In this category:

Or see the index

All categories

  1. CINEMA, RADIO & TV
  2. DANCE
  3. DICTIONARY OF IDEAS
  4. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
  5. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, drugs, dead poets
  6. FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
  7. LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence
  8. MONTAIGNE
  9. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
  10. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
  11. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST- photos, texts, videos, street poetry
  12. MUSIC
  13. PRESS & PUBLISHING
  14. REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS
  15. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
  16. STREET POETRY
  17. THEATRE
  18. TOMBEAU DE LA JEUNESSE – early death: writers, poets & artists who died young
  19. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm and others, fairy tales, the art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, the ideal woman
  20. ·




  1. Subscribe to new material:
    RSS     ATOM

Brabantia Nostra

· Pierre L.Th.A. Maréchal: Frans Babylon – herinneringsgewijs · Harriet Laurey: Vlakbij je hart · Literair Podium over Joop Oversteegen en Opwenteling · Harriet Laurey: Uiteindelijk · Anton Eijkens: Vademecum van een liefhebber (03) · Anton Eijkens: Vademecum van een liefhebber (02) · Anton Eijkens: Vademecum van een liefhebber · Over Jan Naaijkens en Anton Eijkens · Walter Breedveld over Mathias Kemp · Walter Breedveld over Anton van Duinkerken · Walter Breedveld over Harrie Kapteijns · Walter Breedveld over Gerard Knuvelder

»» there is more...

Pierre L.Th.A. Maréchal: Frans Babylon – herinneringsgewijs

Volgens Pierre Maréchal was de Brabantse dichter Frans Babylon een zieke poète maudit die zowel de poëzie als de kunst stimuleerde te vernieuwen. Brabant liep sterk achter bij de ontwikkelingen.

Uiteindelijk verwierp hij de traditionele dichtstijlen en schreef hij gedichten op gevoel. Met vrienden vormde hij de Bredero-club en stimuleerde hij kunstenaars om zich verder te ontwikkelen. Babylon bevorderde eveneens de ontwikkeling van openbare kunstexposities voor groot publiek.

Naast Brabant en Amsterdam was Frankrijk een geliefde omgeving. Ondanks zijn bipolaire stoornis en dankzij zijn creativiteit bracht Frans Babylon veel tot stand.

Pierre Maréchal werkte onder meer voor de internationale trekvogel-bescherming. Ruim twintig jaar is hij actief bezig met poëzie. Hij schrijft en organiseert maandelijks diverse podia en optredens. De laatste jaren doet hij dit bij de PoëzieClub Eindhoven en de werkgroep ‘Boekenkast’. Frans Babylon – herinneringsgewijs is typisch zo’n onderwerp. Het is een project over een bekende en tegelijk een minder bekende dichter, wiens daden van betekenis waren voor de ontwikkeling van de poëzie en de kunsten in het zuiden van ons land.

Pierre L.Th.A. Maréchal
Frans Babylon – herinneringsgewijs
Biografie Frans Babylon,
pseudoniem van Franciscus Gerardus Jozef Obers (1924 – 1968)
ISBN: 978-94-0223-720-7
Paperback 12,5 x 20 cm
186 pag. – 2017
€ 19,99

fleursdumal.nl magazine

More in: *Archive Les Poètes Maudits, - Archive Tombeau de la jeunesse, - Book News, Archive A-B, Archive A-B, Art & Literature News, Babylon, Frans, Brabantia Nostra, Frans Babylon


Harriet Laurey: Vlakbij je hart

 

Harriet Laurey

(1924–2004)

Vlakbij je hart

 

Vlakbij je hart moet ik soms denken aan

het droefste liefs, en kan het niet vertellen,

maar uit mijn donker schokt het zich vandaan,

zo driftig en gehaast als waterbellen.

Ik lig het bijna, bijna te verstaan,

met open mond, om het langzaam te spellen.

 

Maar wat ik zeggen kan, is zo gering,

bij ’t onuitsprekelijke vergeleken,

dat ik weer stil word van verwondering.

En als ik zo lang naar je heb gekeken,

dat alle woorden zijn teruggeweken,

weten mijn lippen maar van: lieveling…

 

(uit: Loreley, 1952)

Harriet Laurey poetry

kempis.nl poetry magazine

More in: Archive K-L, Brabantia Nostra


Literair Podium over Joop Oversteegen en Opwenteling

Joop Oversteegen

(Amsterdam 1900 – Eindhoven 1994)

‘Ome Joop’ werd Oversteegen  genoemd door veel dichters. Hij stond altijd voor hen en kunstenaars in het algemeen klaar. Toen hij in 1962 het initiatief namen tot de Schrijvers Associatie Opwenteling ging dat ten koste van zijn eigen spaargeld.

Oversteegen nam het initiatief omdat de Brabantse dichters landelijk nauwelijks tegen het ‘poëtisch geweld’ van de dichters en schrijvers uit de randstad op konden. Met name jonge dichters hadden hier geen schijn van kans. En poëzie was juist van belang voor de ontwikkeling van de vrij denkende mens! Stad en land werd door hem afgelopen om contacten te leggen. De resultaten waren er naar. Uiteindelijk zouden heel wat later bekend geworden dichters en schrijvers bij de Eindhovense Schrijvers Associatie Opwenteling debuteren. Denk bijvoorbeeld aan Frans Kuijpers, Maria van der Steen, Hans Vlek, Silva Ley en Hans van de Waarsenburg. Maar ook de voor de tijd van Opwenteling landelijk bekend staande dichter Frans Babylon werd bij Opwenteling gepubliceerd. In totaal zagen zeker zo’n zeshonderd dichters bij Opwenteling hun poëzie in bundelvorm verschijnen. Allemaal gerealiseerd door vrijwilligers of die in de redacties functioneerden, bij  de PR of er voor zorgden dat het secretariaat functioneerden.

De Schrijvers Associatie Opwenteling had een ideaal en groeide uit tot een landelijke en in België bekende debuutuitgeverij van bloemlezingen en persoonlijke dichtbundels. En dat niet alleen, hoorspelen, korte verhalen kregen eveneens hun plaats.  In de loop der tijd kende ‘Opwenteling’ verschillende voorzitters. Allereerst Oversteegen zelf, die naast de dichtbundels eveneens het literair tijdschrift ‘Manifest’ publiceerde, Ton Veugen die de bekende reeks ‘Naar Morgen’ het licht deed zien. Riet van Gent die de fakkel van hem overnam. Wim van Til, de huidige directeur van het Studie en Documentatiecentrum ‘Poëzie Centrum Nederland’ in Bredevoort en schrijver van diverse dichtbundels zowel bij en buiten Opwenteling. Will van Sebille die na haar voorzitterschap bij Opwenteling actief was als begeleidster van jonge dichters wat leidde tot de bundel ‘Re_cyclus’, de schrijfgroep ‘Het schrijfsterscollectie Eindhoven’ en  een dichtersgroep uit Delft. Zelf bleef ze bezig als dichter, publiceerde een dichtbundel en leverde bijdragen aan verschillende bloemlezingen. Als uitgever bij De Witte Uitgeverij (tussen 2007 en 20012) zette zij de reeks ‘Witte Voeten’ op, waarin ook weer een aantal opwenteling dichters verschijnen.

Latere voorzitters zijn Bernard Kessels en Willem Fonteijn. De dichtbundel ‘’ Dat ik je dan vastleg’ van de Eindhovenaar Chris van Lenteren en Jan Holman onder de redactie van Jack Tinnemans is de laatste uitgegeven bundel van de Stichting  Schrijvers Associatie Opwenteling.

Onlangs maakte Opwenteling een doorstart. Hoewel niet op dezelfde leest geschoeid als zijn illustere voorganger. Daarover meer tijdens het literair Podium ‘Joop Oversteegen en Opwenteling op 28 oktober a.s.

 

De Werkgroep ‘Boekenkast’ III.  Organiseerde eerder een soortgelijk podium over Frans Babylon en Lodewijk van Woensel (Louis Vrijdag).  Doel: Het onder de aandacht brengen van overleden dichters die in de ontwikkeling van de poëzie in Eindhoven en regio van belang zijn geweest. De werkgroep bestaat uit: Willem Adelaar (dichter), Pierre Maréchal (schrijver/dichter) en Peter Thoben (Cultuur- en kunsthistoricus). 

De Popband Beez. Over de bekende verrassende Eindhovense Band Beez valt veel te schrijven. Tijdens het vorige literaire programma van De Werkgroep Boekenkast brachten zij indrukwekkende muziek aan de hand van gedichten van Lodewijk van Woensel (Louis Vrijdag). Deze keer brengen zij muziek  en zang ten gehoor aan de hand van gedichten van Joop Oversteegen. Nadere informatie:  www. beezbeez.nl

De bekende blues zanger en gitarist Ernest van Aaken ontvangt met zijn muziek de gasten van deze middag. Van Aaken is onder andere bekend van zijn deelname aan K& B Literair, NulVeertig©, Poëtement en momenteel ‘Eindhoven uit de kunst’.

Groendomein Wasven.  Bestaat uit: Gasterij in ’t Ven, Tussen de Molens en De Wasvenboerderij met een groene omgeving waarin het niet alleen goed vertoeven is maar waar mens, natuur en milieu belangrijk zijn. In dit kader worden er  educatie-avonden gehouden. Om kennis te maken met het groendomein is het raadzaam om vroeger te komen en eens door het gebied te wandelen. De Wasvenboerderij is geopend van 10 – tot 22. Uur. Gasterij open van Nadere informatie: www.wasven.nl

Literair Podium over Joop Oversteegen en Opwenteling

Waar: Groendomein Wasven, Celebeslaan 30, 5641 AG Eindhoven (stadsdeel Tongelre).

Wanneer: Zondag 28 oktober 2012

Tijd: 14.00 uur- 17.00 uur

Parkeren in de omliggende omgeving nabij bij ’t Hofke bijvoorbeeld

Openbaar vervoer: Bushalte ‘Hofke nabij het oude raadhuis van Tongelre. Bus 55 vanaf Eindhoven Station naar ’t Hofke. Let op de zondagtijden!

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive O-P, Babylon, Frans, Brabantia Nostra, Waarsenburg, Hans van de


Harriet Laurey: Uiteindelijk

Harriet Laurey

(1924–2004)

Uiteindelijk

 

Blijf nu voorgoed in mij gestorven;

want dit is een onschendbaar graf.

Ik heb U eindelijk verworven.

Ik sta U niet meer af.

 

Houd nu voorgoed Uw oog gesloten

over het laatst-gespiegeld beeld,

dat op Uw netvlies ligt gebroken

en niet meer heelt.

 

Mijn aarde streelt U overal.

Mijn diepte vult zich met Uw droom,

– Uw wezen, eindelijk verlost -,

 

die ik eenmaal vertalen zal

in liefde’s teder idioom:

gras, bloemen, vochtig mos.

 

(uit: Triple alliantie, 1951)

Harriet Laurey poetry

kempis.nl poetry magazine

More in: Archive K-L, Brabantia Nostra


Anton Eijkens: Vademecum van een liefhebber (03)

Anton Eijkens

Vademecum van een liefhebber (03)

Gedenkwaardige herbergen


Pastorie Avila di Buia (Italië)

Hoe wisselvallig is het lot

op studieuze reizen.

Soms landt men aan in een woestijn,

soms ook in paradijzen.

 

Nog met de wierook in de neus

loofden wij ‘t goede leven,

ons vrome pelgrims transalpien

zo rijkelijk gegeven.

 

Gezegend zij het druivennat

dat onze dorst kwam lessen,

gezegend zij de Lieve Vrouw,

ons aller patronesse.

 

Gezegend zij Hilaire Belloc

die ons hart zeer verblijdde.

Weet gij nog, beste pastor, wat

wij unisono zeiden?

 

Wherever a catholic sun does shine

there is always laughter and good red wine,

at least I’ve always found it so:

Benedicamus Domino.

 

Hostellerie La Pomme d’Or – Oudenaarde (B)

Toen dit huis nog “Den Gouden Appel” heette,

heeft hier – zegt men – de schone Greet van York

op Vlaamse wijs, maar reeds met mes en vork,

konijn in Oudenaarder bier gegeten.

 

Dankzij de komst van ‘s Zonnekonings Garde

eet nu de burgerman in “La Pomme d’Or”

in een half Vlaams, half Waals aandoend décor

zijn Lapéreau à la Bière d`Audenarde.

 

Au Grand Zinc – Parijs

Voor wie het nog niet mochten weten:

niets is zo eenzaam als Parijs,

wanneer men er alleen moet eten.

 

De blanke oesters smaken grijs,

de vork blijft in de biefstuk steken,

‘t dessert is als antarktisch ijs.

 

Nog vóór de bittere tranen leken,

hoor je van Georges Brassens een lied,

waarbij je hart allicht moet breken:

 

‘Het zachtste vlees haalt het toch niet

bij ‘t vlees van jouw hals, lieve meidje,

waarvan ik weelderig geniet’.

 

Dan, meer dan ooit, geloof me, lijd je

aan eenzaamheid. Het gaat voorbij,

jawel, maar ‘t duurt toch wel een tijdje.

 

Anton Eijkens: Vademecum van een liefhebber (03)

wordt vervolgd

kempis.nl poetry magazine

More in: Brabantia Nostra, Eijkens, Anton


Anton Eijkens: Vademecum van een liefhebber (02)

Anton Eijkens

Vademecum van een liefhebber (02)

 

Gedenkwaardige herbergen

No sir, there is nothing which

has yet been contrived by man

in which so much happiness is produced as in a

good tavern or inn.

Dr. Samuel Johnson

 

Le Doyen – Parijs

Parijs – het jaartal ben ik vergeten –

was toen een Mis waard en nog meer.

Gemeenzaam in een koets gezeten

trotseerden wij het woest verkeer.

 

Goddank, niet ver van de Concorde

aarzelt het paard intelligent.

Bij George Cinq, ver van de horden,

mondt ons de porto excellent.

 

Te lang niet mag men blijven toeven

omwille van het wachtend paard,

dat met zijn hooggeheven hoeven,

‘t ros Pegasus haast evenaart.

 

(Het paard mompelt:)

“Wat dunkt u, messieurs sécretaires

van ginds fraai etablissement,

waarin – sans doute – gij reeds van verre

‘t befaamde Le Doyen herkent?”

 

Hoe zalig door beslagen ruiten

tuurt men naar de Champs Elysées

en gaat men zich decent te buiten

aan een verrukkelijk diner.

 

Parijs – het jaar ben ik vergeten,

maar niet ons broederlijk verkeer –

is altijd nog voor die het weten

een Mis waard – en nog wel wat meer.

 

De Vier Winden – Brugge

Aan ‘t kille Minnewater

was geen begijn te vinden,

dus zochten wij soelaas

in herberg “De Vier Winden”.

Daar liet de slome waard

de rolgordijnen vallen

en schonk ons solemneel

een Triple van Westmalle.

 

Bellevue – Helsinki

Helsinki, waar ik eenzaam dwaal

rond de Uspensky-kathedraal.

Maar zie, het culinair uur U

kondigt zich aan in “Bellevue”.

Een lieve chambre séparée,

men neemt er graag genoegen mee.

Daar eet ik als een late czaar

blinis met room en kaviaar,

een malse biefstuk Nowgorod

en een Armeense kus tot slot.

Goddank, ik kan nu wel weer tegen

de droefheid van de Finse regen.

 

Hotel de la Gare – Sy (B)

In Hotel de la Gare in Sy

geen mooie Muscadet sur lie

maar God zij dank weer allebei

begraven onder moeders sprei.

 

Anton Eijkens: Vademecum van een liefhebber (02)

wordt vervolgd

kempis.nl poetry magazine

More in: Brabantia Nostra, Eijkens, Anton


Anton Eijkens: Vademecum van een liefhebber

Anton Eijkens

Antonius Maria Eijkens (Tilburg, 1920) was reeds in zijn gymnasiumtijd op het St. Odulphulyceum in Tilburg actief als dichter. Hij stond er tevens aan de wieg van het nog altijd bestaande schoolblad PIT. Na zijn eindexamen kwam hij in dienst van Bureau Van Spaendonck, waar hij tot aan zijn pensioen bleef werken, met name als secretaris van diverse werkgeversorganisaties.

Eijkens publiceerde in Brabantia Nostra alvorens redacteur te worden van het culturele gezinsblad Edele Brabant. Samen met Jan Naaijkens schreef hij Kruis en Ploeg, een massaspektakelstuk dat in 1946 opgevoerd werd bij gelegenheid van het 50- jarig bestaan van de NCB. Datzelfde jaar verschenen vier boeken van zijn hand: de verhalenbundel Rond de toren, de sprookjesverzameling De sprookjeshoorn, de gedichtenbundel Een handvol verzen en tenslotte Rijmkroniek van Tilburg, het hart van Brabant. Laatstgenoemde titel betrof een uniek boek dat aangeboden werd aan Jan van de Mortel bij gelegenheid van zijn afscheid als burgemeester van Tilburg. Het boek was geheel gekalligrafeerd en verlucht met tal van illustraties door Kees Mandos, een zwager van Eijkens. In 2004 produceerde drukkerij Gianotten een facsimile uitgave op initiatief van Ed Schilders en Han van Meegeren.

Anton (Toon) Eijkens heeft tal van gelegenheidsgedichten en -liederen geschreven alsook diverse gedenkboeken, waaronder 75 jaar bouwen(1964, met foto’s van Cas Oorthuys) Limburg’s Klei Industrie (1968) en Kroniek van de parochie O.L. Vrouw van Lourdes (Koningshoeven) (1990.

Het is nu voor de tweede keer dat zijn culinaire gedichten te boek zijn gesteld, zij het in zeer bescheiden vorm en op zeer beperkte schaal voor familie en vrienden. Een eerste soortgelijke, maar minder omvangrijke selectie verscheen in 1978 en wel ter gelegenheid van zijn 40-jarig dienstjubileum bij Bureau Van Spaendonck: Keur uit de poëtische kanttekeningen van Toon Eijkens bij feestelijke maaltijden die zijn burologisch leven bij tijd en wijle opfleurden.

Anton Eijkens:

Vademecum van een liefhebber

 

Proloog

 

Verheug u in de wijze woorden

van een geleerd en eerzaam man

die volhield, dat in een droog lichaam

de beste ziel niet leven kan.

 

*

 

Geniet van vlees en vis

van gerstenat en wijn:

wie dwaas aan tafel is,

kan nergens wijs in zijn.

 

*

 

Vriendschap is net als wijn,

die menig jaar volrondt:

hoe ouder hij mag zijn

hoe beter hij ons mondt.

Maar wat geen twijfel lijdt:

ontkurk de fles op tijd.

 

*

 

Aan welvoorziene tafel

staat de zandloper stil,

dus blijve hij er zitten,

die heel lang leven wil.

 

 

Anton Eijkens: Vademecum van een liefhebber (01)

wordt vervolgd

kempis.nl poetry magazine

More in: Archive E-F, Brabantia Nostra, Eijkens, Anton


Over Jan Naaijkens en Anton Eijkens

‘Hier wilde ik begraven worden in het zand’

Over Jan Naaijkens en Anton Eijkens

Door Jef van Kempen

Jan Naaijkens (1919) en Anton Eijkens (1920) zijn al bevriend vanaf het begin van de jaren veertig. Ze werkten samen in de redacties van Brabantia Nostra en Edele Brabant. In die tijd leerden zij Walter Breedveld kennen en een groot aantal andere coryfeeën van de Brabantse letteren.

Jan Naaijkens, vijfentwintig jaar lang organisator van de Groot-Kempische Cultuurdagen, ontmoette Walter Breedveld voor het eerst in 1954 toen diens roman Hexspoor werd bekroond met de literatuurprijs van de gemeente Hilvarenbeek. De auteur was gevraagd was om uit zijn werk voor te lezen en Breedveld deed dat tamelijk goed. “Hij had een nogal mooie, donkere, fluwelige stem. Maar hij wist van geen ophouden. We hadden een kwartier afgesproken, wat vrij lang is om naar een lezing te luisteren, maar Breedveld las maar door. Op een gegeven moment begon Van Duinkerken met zijn ring, quasi speels, op de tafel te tikken. Maar niemand had de moed om in te grijpen. Toen er na een half uur voor een stampvolle zaal eindelijk een eind aan kwam, slaakte iedereen een zucht van verlichting. Dat vond ik toch wel typisch voor Breedveld, die ging altijd door. Ik denk dat hij ook zo schreef”.

Frans Babylon heeft nog regelmatig bij Anton Eijkens op zolder gelogeerd. “Hij was een beetje de Poèt Maudit en omdat ik in die tijd veel Verlaine en Rimbaud las, konden we daar heerlijk over praten.” Hij erkent dat Frans Babylon, ondanks zijn zwakheden, iemand was waar je graag mee had te doen. Als Anton Eijkens moest gaan werken, zei Babylon: “Ga jij maar, ik kom mijn dag wel door. Hij ging dan overal buurten onder het genot van een fles wijn.” Als Eijkens ‘s avonds thuis kwam zat Babylon op hem te wachten.

Anton Eijkens had een grote bewondering voor Antoon Coolen. “Ik heb ooit intensief contact met hem gehad over de publicatie van een novelle in het boek Land en volk van Brabant, dat verschenen is in 1949. Maar wij konden het niet eens worden over mijn bijdrage. Hij vond een aantal dingen niet waarachtig genoeg en hij probeerde mij er toe te bewegen om die passages te herschrijven. Dat weigerde ik, schrijverstrots van een aankomend auteur, maar ik denk achteraf dat hij volkomen gelijk had.”

Jan Naaijkens leerde Coolen kennen in de eerste jaren van de oorlog. “Antoon Coolen gaf heel veel lezingen over het Brabantse en Nederlandse volkskarakter. Dat deed hij bijzonder goed, vooral in die oorlogsomstandigheden kreeg dat extra gewicht. Toen merkte ik al de merkwaardige discrepantie op tussen de man die De Peel en de mensen van De Peel beschrijft en daarbij hun taalgebruik hanteert en de zeer precieuze, keurig onberispelijk Nederlands sprekende schrijver met zijn bekende lavallière.”

Jan Naaijkens beschouwde Anton van Duinkerken als een soort halfgod. “Ik bewonderde hem om zijn werk en als mens. Als Van Duinkerken in Hilvarenbeek was, sliep hij bij mij thuis. Toen hij een keer de hele dag door had gedronken, zeulde ik met hem over straat en kwamen we langs de toren. Daar stond hij plotseling stil en zei: ‘Hier wil ik begraven worden: in het zand, in het zand, in het zand, niet in dat stinkende veen.”

Gerard Knuvelder was als persoon volkomen anders geaard dan Van Duinkerken. Hij was, net als Coolen, heel formeel. Je hoefde bij hem niet op bezoek te komen als je dat niet had aangekondigd en je werd ontvangen vanachter een bureau. Knuvelder had iets patriarchaals over zich. Als je hem beter leerde kennen, bleek het ook een hartelijke man te kunnen zijn. Op Anton Eijkens en Jan Naaijkens hebben zijn vroege geschriften veel invloed gehad, met name zijn boek Vanuit wingewesten.

Ook Pieter van der Meer de Walcheren maakte indruk op beide auteurs, vooral in de jaren dertig en veertig. Anton Eijkens: “Zoals hij schreef en de gloed van zijn geloofsovertuiging heeft toen op veel jongeren in Brabant indruk gemaakt. Je kreeg iets van die heilige aandrift mee om iets te betekenen als katholiek en als auteur. (…) Ik kijk nog wel eens naar oude foto’s, albums en zo. Maar als ik er een tijdje in zit te bladeren, denk ik bij mezelf, waar ben je nu eigenlijk mee bezig. Ik wordt er niet echt verdrietig van, maar het is wel allemaal heel erg melancholisch voor een zwakke ziel als ik.”

(Eerder gepubliceerd in: Brabants Dagblad- foto jef van kempen)

Jef van Kempen over Jan Naaijkens en Anton Eijkens

fleursdumal.nl magazine

More in: Brabantia Nostra, Eijkens, Anton, Jef van Kempen, Literaire sporen


Walter Breedveld over Mathias Kemp

Waanzin bedreigde zon en maan

Walter Breedveld over Mathias Kemp

Door Jef van Kempen

Walter Breedveld (1901-1977) was lange tijd ongekend populair als schrijver van Brabantse volksboeken. Maar Breedveld deed meer. Zo maakte hij in 1959 en 1960 ruim vijftig portretten van Brabantse kunstenaars voor De Gelderlander. Een korte serie belicht deze andere kant van Breedveld. Vandaag: Mathias Kemp (1890-1964).

Onder de namen van de 52 door Walter Breedveld geportretteerde kunstenaars valt er één in het bijzonder op, die van de dichter, componist, schilder, journalist, bibliothecaris en antiquaar Mathias Kemp. Kemp is de enige niet-Brabander in de reeks. Breedveld zocht hem op in Maastricht. Mathias Kemp was de broer van de ook tegenwoordig nog veel gelezen dichter Pierre Kemp. “De dichters Mathias Kemp en zijn vier jaar oudere broer Pierre, zoons van een Maastrichtse typograaf, hebben de eigenheden van hun merkwaardige stad vanaf hun prille jeugd kunnen observeren, eerst in hun kinderspel, later met de bewuste waarneming van hun scherp verstand en hun kunstzinnige begaafdheid.” Om een indruk te geven van het verschil in dichterschap tussen de twee broers geeft Breedveld van beide een voorbeeld.


Van Pierre:

Een vrouw met witte oren, zwart haar

en wangen haast wijnappels-paar,

danst naar de rode brievenbus,

aldus.

Ik hoor haar grijze hakken slaan

onder de snede van haar kusorgaan,

aldus.

 

En van Mathias:

Er klemde boekweit in de troggen

koolzaad beschimmelde in de sloot;

er waarde een reuk van rotte rogge,

van vochtig puin en roestig schroot.

(…)

Waanzin bedreigde zon en maan…

Wat hoopte een regenboog te troosten

Waar zelfs Gods stem niet werd verstaan!


“Pierre en Mathias zijn in kunstzinnig oogpunt twee geheel verschillende persoonlijkheden waarvan de oudste de zanger is van de vreugden van het leven; Mathias is de cerebrale denker voor wie de ernst van het leven een beslissend criterium is om te kunnen leven.”

Wat Walter Breedveld aanspreekt in het werk van Mathias Kemp is zijn sobere taalgebruik; geen punt, geen komma mag worden verwaarloosd.

Naar aanleiding van een vraag over zijn toneelstuk: Zalig de zachtmoedigen, dat de atoombom als onderwerp heeft, verklaart Mathias Kemp: “Wij mensen vergissen ons het hele leven door. Misschien zijn wij te veel gebonden aan het moment waarin we leven. Wij verfoeien de wreedheid van het doden, ook in de oorlog. Maar ik vraag mij af hoe het de wereld vergaan zou zijn als Hitler het eerst over de atoombom had kunnen beschikken. Mijn hele leven ben ik gespannen geweest op de toekomst: Naarmate ik ouder wordt neemt deze gespannenheid nog toe.”

(Eerder gepubliceerd in: Brabants Dagblad)

Walter Breedveld over Mathias Kemp

fleursdumal.nl magazine

More in: Brabantia Nostra, Jef van Kempen, Walter Breedveld


Walter Breedveld over Anton van Duinkerken

‘Vliegensvlug gaan zijn gedachten’

Walter Breedveld over Anton van Duinkerken

Door Jef van Kempen

Walter Breedveld (1901-1977) was lange tijd ongekend populair als schrijver van Brabantse volksboeken. Maar Breedveld deed meer. Zo maakte hij in 1959 en 1960 ruim vijftig portretten van Brabantse kunstenaars voor De Gelderlander. Een korte serie belicht deze andere kant van Breedveld. Vandaag: Anton van Duinkerken (1903-1968).

 In zijn biografie over Anton van Duinkerken schrijft Michel van der Plas: “Het publiek dat zijn boeken echt las was eerder klein dan groot. Des te ‘bekender’ was hij als gestalte, als vertegenwoordiger van een zuidelijke levensaard, als belijder van een religie, als boegbeeld van een bevolkingsgroep, als vrijwel alom aanvaarde ‘doorbraak’-figuur, als onontkoombare bestuursfunctionaris, als alomtegenwoordige redenaar”.

Anton van Duinkerken was een strijdbare schrijver, dichter en journalist. Hij was een charismatische levensgenieter, die grote indruk heeft gemaakt op zijn tijdgenoten. Ook op Walter Breedveld: “Dan rijst voor ons op de boeiende figuur van de geleerde, de wetenschapsman, de romantische dichter, de diepe denker, die in een schitterend heel duidelijk en zuiver proza leraart, getuigt en belijdt, en soms scherp hekelt. (…) In zijn stem beluisteren wij de hoogleraar, even later de Brabander met zijn gemoedelijkheid en zijn humor. Vliegensvlug gaan zijn gedachten, hij onderbreekt zijn betoog met plotselinge invallen om dan weer moeiteloos naar het onderwerp terug te keren”.

Als medewerker van Roeping en medeoprichter van De Gemeenschap heeft Van Duinkerken een belangrijke bijdrage geleverd aan de doorbraak naar een nieuw katholiek levensbesef.

“Zelfs als hij verder zou zwijgen zal hij de eeuwen ingaan als een der grootsten – misschien de belangrijkste- katholieke emancipators van de twintigste eeuw” schrijft Breedveld. “De meest waardevolle bijdragen tot de letterkunde in meer persoonlijke zin heeft hij gegeven in zijn vaak omvangrijke boekrecensies. (…) Op de achtergrond van zijn recensies stond altijd de persoon van de auteur van het werk, die ongeacht het literaire peil van zijn boek, een soeverein mens is, die gerespecteerd diende te worden”.

In een gesprek met Breedveld maakt Van Duinkerken een opmerkelijke vergelijking tussen de experimentele gedichten van nieuwkomer Lucebert en de experimentele gedichten van Vondel. Veel van Vondels gedichten werden door zijn tijdgenoten ook niet begrepen. Volgens Breedveld is het medeleven van Van Duinkerken met de jongeren van zijn tijd diep en intens: “Hij kent hun innerlijke moeilijkheden en is bezorgd om hen. Toch zullen zij deze atoomtijd, die misschien voorafgaat aan een interplanetaire gemeenschappelijkheid, zèlf moeten bouwen. Want wij zien hun artistieke bouwsels wel; hun woordkunst, hun beeldende kunst; wij horen hun muziek wel en hun ritme, doch we ondergaan het min of meer als outsiders.”

(Eerder gepubliceerd in: Brabants Dagblad)

Walter Breedveld over Anton van Duinkerken

fleursdumal.nl magazine

More in: Brabantia Nostra, Jef van Kempen, Walter Breedveld


Walter Breedveld over Harrie Kapteijns

Walter Breedveld over Harrie Kapteijns

DE KUNST VAN HET DICHTEN

door Jef van Kempen


Walter Breedveld (1901-1977) was lange tijd ongekend populair als schrijver van Brabantse volksboeken. Maar Breedveld deed meer. Zo maakte hij in 1959 en 1960 ruim vijftig portretten van Brabantse kunstenaars voor De Gelderlander. Een korte serie belicht deze andere kant van Breedveld. Vandaag: Harrie Kapteijns (1917-1987).

“De dichter is veel meer individualist dan de romanschrijver, niet in de zin dat hij in een glazen huisje wenst te wonen, afkerig van het normale gemeenschapsleven, doch hij is individualist omdat ieder vers eigenlijk een reflectie is van zijn eigen wezen, geschapen voor zich zelf.”

Zo introduceert Walter Breedveld de letterkundige Harrie Kapteijns. Kapteijns was een dichter, maar een die vooral naam zou maken als essayist.

Hij promoveerde in 1949 met zijn proefschrift Autonome dichters: typen van ‘poètes maudits’ en oogstte veel lof voor zijn in 1964 verschenen studie over het katholieke letterkundige tijdschrift De Gemeenschap. Maar misschien wel zijn belangrijkste publicatie is de in 1951 verschenen becommentarieerde bloemlezing: Hedendaagse Brabantse dichters. Er passeren gevestigde namen de revue van dichters uit de kring van Roeping, De Gemeenschap en Brabantia Nostra, zoals Anton van Duinkerken en Paul Vlemminx. Maar er is ook veel aandacht voor de jonge nieuwe talenten zoals Frans Babylon, Anton Eijkens, Bert Voeten en Harriet Laurey.

Kapteijns neemt in zijn bloemlezing een duidelijke ontwikkeling van de Brabantse dichtkunst onder de jongeren waar. Volgens Kapteijns: “blijken de jonge dichters anders georiënteerd; hun werk is niet expliciet Brabants, al publiceerden ze in Brabantia Nostra, en soms niet expliciet katholiek, al debuteerden of publiceerden ze in Roeping. Bij de artistieke vormgeving van hun liefde, hun problemen, hun levensinzicht steunen ze niet op de waarden van het gewestelijke”.

Acht jaar later, in een gesprek met Walter Breedveld, is Harrie Kapteijns opmerkelijk minder optimistisch. “Er is weinig eigentijds talent in Brabant. (…) Al wat oudere dichters als Anton van Duinkerken, Frank Valkenier en Lucas van Hoek zwijgen. Hebben ze hun tijd gehad? Verstaan zij de dynamiek van onze dagen niet?” Wat de jongeren betreft blijken de verwachtingen te hoog gespannen te zijn geweest: “In tegenstelling tot de westelijke provincies waar nieuw eigentijds talent aanwijsbaar is. De belangrijkste reden zal ongetwijfeld te vinden zijn in de gemoedelijkheid en de traagzaamheid van de Brabantse aard.”

“De gave van het dichterschap is slechts aan weinigen gegeven” merkt Walter Breedveld op. “De kunst van het dichten is onder de kunsten dan ook wel de moeilijkste, de meest persoonlijke en de minst begrijpelijke vorm van artistiek vermogen.” Breedveld roemt daarna Harrie Kapteijns als een van de meest betekenende Brabantse dichters.


Er zijn in mijn leven

enkele onbenutte kansen

als stille open vijvers,

niet met wrangheid toegevroren,

en niet benaderde,

ongeschonden cijfers,

die tot geen getal behoren.

(Brabants Dagblad, 15 november 2001)

Jef van Kempen: De kunst van het dichten.

Walter Breedveld over Harrie Kapteijns


fleursdumal.nl magazine

More in: Brabantia Nostra, Jef van Kempen, Walter Breedveld


Walter Breedveld over Gerard Knuvelder

B O E K E N

m e t   e e n 

H A P P Y   E N D

Walter Breedveld over Gerard Knuvelder

door Jef van Kempen

Walter Breedveld (1901-1977) was lange tijd ongekend populair als schrijver van Brabantse volksboeken. Maar Breedveld deed meer. Zo maakte hij in 1959 en 1960 ruim vijftig portretten van Brabantse kunstenaars voor De Gelderlander. Een korte serie belicht deze andere kant van Breedveld. Vandaag: Gerard Knuvelder (1902-1982).

Als elfjarige schreef Gerard Knuvelder al zijn eerste stukken voor de krant. Hij werd daarin gestimuleerd door zijn vader, een Arnhemse winkelier die zich had opgewerkt tot journalist.

Tijdens zijn studie Nederlands aan de R.K. Leergangen in Tilburg, leerde Knuvelder de bevlogen katholieke literator en onderwijsman Dr. Moller kennen. Het werd een vriendschap voor het leven. Na Moller werd Gerard Knuvelder hoofdredacteur van het tijdschrift Roeping en in die hoedanigheid heeft hij vele jonge katholieke schrijvers de kans gegeven om te publiceren. “Een kalme, doch zeldzaam militante man, vol droge humor, die in de loop der jaren al heel wat beginnende auteurs op het paard heeft geholpen” schreef Walter Breedveld over hem. Een van die beginnende auteurs, vóór de Tweede Wereldoorlog, was Breedveld zelf.

Voor zijn krantenartikel volgde Walter Breedveld in 1960 een gastcollege van Gerard Knuvelder aan de Leergangen over ‘De mens in de moderne roman’. Knuvelder was toen een absolute autoriteit op het gebied van de literatuurgeschiedschrijving. Wie boven de dertig is en op de middelbare school heeft gezeten of Nederlands heeft gestudeerd heeft Knuvelder niet kunnen ontlopen. Van zijn Schets van de geschiedenis der Nederlandse letterkunde zijn 41 drukken verschenen en ook zijn vierdelige Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde heeft decennia lang het literatuuronderwijs beïnvloed. De literatuurgeschiedschrijving in Zuid-Nederland was een eenmanszaak: Gerard Knuvelder.

Tijdens zijn college aan de Leergangen veegde Knuvelder de vloer aan met de jongste generatie (niet-katholieke) schrijvers, in het bijzonder W.F. Hermans en Harry Mulisch.

“Hermans ziet de mens als een verkommerd wezen, levend temidden van de chaos, die hem van alle kanten omringt en bedreigt, zonder dat hij kan doordringen tot het “geheim” dat de chaos ordent, of het “wezen” dat dit doet.”

Met de levensvisie van Harry Mulisch was het in zijn ogen al niet veel beter gesteld. Het totale gebrek aan optimisme, de wereldsmart en de wereldangst hebben de jongeren ontleend aan de Franse filosoof Sartre.

Knuvelder adviseert zijn gehoor om Jos Panhuijsen, een inmiddels vergeten Brabantse schrijver, te lezen want: “Hij erkent de menselijke zwakheid en de nietswaardigheid ten overstaan en vooral in vergelijking met God.”

Walter Breedveld laat in zijn artikel niets van zijn eigen opvattingen blijken. Maar er hoeft geen misverstand over te bestaan dat hij, net als Gerard Knuvelder, de voorkeur geeft aan verhalen waaruit duidelijk een drang naar een betere en rustiger wereld spreekt. De mooiste boeken zijn die met een ‘happy end’.

(Brabants Dagblad, 1 november 2001)

Jef van kempen:
Boeken met een “Happy End”
Walter Breedveld over Gerard Knuvelder

fleursdumal.nl magazine

More in: Brabantia Nostra, Jef van Kempen, Walter Breedveld


Older Entries »

Thank you for reading FLEURSDUMAL.NL - magazine for art & literature