In this category:

Or see the index

All categories

  1. CINEMA, RADIO & TV
  2. DANCE
  3. DICTIONARY OF IDEAS
  4. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
  5. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, drugs, dead poets
  6. FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
  7. LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence
  8. MONTAIGNE
  9. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
  10. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
  11. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST- photos, texts, videos, street poetry
  12. MUSIC
  13. PRESS & PUBLISHING
  14. REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS
  15. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
  16. STREET POETRY
  17. THEATRE
  18. TOMBEAU DE LA JEUNESSE – early death: writers, poets & artists who died young
  19. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm and others, fairy tales, the art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, the ideal woman
  20. ·




  1. Subscribe to new material:
    RSS     ATOM

Reen, Ton van

«« Previous page · LANDVERBEUREN (70) DOOR TON VAN REEN · LANDVERBEUREN (69) DOOR TON VAN REEN · LANDVERBEUREN (68) DOOR TON VAN REEN · LANDVERBEUREN (67) DOOR TON VAN REEN · LANDVERBEUREN (66) DOOR TON VAN REEN · NIEUWE ROMAN TON VAN REEN: DE VERDWENEN STAD · LANDVERBEUREN (65) DOOR TON VAN REEN · LANDVERBEUREN (64) DOOR TON VAN REEN · LANDVERBEUREN (63) DOOR TON VAN REEN · LANDVERBEUREN (62) DOOR TON VAN REEN · LANDVERBEUREN (61) DOOR TON VAN REEN · LANDVERBEUREN (60) DOOR TON VAN REEN

»» there is more...

LANDVERBEUREN (70) DOOR TON VAN REEN

LANDVERBEUREN130-300x50Jacob Ramesz stond in het deurgat van zijn huis en kauwde brood. Waar had hij dat vandaan gehaald? Was hij door de achtertuintjes de schuur van de bakkerij binnengedrongen? Of had de slagersvrouw hem brood en worst gebracht? Dat deed ze wel vaker als ze wist dat de vlooientemmer en zijn vrouw niets te eten hadden. Altijd in het geniep, omdat de slager zelf er niets over te weten mocht komen. Die zou zijn worsten liever aan de honden voeren dan ze aan Ramesz geven.

Jacob, die anders zelden of nooit uit huis kwam, liep omzichtig een eindje naar het café. Weifelde. Draaide zich om en sloop terug naar zijn deurgat. Hij wilde de kroeg in gaan, was echter bang dat ze hem eruit zouden gooien zo gauw hij een poot binnen zou zetten. Iedereen wist dat hij geen cent had. Jacob verrekte van de dorst, vooral na de smaak van het brood in zijn mond. Hij ergerde zich aan zijn lot, dat hem op zijn ouwe dag niet meer had gelaten dan zijn afgetakelde wijf en een hoop chagrijn. In het donker zag het plein er onwezenlijk uit. Zonder kraaien. Zonder kinderen in de pompbak. Wel nog het verlaten bed van de jongen. De timmerman, die in de kroeg stond te drinken, had vergeten het bed binnen te halen. Hij vond het ook niet meer nodig. De jongen was er toch niet meer en de rest was hem een rotzorg. De man keek zijn ogen scheel op het lijf van de cafémeid. Hij kon zich nog steeds voor zijn hersens slaan, omdat hij vanochtend zo bruut tegen haar was opgetreden. Hij hield zich voor dat hij haar, als hij wat voorzichtiger te werk was gegaan, te pakken had gekregen en pompaf had genaaid. De geuren van het land hielden heel Solde in hun greep. De geluiden van buiten het dorp drongen tot op het plein door. Ver weg het blaffen van wilde honden die langs de bosrand renden. Soms het geheimzinnige lawaai in de sloten. Padden en andere koudbloedige dieren die met hun kwaakstemmen tegen elkaar tekeergingen. Nu de rust zo intens was, leken de mensen wat nader tot elkaar te komen, alsof ze wat intiemer met elkaar werden.

Het halfdonker vervaagde de afstand die er altijd tussen hen was en sleep de scherpe kanten van hun gezichten. Voelbaar was de beslotenheid van mensen die binnen elkaars bereik waren. Die elkaar kenden maar elkaar ook snel konden vergeten. Wie zou er nog aan het kind denken dat eigenlijk pas een paar uur dood was? Dat nu in zijn eentje op het koor van de kerk stond. Verlaten in die grote lege ruimte. Waar om deze tijd niet eens pastoor Joachim Andrade aanwezig was omdat de man, door miswijn beneveld, in de sacristie zijn roes lag uit te slapen. Een jongen, nog een kind weliswaar, maar van was en met dichtgedrukte ogen. En kotsmisselijk van de weeë wierooklucht en de stank van gedoofde kaarsen. Met alleen God in de buurt, wiens adem zo kil was, en de starende blikken van een leger heiligen die er bij het zwakke schijnsel van de godslamp dreigend uitzagen.

Céleste miste de jongen. Ze dacht steeds aan hem terwijl ze bier tapte, jenever schonk en wijnflessen opentrok. Ze handelde automatisch. Zag nog nauwelijks iets van de ogen van de kerels rond de bar die door haar kleren heen leken te kijken, alsof ze allemaal aan haar lijf wilden komen. Hoorde helemaal niets meer van hun stemmen, niets van hun geile taal die steeds indringender werd nu ze er niet meer op reageerde. Ze zag alleen de jongen. Overal. Zijn ogen. Zijn gezicht dat af en toe in de rook aan de bar opdoemde. Hoorde zijn stem door het geroezemoes heen. Zijn wilde gillen toen de in doodsnood verkerende kat op zijn bed sprong om bij hem veiligheid te zoeken. Ze voelde zich steeds vreemder op haar plaats achter de bar. Voor zijn vader, die nu al strontlazarus vanuit zijn vaste hoek naar haar zat te loeren, en ook voor al die andere mannen was de jongen vreemd gebleven. Een klein warhoofd, dat anders was dan de rest. Hoe klein hij ook nog was, lang voor zijn dood was hij al ingedeeld bij de nuttelozen van Solde. De magere vlooientemmer en zijn wijfje. De messpeler Kaffa. De waarzegger Elysee. Een groepje mensen dat door de dorpelingen aan de rand van de samenleving werd geplaatst omdat ze niet binnen hun hokjes pasten. Een beetje vreemd was de jongen geweest omdat hij beter met dieren had kunnen praten dan met mensen. Hij voelde de dieren in hun eigen werkelijkheid aan. Kende hun behoefte aan geborgenheid en vertrouwen.

Ton van Reen: Landverbeuren (70)
wordt vervolgd
fleursdumal.nl magazine

More in: - Landverbeuren, Reen, Ton van


LANDVERBEUREN (69) DOOR TON VAN REEN

LANDVERBEUREN130-300x50Nu het donkerder werd, zag Kaffa dat de loofvuren op de velden helderder oplichtten. Hun schijnsel reikte tot ver over de daken, zodat sommige stukken hemel vaag verlicht leken. Op andere plaatsen moest het donker zelfs voor het licht wijken. Alle kleuren van de dag losten op in vele tinten grijs.

Zelfs de gloed van de geraniums aan de gevels en de klimrozen in de caféhof bleek te zwak tegen het oprukkende grauw. Soms hoorde Kaffa de onverstaanbare vloek van een van de vier oude mannen die stomdronken tussen de struiken lagen, ruikend naar aarde en rottende bladeren. Een enkele maal probeerden ze dichterbij te sluipen, tot tussen de tafels. Dan kwam de kastelein buiten, pakte hen in de kraag en sleepte hen terug tussen de struiken. Hij zou hen het liefst naar huis jagen, omdat hij aan hen toch niets meer kwijt kon. Hij kende ze. Ze waren zo hardleers en eigenwijs als ezels en wilden nooit voor sluitingstijd oprotten. Ze konden trouwens op eigen kracht niet eens thuiskomen. Moesten wachten totdat iemand die huiswaarts ging, zin had om hen mee te nemen. Het kwam vaak voor dat ze de hele nacht in de caféhof lagen. Niemand in het dorp die zich daaraan stoorde. Men was zo gewend geraakt aan het verschijnsel van de vier oude zuiplappen dat geen mens meer op hun gedrag reageerde.

Kaffa zag dat in een van de vertrekken van Chile licht werd opgestoken. Elysee was er dus nog. De waarzegger had zich in zijn kamertje geïnstalleerd en had, liggend in bed, zijn laatste jenever opgezopen. Zo kon hij de pijn verdragen. Hij maakte zich zorgen. De drank was op en geld had hij niet meer. Hij was overgeleverd aan de goedheid van de dorpsbewoners. Als die hem dan maar niet lieten verrekken. Soms kon men tot op het plein zijn krachtige vloeken horen, als een rat over zijn lijf liep, of een horde kakkerlakken tot aan zijn voetzolen oprukte.

Ton van Reen: Landverbeuren (69)
wordt vervolgd
fleursdumal.nl magazine

More in: - Landverbeuren, Reen, Ton van


LANDVERBEUREN (68) DOOR TON VAN REEN

LANDVERBEUREN130Hoofdstuk 10
De schemering viel vroeg in. In deze tijd van het jaar werden de dagen vlug korter. De vogels zochten hun slaapplaatsen op. Duiven streken neer op het wit bescheten houtwerk van de klokkenstoel en onder de uitbouwsels van de toren. Merels doken onder in de struiken rond de caféhof en in de tuintjes achter de huizen. Kauwen zochten hun vaste plekken bij koude schoorstenen. Daarentegen sloeg een enkele uil, die de hele dag slapend in het veilige donker van een schuur had doorgebracht, traag zijn vleugels uit en bereidde zich voor op een nachtelijke strooptocht. Hoorde reeds het ritselen van een horde klein ongedierte in de bouwvallen van Chiles Plaats.

In de beschutting van de schemer waagden de brutaalste ratten zich al buiten hun schuilplaatsen. Ze slopen langs de muren in de richting van de schuren en kelders, waar het eten hen lokte. De buizerd zou hen zo in hun nekvel kunnen grijpen. Tot hun geluk had de roofvogel zich al volgevreten en besteedde hij geen aandacht aan hen. Bovendien treurde het dier om het verdwijnen van de jongen. Boven de pompbak danste een wolk muggen. Soms schoot er een zwaluw doorheen, die een ravage aanrichtte. Onmiddellijk daarna herstelde de wolk zich en danste vrolijk verder.

Het was stil geworden op het plein. De fanatiekste spelers die zich met landverbeuren bezighielden, lieten zich door het donker niet verdrijven, maar het merendeel der mannen zat al in het café. Sommigen speelden biljart. De meesten hielden zich op rond de bar, hangerig, steunend op de ellebogen. Zwijgend bier of jenever drinkend verloren ze geen moment de cafémeid uit het oog. Het zicht op haar wekte dromen op van dingen die voor hen onmogelijk waren. Soms stonden ze gewoontegetrouw op en slenterden naar de pisbak, spuwden in het gorgelende putje en vloekten voor zich heen. Er groeide kort, donkergroen mos tussen de richels van de waterplaats. Het zag kans hier en daar omhoog te kruipen langs de muur. Waar het tot ooghoogte geklommen was, had het kleine, vettige bloemen achtergelaten die zich zelfs niet door pis lieten verdrijven. Soms troffen een paar mannen elkaar bij de pisbak. Ze wisselden wat schunnige opmerkingen over Céleste. Woorden die aan de bar niet gezegd konden worden omdat ze daar ongehoord waren. Over haar tieten, haar kont. Haar hele lijf bespraken die kerels en dan liep hen het water uit de mond. Soms praatten ze nog even over andere dingen die hen samen interesseerden. Maar de meesten waren elkaar zo vreemd, ook al woonden ze hun leven lang in hetzelfde dorp, dat ze elkaar niets toevertrouwden. Nooit veel verder kwamen dan gemeenplaatsen in hun gesprekken en dan weer terugvielen op steeds hetzelfde onderwerp: die meid. Dan lachten ze zo schunnig luid dat zelfs Kaffa, die onder de meidoorn zat, hen nog goed kon horen.

Ton van Reen: Landverbeuren (68)
wordt vervolgd
fleursdumal.nl magazine

More in: - Landverbeuren, Reen, Ton van


LANDVERBEUREN (67) DOOR TON VAN REEN

LANDVERBEUREN130Hij merkte dat zijn linkerhand weer begon te trillen. Hij zou het zekere voor het onzekere kunnen nemen en met zijn rechterhand kunnen gooien, maar hij wilde dat de andere hand in conditie was. Hij mikte. Het mes viel plat in het zand. De mannen mompelden verbaasd. Ze hadden gehoord dat Kaffa vandaag al van Azurri verloren had. Dat had de slager hun in geuren en kleuren verteld. Maar twee keer? Onbegrijpelijk. De laatste jaren was Kaffa niet te verslaan geweest. Nu zagen ze met eigen ogen hoe hij haperde.

De slager lachte. Hij rook de overwinning. Twee keer winnen zou hem zeker de kampioenstitel opleveren. Hij snauwde Kaffa toe dat hij het mes wilde houden als hij zou winnen. Kaffa reageerde niet. Hij wilde zijn mes niet afstaan, maar hij begreep dat hij het toch niet kon houden als de ander het hem zou afnemen. Er zou ruzie volgen. Na de vechtpartij met Elysee had hij daar helemaal geen zin meer in. De slager mikte nauwkeurig en wist weer een stuk land aan het zijne toe te voegen. Ook bij zijn volgende beurt miste Kaffa. Zijn hand trilde heftiger dan ooit. Voor Azurri was het een koud kunstje het spel te beslissen. Met de laatste slag haalde hij al het land binnen dat zijn vijand nog over had. De slager knipte het mes dicht en stak het in zijn zak. Hij keek triomfantelijk rond. Kaffa voelde woede in zich opkomen maar zei niets. Hij beheerste zich. Dit was al het tweede mes dat hij vandaag aan de slager had verspeeld.

Het volk ging terug naar de caféhof. Ze lieten hem alleen. De slager was uitermate vrolijk. Hij had die gek onttroond. Daar moest op gedronken worden. Hij riep naar de meid dat ze een rondje voor het hele café moest laten aanrukken. Kaffa zag dat Jacob Ramesz, die het spel vanaf een afstand had gevolgd, misprijzend zijn hoofd schudde en terugliep naar zijn kot. Jacob begreep er nu helemaal niets meer van. Hoe Kaffa zich had laten inmaken door de slager. Als hij zich niet goed voelde, had hij het spel toch kunnen uitstellen? Dat gebeurde wel vaker. Kaffa leek ondersteboven van de afgelopen dag op het plein. Gemeen van de slager om daar profijt uit te halen. Zo was die man nu eenmaal. Omdat het avond werd, trok Jacob zijn vrouw overeind uit haar stoel, nam haar in zijn armen en droeg haar het huis in. Hij bezweek bijna onder de last, ook al was het mensje zo mager als een lat en licht als een vogel. Nu opoe Ramesz van het plein verdwenen was, achtte de zon de tijd gekomen om zich terug te trekken. Hij liet zich tot ver achter de daken zakken, waardoor het gras op het plein nog donkerder werd en het water in de pompbak zijn schittering verloor. Ook de mensen zagen er nu wat grauwer uit, alsof ze ontdaan waren van het beetje glans dat het leven hun gaf. Een paar mannen kalkten een kruis op de deur van de timmermanswerkplaats. Naar oud gebruik, waardoor iedereen wist dat in dit huis gerouwd werd. Zo werden de duivels en geesten geweerd, voor het geval die het ook op andere bewoners van dit huis begrepen hadden. Het kruis was eigenlijk helemaal niet nodig geweest. De timmerman rouwde niet om zijn zoon. Hij had hem al vergeten. En voor de duivel was hij niet bang. Daar was hij meestal te bezopen voor.

Ton van Reen: Landverbeuren (67)
wordt vervolgd
fleursdumal.nl magazine

More in: - Landverbeuren, Reen, Ton van


LANDVERBEUREN (66) DOOR TON VAN REEN

LANDVERBEUREN130Kaffa hoorde heel goed dat ze over hem praatten terwijl ze bier of jenever dronken. Zoals gewoonlijk verlieten de twee bedelwijfjes als laatsten de kerk en schuifelden over het plein. Ze zagen Kaffa zitten en hielden wat afstand. Hun handen schuierden elkaars kleren, maar het vuil kregen ze er niet af. Het was een haast ziekelijke neiging van hen geworden zich steeds schoon te wrijven, hoewel ze altijd even smoezelig bleven. Ze liepen door de caféhof en bedelden rond de tafeltjes, steeds God lone het u zeggend, hoewel ze maar van weinigen iets kregen. Kaffa lokte de vogels. Tegen hen pratend en hen bezwerend, zodat ze op zijn schouders en op zijn handen kwamen zitten. Ze kwetterden tegen hem, alsof ze hem veel te vertellen hadden. Hij leek hen allemaal te begrijpen, de merel Rosa, de kraai Jessie en de hele zwerm mussen en duiven.

Met zijn ogen volgde hij de mieren die rond een holletje te hoop liepen en onder enorm gedrang in de grond verdwenen. Een spreeuw pikte zo nu en dan in het kluwen, wat de beestjes tot razernij bracht omdat ze zich niet konden verweren. Kaffa haalde het mes uit zijn zak, klikte het open en tekende in één haal een cirkel in het zand tussen zijn voeten. Verdeelde de cirkel in twee gelijke helften en had nu twee landen. Azurri zag dat de gek een spelletje wilde doen. Tegenover al het volk op het plein wilde hij nog eens bevestigd zien dat hij de nieuwe kampioen was. Hij verliet het groepje mannen met wie hij stond te praten, kwam naar Kaffa toe en hurkte tegenover hem neer. Kaffa begreep dat de slager revanche wilde geven. Hij wist nog niet met welke hand hij zou spelen. Hij weifelde. Normaal was zijn linkerhand het sterkst, maar vandaag miste hij alle zekerheid. Hoewel het trillen afgelopen was, had hij niet genoeg vertrouwen in zijn linkerhand.

Als uitgedaagde mocht Kaffa beginnen. In een plotselinge opwelling mikte hij toch met zijn linkerhand. Het mes stak krachtig in het zand en bleef trillend staan, als een zoevende en zich ontspannende veer. Met een vlugge beweging greep Kaffa het mes en sneed in de lengteas van de messnede een stuk van Azurri’s land. Diens koning moest een eind oprotten. Met de punt van zijn mes mikte Kaffa Azurri’s koning in het hem resterende stuk. Bij zijn volgende worp viel zijn mes om. Kaffa was af. Hij wierp het mes hoog in de lucht. De slager ving het behendig op en gooide het zonder aarzelen in het zojuist verspeelde gebied, trok met de punt een rechte lijn vanuit de kerf in het zand, dwars door het gebied van zijn tegenstander. De mannen uit de caféhof kwamen om hen heen staan. Ze volgden het spel met grote aandacht. Kaffa was weer aan de beurt. Hoewel hij gewend was dat veel mensen naar zijn spel kwamen kijken, maakte hun aanwezigheid hem ditmaal zenuwachtig.

Ton van Reen: Landverbeuren (66)
wordt vervolgd
fleursdumal.nl magazine

More in: - Landverbeuren, Reen, Ton van


NIEUWE ROMAN TON VAN REEN: DE VERDWENEN STAD

TVR_Deverdwenenstad_2016DE VERDWENEN STAD van TON VAN REEN is een nieuwe roman over het leven van een advocaat in Roermond. Een man die verdwaald is in de kleine wereld van een provinciestad met corrupte politici en in de tijd achtergebleven priesters van een vermolmde Kerk, die lijdt onder het trommelvuur van de pers die de misdaden door religieuzen aan de kaak stelt.

Timo Wolters, advocaat in Roermond maar woonachtig in Horn, wordt wakker na een nare droom. Hij heeft gedroomd dat hij thuiskomt van het werk en dat zijn huis, zijn vrouw en zijn kinderen verdwenen zijn. Bij navraag bij de buren, blijkt dat ze hem en zijn gezin niet kennen. Maar gelukkig, hij is wakker en alles lijkt gewoon. Terwijl hij zich scheert, overdenkt hij de komende dag. Spanningen op zijn kantoor en in zijn huwelijk noodzaken hem een paar pilletjes Seroxat te nemen.
Hij rijdt naar Roermond, maar halverwege de Hornerweg, met links en rechts de waterplassen van Hatenboer en de Weerd, ziet hij opeens dat de contouren van de stad zijn verdwenen. Hij vermoedt dat het nog iets te maken heeft met zijn droom, een stad kan niet zo maar ineens verdwijnen, zeker niet als hij de contouren weerspiegeld ziet in het water.

DE VERDWENEN STAD is een roman over het leven van een advocaat in een kleine stad, waar iedereen elkaar kent. In zijn jonge jaren droomde hij van een roemrijk leven als advocaat in grote zaken zoals zijn collega’s van kantoor en zijn beroemde confrater Kolkowitz die behartigen. En een carrière in de politiek. In plaats daarvan is hij blijven steken in de ruzies van middenstanders over een vlaggenmast of stoeptegel.
Op deze ochtend vindt hij Roermond niet en verdwaalt hij in een zoektocht naar de stad, maar vooral in de zoektocht naar zichzelf.
Een man die zichzelf verloren is in de kleine wereld van een provinciestad met corrupte politici en in de tijd achtergebleven priesters van een vermolmde Kerk, die lijdt onder het trommelvuur van de pers die de misdaden door religieuzen aan de kaak stelt.

Ton van Reen
De verdwenen stad
ISBN 9789062659111
Uitgeverij In de Knipscheer
2016, paperback, 136 pp.

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, Archive Q-R, Art & Literature News, Reen, Ton van, Ton van Reen


LANDVERBEUREN (65) DOOR TON VAN REEN

LANDVERBEUREN130Vrouw Azurri moest het kind op schoot nemen om het te troosten. De dienst was afgelopen. De kerk liep leeg. De pastoor doofde de kaarsen. Het dode kind bleef alleen achter in de lucht van wierook. Zo zou de jongen daar nog twee lange dagen liggen voordat zijn eigen vader het deksel op de kist zou dichttimmeren. Buiten de kerk was het heel rustig. Een groot deel van het volk dat de dienst had bijgewoond, ging naar huis. En ook de kraaien, die hun plicht hadden gedaan, dropen af. Wat teleurgesteld, omdat ze gehoopt hadden een dikke fooi van de timmerman te krijgen, uit dank voor de aan hem bewezen diensten. Zoals dat gebruikelijk was. De man had de kraaien na de plechtigheid geen blik waardig gekeurd. Had hen misschien niet eens gezien en was rechtstreeks van de kerk naar de kroeg geijld.

Daar zat hij nu tevreden in een hoekje, achter zijn eerste glas jenever. Alleen mannen bleven achter op het plein. En de kinderen Azurri, die in het gras zaten en nadachten over het gebeuren rond de jongen. Lang konden ze niet treurig blijven. Vooral de kleine Irma was weer een en al aandacht voor het hinkelspel dat ze had uitgetekend. Ze wist haar zusjes te overreden met haar mee te doen, zodat hun trieste stemming snel minder werd. In de bomen rond het plein streken vogels neer. Verzadigde beesten die de hele dag op de velden hadden doorgebracht, wurmen pikkend in de open gewoelde grond. Voor hen werden de dagen steeds beter. In de komende weken zouden de boeren hun land omploegen. Nu de oogst grotendeels van het veld was, werd het tijd om de grond klaar te maken voor de inzaai van spurrie en winterkoren. Naarmate de zon zakte, werd het stiller in het dorp. Er werd minder gezegd, maar de stemmen van de kinderen werden helderder, alsof ze minder weerstand ondervonden. Hun stemmen droegen verder dan anders en bereikten Céleste, die achter de tapkast stond en glazen spoelde. Ze dacht aan de jongen en zag aan de gezichten van de haar omringende mensen dat het kind nu al de vergetelheid inging. Dat andere dingen de mannen die in de caféhof of aan de bar zaten bezighielden.

Zoals het weer. De aanhoudende droogte. De slechte staat waarin het biljart verkeerde. Het tekort aan krijt. En de prijs van de jenever die weer omhoog was gegaan. Die verrekte kastelein wilde binnen de kortst mogelijke tijd schatrijk worden. Hij wilde de buit binnen hebben voordat hij zijn dochter verspeelde, want zeker was dat hij haar op een goede of kwade dag kwijt zou zijn. De meid veegde het zink schoon, verving het spoelwater en maakte haar slapen nat. Haar hart leek in haar hersens te bonken. Ze hield het binnen nauwelijks uit, met dat walgelijke gepraat om haar heen. De schuinse blikken van de mannen die steeds naar haar lijf loerden, kon ze vandaag al helemaal niet verdragen. Kaffa zat nog steeds onder de meidoorn. Hij keek naar de mannen die in groepjes in de caféhof zaten en met hun messen speelden. Ze deden spelletjes landverbeuren, zo veel mogelijk met de rug naar de gek toe, omdat die niet mocht zien hoe slecht hun spel was. Daar schaamden ze zich voor. Ze beschouwden hem nog steeds als een groot kampioen.

Ton van Reen: Landverbeuren (65)
wordt vervolgd
fleursdumal.nl magazine

More in: - Landverbeuren, Reen, Ton van


LANDVERBEUREN (64) DOOR TON VAN REEN

LANDVERBEUREN130Geen mens wist waarnaar die jongen nu eigenlijk op weg was. Er werd gezongen. Een lied over dood, bederf en vergankelijkheid die oplosten in de stralende zon van God. God, die daar ergens in Zijn hoge toren zat en iedereen woog naar eigen goeddunken. Zo leerde het de Kerk. Aan deze God kon men enkel ontkomen door Zijn wraak niet op te roepen, onopvallend te zijn en Zijn geboden te respecteren.

Na afloop van de dienst trok het dorpsvolk in een rij langs de kist en wierp een laatste blik op het vergelende gezicht van de jongen. Deels door het wegtrekken van het bloed uit zijn hoofd, deels door het schijnsel van het kaarslicht dat zijn kist omgaf. Hij lag daar deftig te slapen en trok zich geen zier aan van al dat volk rond zijn lijf. De kraaien stonden rond de kist als een macabere garde. Ze jankten zo hard ze maar konden. Was het om aan iedereen te laten zien dat ze uitstekende kraaien waren die men ook bij een volgende gelegenheid zou kunnen inhuren? Wanneer een van de andere dorpelingen aan het definitieve einde met zijn ziel onder de arm de weg naar de hogere sferen zou inslaan, zou hij weer worden bijgestaan door hun bezwerende gekerm. Ook de heiligen die daar in zo’n groot aantal in de kerk verzameld waren, moest het gejammer van de vrouwen opvallen, maar ze hielden hun gipsen en houten koppen dicht. Ze wisten van geen emotie meer. Toch moest de meesten van hen gedurende hun leven een grote mate van arrogantie, waanzinnigheid of zelfkwellerij eigen zijn geweest. Het huilen van de kraaien kwam vooral voort uit de macht der gewoonte. Vooral bedoeld om de rouw van de nabestaanden en de gemeenschap uit te drukken. En om de naasten medeleven te betuigen. In dit trieste geval was dat enkel de timmerman die naast de kist stond, bedrukt en meer ingetogen dan men van hem had verwacht. Trok hij het zich toch aan dat hij zijn jongen zo stil en definitief aan de dood moest overgeven? De mensen gaven hem een hand om hem te condoleren. De kinderen die langs de baar trokken, begrepen niet dat de jongen nooit meer uit de kist zou komen. En dat mooie hemd had hij zeker geleend van de heks Josanna, die zelf ook wel eventjes in de kist zou willen liggen. Als ze alléén in de kerk was geweest, zou ze er zeker in zijn geklommen. De kleine Irma zag nauwelijks verschil tussen deze dode jongen en een mooie slapende pop. Ze danste rond de kist en keerde zo vlug mogelijk terug naar haar bank, waar ze stille spelletjes deed om de tijd te doden. Aan haar zusjes liet ze de mooie dingen zien waarmee de zak van haar jurk vol was. Mooie stenen die de anderen voor één keer vast mochten houden. Glazen marbels die zo mooi en opwindend leken te leven dat de vlam in hun hart eruit leek te springen, zodat Irma het soms uitschreeuwde van opwinding. Waarna de slager haar met een draai om de oren tot rust maande, wat het meisje tot snikken aanzette.

Ton van Reen: Landverbeuren (64)
wordt vervolgd
fleursdumal.nl magazine

More in: - Landverbeuren, Reen, Ton van


LANDVERBEUREN (63) DOOR TON VAN REEN

LANDVERBEUREN130Terwijl de stoet het plein in de breedte overschreed en door de hoofddeur de kerk binnentrok, bleven de oude mannen in de caféhof achter en stootten kruipend tafel en stoelen om. Telkens als er een glas in scherven viel, hadden ze de grootste lol. De kerk slokte de stoet op. De deur werd gesloten, diegenen buiten latend die daar nog waren en die geen betekenis hechtten aan God. Kaffa onder de meidoorn. De vier kaarters die zo dronken waren dat ze beslist niet voor de Almachtige zouden mogen verschijnen ook al stonden ze met één been in het graf.

Opoe Ramesz, die al sinds jaren niet meer in de kerk was geweest, waar ze toch de godganselijke dag tegen aan zat te kijken, gewoon omdat ze nooit verder kwam dan haar stoel. En Jacob, die zijn hele leven te liederlijk was geweest, nooit een kerk vanbinnen had gezien en nu haast van honger door zijn knieën zakte. En het bed stond er nog. Leeg. De kist werd op het koor geplaatst. Klein stond de jongen daar, tussen kaarsen. Zijn gezicht begon al als was te verkleuren. Pastoor Joachim Andrade bewoog zich in een wolk van wierook die door de hele kerk trok en nog feller geurde dan daarbuiten omdat de ramen en deuren gesloten bleven. De lucht trok zo diep in de neus van de kleine Irma Azurri dat ze moest hoesten en tranen in haar ogen kreeg. Het gebeuren op het koor speelde zich af volgens een vast ritueel, waarvan het opgebaarde lichaam het middelpunt was. De gelovigen volgden de handelingen van de pastoor nauwelijks omdat ze meer oog hadden voor de dode jongen. Want ze waren er nog niet zeker van dat hij echt dood zou blijven. Tot hij werkelijk onder de grond zou liggen, konden ze de gekste dingen van hem verwachten. Dat waren ze van hem gewend. Ook de her en der geplaatste heiligen monsterden de jongen. Ze schatten diens deugdzame kwaliteiten, leken daar niet hoog van op te geven, want er veranderde niets in de harde uitdrukking op hun gezichten.

De pastoor bad luid, knielend voor de kist waarin de jongen rustig leek te slapen. Zonder te beseffen dat hij al in de vergetelheid was. Alsof hij alles over zich heen liet gaan met hetzelfde geduld dat hij bij leven had opgebracht om zijn beesten te temmen. Alle heiligen uit de hemel werden aangeroepen. Hun werd gesmeekt de ziel van de jongen bij te staan op zijn tocht naar de poort van het paradijs, waarvan verteld werd dat die zo moeilijk te openen was. Ook de gelukzalige kluizenaar werd aangeroepen om zijn kleine dorpsgenoot te verwelkomen. Wat was die hemel eigenlijk? vroegen de dorpelingen zich af. Was het een tuin vol lusten? Konden de mensen zich daar eindelijk uitleven? Zouden ze daar de dingen kunnen doen die op aarde verboden waren maar die hen toch in het bloed zaten? Zuipen? Of waren ze daar, zoals de pastoor het in zijn gebeden aanhaalde, gelukkig in het aanschouwen en beminnen van God? Was God een mooie hoer die daar voor iedereen in haar hemel te grijp lag? Een mooie meneer die altijd goed weer speelde?

Ton van Reen: Landverbeuren (63)
wordt vervolgd
fleursdumal.nl magazine

More in: - Landverbeuren, Reen, Ton van


LANDVERBEUREN (62) DOOR TON VAN REEN

LANDVERBEUREN130Het volk zou woedend op hem zijn omdat hij hen weer eens te grazen had genomen. Daarna zou men zich net zo weinig goeds van hem herinneren als voorheen. Maar de jongen bleef dood. Van moment op moment werd hij kouder en stijver. Vanuit zijn open kist zag hij niet hoe de gevels van de huizen aan hem voorbij gleden. Niet hoe de buizerd onrustig rond de top van de meidoorn vloog. Hoorde niets van het luide voorbidden van pastoor Joachim Andrade, die met het kruis voor de stoet uit liep. Niets van het bidden van de anderen, tussen wier stemmen die van de kraaien duidelijk te herkennen vielen. Niets van het gerochel van opoe Ramesz toen de stoet haar passeerde, terwijl zij al dat volk tegen de meidoorn omhoog zag lopen, op het kerkdak zag balanceren of ondersteboven aan haar voorbij zag gaan. Nee, niets rook de jongen van de geur van wierook die zo scherp was dat hij zelfs de lucht van het loofvuur verdrong.

Hij bleef stil liggen in zijn kist, stijf en kil. Reageerde niet meer op het snikken van Céleste toen de stoet de kroeg passeerde. De cafémeid liet haar tranen de vrije loop en vluchtte naar het achterhuis. Waar de kastelein bij zijn koffiepot zat en haar meewarig aanstaarde, alsof hij wilde weten of ze wel in staat was om de komende avond de kroeg open te houden. De vier oude mannen, die weer in de caféhof zaten te kaarten, liepen niet mee met de stoet omdat ze niet meer al te best ter been waren. Bovendien waren ze te oud en vooral veel te dronken. Maar ze kenden hun christelijke plichten wel, legden hun kaarten aan de kant en zakten op hun knieën voor de processie. Dat werd verwacht van iedereen die niet meeliep. Zo hoorde men te knielen voor een dode die een goddelijke tik had meegekregen voor de korte tijd dat hij nog boven aarde stond, totdat hij aan de pieren zou worden overgeleverd. Alleen goddelijk vanaf het moment dat hij de geest had gegeven tot aan het tijdstip dat de eerste aardkluiten op zijn kist zouden roffelen. Vol verbazing zagen de oudjes tussen de meelopers in de stoet de slager. Met opgelegde vriendelijkheid had Azurri de timmerman bij de kraag, zo de man dwingend mee te lopen. Blijkbaar had de timmerman geprobeerd onder de plichten van zijn vaderschap uit te komen. De rouwdienst voor zijn jongen liet hem koud. Maar de hand van de slager hield hem dicht bij de kist en ver van de jenever. Van het knielen brachten de vier kaarters niet veel terecht. Ze zaten op handen en voeten op de grond, omdat tafel en stoelen wankel waren en te weinig houvast boden. Toen ze elkaar in deze vreemde houding zagen, barstten ze in lachen uit en riepen `boe boe’ naar de stoet. Allen die meeliepen, zagen met afgrijzen dat de vier oude mannen tegen elkaar blaften en als honden rond de tafel kropen.

Ton van Reen: Landverbeuren (62)
wordt vervolgd
fleursdumal.nl magazine

More in: - Landverbeuren, Reen, Ton van


LANDVERBEUREN (61) DOOR TON VAN REEN

LANDVERBEUREN130De kinderen Azurri hadden nog weinig weet van de dood. Zolang je iemand zag, was hij er immers nog. Toch waren ze bedroefd. Zelfs de kleine heks Josanna leek verslagen en was stil. De meisjes begrepen dat ze iets moesten doen. Ze plukten bloemen in de verwilderde tuin van Chiles Plaats en de weilanden. Hoewel de kraaien de boeketten niet mooi vonden, legden ze de bosjes in de kist, zodat de jongen kwam te rusten in de kleur van wilde bloemen en in kruidengeur. Zo lag hij daar, een kleine dode die veel meer achterliet dan men tijdens zijn leven had kunnen vermoeden.

Pastoor Joachim Andrade, dienaar Gods, die het op één dag nog nooit zo druk had gehad in zijn parochie, kwam naar buiten. In superplie, waarover een zwarte stola, ten teken van rouw. Hij droeg een zwart kruis met daarop een zilveren Christus die hing te trillen omdat zijn spijkers in het door worm aangetaste hout geleidelijk aan loslieten. Met het kruis hoog geheven liep de pastoor naar de kist en begon aan de gebeden voor overledenen. Zo’n kind werd een engel voor Gods troon. Rond het lijk verzamelden zich allen die op het plein waren. En de twee bedelwijfjes waren er weer. Heel bescheiden stonden ze wat achteraf. Na het gebed van de priester hesen mannen de kist op hun schouders en droegen hem rond het plein. Een groot deel van de bevolking van Solde liep er in een stoet achteraan. Mensen die ook niet precies wisten waarom ze achter de kist liepen; het enkel deden uit een vaag besef van traditie. Als de jongen nog geleefd had, zou hij gezien hebben dat er veel belangstelling voor hem was. Zelfs mensen met wie hij tijdens zijn leven nooit contact had gehad of die hem nooit gemogen hadden, liepen nu achter zijn kist. Stel je voor dat de jongen plotseling door een wonder weer levend zou worden! Als hij al dat volk om zich heen zou zien, zou hij in woede ontsteken en vanuit zijn kist tegen hen tekeergaan. En hen bestoken met wat hij grijpen kon, al waren het dan maar bloemen in zijn geval.

Ton van Reen: Landverbeuren (61)
wordt vervolgd
fleursdumal.nl magazine

More in: - Landverbeuren, Reen, Ton van


LANDVERBEUREN (60) DOOR TON VAN REEN

LANDVERBEUREN130Céleste liet haar hoofd op zijn borst zakken, zodat haar haren als een gordijn over zijn gezicht lagen. Zijn hart hoorde ze niet meer, maar zijn lijf was nog warm. Ze sloot zijn ogen. Zo leek de jongen enkel te slapen. Blind van tranen liep ze terug naar de kroeg. Ontmoette Kaffa, die de kat al had begraven en die zijn plaats onder de meidoorn weer opzocht. Hij zag hoe ze huilde en begreep dat het afgelopen was met de jongen. Wilde naar haar toe gaan om haar te troosten, maar hij voelde een vlammende pijn in zijn lijf. Wankelend liep hij naar de meidoorn en greep zich met beide handen aan de boomstam vast. Hij drukte zijn gezicht tegen de schors en huilde.

De tamme buizerd leek te begrijpen wat er gebeurde. Hij vloog laag over het bed en sloeg zenuwachtig met zijn vleugels. De kraaien, die zagen dat de jongen nu echt dood was, vielen rond het bed neer en hieven een hartverscheurend huilen aan dat door merg en been ging. Toch liepen er geen tranen langs hun gezichten. Op het plein leek alles verstard. Er viel een algemene verslagenheid over de dood van de jongen waar te nemen. Terwijl men hem in leven toch nauwelijks had opgemerkt. Het grootste deel van zijn tijd had de jongen buiten het dorp doorgebracht. En nadat hij ziek was geworden, had men hem ook niet meer gezien, omdat hij al die gruwelijke weken alléén in zijn kamertje had doorgebracht. De meeste mensen hadden hem altijd een rotjongen gevonden, maar nu hij gestorven was, kon iedereen zich toch wel iets aardigs van hem herinneren. Nooit had hij beter geleken en was hij zo dicht bij de mensen van Solde als in de eerste uren na zijn dood. Toch zou hij vlug worden vergeten; hij nam geen plaats meer in. De eerste die weer helder dacht, was de timmerman. Hij voelde niets van rouw. Alle gevoelens om een ander waren hem vreemd. Dat hij zijn kind nooit meer zou zien, deerde hem niet. Hij had altijd last van de jongen gehad. Het was een hele opluchting voor hem dat de knaap nu eindelijk dood was. Bijna triomfantelijk kwam hij naar buiten met de lijkkist die hij op voorhand had gemaakt en zette die naast het bed. Keek naar Kaffa omdat hij nog bang voor hem was, maar zag dat hij van de gek niets te duchten had. Kaffa huilde. Ook de kraaien konden niet wachten tot de warmte, die toch leven betekende, uit het lichaam van de jongen was verdwenen. Ze sloegen sprei en lakens terug, kleedden het ontzielde lichaam uit en wasten het. Ze staken het lijk in een mooi gesteven doodshemd dat aan de randen met goudstiksels was afgezet. Mooi als hij was had de jongen in zijn nieuwe jurk wel iets weg van Angela Azurri. De kist werd vanbinnen met een laken bekleed. Daarna werd het lichaam erin gelegd. De handen gevouwen. Het hoofd wat deemoedig opzij. Nu was de jongen pas echt dood.

Ton van Reen: Landverbeuren (60)
wordt vervolgd
fleursdumal.nl magazine

More in: - Landverbeuren, Reen, Ton van


Older Entries »« Newer Entries

Thank you for reading FLEURSDUMAL.NL - magazine for art & literature