In this category:

Or see the index

All categories

  1. CINEMA, RADIO & TV
  2. DANCE
  3. DICTIONARY OF IDEAS
  4. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
  5. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, drugs, dead poets
  6. FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
  7. LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence
  8. MONTAIGNE
  9. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
  10. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
  11. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST- photos, texts, videos, street poetry
  12. MUSIC
  13. PRESS & PUBLISHING
  14. REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS
  15. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
  16. STREET POETRY
  17. THEATRE
  18. TOMBEAU DE LA JEUNESSE – early death: writers, poets & artists who died young
  19. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm and others, fairy tales, the art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, the ideal woman
  20. ·




  1. Subscribe to new material:
    RSS     ATOM

Kloos, Willem

· KLOOS: GENIAAL EN TRAGISCH – BEWONDERD EN VERACHT · HET VIERDE FEEST DER POËZIE · Willem Kloos: Ik heb geliefd · Willem Kloos: Wanneer ik dood ben, lief · Hans Hermans photos – Willem Kloos gedicht · Willem Kloos: Elk kloppen van mijn bloed is een gebed · Willem Kloos: 2 gedichten · Willem Kloos: Laat mij nog éénmaal… · Willem Kloos: 3 gedichten · Willem Kloos: Ik denk altoos aan U… · Willem Kloos: Sonnet · Willem Kloos Gedichten

KLOOS: GENIAAL EN TRAGISCH – BEWONDERD EN VERACHT

kloos16Die moet een wereld in zijn boezem dragen

Zaterdag 2 april 2016,

20:30 uur

Pianolamuseum, 

Westerstraat 106, 

Amsterdam

Een theatrale lezing over het leven van Willem Kloos

Simon Mulders toneelstuk over het leven van Willem Kloos en zijn vriendschap met de jonggestorven dichter Jacques Perk gaat integraal gelezen het podium op in een regie van Mirte Eggenkamp. Het stuk speelt in de prachtige ambiance van het Pianola Museum, en wordt muzikaal begeleid door Nederlandse klassieke liederen van sopraan-pianoduo Susanne Winkler en Daan Van de Velde. Een onderdompeling in het Amsterdam van de late 19e eeuw!

Kloos: geniaal en tragisch – bewonderd en veracht
Een verscheurde foto, een bloedspuwing, een klopgeest, scheldsonnetten, een zelfmoordpoging, de grootste practical joke uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis en de strijd om een felbegeerd manuscript. Hoe redde Willem Kloos de gedichten van zijn gestorven vriend Jacques Perk uit de handen van de oude garde? Waardoor verviel dichter en literair beeldenstormer Kloos tot depressie en dronkenschap? Wat dreef Kloos ertoe zijn eigen portret te verscheuren, en waarom plakte een van zijn beste vrienden het weer aan elkaar? Deze en andere vragen worden beantwoord in ‘Die moet een wereld in zijn boezem dragen’ op 2 april.

Spel: Jan Sietsma, Job Rijneveld, Gerben Eilander, Vanessa Diamond, Grimm Van Den Berg, Simon Mulder
Regie: Mirte Eggenkamp
Reserveren: via info@pianola.nl.
Prijs: 12,50 euro/10 euro (korting: Stadspas, 65+, student)
Zie ook www.feestderpoezie.nl onder ‘Tachtigers’.

Foto: John Schenk

fleursdumal.nl magazine

More in: Art & Literature News, Kloos, Willem, THEATRE


HET VIERDE FEEST DER POËZIE

feestdpoezie2014Het 4e Feest der Poëzie – Project Diepenbrock – zondagavond 23 november 2014 – CMA-Zaal, Amsterdam

Menno Wigman ontvangt 1e exemplaar nieuwe editie handgemaakt poëzieperiodiek Avantgaerde met CD
Unieke, toegankelijke avond brengt jonge dichters en musici samen op het podium met gedichten op muziek

Project Diepenbrock
Deze 4e editie van het Feest der Poëzie heet ‘Project Diepenbrock’. Alphons Diepenbrock (1862 tot 1921) was een van de bekendste Nederlandse componisten van zijn tijd. Hij heeft veel gedichten van zijn tijdgenoten, zoals Willem Kloos, Lodewijk van Deyssel en Herman Gorter, getoonzet; deze prachtige liederen worden nu helaas nauwelijks meer uitgevoerd. Het Feest der Poëzie zet de Nederlandse liedtraditie voort door uit muziekbibliotheken het opgraven en uitvoeren van vergeten liederen op teksten van bekende Nederlandse dichters uit de late 19e en begin 20e eeuw.

Dit Feest der Poëzie maakt op een unieke manier de verbinding tussen heden en verleden: verschillende musici en bands hebben gedichten uit de nieuwe, diepenbrock11op het Feest te presenteren editie van handgemaakt poëzieperiodiek Avantgaerde te getoonzet. Deze komen samen met voordrachten door de dichters zelf op een CD die bijgevoegd wordt aan Avantgaerde, en gaan in première op de avond zelf. Daarnaast hebben de musici door Diepenbrock getoonzette gedichten opnieuw op muziek gezet en beleven we die avond ook daarvan de eerste uitvoering.

Programma: Menno Wigman, jonge musici en dichters
Eregast is voormalig stadsdichter van Amsterdam en veelgelauwerde dichter, bloemlezer en essayist Menno Wigman, die eigen gedichten en een vertaling van Rainer Maria Rilke heeft bijgedragen aan de nieuwe Avantgaerde. Hij zal deze en andere gedichten uit eigen werk voordragen.

Muziek neemt tijdens deze editie van het Feest der Poëzie een centrale plaats in. Daarom treden, met nieuwe composities op gedichten uit Avantgaerde en ander eigen werk, op: Susanne Winkler (sopraan) en Daan van de Velde (pianist) met een liedprogramma van de hand van componist Hinse Mutter; chansontrio En Vrac met bekende chansons en eigentijdse theaterliederen; en eclectische rockband Forty Dollar Baby met een bijzondere mengeling van vele instrumenten, klanken en teksten.

Ook de dichters van Avantgaerde Mieke van Zonneveld (winnares Turing Poëzieprijs 2014), Lennard van Rij en Simon Mulder ook voordragen uit hun Tachtigers14bijdrage aan de nieuwe Avantgaerde.
Verder kunt u een presentatie verwachten van Muze Poëzie-app.

De CMA-Zaal: decadent industrieel theater
Dit alles in de CMA-Zaal in Amsterdam-Oost; een oude fabriekshal van de Oostergasfabriek, industriëel erfgoed uit het einde van de negentiende eeuw, omgetoverd tot decadent theater met veel rode gordijnen, rood pluche, donker hout en een brandende haard. Tevens boekverkoop en signering.

Praktische informatie
Datum, tijd: 23 november 2014; zaal open: 19:45; aanvang: 20:15.
Entree: 11 euro/9 euro (kortingstarief: scholier/student/CJP/Stadspas/65+/donateur)
Locatie: CMA-zaal, Paradijsplein 1, Amsterdam (bij station Amsterdam Muiderpoort)

Reserveren is niet noodzakelijk, maar wel gewenst en mogelijk via de website www.feestderpoezie.nl.

wilde12Rondom het Feest der Poëzie: een serie workshops over dicht- en voordrachtskunst

Rondom het Feest der Poëzie kunt u deelnemen aan een serie workshops rondom gedichten lezen, schrijven en voordragen, interessant voor iedereen die zich in de poëzie begeeft of wil begeven: jong dichttalent, gevorderde poëzie-lezers en zeker ook iedereen die voor het eerst wil kennismaken met de dichtkunst.

Locatie: Huis de Pinto, Sint Antoniesbreestraat 69, Amsterdam
Datum/Tijd: zaterdag 15, 22 en 29 november, 14:00 – 16:30 uur
Prijs: 10,- euro (betaling ter plekke)(studenten/65+/CJP/Stadspas: 7,- euro)
Passepartout: 25,- euro (studenten/65+CJP/Stadspas: 16,- euro) (betaling bij 1e workshop)
Inschrijven: info@feestderpoezie.nl
Maximaal 7 deelnemers per workshop.

Jos Versteegen, dichter, liedschrijver en schrijfdocent, geeft een workshop over het schrijven van poëzie naar aanleiding van zijn boek De bliksem in je pen. Muzikaliteit en emoties in je werk brengen en beeldend schrijven zijn enkele van de onderwerpen die aan bod zullen komen op zaterdagmiddag 15 november, 14:00-16:30 uur.

Simon Mulder, dichter, voordrachts-kunstenaar en docent klassieke talen, geeft een workshop voordrachtskunst. Met verschillende benaderingen en technieken leert u uw gedichten en/of die van door u bewonderde dichters over te brengen op uw publiek, op zaterdagmiddag 22 november, 14:00 uur-17:00 uur. De workshop wordt afgesloten met een openbare voordracht in de Leeszaal.

– Wilt u lezend en schrijvend kennismaken met de vormvaste dichtkunst (gedichten met een vast metrum en rijmschema) van Klassieke Oudheid tot nu)? Dan geeft Simon Mulder u een interessante introductie in de ambachtelijke kant van de dichtkunst, waarbij u ook zelf aan de slag gaat, op zaterdagmiddag 29 november, 14:00-16:30 uur

# Meer info website Feest der Poëzie

fleursdumal.nl magazine

More in: Art & Literature News, Gorter, Herman, Kloos, Willem, Literary Events, Lodewijk van Deyssel, THEATRE


Willem Kloos: Ik heb geliefd

W i l l e m   K l o o s

(1859-1938)

 

Ik heb geliefd

Ik heb geliefd met het alinnigst wezen
Van mijne ziel zovele lange jaren
Lang, al wat daar heerlijk hoogschoon gerezen
Naast mij en om mij trok door het stage staren

Van mijn uitdromende ogen naar ’t rondwaren
Van schoonheid om mij, of niet een van dezen
De alenige onvolprezene zou wezen,
Die mijn zou zijn in de ongeboren jaren.

Toen kwaamt gij, enige, en gij waart het, maar,
O, dat de golf, die van mij uit zou breken,
Terug moest slaan op ’t hart mijn, slaand het stom

Juist in die stond, toen gij met trots gebaar
Zeidet: ‘k wil zó. Wee mij, ik kon niet spreken
En gij gingt heen en keert u niet meer om.
 

 kempis poetry magazine

More in: Kloos, Willem


Willem Kloos: Wanneer ik dood ben, lief

W i l l e m   K l o o s

(1859-1938)

 

Wanneer ik dood ben, lief

Wanneer ik dood ben, lief, en iemand zegt,
Dat ik zo niets was, dan zult Gij oprijzen,
Hem op dees allerlaatste bladen wijzen,
En zeggen: "Hij was groot! En die het zegt,

Ben ik, die ‘t weet: want ik, die altijd vecht
Met mensen, om mijns-zelfs wil, die durf eisen
Dat àlles voor mij wijkt, – ik kan ‘t bewijzen:
Heb ik niet zelf hem in zijn graf gelegd?"

Ik geef u geen gelijk, want groter is ‘t
Te stérven voor zijn Ikheid, dan te léven:
‘t Zoet leven lokt méér dan een donkre kist.

Maar Gij komt mij nabij in kracht van pijn
En vreugd, en dus wil ‘k U mijn doodsblad geven:
Mijn grootste glorie zal dees bladzij zijn.


Willem Kloos poetry

kempis poetry magazine

More in: Kloos, Willem


Hans Hermans photos – Willem Kloos gedicht

Willem Kloos

(1859-1938)

 

Van De Zee

Aan Frederik van Eeden


De Zee, de Zee klotst voort in eindelooze deining,
De Zee waarin mijn ziel zichzelf weerspiegeld ziet;
De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,
Zij is een levend Schoon en kent zichzelve niet.

Zij wischt zich zelven af in eeuwige verreining,
En wendt zich altijd om en keert weer waar zij vliedt,
Zij drukt zichzelven uit in duizenderlei lijning
En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend lied.

O, Zee was Ik als Gij in al Uw onbewustheid,
Dan zou ik eerst gehéél en gróót-gelukkig zijn;

Dan had ik eerst geen lust naar menschlijke belustheid
Op menschelijke vreugd en menschelijke pijn;

Dan wás mijn Ziel een Zee, en hare zelfgerustheid,
Zou, wijl Zij grooter is dan Gij, nóg grooter zijn.

 

Hans Hermans Natuurdagboek – maart 2010

Website Hans Hermans fotografie

Willem Kloos poetry

kempis poetry magazine

More in: Hans Hermans Photos, Kloos, Willem


Willem Kloos: Elk kloppen van mijn bloed is een gebed

W i l l e m   K l o o s

(1859-1938)

 

Elk kloppen van mijn bloed is een gebed

Elk kloppen van mijn bloed is een gebed,
Wanneer ‘k de handen samen-vouwend smeke
Om één, Onkenbaar Wezen! – één, één teken
Van U, mijn God, mijn Eénge Heer, Die let

Op elke daad, gedachte of woord, o Het
Aller-aller-onkenbaarst Zijn, die ‘t weke
Bewegen mijner ziel hebt doorgekeken,
Hoe het zich-zelf in zich-zelf steeds verzet, –

O God, mijn God, Gij zijt wel gans-almachtig,
Schoon ‘k niet begrijp hoe ‘t slechte kan op de aard zijn,
Maar Gij zijt God, God-zelf, voor Wie ik, krachtig

Mens, door Uw Wil, deemoedig buig in prachtig
Vernederen mijns-zelfs in diep-vervaard zijn.
O! ‘t echte slechte nimmer kan iets waard zijn.

 

kempis poetry magazine

More in: Kloos, Willem


Willem Kloos: 2 gedichten

W i l l e m   K l o o s

(1859-1938)


Doodgaan

De bomen dorren in het laat seizoen,
En wachten roerloos de nabije winter…
Wat is dat alles stil, doodstil… ik vind er
Mijn eigen leven in, dat heen gaat spoên.

Ach, ‘k had zo graag heel, héél veel willen doen,
Wat Verzen en wat Liefde, — want wie mint er
Te sterven zonder dees? Maar wie ook wint er
Ter wereld iets door klagen of door woên?

Ik ga dan stil, tevreden en gedwee,
En neem geen ding uit al dat Leven mee
Dan dees gedachte, gonzende in mij om:

Men moet niet van het lieve Dood-zijn ijzen:
De dode bloemen komen niet weerom,
Maar IK zal heerlijk in mijn Vers herrijzen



Ik ween om bloemen

in de knop gebroken

Ik ween om bloemen, in de knop gebroken
En vóór de ochtend van haar bloei vergaan,
Ik ween om liefde, die niet is ontloken,
En om mijn harte dat niet werd verstaan:

Gij kwaamt, en ‘k wist — gij zijt weer heen-gegaan…
Ik heb het nauw gezien, geen woord gesproken:
Ik zat weer roerloos, nà die korte waan
In de eeuwge schaduw van mijn smart gedoken:

Zo als een vogel in de stille nacht
Op ééns ontwaakt, omdat de hemel gloeit,
En denkt, ‘t is dag, en heft het kopje en fluit,

Maar éér ‘t zijn vaakrige oogjes gans ontsluit,
Is het weer donker, en slechts droevig vloeit
Door ‘t sluimerend geblaarte een zwakke klacht.

 

Willem Kloos: 2 gedichten

kempis poetry magazine 

More in: Kloos, Willem


Willem Kloos: Laat mij nog éénmaal…

W i l l e m   K l o o s

(1859-1938)


Laat mij nog éénmaal…

Laat mij nog éénmaal, in gedachten, kussen
Die warme lippen, door mijn kus ontbloeid;
Laat mij nog éénmaal aan die boezem sussen
Mijn arme hoofd, waarin de koorts-pijn gloeit.

Laat mij nog eens, klein kindje, rusten tussen
Die armen, waar mijn hart aan was geboeid,
In die zo lieve tijd, toen, zonder blussen,
’t Vereend gelaat door passie werd verschroeid.

Mijn lippen kussen wild, mijn oog staat droef –
Niet waar? gij lief! nu er geen lief meer wezen,
Geen arm zich om mijn hals bewegen zal:

Maar ik heb haast: mijn trekken worden stroef,
Als in de koû des doods, mijn armen vrezen
In beven, hangende op hun laatste val.

kempis poetry magazine 

More in: Archive K-L, Kloos, Willem


Willem Kloos: 3 gedichten

W i l l e m   K l o o s

(1859-1938)


O Dood-zijn, liggend in een kist


O Dood-zijn, liggend in een kist, verterend
Langzaampjes aan, o eeuwig-eenzaam stom
Klein stil gelaat, op ‘t witte kussen, kerend,
Schoon ‘t Liefste u smeken zoude, u nooit meer om.

O, Mensdom, dat niet wil blijven stil lerend
Van Uw-Zelfs innerlijkste Zelf, o dom,
O, dom ja, daar ge u-zelf vernerend, krom,
Moest buigen voor ‘t groot Zijn, dit Al beherend.

‘n Mens-leven is een heel traag sterven gaande
Naar ‘t groot geheim, waarvoor elk wezen beeft,
De dood, een grijns, die goedig steeds blijft slaande,

Omdat de dood weet dat een ziel niet beeft
Voor ‘t hoog-klaar triomfantelijkst Aanstaande,
Daar al wat leeft waarachtig eeuwig leeft.

 

Graf-Paleisje


Ik maak van al de mensjes, die ik liefde,
Beeldjes, die ‘k ópzet in mijn hersenkas, –
Bleek en beweegloos, als gebootst uit was,
Staan ze, – stil doden-huisje van mijn Liefde;

En slag op slag, die dit mijn hart doorkliefde
Is daar gegriffeld, aan de wand, in kras
Bij kras van letters, die geen sterfling las
Dan ik, – vreemd doden-boekje van mijn Liefde:

Maar, midden in, prijkt hoog mijn Hart geheven,
Glorie van doods-kou, met de haat en ‘t lieven
Van ál dode uren, als een urn vol sintelen;

En buiten-op staat in de poort gedreven:
Laat nooit uw oog in andrer oog weertintelen,
Want twee mensen-ogen liegen als twee dieven.

 

Ik zal mooi dood-gaan

Ik zal mooi dood-gaan, als een vlammend vuur,
Dat ééns nog flikkerde in zijn schoonste gloed,
Eer ‘t gans geblust was. Want als enig goed,
Rest mij de schoonheid nog, een korte duur.

Hoe zalig is dat nu, wanneer ik tuur
Naar mijn gedachten in hun brede stoet,
Die álle schoon zijn, en niet één die doet,
Of zij wou vlieden uit Mijn hoog Bestuur.

Wat is dat goed, de grote rust van God,
De heerlijkheid eens kunst’naars, en ‘t geluk
Van mens, verenigd in één ogenblik!

Ik ben nu verder koud voor mijn aards lot:
Der aarde vreugden sterven, maar ik druk
Mij-zelf aan mijne borst, en lach noch snik.


Willem Kloos: 3 gedichten

kempis poetry magazine

More in: Kloos, Willem


Willem Kloos: Ik denk altoos aan U…

Willem Kloos

(1859-1938)

 

Ik denk altoos aan U…

Ik denk altoos aan u, als aan die dromen,
Waarin een ganse lange, zalige nacht,
Een nooit gezien gelaat ons tegenlacht,
Zo onuitspreeklijk lief, dat bij het domen

Des bleke ochtend, nog de tranen stromen
Uit halfgelokene ogen, tot we ons zacht
En zwijgend heffen met de stille klacht,
Dat schone dromen niet weerrommekomen…

Want àlles ligt in eeuwige slaap bevangen,
In de eeuwige nacht, waarop geen morgen daagt –

En héél dit leven is een wondere, bange,
Ontzétbare droom, die eens de nacht weer vaagt –

Maar in die droom een droom, vol licht en zangen,
MIJN droom, zo zoet begroet, zo zacht beklaagd…

 


  kempis poetry magazine

More in: Kloos, Willem


Willem Kloos: Sonnet

W i l l e m   K l o o s

(1859 – 1938)

Sonnet

Ik ben een God in ‘t diepst van mijn gedachten,
En zit in ‘t binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij zelf en ‘t al, naar rijksgeboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten.

En als een heir van donkerwilde machten
Joelt aan mij op en valt terug, gevloôn
Voor ‘t heffen van mijn hand en heldere kroon:
Ik ben een God in ‘t diepst van mijn gedachten.

— En tóch, zo eindloos smacht ik soms om rond
Úw overdierb’re leên den arm te slaan,
En, luid uitsnikkende, met al mijn gloed

En trots en kalme glorie te vergaan
Op úwe lippen in een wilden vloed
Van kussen, waar ‘k niet langer woorden vond.

More in: Archive K-L, Kloos, Willem


Willem Kloos Gedichten

W i l l e m   K l o o s

(1859 – 1938)


Sonnet

Ik ben een God in ‘t diepst van mijn gedachten,
En zit in ‘t binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij zelf en ‘t al, naar rijksgeboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten.

En als een heir van donkerwilde machten
Joelt aan mij op en valt terug, gevloôn
Voor ‘t heffen van mijn hand en heldere kroon:
Ik ben een God in ‘t diepst van mijn gedachten.

— En tóch, zo eindloos smacht ik soms om rond
Úw overdierb’re leên den arm te slaan,
En, luid uitsnikkende, met al mijn gloed

En trots en kalme glorie te vergaan
Op úwe lippen in een wilden vloed
Van kussen, waar ‘k niet langer woorden vond.


Van de Zee
Aan Frederik van Eeden

De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining,
De Zee, waarin mijn Ziel zichzelf weerspiegeld ziet;
De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,
Zij is een levend schoon en kent zichzelve niet.

Zij wist zichzelven af in eeuwige verreining,
En wendt zich altijd òm en keert weer waar zij vliedt,
Zij drukt zichzelven uit in duizenderlij lijning,
En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend lied.

O, Zee was Ik als Gij in àl uw onbewustheid,
Dàn zou ik eerst gehéél en gróót gelukkig zijn;

Dán had ik eerst geen lust naar menselijke belustheid
Op menselijke vreugd en menselijke pijn;

Dan wàs mijn Ziel een Zee, en hare zelfgerustheid
Zou, wijl Zij groter is dan Gij, nóg groter zijn



Avond

Nauw zichtbaar wiegen op een lichten zucht
De witte bloesems in de scheemring — ziet,
Hoe langs mijn venster nog, met ras gerucht,
Een enkele al te late vogel vliedt.

En ver, daar ginds, die zachtgekleurde lucht
Als perlemoer, waar ied’re tint vervliet
In teêrheid… Rust — o, wondervreemd genucht!
Want alles is bij dag zó innig niet.

Alle geluid dat nog van verre sprak,
Verstierf — de wind, de wolken, alles gaat
Al zachter en zachter — álles wordt zo stil…

En ik weet niet, hoe thans dit hart, zo zwak,
Dat al zó moê is, altijd luider slaat,
Altijd maar luider, en niet rusten wil.


Ik ween

Ik ween om bloemen in de knop gebroken
En vóór den uchtend van haar bloei vergaan,
Ik ween om liefde die niet is ontloken,
En om mijn harte dat niet werd verstaan.

Gij kwaamt, en ‘k wist — gij zijt weer heengegaan…
Ik heb het nauw gezien, geen woord gesproken:
Ik zat weer roerloos nà die korten waan
In de eeuwge schaduw van mijn smart gedoken:

Zo als een vogel in den stillen nacht
Op éés ontwaakt, omdat de hemel gloeit,
En denkt, ‘t is dag, en heft het kopje en fluit,

Maar eer ‘t zijn vaakrige oogjes gans ontsluit,
Is het weer donker, en slechts droevig vloeit
Door ‘t sluimerend geblaarte een zwakke klacht.

More in: Kloos, Willem


Thank you for reading FLEURSDUMAL.NL - magazine for art & literature