In this category:

Or see the index

All categories

  1. CINEMA, RADIO & TV
  2. DANCE
  3. DICTIONARY OF IDEAS
  4. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
  5. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, drugs, dead poets
  6. FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
  7. LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence
  8. MONTAIGNE
  9. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
  10. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
  11. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST- photos, texts, videos, street poetry, 1968
  12. MUSIC
  13. PRESS & PUBLISHING
  14. REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS
  15. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
  16. STREET POETRY
  17. THEATRE
  18. TOMBEAU DE LA JEUNESSE – early death: writers, poets & artists who died young
  19. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm & co, fairy tales, art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, ideal women
  20. WAR & PEACE
  21. ·




  1. Subscribe to new material:
    RSS     ATOM

FICTION & NONFICTION ARCHIVE

· David Alliot: Madame Céline · Ton van Reen: Het diepste blauw (040). Een roman als feuilleton · Ton van Reen: Het diepste blauw (039). Een roman als feuilleton · Ton van Reen: Het diepste blauw (038). Een roman als feuilleton · Fabrice Luchini: Comédie française. Ça a débuté comme ça · Charles Bukowski: The Mathematics of the Breath and the Way. On Writers and Writing · Gertrud Kolmar: Komm · Ton van Reen: Het diepste blauw (037). Een roman als feuilleton · Arthur Hugh Clough: That out of sight is out of mind · Catherine Millet: Aimer Lawrence · William Cartwright: No Platonic Love · Ton van Reen: Het diepste blauw (036). Een roman als feuilleton

»» there is more...

David Alliot: Madame Céline

” Tu es un petit ange de génie et de fidélité. ” Ainsi Céline parlait-il de sa femme, Lucette Almanzor, connue sous le nom de Madame Céline.

De leur rencontre en 1936 dans un studio de danse jusqu’à la mort de l’auteur de Voyage au bout de la nuit en 1961, la danseuse et l’écrivain ne se sont jamais quittés. Toute en grâce et en légèreté, elle a vingt ans de moins que lui. Célèbre, il l’aide pour sa carrière. Elle est dépensière, il est radin, elle est charmante, il est bourru, elle est élégante, il est mal habillé. En 1943, ils se marient, pour le meilleur parfois, comme pour le pire souvent.

L’Occupation à Montmartre, la fuite à Sigmaringen, l’exil au Danemark, elle a tout supporté par amour et fidélité. Quand le couple rentre en France après six années d’exil, avec le chat Bébert, il s’installe dans un pavillon à Meudon où il ouvre un cabinet médical, tandis qu’elle donne des cours de danse.

Grâce à des archives inédites et des témoignages surprenants, David Alliot, spécialiste de Céline, perce le mystère de cette étrange alchimie qui unit ce couple pas tout à fait comme les autres. Gardienne de sa mémoire, elle veillera à la postérité de l’oeuvre de son mari.

Jusqu’à son dernier souffle, Madame Céline recevra chez elle le tout Paris des lettres, admiratif et nostalgique, qui l’écoute raconter ses incroyables souvenirs. Pour la première fois, l’extraordinaire destinée de cette femme aussi discrète que mystérieuse nous est dévoilée.

David Alliot: Spécialiste de Louis-Ferdinand Céline, David Alliot est l’auteur du remarqué D’un Céline l’autre, publié dans la collection « Bouquins » chez Robert Laffont.

David Alliot:
Madame Céline
Genre : Biographie
Parution : 18 janvier 2018
Prix: € 20,90
Nombre de pages : 432
EAN 979-1021020931
ISBN 1021020931
Éditions Tallandier Paris

Biographie Madame Céline
fleursdumal.nl magazine

More in: Archive C-D, Art & Literature News, Louis-Ferdinand Céline


Ton van Reen: Het diepste blauw (040). Een roman als feuilleton

Hij bladert door de mappen met foto’s. In tien mappen heeft hij de foto’s van de molen en de meelfabriek verzameld.

Ook foto’s van de mensen in het dorp, want iedereen werkte bij de fabriek. Een eeuw lang heeft de fabriek het leven in het dorp beheerst.

Elke dag werkt hij een paar uur aan de bijschriften. Het is een hels karwei om de namen op te sporen van vergeten mensen. Hoe verder terug in de tijd, hoe meer het lijkt of de mensen van dag tot dag hebben geleefd. Ze schreven weinig op. De boekhouding van de weduwe Hubben-Houba was niet meer dan een aantekenboekje. De tien werknemers hadden alleen voornamen. Hoe wist de weduwe het onderscheid tussen de drie Jannen en de twee Jozefs?

Vervelend is dat hij in zijn roes weer een map door elkaar gehusseld heeft. Te veel pillen geslikt voor verwijding van de bloedvaten, om meer bloed naar zijn hersenen te sturen. Het gevolg is dat hij alleen maar een vage herinnering aan de voorgaande dagen heeft. Dagen dat hij niet buiten is geweest. Niet eens beneden. Niet is aangekleed. Gelukkig hebben de medicijnen geholpen en is hij weer helder. Hij moet in zijn archief gezocht hebben naar foto’s die er niet zijn. Hij weet het nog vaag.

Soms is hij op zoek naar foto’s van Jacob.

Als hij helder is weet hij dat er geen foto’s van Jacob zijn.

Ton van Reen: Het diepste blauw (040)
wordt vervolgd

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Stories, - Het diepste blauw, Archive Q-R, Reen, Ton van


Ton van Reen: Het diepste blauw (039). Een roman als feuilleton

Al vroeg in de ochtend vertrekt zijn vader in de zwarte Ford naar de boeren, om graan in te kopen voor de meelfabriek.

Zijn werk kost zweet, bloed en tranen. Directeur Frits schrijft zijn vader voor hoeveel hij uit mag geven en daar mag hij geen cent bovenop doen.

`Onderhandelen met boeren over een prijs is bijna onmogelijk’, zegt vader. `Ze willen het onderste uit de kan. De room is voor de boeren en toch voelen ze zich altijd bestolen.’

Wat vader over de boeren vertelt, is precies het tegenovergestelde van wat grootvader Bernhard erover vertelt. Die zegt altijd dat de boeren te weinig krijgen.

Vader zwerft door het hele land. Bijna elke week brengt hij handdoeken mee waarop de namen van de hotels zijn geborduurd. Moeder is daar kwaad over, omdat hij ze pikt, maar hij zegt dat hij erom vraagt en ze krijgt als souvenirs. Ze hebben er een kast vol van, maar moeder gebruikt ze nooit.

Vader is alleen op zondag thuis, maar ook dan heeft hij geen tijd voor Mels. Dan gaat hij naar de hoogmis en daarna kaarten in het café. Daar is dan ook de jonge directeur Frans-Joseph, die een kwade dronk heeft. In het café gaat hij net zo tekeer tegen zijn kaartvrienden als door de week tegen de arbeiders. Niemand durft tegen hem te zeggen dat ze liever zonder hem kaarten. Zeker Mels’ vader niet.

`Rot maar op’, hoeft Frans-Joseph maar te zeggen. `Rot jij maar op.’ Zoals hij dat soms tegen mensen zegt als hun gezicht hem niet aanstaat of hun werk hem niet bevalt. Ze moeten altijd oppassen voor de directeuren.

Het kaarten eindigt meestal met ruzie. Vaak gaat Frans-Joseph met herrie naar huis. Als vader na zo’n kaartpartij thuiskomt, zegt hij geen stom woord en heeft hij hoofdpijn.

Soms zoekt Mels zijn vader op in het café. Dan krijgt hij limonade. Maar daar is het hem niet om te doen. Hij wil hem alleen maar vragen om naar huis te komen, omdat moeder op hem zit te wachten. Vader blijft altijd net zo lang in het café als de directeur en vaak is dat tot aan het avondeten.

Slechts op een enkele zondag, als Frans-Joseph op reis is of gewoon op vakantie, gaan ze met het gezin een stukje rijden. Na het middagdutje van vader. Nooit ver. Vader rijdt niet graag op zondag. Mels vindt die korte ritjes niet erg. Later haalt hij de schade wel in. Dan koopt hij zelf een Ford of een Borgward Isabella. Net zo’n grote zwarte bak als directeur Frits heeft.

Ton van Reen: Het diepste blauw (039)
wordt vervolgd

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Stories, - Het diepste blauw, Archive Q-R, Reen, Ton van


Ton van Reen: Het diepste blauw (038). Een roman als feuilleton

Hij hoort ritselen, boven het plafond. Om muizen stil te krijgen, hoef je alleen maar aan ze te denken. Ze lezen je gedachten. Ze hebben er iets voor in hun hersenen, een zintuig dat hun zegt: pas op voor mensen, mensen zijn moordenaars.

Hij kijkt weer in de spiegel. Het weinige, overgebleven haar. Hij is heel anders dan hoe hij zichzelf zou willen zien. Ouder. Moe. Pafferig. Hij wendt de blik af. Als hij al niet zonder afkeer naar zichzelf kan kijken, hoe kan hij dan van anderen verlangen dat ze hem wél liefdevol tegemoet treden? Waarom is de buitenkant van zijn hoofd zo anders dan wat er in de binnenkant leeft? In zijn hoofd is hij jong, soms een kind en rent hij rond, onvermoeibaar. Vroeger heeft hij zich nooit kunnen voorstellen dat hij zo oud zou worden als zijn vader, laat staan als zijn grootvader. Maar in jaren heeft hij zijn vader allang overleefd. Zijn grootvader Bernhard heeft hij al bijna ingehaald. Zo oud als grootvader Rudolf wil hij niet eens worden. Het was beter geweest dat hij net zo jong was gestorven als zijn vader, dan had hij deze ellendige tijd niet hoeven mee te maken. Wie vroeg sterft, laat een hoop ellende aan zich voorbijgaan. Als zijn vader oud was geworden, zou hij alleen maar ongelukkig zijn geweest.

Ton van Reen: Het diepste blauw (038)
wordt vervolgd

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Stories, - Het diepste blauw, Archive Q-R, Reen, Ton van


Fabrice Luchini: Comédie française. Ça a débuté comme ça

Il nous a fait redécouvrir La Fontaine, Rimbaud et Céline.

Il incarne l’esprit et le panache de la langue française. En prose, en vers et même en verlan, il a donné sa voix à d’immenses auteurs, auxquels il sait faire respirer l’air de notre temps – en racontant la fureur du Misanthrope à l’ère du téléphone portable, ou la sensualité de “La Laitière et le pot au lait” sur l’air d’une publicité pour Dim.

Il a quitté l’école à quatorze ans pour devenir apprenti coiffeur. Il est aujourd’hui l’un de nos plus grands comédiens, célébré pour ses lectures-spectacles, couronné par la Mostra de Venise pour son rôle dans son dernier film, L’Hermine.

Dans son autobiographie, Fabrice Luchini livre le récit d’une vie placée sous le signe de la littérature, à la recherche de la note parfaite.

Fabrice Luchini est né à Paris en 1951. Lancé par Philippe Labro et Éric Rohmer alors qu’il est encore apprenti coiffeur, révélé par le film La Discrète, en 1990, il est l’un des plus grands acteurs français. Il donne depuis plus de vingt ans des spectacles, désormais entrés dans la légende, consacrés aux auteurs qu’il aime. Il a été sacré meilleur acteur à la Mostra de Venise pour son rôle dans L’Hermine de Christian Vincent.  Comédie française est son premier livre.

Fabrice Luchini
Comédie française
Ça a débuté comme ça
Paru le 02/03/2016
Genre: Essais littéraires
256 pages
135 x 210 mm
Broché
ISBN-10: 2081379171
ISBN-13: 978-2081379176
€19,00
Ed. Flammarion

new books
fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Stories, Archive K-L, Art & Literature News, La Fontaine, Jean de, Louis-Ferdinand Céline, Rimbaud, Arthur, THEATRE


Charles Bukowski: The Mathematics of the Breath and the Way. On Writers and Writing

In The Mathematics of the Breath and the Way, Charles Bukowski considers the art of writing, and the art of living as writer.

Bringing together a variety of previously uncollected stories, columns, reviews, introductions, and interviews, Mathematics finds him approaching the dynamics of his chosen profession with cynical aplomb, deflating pretentions and tearing down idols armed with only a typewriter and a bottle of beer.

Beginning with the title piece—a serious manifesto disguised as off-handed remarks en route to the racetrack—Mathematics runs through numerous tales following the author’s adventures at poetry readings, parties, film sets, and bars, and also features an unprecedented gathering of Bukowski’s singular literary criticism.

From classic authors like Hemingway to underground legends like d.a. levy to his own stable of obscure favorites, Bukowski uses each occasion to expound on the larger issues around literary production.

The book closes with a handful of interviews in which he discusses his writing practices and his influences, making Mathematics a perfect guide to the man behind the myth and the disciplined artist behind the boozing brawler.

The method behind the madness, revealing the critical acumen of everyone’s favorite Dirty Old Man.

“Genius could be the ability to say a profound thing in a simple way, or even to say a simple thing in a simpler way.”—Charles Bukowski

Charles Bukowski was born in Andernach, Germany on August 16, 1920, the only child of an American soldier and a German mother. At the age of three, he came with his family to the United States and grew up in Los Angeles. He attended Los Angeles City College from 1939 to 1941, then left school and moved to New York City to become a writer. His lack of publishing success at this time caused him to give up writing in 1946 and spurred a ten-year stint of heavy drinking. After he developed a bleeding ulcer, he decided to take up writing again. He worked a wide range of jobs to support his writing, including dishwasher, truck driver and loader, mail carrier, guard, gas station attendant, stock boy, warehouse worker, shipping clerk, post office clerk, parking lot attendant, Red Cross orderly, and elevator operator. He also worked in a dog biscuit factory, a slaughterhouse, a cake and cookie factory, and he hung posters in New York City subways.

Bukowski published his first story when he was twenty-four and began writing poetry at the age of thirty-five. His first book of poetry was published in 1959; he went on to publish more than forty-five books of poetry and prose, including Pulp (Black Sparrow, 1994), Screams from the Balcony: Selected Letters 1960-1970 (1993), and The Last Night of the Earth Poems (1992), and the following books with City Lights Publishers: Notes of a Dirty Old Man (1981), The Most Beautiful Woman in Town & Other Stories (1983), Tales of Ordinary Madness (1984), Portions from a Wine-Stained Notebook: Uncollected Stories and Essays, 1944-1990 (2008), Absence of the Hero: Uncollected Stories and Essays, Vol. 2: 1946-1992 (2010), More Notes of a Dirty Old Man: The Uncollected Columns (2011), and The Bell Tolls for No One (2015). He died of leukemia in San Pedro on March 9, 1994.

Title: The Mathematics of the Breath and the Way
Subtitle: On Writers and Writing
Author: Charles Bukowski
Introduction by David Stephen Calonne
Edited by David Stephen Calonne
Publisher: City Lights Publishers
Format Paperback
ISBN-10 0872867595
ISBN-13 9780872867598
250 Pages
List Price $16.95
Publication Date 15 May 2018

new books
fleursdumal.nl magazine

More in: - Book News, Archive A-B, Archive A-B, Art & Literature News, Bukowski, Charles, Opium-Eaters


Gertrud Kolmar: Komm

Komm

Du hast meinem Munde die reife Granatfrucht geschenkt,
Des Apfels starken Saft, erzeugende Kerne,
Hast in die Himmelsgründe kristallen wachsender Sterne
Wurzeln des Rebstocks versenkt.

Blau schwellen Trauben: koste.

Siehe, ich bin ein Garten, den du gen Abend erreicht,
Fiebrige Arme an schlanker silberner Pforte zu kühlen,
Im verstummten Geäst Aprikose zu fühlen,
Bin unterm südlichen Hauch, der die Ruhende streicht,

Eine schmale, blasse Wiese.

Erschauerndes Gräsergefilde, lieg ich bereit und bloß;
Mitternachtsglut schloß mir Lippen bebender Winde zu,
Doch die verborgenste Blüte öffnet den purpurnen Schoß:
Du.

Du … komm…

Spüre, ich bin die Frau; meine klugen Finger erfüllen
Milchiges Porzellan mit Gewürzen der Lust,
Gießen zaubrisches Naß. Du spreitest aus Hüllen
Schlagenden Fittich, taumelst an meine Brust,

Sinkst, ein großes, lastendes Glück, in Tiefen.

Sanfter nun trägt dich die Flut, streichelt lässig die Flanken
Wuchtendem Schiffe, das drüben im Hafen war
Mit ragenden Schornsteintürmen, Masten hoher Gedanken;
Fühlst du die Möwe wehn dir durch rauchig wirbelndes
Haar?

Gertrud Kolmar
(1894-1943)
gedicht: Komm

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive K-L, Archive K-L, Kolmar, Gertrud


Ton van Reen: Het diepste blauw (037). Een roman als feuilleton

Thija hinkelt altijd. Ze loopt nooit gewoon.
`Kom je?’ roept ze door de brievenbus.

Mels vliegt de trap af.
Thija zit op het stoepje, haar benen recht vooruit, in haar hand een witte muis.
`Gekregen’, zegt ze. `Witte muizen brengen geluk.’
`Van je vader?’
`Hij was een avond thuis. Hij is weer weg. Vanochtend vroeg al.’
`Nu heb ik hem nog niet gezien.’
`Als hij meer tijd heeft …’
`Hij heeft nooit tijd.’

De muis klimt langs haar jurk omhoog, tot aan haar nek. Hij snuffelt aan de boothals van haar jurk, die veel van haar borst bloot laat. Haar sleutelbeenderen zijn de kapstok waar haar jurk aan hangt.
De muis kruipt onder de jurk.
`Pas op. Hij bijt.’
`Welnee. Hij wil melk.’
`Heksenmelk?’
`Je bent bang, hè, dat ik je betover! Ik wacht nog even. Straks. Dan delen we het snoep dat ik van mijn vader heb gekregen. Ik kan het niet bewaren. Er zitten muizen op zolder. ‘s Nachts komen ze op mijn kamer.’
`Jij bent toch niet bang van muizen. Je hebt er zelf een.’
`Deze is wit. Die is lief, maar grijze muizen zijn eng.’

Ton van Reen: Het diepste blauw (037)
wordt vervolgd

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Stories, - Het diepste blauw, Archive Q-R, Reen, Ton van


Arthur Hugh Clough: That out of sight is out of mind

  

That out of sight is
out of mind

That out of sight is out of mind
Is true of most we leave behind;
It is not, sure, nor can be true,
My own and dearest love, of you.

They were my friends, ’twas sad to part;
Almost a tear began to start;
But yet as things run on they find
That out of sight is out of mind.

For men that will not idlers be
Must lend their hearts to things they see;
And friends who leave them far behind,
Being out of sight are out of mind.

I do not blame; I think that when
The cold and silent see again,
Kind hearts will yet as erst be kind,
‘Twas out of sight was out of mind.

I knew it, when we parted, well,
I knew it, but was loth to tell;
I knew before, what now I find,
That out of sight was out of mind.

That friends, however friends they were,
Still deal with things as things occur,
And that, excepting for the blind,
What’s out of sight is out of mind.

But love is, as they tell us, blind;
So out of sight and out of mind
Need not, nor will, I think, be true,
My own and dearest love, of you.

Arthur Hugh Clough
(1819-1861)
That out of sight is out of mind

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive C-D, Archive C-D, CLASSIC POETRY


Catherine Millet: Aimer Lawrence

“Il fallait bien qu’un jour je croise la route de Lady Chatterley. J’ai fait mieux, je suis tombée amoureuse de celui qui l’imagina, D. H. Lawrence, à cause de sa figure de mauvais coucheur, à cause de l’extraordinaire sensibilité de son “écriture androgyne” dont parlait Anaïs Nin.

Pendant deux ans, je n’ai pas quitté cet amateur des grands espaces qui, lorsqu’il écrivait, ne s’est jamais encombré des barrières du surmoi. J’ai voulu faire redécouvrir cet auteur célèbre qui n’est plus assez lu, contemporain des suffragettes, et qui vécut entouré de femmes libres. Il avait compris qu’au vortex de leur émancipation et de leurs revendications se trouvait le plein accomplissement de leur jouissance sexuelle.”  Catherine Millet.

Catherine Millet
Aimer Lawrence
Paru le 20/09/2017
Genre: Essais littéraires
304 pages
138 x 210 mm
Broché
ISBN-10: 2081372614
ISBN-13: 978-2081372610
€21,00
Editeur : Flammarion
Langue : Français

new books
fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Stories, Archive K-L, Archive M-N, D.H. Lawrence, Erotic literature, Lawrence, D.H.


William Cartwright: No Platonic Love

 

No Platonic Love

Tell me no more of minds embracing minds,
And hearts exchang’d for hearts;
That spirits spirits meet, as winds do winds,
And mix their subt’lest parts;
That two unbodied essences may kiss,
And then like Angels, twist and feel one Bliss.

I was that silly thing that once was wrought
To practise this thin love;
I climb’d from sex to soul, from soul to thought;
But thinking there to move,
Headlong I rolled from thought to soul, and then
From soul I lighted at the sex again.

As some strict down-looked men pretend to fast,
Who yet in closets eat;
So lovers who profess they spririts taste,
Feed yet on grosser meat;
I know they boast they souls to souls convey,
Howe’r they meet, the body is the way.

Come, I will undeceive thee, they that tread
Those vain aerial ways
Are like young heirs and alchemists misled
To waste their wealth and days,
For searching thus to be for ever rich,
They only find a med’cine for the itch.

William Cartwright
(1611-1643)
No Platonic Love

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive C-D, Archive C-D, CLASSIC POETRY


Ton van Reen: Het diepste blauw (036). Een roman als feuilleton

Mels bestudeert zijn gezicht in de spiegel. Altijd heeft hij gezocht naar overeenkomsten met hem en zijn vader en zijn grootvader Rudolf. Maar hij heeft nooit iets van hen in zijn eigen gezicht herkend. Hij heeft de rimpels van iemand die zijn hele leven met veel vragen zit, maar er geen antwoorden op kan vinden.

`Je ontbijt is klaar!’ Hij weet precies hoe Lizet daar staat, onder aan de trap.
`Ik kom.’ Vlug poetst hij zijn tanden en gooit de plaid over zijn benen. Hij rolt naar de deur, maar stopt bij de boekenkast. Even strelen zijn vingers de boeken die hij over China heeft verzameld. Hij heeft ze vaak herlezen. Vooral de oude boeken. Toen China nog een sprookjeswereld was en de Chinezen nog niet met zo veel waren en allemaal verschillend. Vóór de tijd dat ze in die rare pyjamapakken liepen. Nieuwe boeken over China wil hij niet. De nieuwe Chinezen, die hetzelfde proberen te zijn als Amerikanen of Europeanen, laten hem koud.

Hij bladert even door een map. Rangschikt een paar foto’s. Hij moet alles meenemen naar de lezing die hij straks zal geven.
Hij rolt door naar de lift bij de trap en klikt zijn rolstoel vast. Hij kan het ding zelf bedienen. Het is een uitkomst. Voordat de lift werd geïnstalleerd, had hij twee jaar vastgezeten op de bovenverdieping. Hij had het contact met de mensen bijna verloren. Toevallig dat iemand die hij had leren kennen in de verpleegkliniek hem over die lift had geschreven.
Langzaam zakt de lift langs de trap naar beneden en stopt precies voor de twee uitvergrote foto’s van de Wijer aan de wand in het halletje. De Wijer in de zomer, fluisterend tussen bloemtapijten. De Wijer in de winter, glinsterend donkerblauw ijs tussen witte velden. Het diepste blauw. Hij heeft de foto’s zelf genomen en ze op plaatsen gehangen waar vroeger de schilderstukjes van Hubert Graus hingen. Die heeft hij op de zolder gezet. Zelf gemaakt leek altijd beter, al zou hij nu de schilderijen graag weer van de zolder halen. Het waren gedroomde plaatjes. Romantisch. Met meer licht dan er ooit was geweest en in kleuren die feller waren dan in het echt. Ze drukten uit hoe mooi ook Graus de Wijer vond.

Hij rijdt naar de keuken die vol is van het lawaai van de afzuigkap. Sinds ze zelf geen koffie meer drinkt, heeft Lizet een hekel aan de geur.
Ze schenkt een kop in en legt de krant voor hem op tafel. Ze loopt nog steeds in nachtjapon en ochtendjas, ook al weet ze dat hij daar niet van houdt.
`Er was vannacht wat te doen bij de meelfabriek’, zegt ze, over het lawaai van de afzuigkap heen. `Ik heb politie gezien. Er stond groot licht op de silo. Het leek wel film.’
`Ik heb een vliegtuig gehoord.’
`Dieven hebben bouwmateriaal gestolen.’
`Ze bouwen appartementen in de silo’, zegt Mels.
`Wie bedenkt zoiets? Net of het iets moois is.’
`Het is een monument. Het enige opvallende gebouw dat het dorp heeft, naast de watermolen.’
`Het dorp zou mooier zijn zonder dat kreng’, zegt ze. `Straks krijg je nog toeristen. De dieven gaan hun al vooruit.’
`In mijn boek …’
`Hou daar toch mee op. Je schrijft dingen die je niet meent. Je moet aardig blijven voor iedereen. Ook voor de directeuren. Het wordt niks. Het staat vol leugens.’
`Heb je erin gelezen?’
`Je verzwijgt dat jij het was die de mensen hun ontslag moest geven.’
`Dat deed ik niet uit mezelf!’
`Dadelijk, als je die presentatie houdt, zullen ze je er misschien naar vragen. Ik heb het altijd rot gevonden. Die directeuren zitten ver weg. Jij bent er nog. Jou kijken ze erop aan.’
Het doet hem pijn, maar ze heeft gelijk. De jaren dat er gebrek was aan werk, omdat meel uit Amerika werd verkocht onder de kostprijs van het meel van de fabriek, beleefde hij de slechtste momenten uit zijn bestaan. De bazen lieten hem het vuile werk opknappen. Hij moest de mensen op straat zetten, in een tijd dat ook elders weinig werk te vinden was. De arbeiders hadden hem kwalijk genomen dat hij onder één hoedje speelde met de directeuren. Hij had die judasrol moeten weigeren, maar hij was bang geweest voor zijn eigen baan.
Hij eet een snee brood, met jam, heel dun. Geen boter, vanwege zijn buik.
Marjan komt binnen, om hem aan te kleden.

`Ben je klaar?’
`Ik ben net beneden.’
`Ik heb haast.’ Sinds de verpleegster van het Groene Kruis niet meer komt, helpt zijn dochter hem elke ochtend. Voor Lizet is hij te zwaar. Uitkleden kan ze hem wel, maar aankleden niet meer.
Haastig neemt hij een slok van de hete koffie, rolt terug naar de lift en zoemt naar boven.
Marjan heeft zijn kleren al op bed gelegd. Hij doet zijn kamerjas uit. Ze trekt zijn pyjama en bezwete ondergoed uit. Haar koude handen ergeren hem.
`Je ruikt naar pillen.’
`Ik kan het niet helpen dat je die dingen ruikt.’
`Ik zeg niet dat je stinkt.’
`Je zegt het elke dag.’
`Je ruikt naar een apotheek. Ik zeg toch niet dat een apotheek stinkt.’
`In China verkopen ze darmen van apen en vleermuizen als medicijn.’
`Dan lopen ze daar behoorlijk achter.’
Ze wast hem. Routineus doet ze hem schoon ondergoed aan, een overhemd, een wijde trainingsbroek, sokken, pantoffels.
`Jij met je China. Wat weet je over ons?’
`Alles.’
`Laat maar. Je bent net een klein kind, dat is ook altijd alleen met zichzelf bezig. Dat vindt het ook gewoon dat het verzorgd wordt.’ Ze kijkt hem geïrriteerd aan. Elke week verwijt ze hem wel een keer dat hij ondankbaar is, dat hij zich aanstelt, dat hij geen rekening houdt met haar en met haar moeder.
`Ik had vandaag willen uitslapen. Herman is thuis. Maar ik moest eruit voor jou. Is het niet voor de baby, dan is het voor jou.’
Hij moet op zijn tanden bijten. Hij wil niet schreeuwen, maar hij schreeuwt het opeens uit.
`Laat me dan barsten! Duw me maar door het raam naar buiten! Duw me de brug af, dan kun je elke dag uitslapen!’
Ze rolt hem naar de spiegel.
`Schreeuw maar. Kijk naar jezelf. Hoe je eruitziet als je schreeuwt! Zie je die kop!’

Ze loopt de kamer uit. Verslagen blijft hij achter. Te klein om voor zichzelf te kunnen zorgen. Niet groot genoeg om zichzelf in bedwang te houden.
Terwijl hij met nijdige bewegingen zijn haar kamt en zichzelf in de spiegel bekijkt, hoort hij haar naar beneden lopen. Het driftige tikken van haar hakken over de tegels in de keuken. De dichtvallende keukendeur. De slaande voordeur. Haar wegstervende voetstappen op straat. Het lijkt wel of ze rent. Hij blijft ernaar luisteren, tot hij andere passen hoort die dichterbij komen. Een kind loopt hinkelend over het trottoir. Stip, stip, stap. Stip, stip.

Ton van Reen: Het diepste blauw (036)
wordt vervolgd

fleursdumal.nl magazine

More in: - Book Stories, - Het diepste blauw, Archive Q-R, Reen, Ton van


Older Entries »

Thank you for reading FLEURSDUMAL.NL - magazine for art & literature