zal kunnen zijn.

PARK wil steeds nieuwe verbindingen leggen, bijvoorbeeld door (internationaal opererende) curatoren uit te nodigen om kennis te nemen van de keur aan regionale beeldende kunstenaars en daarvan mogelijk enkele op te nemen in een tentoonstellingsproject. PARK wil een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een gunstig productie- en vestigingsklimaat voor beeldend kunstenaars uit de regio door deze in contact te brengen met een nationaal en internationaal netwerk.

Per jaar worden er vijf projecten gerealiseerd met waar mogelijk een bijpassend raamprogramma in de vorm van lezingen, kunstenaarsgesprekken, muziek en film.

PARK
Wilhelminapark 53, 5041 ED Tilburg

info@park013.nl
Twitter.com/ParkTilburg
Facebook.com/Park013
Instagram.com/platform_for_visual_arts

Tijdens tentoonstellingen geopend:
vrijdag 13.00 – 17.00 uur
zaterdag 13.00 – 17.00 uur
zondag 13.00 – 17.00 uur
Toegang is gratis

PARK ligt op 10 minuten loopafstand van het Centraal Station Tilburg in de nabijheid van Museum De Pont. Er is beperkt gratis parkeergelegenheid voor de deur.

# new books
visual arts
fleursdumal.nl magazine

More in: #Editors Choice Archiv, - Book News, Architecture, Art & Literature News, Art Criticism, FDM Art Gallery, Linda Arts, Park, Performing arts, Porcelijn, Esther, Porcelijn, Esther, Sculpture, The talk of the town

Ton van Reen: Het diepste blauw (083). Een roman als feuilleton

`Doe de deur achter je dicht en loop maar naar boven’, roept Tijgers moeder, de lieve roodharige heks.

Mels holt de trap op, zijn vingers roffelend langs de spijlen. De deur van Tijgers slaapkamer staat open. Thija is er al. Ze zit op het hoofdeinde naast Tijger, haar arm om zijn hals. Hun ogen zijn gericht op iets wat voor Tijger op het bed ligt, maar Mels kan het niet zien.

Ze hebben hem niet gehoord. Geruisloos gaat Mels achterwaarts de trap af, opent zacht de voordeur en sluipt naar buiten. Met kloppend hart loopt hij naar de Wijer, de handen gebald in zijn broekzakken, alsof hij iemand wil wurgen.

Pas laat komt hij thuis. Het is al donker. Zijn moeder vraagt niets, ze begrijpt altijd alles.
Ze geeft hem thee met een stapel biscuitjes en wacht tot hij tot rust is gekomen.
`Ik heb slecht nieuws’, zegt ze dan. `Wil je het horen. Of is het voor vandaag te veel?’
`Zeg maar.’

`Die zigeunerjongen is gestorven.’
`Hij wilde nog lang niet dood.’ Mels is geschokt. En kwaad. `Het is niet eerlijk.’
`In het leven is niets eerlijk. Wat je graag wilt hebben, krijg je nooit.’

Denkt ze aan zijn vader? Hij vindt het verschrikkelijk dat die twee zo verschillend zijn en bijna nooit met elkaar praten. Zou zijn moeder gelukkiger zijn geweest met een andere man?

Omdat zijn vader er niet is, kan hij wat tegen zijn moeder aanhangen op de bank, op zoek naar troost. Zijn vader wil nooit dat hij zich door haar laat aanhalen. Hij vindt het iets voor moederskindjes.

Die nacht kan hij niet slapen. De hele nacht klinkt er vioolmuziek van heel ver. Woedende muziek. Alsof er wolven naar de maan huilen.

Als het nog donker is, staat hij al op en zoekt op de radio naar verre zenders. Vier uur. Tijd voor nachtraven. De fluitende en joelende tonen die van wie weet waar komen, stemmen hem rustig. Hij weet zeker dat het geheime boodschappen zijn. Misschien zijn er berichten bij uit China. Van de Chinese communisten voor de communisten hier die in het land geheime cellen opzetten, om later, samen met de Chinese legers, de macht te grijpen. Grootvader Rudolf weet zeker dat het ooit zover komt. Hij heeft visioenen van horden grijnzende gele mannetjes die het land onder de voet lopen. Voor elk van hen die sneuvelt komen er tientallen anderen.

Volgens grootvader hebben de Chinezen meer ruimte nodig in de wereld omdat ze met zo veel zijn. `Ze planten zich voort als ratten’, zegt hij. `Alleen maar om de wereld te overheersen. Wij zijn hier al bijna net zover. In het Rood Dorp zijn ook gezinnen met tien of twaalf kinderen. Die leggen rode lopers voor hen uit. Heel Europa zal worden platgewalst door het Gele Gevaar.’ `Is dat net zoiets als de gele verf?’ `Jazeker, mijn jongen, alleen wat erger.’ Maar grootvader Bernhard denkt er precies het tegenovergestelde van. Hij zegt juist dat de Chinezen liever in China blijven en dat China groot genoeg voor hen is. `En als ze dan toch zullen komen, dan zal ik ze vriendelijk ontvangen. In China heb ik alleen maar aardige mensen gezien.’

Mels probeert de code van een zender die een aantal verschillende pieptonen laat horen, te ontcijferen. Drie pieptonen in veel verschillende combinaties. Hij schrijft zijn vingers blauw op een velletje papier, maar alle rijtjes naast elkaar laten geen enkel verband met elkaar zien. Is het een zender die er juist voor bedoeld is om de vijand in de war te brengen? Hij komt er niet eens achter van wie de zender is en uit welk land hij zendt.

Al vroeg staat hij bij Thija aan de deur. Tijger heeft hem voorbij zien komen en volgt hem op de voet.
`Waar was je gisteren?’ vraagt Thija.
`Ik kon niet’, zegt hij. `Heb jij vannacht die viool ook gehoord?’
`Ik heb niets gehoord.’
`Jacob is dood’, zegt Mels. `Het moet zijn vader zijn geweest.’
`We wisten dat hij doodging.’
`We hadden vaker naar hem toe moeten gaan.’
`Stom, om zoiets achteraf te zeggen’, zegt Thija.

Ton van Reen: Het diepste blauw (083)
wordt vervolgd

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, - Het diepste blauw, Archive Q-R, Reen, Ton van

Wilfred Owen poetry: The End

  

The End

After the blast of lightning from the east,
The flourish of loud clouds, the Chariot Throne;
After the drums of time have rolled and ceased,
And by the bronze west long retreat is blown,

Shall Life renew these bodies? Of a truth
All death will he annul, all tears assuage?-
Or fill these void veins full again with youth,
And wash, with an immortal water, Age?

When I do ask white Age he saith not so:
‘My head hangs weighed with snow.’
And when I hearken to the Earth, she saith:

‘My fiery heart shrinks, aching. It is death.
Mine ancient scars shall not be glorified,
Nor my titanic tears, the seas, be dried.’

Wilfred Owen
(1893 – 1918)
The End

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive O-P, Owen, Wilfred, WAR & PEACE

Hugo Ball: Der Henker

 

Der Henker

Ich kugle Dich auf Deiner roten Decke.
Ich bin am Werk: blank wie ein Metzgermeister.
Tische und Bänke stehen wie blitzende Messer
der Syphiliszwerg stochert in Töpfen voll Gallert und Kleister.

Dein Leib ist gekrümmt und blendend und glänzt wie der gelbe Mond
deine Augen sind kleine lüsterne Monde
dein Mund ist geborsten in Wollust und in der Jüdinnen Not
deine Hand eine Schnecke, die in den blutroten Gärten voll Weintrauben und Rosen wohnte.

Hilf, heilige Maria! Dir sprang die Frucht aus dem Leibe
sei gebenedeit! Mir rinnt geiler Brand an den Beinen herunter.
Mein Haar ein Sturm, mein Gehirn ein Zunder
meine Finger zehn gierige Zimmermannsnägel
die schlage ich in der Christenheit Götzenplunder.

Als dein Wehgeschrei dir die Zähne aus den Kiefern sprengte
da brach auch ein Goldprasseln durch die Himmelssparren nieder.
Eine gigantische Hostie gerann und blieb zwischen Rosabergen stehen
ein Hallelujah gurgelte durch Apostel- und Hirtenglieder.

Da tanzten nackichte Männer und Huren in verrückter Ekstase
Heiden, Türken, Kaffern und Muhammedaner zumal
Da stoben die Engel den Erdkreis hinunter
Und brachten auf feurigem Teller die Finsternis und die Qual.
Da war keine Mutterknospe, kein Auge mehr blutunterlaufen und ohne Hoffen
Jede Seele stand für die Kindheit und für das Wunder offen.

Hugo Ball
(1886-1927)
Der Henker

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive A-B, Ball, Hugo, Dada, DADA, Dadaïsme

Monument: Poems New and Selected by Natasha Trethewey

Layering joy and urgent defiance—against physical and cultural erasure, against white supremacy whether intangible or graven in stone—Trethewey’s work gives pedestal and witness to unsung icons.

Monument, Trethewey’s first retrospective, draws together verse that delineates the stories of working class African American women, a mixed-race prostitute, one of the first black Civil War regiments, mestizo and mulatto figures in Casta paintings, Gulf coast victims of Katrina. Through the collection, inlaid and inextricable, winds the poet’s own family history of trauma and loss, resilience and love.

In this setting, each section, each poem drawn from an “opus of classics both elegant and necessary,”* weaves and interlocks with those that come before and those that follow.

As a whole, Monument casts new light on the trauma of our national wounds, our shared history. This is a poet’s remarkable labor to source evidence, persistence, and strength from the past in order to change the very foundation of the vocabulary we use to speak about race, gender, and our collective future.
*Academy of American Poets’ chancellor Marilyn Nelson

Natasha Trethewey, two term U.S. Poet Laureate, Pulitzer Prize winner, and 2017 Heinz Award recipient, has written five collections of poetry and one book of nonfiction. An American Academy of Arts and Sciences fellow, she is currently Board of Trustees professor of English at Northwestern University. She lives in Evanston, Illinois.

Monument: Poems New and Selected
by Natasha Trethewey
Poetry
Houghton Mifflin Harcourt
Format: Hardcover
ISBN-13/EAN: 9781328507846
ISBN-10: 132850784X
Pages: 208
Price: $26.00
November 6, 2018

# new books
Natasha Trethewey
Monument: Poems New and Selected
fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, - Bookstores, Archive S-T, Art & Literature News

Gérard de Nerval: Pensée de Byron – Élégie

Pensée de Byron – Élégie

Par mon amour et ma constance,
J’avais cru fléchir ta rigueur,
Et le souffle de l’espérance
Avait pénétré dans mon coeur ;
Mais le temps, qu’en vain je prolonge,
M’a découvert la vérité,
L’espérance a fui comme un songe…
Et mon amour seul m’est resté!

Il est resté comme un abîme
Entre ma vie et le bonheur,
Comme un mal dont je suis victime,
Comme un poids jeté sur mon coeur!
Pour fuir le piège où je succombe,
Mes efforts seraient superflus;
Car l’homme a le pied dans la tombe,
Quand l’espoir ne le soutient plus.

J’aimais à réveiller la lyre,
Et souvent, plein de doux transports,
J’osais, ému par le délire,
En tirer de tendres accords.
Que de fois, en versant des larmes,
J’ai chanté tes divins attraits !
Mes accents étaient pleins de charmes,
Car c’est toi qui les inspirais.

Ce temps n’est plus, et le délire
Ne vient plus animer ma voix;
Je ne trouve point à ma lyre
Les sons qu’elle avait autrefois.
Dans le chagrin qui me dévore,
Je vois mes beaux jours s’envoler;
Si mon oeil étincelle encore,
C’est qu’une larme va couler!

Brisons la coupe de la vie;
Sa liqueur n’est que du poison;
Elle plaisait à ma folie,
Mais elle enivrait ma raison.
Trop longtemps épris d’un vain songe,
Gloire ! amour ! vous eûtes mon coeur:
O Gloire ! tu n’es qu’un mensonge;
Amour! tu n’es point le bonheur!

Gérard de Nerval
(1808 – 1855)
Pensée de Byron – Élégie
fleursdumal.nl magazine

More in: Archive M-N, Byron, Lord, Nerval, Gérard de

Sibylla SCHWARZ: Ach, Amor, nimb dein schwäres Joch von mir

 

Sibylla Schwarz
Ach, Amor, nimb dein schwäres Joch von mir

Ach, Amor, nimb dein schwäres Joch von mir,
kans müglich seyn, nimb wegk die Liebes Plagen,
dein Joch ist schwer, drümb kan ichs nicht mehr tragen,
du bist zu süß, drümb klag ich über dir.
Nimb wegk die Last, sie unterdruckt mich schier:
was sol ich doch vohn deinen Pillen sagen,
die bitter sind, und doch mir wohl behagen?
Ich steh und geh im Zweiffel für und für:
wo sol ich hin? Im fall ich bin allein
so denck ich nuhr: Ach möcht ich bey Ihr seyn!
bin ich bey Ihr, so steht mir vohr das Scheiden;
liebt sie mich dan, das ich so sehr begehr,
so ist mir doch die Süßigkeit zu schwär;
Ich will den Tod wohl für die Liebe leiden.

Sibylla Schwarz (1621 – 1638)
Gedicht: Ach, Amor, nimb dein schwäres Joch von mir
fleursdumal.nl magazine

More in: Archive S-T, Archive S-T, SIbylla Schwarz

In Her Own Words. The Life and Poetry of Aelia Eudocia by Brian P. Sowers

In Her Own Words: The Life and Poetry of Aelia Eudocia is the first full-length study to examine Eudocia’s writings as a unified whole and to situate them within their wider fifth-century literary, social, and religious contexts.

Responsible for over 3,000 lines of extant poetry, Eudocia is one of the best-preserved ancient female poets. Because she wrote in a literary mode frequently suppressed by proto-orthodox (male) leaders, much of her poetry does not survive, and what does survive remains understudied and underappreciated.

This book represents a detailed investigation into Eudocia’s works: her epigraphic poem in honor of the therapeutic bath at Hammat Gader, her Homeric cento—a poetic paraphrase of the Bible using lines from Homer—and her epic on the fictional magician-turned-Christian, Cyprian of Antioch.

Reading her poetry as a whole and in context, Eudocia emerges as an exceptional author representing three unique late-antique communities: poets interested in preserving and transforming classical literature; Christians whose religious views positioned them outside and against traditional power structures; and women who challenged social, religious, and literary boundaries.

Brian P. Sowers is Assistant Professor of Classics at Brooklyn College, City University of New York.

In Her Own Words
The Life and Poetry of Aelia Eudocia
Brian P. Sowers
Hellenic Studies Series 80
Harvard University Press
Paperback
ISBN 9780674987371
275 pages
€22.50
Publication: January 2019

# new books
Aelia Eudocia
Life and work – poetry
fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, Archive E-F, Archive E-F, Archive S-T, Art & Literature News, CLASSIC POETRY

Ton van Reen: Het diepste blauw (082). Een roman als feuilleton

Mels klopt zijn schouders af, een routinehandeling, altijd bang dat Lizet roos op zijn jas vindt. Ze heeft een hekel aan roos. Vaak borstelt ze de schouders van zijn jas af. Op straat moeten de mensen weten dat ze voor hem zorgt.

Op weg naar huis passeert hij het voormalige huis van Tijger, waarin nu de jongere zus van Tijger woont. Met haar heeft hij nauwelijks contact. Ze groeten elkaar. Soms maken ze een praatje, maar nooit over vroeger. Er zijn voor haar weinig mooie herinneringen overgebleven.

Haar vader die overleden is toen ze net geboren was. Tijger die ze nauwelijks heeft gekend. Haar moeder die gek was geworden van verdriet en zichzelf had opgeknoopt op de zolder, waar haar dochter, nog net geen zestien, haar had gevonden. Misschien dat de dochter zich daarom nooit aan iemand heeft kunnen hechten. Drie keer is ze getrouwd geweest, drie keer zijn de mannen vertrokken.

Hij kijkt altijd weer naar die deur. Nog steeds dezelfde deur, dezelfde vorm, maar in de loop der jaren met vele kleuren verf bestreken, vaak er afgebrand en weer opnieuw geschilderd.

Alle kleuren heeft de deur gehad, passend bij de stemming van de bewoners. Grijs in de jaren van Tijgers jeugd. Paars toen de jongere zus er woonde met een jonge man die aan yoga deed en elke dag op zijn kop voor het raam stond. Groen toen ze er woonde met een langharige man die dag en nacht blokfluit speelde en die haar twee kinderen naliet toen hij vertrok voor een wereldreis waarvan hij nooit was teruggekomen. Rood toen ze met een andere man ging samenwonen. En weer grijs, omdat die man zomaar verdwenen was en haar met een derde kind liet zitten. Al haar kindjes heeft ze rood haar meegegeven, als eerbetoon aan haar moeder.

Ton van Reen: Het diepste blauw (082)
wordt vervolgd

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, - Het diepste blauw, Archive Q-R, Reen, Ton van

Jean Cocteau – Metamorphosis in Den Bosch NL

Jean Cocteau (1889-1963) is een tot de verbeelding sprekend kunstenaar.

Hij uitte zich in bijna alle artistieke media: van poëzie en literatuur, beeldende kunst en vormgeving tot theater en zijn favoriete medium: film.

Maar meer nog dan om zijn werk was Cocteau bekend om zijn opmerkelijke leven. Hij omgaf zich met beroemdheden als Sergei Diaghilev, Edith Piaf, Pablo Picasso en Coco Chanel en raakte geregeld in opspraak vanwege zijn homoseksualiteit en drugsgebruik. Design Museum Den Bosch presenteert de eerste grote overzichtstentoonstelling van Jean Cocteau in Nederland.

Jean Cocteau – Metamorphosis werpt licht op Cocteau’s voortdurende zelftransformatie en zijn zoektocht naar een eigen identiteit. Zoals jonge mensen zich tegenwoordig digitaal een identiteit aanmeten, had Cocteau de gave om zich via diverse media steeds met andere ogen te bezien en te laten zien.

De tentoonstelling Jean Cocteau – Metamorphosis toont vele van deze gezichten, in tekeningen en schilderijen, wandtapijten en affiches, in foto en film. Een veelheid aan artistieke uitingsvormen die Cocteau alle als een zelfportret beschouwde

Al sinds de jaren negentig bevinden zich keramiek en sieraden van Cocteau in de collectie van het Design Museum Den Bosch.

Het werk van Jean Cocteau wijst vooruit naar de multidisciplinaire praktijk van ontwerpers en kunstenaars vvan vandaag. In onze tijd beperken Nederlandse ontwerpers als Bart Hess, Ted Noten en Studio Drift zich al evenmin tot één discipline maar verkennen de grenzen van kunst, design en digitale media.

De overzichtstentoonstelling Jean Cocteau – Metamorphosis bestaat uit meer dan 250 werken.

Vele belangrijke bruiklenen zijn verschaft door het Musée Jean Cocteau collection Séverin Wunderman uit Menton, Frankrijk, het enige aan Cocteau gewijde museum ter wereld, en door de verzameling Kontaxopoulos | Prokopchuk te Brussel, de grootste internationale privéverzameling van het werk van Cocteau.

Daarnaast zijn er bruiklenen van o.m. Collection Cartier, Stedelijk Museum Amsterdam en de Koninklijke Verzamelingen.

Belangrijke werken uit de bruiklenen zijn o.a. het wandkleed Judith et Holoferne uit Menton, het kunstenaarsboek Le Mystère de Jean l’Oiseleur uit Brussel, het zwaard Epée d’Académicien van Collection Cartier en het manuscript-gedicht Hommage à Igor Strawinsky uit de Koninklijke Verzamelingen, door president Mitterrand geschonken aan prins Claus tijdens een staatsbezoek in Parijs.

Documentaire: Nicolas Patrzynski (www.patrzynski.com) heeft een documentaire gemaakt van Jean Cocteau. Het leven en werk van Cocteau vloeien in dit werk prachtig in elkaar over. De documentaire maakt onderdeel uit van de tentoonstelling.

De tentoonstelling wordt mede mogelijk gemaakt door Mondriaan Fonds, Prins Bernhard Cultuurfonds en Turing Foundation.

Te zien van 10 november 2018 t/m 10 maart 2019
Jean Cocteau – Metamorphosis

Design Museum Den Bosch
De Mortel 4
5211 HV Den Bosch

Dinsdag t/m zondag 11 – 17 uur
Maandag gesloten

  # more information Design Museum Den Bosch

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive C-D, Art & Literature News, AUDIO, CINEMA, RADIO & TV, Exhibition Archive, Jean Cocteau, Surrealism, SURREALISM, Surrealisme

Emily Dickinson: I’m Nobody! Who are you?

 

I’m Nobody! Who are you?

I’m Nobody! Who are you?
Are you – Nobody – too?
Then there’s a pair of us!
Don’t tell! they’d advertise – you know!

How dreary – to be – Somebody!
How public – like a Frog –
To tell one’s name – the livelong June –
To an admiring Bog! 

Emily Dickinson
(1830-1886)
I’m Nobody! Who are you?
fleursdumal.nl magazine

More in: Archive C-D, Archive C-D, Dickinson, Emily

Saki: The Romancers (short story)

The Romancers

It was autumn in London, that blessed season between the harshness of winter and the insincerities of summer; a trustful season when one buys bulbs and sees to the registration of one’s vote, believing perpetually in spring and a change of Government.

Morton Crosby sat on a bench in a secluded corner of Hyde Park, lazily enjoying a cigarette and watching the slow grazing promenade of a pair of snow-geese, the male looking rather like an albino edition of the russet-hued female. Out of the corner of his eye Crosby also noted with some interest the hesitating hoverings of a human figure, which had passed and repassed his seat two or three times at shortening intervals, like a wary crow about to alight near some possibly edible morsel. Inevitably the figure came to an anchorage on the bench, within easy talking distance of its original occupant. The uncared-for clothes, the aggressive, grizzled beard, and the furtive, evasive eye of the new-comer bespoke the professional cadger, the man who would undergo hours of humiliating tale-spinning and rebuff rather than adventure on half a day’s decent work.

For a while the new-comer fixed his eyes straight in front of him in a strenuous, unseeing gaze; then his voice broke out with the insinuating inflection of one who has a story to retail well worth any loiterer’s while to listen to.

“It’s a strange world,” he said.

As the statement met with no response he altered it to the form of a question.

“I daresay you’ve found it to be a strange world, mister?”

“As far as I am concerned,” said Crosby, “the strangeness has worn off in the course of thirty-six years.”

“Ah,” said the greybeard, “I could tell you things that you’d hardly believe. Marvellous things that have really happened to me.”

“Nowadays there is no demand for marvellous things that have really happened,” said Crosby discouragingly; “the professional writers of fiction turn these things out so much better. For instance, my neighbours tell me wonderful, incredible things that their Aberdeens and chows and borzois have done; I never listen to them. On the other hand, I have read ‘The Hound of the Baskervilles’ three times.”

The greybeard moved uneasily in his seat; then he opened up new country.

“I take it that you are a professing Christian,” he observed.

“I am a prominent and I think I may say an influential member of the Mussulman community of Eastern Persia,” said Crosby, making an excursion himself into the realms of fiction.

The greybeard was obviously disconcerted at this new check to introductory conversation, but the defeat was only momentary.

“Persia. I should never have taken you for a Persian,” he remarked, with a somewhat aggrieved air.

“I am not,” said Crosby; “my father was an Afghan.”

“An Afghan!” said the other, smitten into bewildered silence for a moment. Then he recovered himself and renewed his attack.

“Afghanistan. Ah! We’ve had some wars with that country; now, I daresay, instead of fighting it we might have learned something from it. A very wealthy country, I believe. No real poverty there.”

He raised his voice on the word “poverty” with a suggestion of intense feeling. Crosby saw the opening and avoided it.

“It possesses, nevertheless, a number of highly talented and ingenious beggars,” he said; “if I had not spoken so disparagingly of marvellous things that have really happened I would tell you the story of Ibrahim and the eleven camel-loads of blotting-paper. Also I have forgotten exactly how it ended.”

“My own life-story is a curious one,” said the stranger, apparently stifling all desire to hear the history of Ibrahim; “I was not always as you see me now.”

“We are supposed to undergo complete change in the course of every seven years,” said Crosby, as an explanation of the foregoing announcement.

“I mean I was not always in such distressing circumstances as I am at present,” pursued the stranger doggedly.

“That sounds rather rude,” said Crosby stiffly, “considering that you are at present talking to a man reputed to be one of the most gifted conversationalists of the Afghan border.”

“I don’t mean in that way,” said the greybeard hastily; “I’ve been very much interested in your conversation. I was alluding to my unfortunate financial situation. You mayn’t hardly believe it, but at the present moment I am absolutely without a farthing. Don’t see any prospect of getting any money, either, for the next few days. I don’t suppose you’ve ever found yourself in such a position,” he added.

“In the town of Yom,” said Crosby, “which is in Southern Afghanistan, and which also happens to be my birthplace, there was a Chinese philosopher who used to say that one of the three chiefest human blessings was to be absolutely without money. I forget what the other two were.”

“Ah, I daresay,” said the stranger, in a tone that betrayed no enthusiasm for the philosopher’s memory; “and did he practise what he preached? That’s the test.”

“He lived happily with very little money or resources,” said Crosby.

“Then I expect he had friends who would help him liberally whenever he was in difficulties, such as I am in at present.”

“In Yom,” said Crosby, “it is not necessary to have friends in order to obtain help. Any citizen of Yom would help a stranger as a matter of course.”

The greybeard was now genuinely interested.

The conversation had at last taken a favourable turn.

“If someone, like me, for instance, who was in undeserved difficulties, asked a citizen of that town you speak of for a small loan to tide over a few days’ impecuniosity — five shillings, or perhaps a rather larger sum — would it be given to him as a matter of course?”

“There would be a certain preliminary,” said Crosby; “one would take him to a wine-shop and treat him to a measure of wine, and then, after a little high-flown conversation, one would put the desired sum in his hand and wish him good-day. It is a roundabout way of performing a simple transaction, but in the East all ways are roundabout.”

The listener’s eyes were glittering.

“Ah,” he exclaimed, with a thin sneer ringing meaningly through his words, “I suppose you’ve given up all those generous customs since you left your town. Don’t practise them now, I expect.”

“No one who has lived in Yom,” said Crosby fervently, “and remembers its green hills covered with apricot and almond trees, and the cold water that rushes down like a caress from the upland snows and dashes under the little wooden bridges, no one who remembers these things and treasures the memory of them would ever give up a single one of its unwritten laws and customs. To me they are as binding as though I still lived in that hallowed home of my youth.”

“Then if I was to ask you for a small loan —” began the greybeard fawningly, edging nearer on the seat and hurriedly wondering how large he might safely make his request, “if I was to ask you for, say —”

“At any other time, certainly,” said Crosby; “in the months of November and December, however, it is absolutely forbidden for anyone of our race to give or receive loans or gifts; in fact, one does not willingly speak of them. It is considered unlucky. We will therefore close this discussion.”

“But it is still October!” exclaimed the adventurer with an eager, angry whine, as Crosby rose from his seat; “wants eight days to the end of the month!”

“The Afghan November began yesterday,” said Crosby severely, and in another moment he was striding across the Park, leaving his recent companion scowling and muttering furiously on the seat.

“I don’t believe a word of his story,” he chattered to himself; “pack of nasty lies from beginning to end. Wish I’d told him so to his face. Calling himself an Afghan!”

The snorts and snarls that escaped from him for the next quarter of an hour went far to support the truth of the old saying that two of a trade never agree.

The Romancers
From ‘Beasts and Super-Beasts’
by Saki (H. H. Munro)
(1870 – 1916)

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive S-T, Saki, Saki, The Art of Reading

« Read more

Thank you for reading FLEURSDUMAL.NL - magazine for art & literature