New

  1. Hart CRANE: Passage
  2. Genomineerden E. DU PERRONprijs 2016 bekend
  3. Ton van REEN gedicht: Wit licht
  4. Frank STOCKTON: The Griffin and the Minor Canon
  5. NOVALIS: Das Gedicht
  6. Hans Hermans photos: Night
  7. Joost SWARTE: En toen De Stijl. Op bezoek in het atelier
  8. De Parelduiker Themanummer: VERBODEN
  9. Arthur Conan DOYLE: The Los Amigos Fiasco (Round the Red Lamp #13)
  10. G.K. CHESTERTON: A Ballade of Suicide
  11. Rainer Maria RILKE: Musik
  12. William BLAKE: London
  13. Oscar WILDE: Les Silhouettes
  14. Emile VERHAEREN: Vénus
  15. Ton van REEN: “Geen Oorlog” – na 50 jaar nieuwe uitgave
  16. Bert BEVERS: Wakker
  17. James JOYCE: Nightpiece
  18. Arthur Conan DOYLE: Lot No. 249 (Round the Red Lamp #12)
  19. Jeroen BROUWERS: De laatste deur (nieuwe herziene en uitgebreide editie)
  20. Museum De Lakenhal in Leiden verwerft internationaal topstuk van Theo van DOESBURG
  21. D.H. LAWRENCE: Excursion
  22. NOVALIS: Geschichte der Poesie
  23. Thomas TRAHERNE: Innocence
  24. Hollands Maandblad – Januari 2017 – met o.a. Marieke Rijneveld en Carina van der Walt
  25. Rainer Maria RILKE: Mädchenklage
  26. Lord BYRON: I Watched Thee
  27. TILT Festival Tilburg (29 maart – 1 april 2017) – Het programma is bekend
  28. Robert BRIDGES: My delight and thy delight
  29. Sibylla SCHWARZ: Sonnet
  30. INCUBATE WILL NOT CONTINUE IN 2017
  31. Arthur Conan DOYLE: A Medical Document (Round the Red Lamp #11)
  32. Video installatie L.A. RAEVEN in Museum Arnhem
  33. Emile VERHAEREN: Autour de ma maison
  34. Edward LEAR: How pleasant to know Mr. Lear
  35. Oscar WILDE: To My Wife
  36. William BLAKE: The Tiger
  37. Samuel Taylor COLERIDGE: Frost at Midnight poem
  38. Anne FINCH: Adam Posed
  39. Robert DESNOS: Coucher avec elle
  40. Fiona TAN in Museum Depont Tilburg: Ascent
  41. Sérgio Monteiro de Almeida – Poema visual: A Cruz q carrego
  42. John LEONARD: What must be said
  43. César Domela: DE STIJL in kunst en typografie (29 januari – 2 april 2017)
  44. Dada & 100 jaar Kunstbeweging DE STIJL in Museum Dr8888
  45. NOVALIS: Letzte Liebe
  46. Katie ROIPHE: Het uur van het violet – Grote schrijvers in hun laatste dagen
  47. 100 jaar kunstbeweging DE STIJL in Gemeentemuseum Den Haag – Koning opent expo op zaterdag 11 februari 2017
  48. ARTHUR CONAN DOYLE: A Question of Diplomacy (Round the Red Lamp #10)
  49. Edgar Allan POE: The City in the Sea
  50. John KEATS: Ode On A Grecian Urn

Categories

  1. CINEMA, RADIO & TV
  2. DANCE
  3. DICTIONARY OF IDEAS
  4. EXHIBITION – art, art history, photos, paintings, drawings, sculpture, ready-mades, video, performing arts, collages, gallery, etc.
  5. FICTION & NON-FICTION – books, booklovers, lit. history, biography, essays, translations, short stories, columns, literature: celtic, beat, travesty, war, dada & de stijl, drugs, dead poets
  6. FLEURSDUMAL POETRY LIBRARY – classic, modern, experimental & visual & sound poetry, poetry in translation, city poets, poetry archive, pre-raphaelites, editor's choice, etc.
  7. LITERARY NEWS & EVENTS – art & literature news, in memoriam, festivals, city-poets, writers in Residence
  8. MONTAIGNE
  9. MUSEUM OF LOST CONCEPTS – invisible poetry, conceptual writing, spurensicherung
  10. MUSEUM OF NATURAL HISTORY – department of ravens & crows, birds of prey, riding a zebra
  11. MUSEUM OF PUBLIC PROTEST- photos, texts, videos, street poetry
  12. MUSIC
  13. PRESS & PUBLISHING
  14. REPRESSION OF WRITERS, JOURNALISTS & ARTISTS
  15. STORY ARCHIVE – olv van de veestraat, reading room, tales for fellow citizens
  16. STREET POETRY
  17. THEATRE
  18. TOMBEAU DE LA JEUNESSE – early death: writers, poets & artists who died young
  19. ULTIMATE LIBRARY – danse macabre, ex libris, grimm and others, fairy tales, the art of reading, tales of mystery & imagination, sherlock holmes theatre, erotic poetry, the ideal woman
  20. ·

 

  1. Subscribe to new material:
    RSS     ATOM

Schrijfster Hella S. Haasse overleden

news z

Schrijfster Hella S. Haasse overleden

 

Amsterdam, 30 september 2011

Gisteren is in haar woonplaats Amsterdam de schrijfster Hella S. Haasse na een kort ziekbed overleden. Zij werd drieënnegentig jaar.

Hella S. Haasse werd in 1918 geboren in Batavia. Na een korte toneelcarrière begon ze tijdens de Tweede Wereldoorlog te schrijven. Oeroeg(1948), haar prozadebuut, betekende haar grote doorbraak.

In de jaren die volgden bouwde zij een indrukwekkend en monumentaal oeuvre op, dat bestaat uit historische romans (zoals Het woud der verwachting en De scharlaken stad), documentair-historische romans (zoals Mevrouw Bentinck en Heren van de thee), Indische romans (Oeroeg en Sleuteloog) en contemporaine romans (als De wegen der verbeelding en Fenrir).

De literaire kern van haar oeuvre beslaat meer dan twintig romans, een verhalenbundel, vijf autobiografische boeken en enkele essaybundels. Daarnaast schreef zij talloze toneelstukken en liedteksten.

Haar werk wordt in negentien landen in vertaling uitgegeven.

Hella S. Haasse werd bekroond met de Constantijn Huygensprijs, de Annie Romeinprijs, de P.C. Hooftprijs, de Dirk Martensprijs en tweemaal de Publieksprijs. Voor ‘de artistieke en menselijke waarde van haar veelzijdige oeuvre’ ontving zij in 2004 uit handen van koningin Beatrix de prestigieuze Prijs der Nederlandse Letteren.

Op haar uitdrukkelijke verzoek vindt de uitvaart van Hella S. Haasse in besloten familiekring plaats. Over enkele maanden zal er een voor het publiek toegankelijk programma georganiseerd worden waarin haar oeuvre centraal staat.

Er is gelegenheid het condoleanceregister te tekenen bij uitgeverij Querido, Singel 262 in Amsterdam. De uitgeverij is geopend op werkdagen van 9.00 uur tot 18.00 uur.

Bron: Uitgeverij Querido

fleursdumal.nl magazine

More in: Archive G-H, Hella Haasse, In Memoriam

Anton Eijkens: Vademecum van een liefhebber (09)

Anton Eijkens

Vademecum van een liefhebber (09)

Te gast bij dichters

 

Beatus Pastor Ille

Qui sedet ad fornacem

et intus habet pacem,

qui colit Deum Trinum

et bonum habet vinum

et circiter sex mille

beatus pastor ille.

 

Wie bij het vuur gezeten

met onbezwaard geweten

zo Triniteit als Trijntje

vereert met een goed wijntje

en – niet te krap bemeten –

patrijs en kreeft kan eten,

zo’n pastor, beste mensen,

kan zich niets beter wensen.

 

Gebed

(naar Clément Marot)

Van povere spijzen, slecht bereid,

van schraal souper en slaaploosheid

en van een wijn als slappe thee,

libera nos Domine.

 

Van oude wijven, zeer en zuur,

van dolkstoot en kogelvuur

en van het louche staminee,

libera nos Domine.

 

Verschaf ons, Heer, patrijs en duif,

veel dikke rib en malse kluif,

schenk er met goede wijn op los,

Te rogamus, audi nos.

 

Verschaf ons rijke oogst van wijn

om dag en nacht gelaafd te zijn

en bankpapier, een hele bos,

Te rogamus, audi nos.

 

Anton Eijkens: Vademecum van een liefhebber (09)

wordt vervolgd

kempis.nl poetry magazine

More in: Eijkens, Anton

Esther Porcelijn: Binnenwereld

© foto joep eijkens

 

Binnenwereld

Kom dan bij me liefje

Kom dan bij me, liefje

Kom dan bij mij liefje.

Een dikke druppel op het raam.

Ik wil erbij, mijn vinger glijdt over het natte glas en volgt de druppel, als een slak wurmt hij voor mijn vinger uit, in bochten voegt hij zich samen met andere druppels en telkens valt hij zwaarder op de volgende druppel. Mijn vinger raakt hem bijna en ik dans met de druppel. Als ik een druppel was dan zou ik nu door hem opgegeten worden, we zouden samen langs het raam de straat op glijden. Samen in de goot, samen onder de grond, samen in een rivier en samen in de zee. Maar ik ben geen druppel, ik ben maar een vinger. En een vinger kan hij niet opeten. Ik kan hem opdrinken. Maar dan is hij niet meer bijzonder, dan is hij gewoon mij. Eeuwig buiten mijn vinger.

Onnadenkend slaat jouw hand tegen het raam. De druppel is verdwenen.

Jij hebt liever niet dat ik dans.

Jij hebt liever dat ik sta. Met mijn armen over elkaar geslagen.

Jij wacht.

Jij wacht tot ik uitbarst, tot ik gil en krijs dat je niets begrijpt, tot ik borden tegen de muur gooi en jij kan brommen. Jij bromt als je boos bent, een diepe brom die mij zegt dat je altijd beter bent. Want ik kan niet brommen.. niet zoals jij. Ik kan alleen gillen.

Pff.. met je brom.. Brrrrr.  Ja Brr ja. Om te brrraken. Bah.

Het regent buiten, en jij dweept met je gedachten. Dweept over hoe vreemdheid het meest geschikte is. Over hoe vreemdheid goor is, hoe alles precies, zo vreselijk precies uitgedacht moet worden. Nee hoor, niks geen zomaar iets, geen kant en klaar, geen over en uit en geen sla mijn pet maar af. Juist alles lekker uitdenken, uitdokteren en de heilige geest samenbrengen met de meest freudiaanse gedachte, nooit zomaar, nooit zomaar iets. Nergens toeval, nee, juist het meest ontoevallige. Het meest ontoevallige vinden in hetgeen op het puntje van je tong ligt. Niemand mag zomaar iets denken te zeggen, eerst het denken, dan het zeggen. Ik bedoel maar. Nee. Dat mag dus niet. Geen vanzelf, geen blabla, juist bleubleu. Ja, bleubleu mag wel. Maar dan alleen als je precies de b, de l en de eu onderscheidt. Altijd precies dat kleinste in dat allerkleinste idee vouwen, en dan een hoekje van je gedachte buigen om de scheur in je eigen geest.

In je fauteuil.

Ego-origami.

Oh! ik ken je precies. Ik weet wel wat je denkt.

Leer mij jou kennen. Ha!

Je bent precies zo iemand. Zo iemand die zelfs z’n onderbroeken opvouwt.

Alles glanzend wit. Om je tanden in te zetten zo wit. Ik zou je willen bijten, en je verscheuren tot alles rood is en niets meer wit. Maar je vouwt je was. In je blote billen.

Zo vreselijk nauwkeurig.

Zo vreselijk vreselijk nauwkeurig.

Oh wat zou ik je willen bijten, in je blote billen. En dan overal stukjes van je billen gooien. En jij veegt ze dan telkens weer netjes op een hoopje en lijmt de stukjes bil aan elkaar. En ik bijt je dan weer, happen en vegen, happen en vegen, happen en vegen en vegen en happen.

Maar je vouwt. Je vouwt alles op.

Je vouwt mij op, je vouwt mij op tot ik in je handpalm pas.

Je haalt mij naar je toe en kijkt mij aan met je grote blauwe ogen.

Die ogen waar ik in wil zwemmen, ik wil een sprong wagen naar je waterogen, sta op het puntje van je handpalm maar je grote vinger duwt mij om.

Ik val plat op mijn rug en je begint mij te kietelen.

Ik kronkel heen en weer als een wurm en elke keer dat ik overeind probeer te komen duw je mij weer om. Je lacht.

Ik schreeuw nog ons codewoord: “genade! genade!” Maar je kietelt door en blijft lachen.

Je geniet ervan, omdat jij het niet voelt. Jij kan ervan genieten want jij voelt het kietelen niet.

Zuchtend zak je door je knieën en spring je op. Je gooit mij in de lucht, vangt mij op en dan kijk je mij aan met je grote blauwe ogen.

Dan stop je mij in je mond en slik je mij door. Zonder te kauwen.

In je slokdarm probeer ik je te kietelen, en je lacht, je lacht nog steeds.

Ik wil je laten kotsen en kietel en knijp je in je luchtpijp. Ik schiet je in het verkeerde keelgat en je proest.

Ik zit vast tussen je neus en oren, precies in het midden.

Nu moet ik je laten huilen, er zit niets anders op.

Ik zing een liedje over een oude vrouw uit een koud land die nooit liefde heeft gekend, een oude vrouw die altijd heeft geleerd haar rug recht te houden tegenover mannen, en nu krom is en alleen.

Je begint te huilen.

Tranen met tuiten.

Het enige is.. dat je ook nog lacht, je schokt en er klinkt een hoog schel geluid.

Tuurlijk lach je. Je wist dit allang. Niets overkomt jou zomaar.

Terwijl ik in een golf van zout water naar je ogen wordt gevoerd hou ik mij nog net vast. Ik zit achter je oog en hou mij vast aan een kegeltje. Daar kan ik zwemmen, zwemmen in je waterogen.

Ik zie dat je een zakdoek pakt en jezelf dept. De voorzienigheid zelve..

Je loopt naar een café en bestelt een whisky. Aan de andere kant van de bar zit een oude vrouw, ze heeft het koud en is krom. Ze huilt ook, maar ze is dan ook heel oud.

Ga dan naar haar toe! Ga dan naar haar toe! Als je tranen laat moet je er naar leven!

Je doet niets. Je huilt in je stoel. En je lacht. Je hoge schelle geluid krijst door de leemtes in je hoofd.

Zeg dan iets tegen haar! Zeg dan iets!!

Je doet niets. Je huilt in je stoel. En je lacht.

Ik fluister je in: “weet je nog, weet je nog lieve dat je vierkanten altijd beter vond dan cirkels.”

Je stapt naar de vrouw toe en zegt: “madame, weet u dat vierkanten eigenlijk ronder zijn dan cirkels?” En dan Brom je. Weer die Brrromm….

De vrouw kijkt tevreden en knikt. Even recht ze haar rug om vervolgens weer ineen te krimpen. Ze lijkt nog krommer. Ze zegt iets over dat ze zelf ooit ook een cirkel was, althans dat ze dat dacht. Dat alles oneindig was. En later bleek dat niet zo te zijn, dat had de levenservaring haar geleerd.

Jij bromt.

Samen zitten jullie cirkels te scheuren uit vierkante bierviltjes.

Ik zing de achtergrond muziek..

“Al zijn je haren niet geperremanent.. en is het gebruik van zeep jouw onbekend, toch zou ik je voor geen ander ruiiiilen, omdat ik zoveel van je hoooouuu”

Om te kotsen. Brrrrrrraken.

Tranend van het kotsen boven de wc thuis, ik val bijna mee. Je pakt mij weer op.

Je waterogen zijn rooddoorlopen.

Eindelijk is niet alles meer wit.

Je zet mij neer op tafel, voor een Droste-blik, dan plof je in je fauteuil.

Je veegt je mond af en lacht. Zo zie je mij het liefst. Ik ben het vrouwtje dat kijkt naar het vrouwtje dat het Droste-blik vasthoudt met daarop een vrouwtje dat een Droste-blik vasthoudt.

“Lekker chocolaatje van me” roep je en je gooit stukjes gedroogde tulp naar mij.

Ik ontvouw mij voor je. Jij ontvouwt mij. Totdat ik niet meer in je handpalm pas en ik het Droste-blik omduw.

Het regent buiten.

Op de tafel zit ik, blote knieën en in jouw overhemd.

“Lekker toffeetje van me” roep je en je gooit een briefje naar mij. Een liefdesverklaring. Zomaar omdat het kan.

Je lacht.

Je lacht omdat je niet voelt van binnen hoe het voor mij voelt. Je bedoelt maar.

Nee, precies niet, je weet precies wat je doet!

De ramen zijn van binnen beslagen en ik druk met mijn neus tegen het raam, ik schrijf mijn antwoord op je liefdesverklaring.

Ik schrijf een cirkel en een vierkant en nog iets met een bepaalde vorm.

Je lacht, leunt tegen het raam en veegt mijn antwoord weg.

“Ik wil”, stamel ik, “ik wil, ik wil..”

Je wipt op, veegt mijn neus. Je wil sigaretten halen.

Tuurlijk.

Uiteraard.

Sigaretten.

Je doet de deur open

“Ik wil…” zeg ik nog net voordat je de deur dichtdoet. Zo vreselijk nauwkeurig, Oh!

Je lacht en doet de deur dicht. Je bromt. “Hm… Br…” doe je.

Brr…om te Brrrrraken.

Leer mij jou kennen! Pff..

 

Esther Porcelijn

September 2011. Geschreven voor Incubate en de Rode Kamer met het thema: Outsiders.  Esther Porcelijn is actrice, schrijfster, student filosofie en sinds augustus 2011 Stadsdichter van Tilburg.

kempis.nl poetry magazine

More in: Archive O-P, Porcelijn, Esther, Porcelijn, Esther

Jan Gielkens: Hillering Lotgebrand

 

Hillering Lotgebrand

Over de brieven van Annie M.G. Schmidt

Stel: uw blindedarm moet eruit. U gaat naar het ziekenhuis en neemt plaats op de operatietafel. De chirurg zegt tegen u: deze ingreep heeft geen geneeskundige pretenties. U zet het natuurlijk op een lopen en gaat naar een echte dokter. Maar wat doet u als u in een boek met historische documenten van een literator leest: dit boek heeft geen literair-historische pretenties? Hard weglopen misschien niet, maar mijn advies zou zijn: kritisch lezen en voorzichtig gebruiken.

Het boek waarover ik het wil hebben is Liefs van Annie. De mooiste brieven van Annie M.G. Schmidt, verschenen bij uitgeverij Querido ter gelegenheid van de honderdste verjaring van de geboortedag van de schrijfster, die leefde van 1911 tot 1995. In de inleiding van Schmidt-biografe Annejet van der Zijl staat het: ‘hoewel geprobeerd is Liefs van Annie zo zorgvuldig mogelijk samen te stellen, heeft deze bundel geen wetenschappelijke of literair-historisch pretentie. Het doel was de lezer nog een keer te verrassen, te amuseren en te ontroeren met het veelzijdige talent en de unieke persoonlijkheid van een van Nederlands grootste schrijvers.’ Dat ‘nog een keer’ snap ik niet, want ik geloof niet dat er eerder zo’n brievenboek is verschenen, maar het klopt wel dat het boek veel prachtige en interessante brieven en leuke foto’s bevat, en bovendien facsimile’s van brieven.

Een afbeelding is er bijvoorbeeld van een, op 11 december 1955 geschreven briefje aan Liesbeth en Otto Montagne. We zien een, neem ik aan, verkleinde afbeelding van een vel kladpapier, waarvan een deel is afgescheurd. De brief is met de schrijfmachine geschreven en door Schmidt met een pen ondertekend. De hoofdletter O springt. We zien dat de briefschrijfster vaak voor en na komma’s, punten en andere leestekens een aantal spaties zet. Annie schrijft ook een beetje ouderwets, naar huidige maatstaven gerekend tenminste. De brief gaat over de aanstaande kerstvisite van de ontvangers van het briefje: ‘Komen jullie dus Zaterdag? Daar rekenen we op, tenzij jullie het te lang vindt en bang bent dat je Zondagmorgen al tegen het plafond vliegt van ellende en verveling.’ We zien dus ook dat Schmidt de dagen van de week met een hoofdletter schrijft, en dat kon nog net, want de nieuwe spelling, waardoor dat niet meer moest, werd eind 1955 ingevoerd. Maar ze schrijft vooral leuke zinnen, en dat is wat deze brieven zo aantrekkelijk maakt: ‘Als jullie met de trein komen, zal Dick je met de Citroen komen halen. Als je met de helicopter komt ook.’

Van deze brief hebben we dus een facsimile, maar ook een gedrukte tekst. Hierboven citeerde ik uit de afbeelding, maar in de gedrukte tekst ziet de zin na ‘Komen jullie dus Zaterdag?’ er als volgt uit: ‘Daar rekenen we op, tenzij jullie het te lang vinden en bang zijn dat je zondagmorgen al tegen het plafond vliegen van ellende en verveling.’ Weg dus de karakteristieken die deze brief tot een document van Annie M.G. Schmidt uit de jaren vijftig maken. Ook de ‘helicopter’ moest er aan geloven: die is gemoderniseerd tot ‘helikopter’. Waarom is dit? De ‘Verantwoording’ achterin het boek legt niet uit waarom er zo fors moest worden ingegrepen. Er staat alleen: ‘Gekozen is de brieven aan de huidige spelling aan te passen.’ Maar ‘jullie het te lang vindt’ veranderen in ‘jullie het te lang vinden’ heeft niets met spelling te maken. ‘In de tekst is zo min mogelijk ingegrepen’ noemt de verantwoording dat en gaat vrolijk verder: ‘De opmaak is geüniformeerd, de interpunctie is gecorrigeerd en aangevuld waar nodig (bijvoorbeeld bij het ontbreken van een punt aan het eind van een zin, en het toevoegen van komma’s). De alinea-indeling is zoveel mogelijk gehandhaafd. Schrijf- en typefouten zijn verbeterd, evidente spelfouten zijn gecorrigeerd. De spelling van namen is gelijkgetrokken.’ Zo min mogelijk ingrepen? Maar nog altijd vele malen meer dan een uitgave met literair-historische pretenties zou doen. Want dat doet een wetenschappelijke editie: behoedzaam met de teksten van een auteur omgaan.

Ingrijpen had een redacteur overigens wel moeten doen in de kromme zinnen in de ‘Verantwoording’, zoals die tussen haakjes in het citaat hiervoor. Nog meer kroms. De manier van annotateren in dit brievenboek wordt met deze zin verklaard: ‘In de noten worden waar dat relevant geacht wordt namen van personen en hun eventuele onderlinge relaties toegelicht, alsmede namen van periodieken, gezelschappen of instanties; persoonlijke en historische gebeurtenissen.’ Wat is de functie van die puntkomma? Een duidelijk verantwoordelijke voor deze rare zinnen is overigens niet aan te wijzen. Inleidster Annejet van der Zijl heeft, zoals uit haar voorwoord blijkt, wel een hand gehad in de keuze van de brieven, maar ‘Eindselectie en annotatie waren in handen van uitgeverij Querido, samen met Flip van Duijn.’ Van Duijn is de zoon van Annie M.G. Schmidt.

Over die annotatie valt het een en ander op te merken. Prettig zijn de vele verhelderende citaten uit brieven die de selectie niet hebben gehaald. Voor een aantal voetnoten is serieus informatie gezocht, voor weer een aantal minder serieus, en voor een ander deel is er met de pet naar gegooid. Minder serieus noem ik de voetnoten die min of meer letterlijk van Wikipedia zijn overgenomen. Op p. 299 van het boek komt ‘professor Sickbock’ voor. De voetnoot hierbij in het boek: ‘Professor Joachim Sickbock is een personage uit Tom Poes, geschreven en getekend door Marten Toonder. Hij is een kwaadaardige professor en een geit.’ Wikipedia zegt: ‘Professor Joachim Sickbock is een stripfiguur uit de Nederlandse stripreeks Tom Poes, […] geschreven en getekend door Marten Toonder. Hij is een kwaadaardige professor en als dierensoort een geit.’ Behalve overgeschreven is dit feitelijk onjuist: Marten Toonder was geen geit.

Op p. 308 wordt het woord ‘hillbilly’ uitgelegd: ‘Met Hillbilly’s werden in de VS armere en lager opgeleide personen uit heuvelachtige plattelandsgebieden aangeduid.’ Wikipedia zegt: ‘Hillbilly is een pejoratieve term waarmee in de Verenigde Staten armere en lager opgeleide personen uit het Appalachengebied werden aangeduid. Later verspreidde de term zich naar een meer algemene aanduiding van arme laag opgeleide personen uit heuvelachtige plattelandsgebieden.’ Op p. 208 wordt Erich Kästner een ‘Duitse schrijver, dichter en cabaretier’ genoemd, net als op de Nederlandse Wikipedia. De Duitse versie daarvan maakt duidelijk dat de informatie daar door de Nederlandstalige wikivuller verkeerd is begrepen: Kästner schreef voor het cabaret. Wat dit soort overschrijverij aangaat: Duitse ministers worden voor dergelijke bronloze overnames de laan uitgestuurd.

Bij veel annotaties in die boek vraag ik me af: voor wie zijn ze eigenlijk geschreven? Wil ik uitgelegd krijgen dat Schmidt met ‘pliessiegent’ politieagent bedoelt? Voor wie is de voetnoot bedoeld dat de NSB een ‘omstreden rechtse’ organisatie was, die ‘in deze crisisjaren grote aanhang verwierf’? En wat moeten we, ook in de categorie nationaal-socialisme, met de mededeling dat een kennis van Schmidt Adolf Hitler beschouwde ‘als de verpersoonlijking van het fascisme dat Europa in de jaren in zijn greep kreeg’? Hebben we hier te maken met de – zelden zo toepasselijke – Jip en Janneke-toon? Denken de voetnotenmakers dat deze brieven én hun voetnoten worden gelezen door de lezertjes van Pluk van de Petteflet? Maar dan moet je die lezertjes ook uitleggen wat ‘mazout’ is en ‘double bill’ en ‘brouille’.

De voetnotenmakers vinden het relevant ons te vertellen dat Louis Davids in 1936 ‘als spil van het Nederlands amusement [gold]’, Simon Carmiggelt ‘gold destijds als een van de populairste schrijvers van Nederland’, Wim Kan en Corrie Vonk waren een ‘[i]n die jaren al heel bekende cabaretier en zijn vrouw’, Piet Muller ‘genoot enige bekendheid als redacteur van Opwaartsche Wegen’ en Adriaan Roland Holst was een ‘bekende dichter’. Bij de meeste andere mensen moet de lezer zelf uitzoeken of ze bekendheid genoten of niet. Wanneer Schmidt in Frankrijk een paardenrace bezoekt lopen daarin twee dieren van ‘Ali Khan’ mee. In de voetnoot krijgen we wel een gecorrigeerde spelling van deze Prins Aly Aga Khan geboden en het feit dat hij getrouwd was met de filmster Rita Hayworth, maar waardoor hij zelf enige bekendheid genoot wordt niet meegedeeld.

Er staan ook voetnoten in dit boek die meer vragen oproepen dan beantwoorden. Die over Els Hendrix bijvoorbeeld. Op p. 66 staat deze voetnoot: ‘Els Hendrix was een collega […]. Met haar en haar toekomstige man Dick van Dien zou Annie levenslang bevriend blijven.’ Maar op p. 189 staat: ‘Els en Dick van Dien behoorden nog steeds tot de beste vrienden van Annie’. Dat ‘nog steeds’ maakt me nieuwsgierig: wat is er dan gebeurd, en kwam het desondanks weer goed? Maar dat wordt ons niet verteld. Nog zo’n verwarrende voetnoot: in een brief aan tekenares Fiep Westendorp wordt gerefereerd aan ‘narigheid in Laren’. De uitleg is deze: ‘Margot had een huis in Laren, en er waren problemen met de bewoners, die bij haar afwezigheid de dieren in en rondom haar huis verzorgden.’ Wie Margot is en wat haar relatie is met Fiep moet je onthouden hebben uit een eerdere brief, want een nadere aanduiding of een verwijzing is er niet. Bovendien: hoe zit dat met dat huis? Margot woont blijkbaar in haar eigen huis in Laren, want ze heeft er dieren en is wel eens afwezig. Maar die dieren worden verzorgd door ‘de bewoners’. Wonen die in datzelfde huis? Vanwege die vage voetnoot wil ik het allemaal weten, hoewel het voor de brief, en dus ook voor mij, onbelangrijk is. Heldere annotatie zorgt dat de lezer tevreden is.

Twijfelachtige noten zijn er ook, en die gaan over joden en homo’s. Homo’s komen nogal eens voor in dit boek, en dan zijn het vaak vriendjes of levenspartners van Wim Sonneveld. Maar waarom moet er bij een vriend van Schmidts zoon Flip ook worden vermeld dat hij homoseksueel is, zonder dat dat een rol speelt in de brief? Omdat hij van beroep balletdanser was? Van dezelfde categorie is de typering van het warenhuis Gerzon als een joods warenhuis, terwijl dat in de betreffende brief geen enkele rol speelt. En idem de toelichting bij Shulamith Firestone: een ‘joodse, in Canada geboren, radicale feministe’. Waarom dat ‘joodse’? Omdat het zo’n duidelijk joodse naam is? (En waarom ‘in Canada geboren’? Omdat dat zo op Wikipedia staat.) Gloria Steinem is blijkbaar geen duidelijk joodse naam, want zij is in de voetnoot die aan haar gewijd is gewoon een ‘Amerikaanse feministe’, zonder vermelding van haar joodse achtergrond. Nog een joodse kwestie: in 1933 schrijft Schmidt aan haar moeder dat ze een boek van Siegfried van Praag aan het lezen is (‘een bekend joods schrijver’). ‘In de leeszaal [van de bibliotheek waar Schmidt werkt; JG] komt vaak een broer van hem, zo lelijk, net een aap en een groot mispunt erbij.’ Een zin die wat mij betreft geen enkele aanleiding geeft tot deze voetnoot: ‘Siegfried van Praag was beslist geen lelijke man. Moeten we deze opmerking duiden als “alledaags antisemitisme”? Dat was in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog gemeengoed in Nederland.’ Ten eerste: Schmidt vond niet Siegfried van Praag een lelijke man en een mispunt, maar diens broer. En ten tweede: wordt Schmidt hier niet door haar zoon (want die schreef de voetnoot, neem ik aan) beschermd vanwege iets dat ze vermoedelijk niet eens bedoelde?

Voetnoten in alle soorten en maten dus: accurate, twijfelachtige, onduidelijke, gemakzuchtige. Nattevingerwerk zit er ook bij, zoals die over auto’s – en ik geef toe: dat is een persoonlijke hobby van ondergetekende. Van de voetnotenmakers duidelijk niet, maar ze doen wel alsof. De noot bij ‘eend-camionelle’ vermeldt: ‘Flip had een lichtblauwe bestel 2CV (deux-chevaux, in de volksmond “lelijk eendje”).’ Ten eerste wordt ons het merk (Citroën) van dit type onthouden, en bovendien heet zo’n ding een camionette, met t’s, niet met l’s. En een redacteur had wel een streepje tussen ‘bestel’ en ‘2CV’ mogen zetten. Schmidt schreef overigens in 1960 voor Citroën Nederland het liedje ‘Het lelijke eendje’, en dat zou ik er, zeker als ik met de Franse slag voetnoten aan het maken was, zeker bij hebben verteld. Nog meer verkeerde auto’s, nu die van Annie M. G. Schmidt zelf. Ín een brief uit 1969 vermeldt ze een rit naar haar huis in Frankrijk in een ‘Spider’. De voetnoot corrigeert deze Fiat 850 cabriolet ten onrechte in een ‘Spyder’. Drie jaar later, in 1972, is de Fiat ingeruild voor een Peugeot, en wel, zo vertelt de noot, een 306 cabriolet. Maar die kwam, zo is op Wikipedia te vinden, pas in 1994 op de markt. Het zal een 304 zijn geweest. Dit gaat, zal menigeen zeggen, over niks, dus waar maak je je druk om. Maar dan wil ik, als de regel is dat we er bij het maken van een boek met de pet naar mogen gooien als we vinden dat het over niks gaat, die regel ook in de verantwoording zien.

Azijnpisserij? Zeker. Eén voetnoot gaat zelfs over azijn. In 1950 schrijft Schmidt aan haar nieuwe levenspartner Dick van Duijn: ‘Eigenlijk moest ik in de azijn duiken’, en dat moet natuurlijk worden toegelicht. De voetnotenmakers concludeerden, zo vermoed ik, in een andere, niet-gepubliceerde brief dat het om een receptenboekje ging dat ze samen met Riek Lotgering-Hillebrand voorbereidde. (Een voetnoot over haar had, met dank aan Wikipedia, kunnen luiden: ‘Een destijds enige bekendheid genietende voedingsdeskundige.’) Maar Schmidt noemde Lotgering-Hillebrand in de niet-gepubliceerde brief blijkbaar, omdat ze haar niet kon uitstaan, schertsenderwijs ‘Hillering Lotgebrand’. En de voetnoot en het register noemen deze dame dus: ‘Hillering Lotgebrand’. Geen belletje ging rinkelen bij de voetnotenmakers, geen azijnpisser in de buurt om onraad te ruiken.

Maar het zijn prachtige brieven.

Jan Gielkens

fleursdumal.nl magazine

More in: Annie M.G. Schmidt, Archive S-T, Jan Gielkens, The talk of the town

Freda Kamphuis: Cuby in concert

grollo muskee

Harry Muskee, 10 juni 1941 – 26 september 2011

 

Cuby in concert

 

De zaal lacht, bruist, suist, op en top hot

verwachtingsvol wachtend op de blues

die weldra ontspruit aan loden strot

van mister blues Cuby Blizzard himself

aren’t we ready to dwell in his hell.

 

Stem is brul, loeit, beukt zich een weg

naar binnen, niemand ontkomt ook al

zou men nog ergens willen ontkomen

achter de storm ontwaart men nog net

rotsvaste Harry, black t-shirt, black pet.

 

Diep in het duister zoekt Erwin’s gitaar

gierend, tierend, klierend naar de climax

maar steeds als men denkt dat die komt

dan komt het nog niet, teveel verdriet, zijn

klagende, jagende snaren vinden het niet.

 

(c)2009 Freda Kamphuis

fleursdumal.nl magazine

More in: In Memoriam, Kamphuis, Freda

D. H. Lawrence: A Baby Running Barefoot

D. H. Lawrence

(1885-1930)

 

A Baby Running Barefoot

 

When the bare feet of the baby beat across the grass

The little white feet nod like white flowers in the wind,

They poise and run like ripples lapping across the water;

And the sight of their white play among the grass

Is like a little robin’s song, winsome,

Or as two white butterflies settle in the cup of one flower

For a moment, then away with a flutter of wings.

 

I long for the baby to wander hither to me

Like a wind-shadow wandering over the water,

So that she can stand on my knee

With her little bare feet in my hands,

Cool like syringa buds,

Firm and silken like pink young peony flowers.

 

D. H. Lawrence poetry

kempis.nl poetry magazine

More in: Archive K-L, Lawrence, D.H.

Camera obscura: Experiment

Camera obscura: Experiment

fleursdumal.nl magazine

More in: Camera Obscura

Richard Steegmans gedicht: Misleiding in de dans

 

Misleiding in de dans

 

1.

omdat hij ook als oorbijter

geen klank kan halen uit zijn doek

schotelt waarachtig de schilder je ogen het pijnpunt voor:

 

zomernachten waarin het daglicht een tempering doormaakt,

onvindbaar puin van ingestorte balzaalmuren nabij de zee

 

wat moeten heren terwijl ze dansen toch aan

met dames in lange, ondoorschijnende jurken

die het voorzichtig aantikken van de voeten erotiseren

 

een dame in het wit

en een in het zwart die durft

een bloem te vertrappen op de gladste drempel

die zich laat insnoeren

als het glazen vat van een zandloperze komen niet aan dansen toe

maar ontwrichten zich als muziekbron

de schilder onmachtigbeiden hoogblond

en daarom toortsen voor de belichting

van een danspaar tussen hen in

dat mekaar de benen afsnijdt

onberispelijk in het verraadmekaar in de slaap toevoerende ogen kijkt

en van de dame in het rood

– zo zij aan de heer die met haar danst

iets overhoudt – zal de jurk verder

ritsloos afglijden op de grond

in hun naijver horen de dames

in de branding elk een ander soort muziek

 

drumt het zich uit de schootsvellen, worden ze dover

voor een onmatig geschilderd lied

waarop het dansen

 

hemelsbreed uitdraait op een voortwiegen

in lichtbundels, op het invlechten van hun modellendom

 

 

2.

toon je als een pretmaker met het pijnpuntig palet

dan geen muzikanten

      … of neemt de branding met een bassriff dat op zich

 

doe je oog eens uit

vang het in een droge kwast

mik het op je doek, precies daar,

waar een figuur die je vorige nacht

hebt aangebracht, een heer opgezweept

door de schrikkeldans, je eigenste gezicht moet krijgen

zo sta je, schilder, met mij

oog in oog, geen caleidoscoop verleidelijk tussen ons in

reppen kan niet meer

van de zoute monden op het doek

die lang uitgepraat het vuur van je ingespuwd krijgen

 

voor een danser telt muziek, een zwierige partner,

maar nu meer nog, met dat oog van je, de omgeving

en wat daarin aan overspeligheden uit de hemel valt

menig oog, buiten het doek, ziet deze nacht verstoord

door het maan- of zonlicht dat stompzinnig de zee inglijdt

 

je drukt een dame en dansant dicht tegen je aan

maar je oog, over haar schouder, valt naast haar

        alsof het geslepen moet aan de wispelturige vormen

van ieder (van alles voor je uitspokend) achterwerk

                     in een contrapas die het uitschuiven belet

 

nu kan je oog helemaal rondgaan, langs achter

de voorgrond naderen, mijn eenzijdige blik

op de dames als muziekbron vernietigen

 

mij, terwijl het soms aanknipt, brengen op het scherpste

oorspronkelijkste woord voor wat omstandig

in dikke verf de gezichten uitloopt

 

Richard Steegmans

naar het schilderij ‘Dans van het leven’ van Edvard Munch

(Uit: Richard Steegmans: Ringelorend zelfportret op haar leeuwenhuid, uitgeverij Holland, Haarlem, 2005)

Richard Steegmans (Hasselt, 1952) is dichter en muzikant met een grote voorliefde voor rock, pop, soul, blues, country uit de jaren 60. Hij publiceerde de dichtbundels Uitgeslagen zomers, uitgeverij Perdu, Amsterdam, 2002, en Ringelorend zelfportret op haar leeuwenhuid, uitgeverij Holland, Haarlem, 2005. Gedichten van zijn hand verschenen in de literaire tijdschriften De Gids, Poëziekrant, Parmentier, DWB, Deus ex Machina, De Brakke Hond, Tortuca, Krakatau, Tzum en in talrijke bloemlezingen.

Richard Steegmans gedichten – kempis.nl poetry magazine

More in: Archive S-T, Steegmans, Richard

Melseke: Een Beschouwingsdag

Dutch politics

Een Beschouwingsdag

En leuk werd het even toen Wilders ook vriendje Rutte in onvervalst brievenbuspissersjargon begon toe te spreken. De eerste dag had hij volledig gereserveerd voor bashing, vooral van de pvda, mogelijke inspiratie dus voor een eventuele opvolger van Breivik. Nou ja, Wilders is vrijgesproken van belediging en Rutte was een van de eersten om hem daarmee te feliciteren, dus dan heb je ook het volste recht op jou deel van het gezeik, om het zo maar even te formuleren. Het CDA wil niet anders meer, die hebben hun ziel, zaligheid en bestaansrecht al tijdens de formatie aan de meest biedende verkwanseld. En des s’avonds toonden Pauw en Witteman de dambrulboei die het op een schreeuwen zette toen hij de mensenmassa zag die hem de weg versperde naar z’n volgende kroeg. Vrijheid van meningsuiting was z’n verdict, tja, natuurlijk, alles mag gezegd of geschreeuwd worden, potentieel PVV kamerlid schat ik zo snel even in. De politiek commentator van het NRC vond het allemaal ontzettend leuk dat geschreeuw tijdens de dodenherdenking en als er een prijs was voor meest onbenullige uitstraling, dan zou ik hem bij deze willen voordragen voor 2011. Maar al met al was het vooral weer een echt knusse Nederlandse beschouwingsdag met te weinig drank in huis om alle gekneuter door te spoelen. Het is de hoogste tijd voor Europa.

Melseke

fleursdumal.nl magazine

More in: Melseke, Columns, The talk of the town

Nieuwe facsimile-editie unieke boekjes van Lucebert

news z

Nieuwe facsimile-editie

unieke boekjes van Lucebert

Het Stedelijk Museum presenteert in samenwerking met De Bezige Bij de officiële lancering van de facsimile-editie van een aantal unieke boekjes van Lucebert.

Lucebert maakte in de periode rond 1950 voor vrienden een aantal prachtige boekjes met gedichten, tekeningen en collages. Zeven boekjes, die zijn ondergebracht in de collectie van het Stedelijk Museum en in privécollecties, verschijnen eind september in een schitterende facsimile-editie. Wat de boekjes extra bijzonder maakt is dat ze samen zevenentwintig nooit eerder gepubliceerde gedichten bevatten.

Op zondagmiddag 25 september zal deze bijzondere uitgave worden gepresenteerd in het Stedelijk Museum, de plek waar Lucebert in 1949 zijn entree maakte als deelnemer aan de beroemde Cobra-tentoonstelling die directeur Willem Sandberg initieerde. Ook is dit de historische plek waar Lucebert in 1954 gekleed als Keizer der Vijftigers zijn troonrede wilde uitspreken, en waar hem en zijn gevolg uiteindelijk de toegang werd ontzegd.

Remco Campert nam destijds de rol van hoveling op zich en zal nu bij de iconische trap van het Stedelijk een voordracht houden.

Lucebert (1924-1994) wordt beschouwd als een van de grootste Nederlandstalige dichters en beeldend kunstenaars. Hij ontving de Constantijn Huygensprijs, de P.C. Hooft-prijs, de Prijs der Nederlandse Letteren en de Jacobus Van Looyprijs voor dubbeltalenten.

Locatie: Eerste verdieping en café Stedelijk Museum Amsterdam

Tijd: 15.00 – 16.30 uur

Entree: Gratis met geldig entreebewijs voor het museum

 

Het Stedelijk presenteert in samenwerking met De Bezige Bij de officiële lancering van de facsimile-editie van unieke boekjes van Lucebert. Remco Campert houdt een voordracht op de trap

fleursdumal.nl  magazine

More in: Archive K-L, Lucebert

Cultural Meltdown in The Netherlands

Do not enter The Netherlands.

Cultural meltdown in progress

Museum of public protest

fleursdumal.nl magazine

More in: MUSEUM OF PUBLIC PROTEST- photos, texts, videos, street poetry, The talk of the town

Sitting is revealing

Sitting is revealing

Objets trouvés – kempis.nl poetry magazine

More in: - Objets Trouvés (Ready-Mades)

« Read more

Thank you for reading FLEURSDUMAL.NL - magazine for art & literature